Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:1997:AA6055

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-12-1997
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
96/01523
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 96/1523

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, vijfde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van thans wijlen de heer X (hierna: belanghebbende), laatstelijk gewoond hebbende te N tegen de uitspraak van Burge-meester en Wethouders van de gemeente R (hier-na: de ambte-naar) op het be-zwaar-schrift met be-trekking tot het van belanghebbende bij schriftelijke kennisgeving van 22 september 1995 geheven rioolaansluit-recht.

De mondelinge behandeling:

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsge-vonden op 3 december 1997 te Venlo. Daar zijn toen ver-schenen en ge-hoord de heer T te W, als gemachtigde van de er-ven van belanghebbende, alsmede, als gemachtigde van de ambte-naar, de heer H, hoofd afdeling middelen van de gemeente R.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 17 december 1997, de volgende monde-linge uitspraak gedaan.

De beslissing:

Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak alsmede de daarbij gehandhaafde kennisgeving; en

gelast dat door de ambtenaar aan de erven van belang-hebbende het door belanghebbende gestorte griffierecht ad fl. 75,= wordt vergoed.

De gronden:

(1) De omstandigheid dat de onderhavige uitlegger, voor zover deze door en op kosten van de gemeente is aangelegd, niet reikt tot aan de grens van belanghebbendes gebouwde eigendom (met de daarbij behorende aanhorige grond), doch slechts tot circa het midden van de afstand tussen het riool en die grens, heeft naar het oordeel van het Hof tot gevolg dat niet kan worden gezegd dat deze eigendom is aangesloten op het gemeen-telijk rioolstelsel in de zin van artikel 1 van de Verorde-ning. Voor dit laatste is immers vereist dat de gebouwde eigendom met het riool is verbonden door een geheel op kosten van de gemeente aangelegde buis.

Belanghebbendes gebouwde eigendom kan derhalve niet in de heffing van het onderhavige rioolaansluitrecht worden betrokken. De onderwerpelijke kennisgeving dient mitsdien te worden vernietigd.

(2) Bovendien is het Hof van oordeel dat nu het tarief van het onderhavige aansluitrecht ad fl. 2.500,= is gebaseerd op de door de gemeente geraamde gemiddelde kosten verbonden aan het aanbrengen van een uitlegger vanaf het riool tot aan de grens van een gebouwd eigendom, de omstandigheid dat de kosten van het aanbrengen van de onderhavige uitlegger voor wat betreft een afstand van 3,65 meter voor rekening van belanghebbende zijn gekomen - welke kosten naar het oordeel van het Hof gelet op de in de als bijlage 15 bij het vertoogschrift tot de stukken behorende raming van de gemiddelde aansluitingskosten onder het hoofd grondwerk en leidingwerk vermelde kosten niet zijn te verwaarlozen - tot gevolg heeft dat toepassing van evenvermeld tarief in casu tot een willekeurige en onredelijke heffing zou leiden welke de wetgever bij het aan de gemeenten toekennen van de bevoegdheid tot het heffen van een rioolaan-sluitrecht niet op het oog kan hebben gehad. Nu de rechter niet bevoegd is om voor het in de Verordening geregelde tarief een ander tarief in de plaats te stellen, dient ook om deze reden de onderhavige kennisgeving te worden vernietigd.

(3) Beide partijen hebben ter zitting verklaard geen aanspraak te maken op vergoeding van proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

(4) Het beroep is gegrond, zodat de ambtenaar, gelet op het bepaalde in artikel 5, zevende lid, eerste volzin, van de onder (3) genoemde wet, aan de erven van belanghebbende het door belanghebbende voor deze zaak gestorte griffierecht ad fl. 75,= dient te vergoeden.

(5) Gelet op al het vorenstaande moet worden beslist als eerder vermeld.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus vastgesteld te 's-Hertogenbosch op 17 december 1997 door J.A. Meijer, lid van voormelde Kamer, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van Th.A.J. Kock, waarnemend-griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 29 decem-ber 1997