Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:CA1276

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
30-05-2013
Zaaknummer
200.067.869.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontwikkelingen in ouderschap rond contact vader en minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 19 december 2012

Zaaknummer : 200.067.869.01

Rekestnummer rechtbank : FA RK 08-9582

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A.M. van Kuijeren te Delft,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. drs. J.F.M. van Weegberg te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende is aangemerkt:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 31 augustus 2011 waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd. Bij die beschikking zijn partijen verwezen naar het Rotterdams Omgangshuis voor begeleide contacten tussen de minderjarige [naam minderjarige], geboren [in 2003] te [geboorteplaats], en de vader. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken is aangehouden.

Op 29 juni 2012 is bij het hof de rapportage van 27 juni 2012 van het Omgangshuis Rotterdam ingekomen, waarvan op 26 juli 2012 een aanvulling gedateerd 25 juli 2012 is gevolgd.

Op 3 augustus 2012 is van de zijde van de vader zijn reactie van 2 augustus 2012 op de rapportage van het Rotterdams Omgangshuis bij het hof ingekomen.

Op 28 november 2012 is van de zijde van Jeugdzorg de reactie van 26 november 2012 op de rapportage van het Rotterdams Omgangshuis en de reactie van de zijde van de vader daarop, ingekomen.

VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: de zorgregeling) ten aanzien van de minderjarige.

2. Het Rotterdams Omganghuis heeft in haar rapportage en de aanvullende rapportage – kort samengevat – verklaard dat het contact tussen de vader en de minderjarige vanaf het begin van het traject in het omgangshuis goed is geweest en dat inmiddels enkele contactmomenten hebben plaatsgevonden die door partijen zelf zijn georganiseerd. Partijen hebben tijdens het evaluatiegesprek van 11 juli 2012 – voor zover thans nog van belang – de volgende afspraken gemaakt:

• De heer Boer van Jeugdzorg legt binnenkort een huisbezoek af bij de vader;

• de omgang (het hof verstaat: het contact in het kader van de zorgregeling) vindt elke twee weken plaats van vrijdagmiddag tot zondagavond, waarbij de vader de minderjarige op school ophaalt en de moeder haar op (het hof begrijpt) zondagavond bij de vader ophaalt;

• het contact in het kader van de zorgregeling in het weekend van 4 en 5 augustus 2012 vervalt in verband met de vakantie van de moeder;

• het eerstvolgende contact in het kader van de zorgregeling vindt daarna plaats op 17/19 augustus 2012, dit wordt nog door de moeder aan de vader bevestigd per e-mail.

Daarnaast is gesproken over de zorgregeling tijdens de vakanties in de toekomst. Afgesproken is dat ieder de helft van de zomervakantie de minderjarige bij zich heeft en daar de rest van de vakanties nog aan de orde zal komen. Het omgangshuis concludeert dat de communicatie tussen de ouders moeizaam blijft, hoewel er wel afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de zorgregeling.

3. De moeder heeft het omgangshuis laten weten dat zij van mening is niets te zijn opgeschoten met het traject, dat zij in dezelfde situatie zit als voorheen en dat niet naar de minderjarige wordt geluisterd.

4. De vader stelt dat momenteel na alle onderzoeken en gesprekken een zorgregeling geldt van een weekend per veertien dagen van vrijdag tot en met zondag. Voorts stelt hij dat de rechtbank een zorgregeling heeft bepaald waarbij de minderjarige ook doordeweeks bij hem zal verblijven, hetgeen in de praktijk nog niet is gerealiseerd. De man verzoekt dat dit op korte termijn weer zal gaan plaatsvinden.

5. Jeugdzorg verklaart in haar brief van 26 november 2012 dat aan het eind van het traject bij het Rotterdams Omgangshuis een zorgregeling is vastgesteld en dat afspraken zijn gemaakt over het halen en brengen van de minderjarige. Over de vakanties is de afspraak gemaakt dat de zomervakantie wordt verdeeld en dat de minderjarige de andere vakanties bij de moeder is. Partijen zullen de minderjarige ieder een kerstdag bij zich hebben. De afspraken worden door de ouders nagekomen en vinden tot op heden op deze manier plaats. De vader heeft te kennen gegeven dat hij ook een doordeweekse zorgregeling wenst, maar Jeugdzorg acht dit momenteel niet in het belang van de minderjarige. Zij heeft namelijk stabiliteit, rust en duidelijkheid nodig vanwege haar problematische gedrag. Zij laat namelijk een forse terugval zien in haar gedrag zowel op school als in de thuissituatie. Als gevolg daarvan zal Jeugdzorg intensieve gezinsbegeleiding in gaan zetten bij de moeder thuis als ondersteuning in de opvoeding. Als dit geen effect heeft, wordt gedacht aan een observatieplek voor de minderjarige. De communicatie tussen de ouders verloopt wisselend. Zij hebben telefonisch contact met elkaar over het gedrag van de minderjarige, waar zij beiden zorgen over hebben. Zij staan beiden achter de (het plan van) aanpak van Jeugdzorg.

6. Het hof acht zich voldoende voorgelicht om een eindbeschikking te geven. Het hof zal beslissen op het verzoek van de moeder om de vader het recht op omgang met de minderjarige te ontzeggen. Nu de ouders inmiddels gezamenlijk met het gezag zijn belast, vat het hof dit verzoek op als een verzoek tot het opleggen van een tijdelijk verbod aan de vader om contact te hebben met de minderjarige.

7. Uit het verloop van de zaak in hoger beroep blijkt dat een verbod als genoemd in overweging 6. inmiddels niet langer geïndiceerd is. Het belang van de minderjarige vergt wel dat de zorgregeling nader wordt vastgesteld zoals door Jeugdzorg wordt bepleit: eenmaal per veertien dagen een weekend vanaf vrijdagmiddag tot zondagavond (de zondag’avond’ leidt het hof af uit het verslag van het Rotterdams Omgangshuis). Voorts zullen de ouders in overleg de zomervakantie verdelen.

8. Het bovenstaande leidt ertoe dat de bestreden beschikking wordt vernietigd. Het hof beslist daarom als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover die de omgangsregeling betreft en, in zoverre opnieuw beschikkende:

stelt in het kader van verdeling van zorg- en opvoedingstaken de volgende zorgregeling vast:

- de minderjarige zal eenmaal per veertien dagen een weekend vanaf vrijdagmiddag tot zondagavond bij de vader verblijven;

- partijen zullen de zomervakantie in overleg verdelen;

wijst het verzoek van de moeder tot het opleggen van een tijdelijk verbod aan de vader om contact te hebben met de minderjarige af;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af;

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Van den Wildenberg en Husson, bijgestaan door mr. Rasmijn als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2012.