Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ9296

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-08-2012
Datum publicatie
02-05-2013
Zaaknummer
22-003184- 11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving, openlijke geweldpleging en bedreiging van verschillende slachtoffers.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-003184-11

Parketnummer: 10-741412-10

Datum uitspraak: 31 augustus 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 juni 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

op [geboortejaar] 1968,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 17 augustus 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde vrijgesproken. De verdachte is ter zake van het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 7 oktober 2010 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [benadeelde partij 1], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- één of meer vuurwapen(s), althans één of meer op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp(en), op die [benadeelde partij 1] gericht, althans aan die [benadeelde partij 1] getoond, en/of

- die [benadeelde partij 1] (op luide en/of agressieve toon) medegedeeld dat hij, [benadeelde partij 1] mee moest komen/gaan en/of

- (aldus) die [benadeelde partij 1] gedwongen in een auto te stappen en/of (vervolgens) die [benadeelde partij 1] meegenomen en/of meegevoerd in een auto en/of

- die [benadeelde partij 1] belemmerd de auto te verlaten;

2.

hij op of omstreeks 07 oktober 2010 te Rotterdam, op/aan de openbare weg, de Nieuwe Binnenweg, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde partij 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [benadeelde partij 2] meermalen, althans eenmaal, telkens met kracht en/of met een (glazen) fles, althans een hard voorwerp, tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 07 oktober 2010 te Rotterdam, op of aan de openbare weg, Nieuwe Binnenweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 2], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, met kracht en/of met een (glazen) fles (telkens) slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde partij 2] en/of het met kracht vastpakken van en/of trekken aan die [benadeelde partij 2], terwijl het door hem, verdachte, gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (te weten een hoofdwond met (meerdere) hechtingen) voor die [benadeelde partij 2] ten gevolge heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 8 oktober 2010 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [benadeelde partij 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met gijzeling, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dreigend

- één of meer vuurwapen(s), althans een of meer op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp(en) aan die [benadeelde partij 3] getoond, in elk geval bij die [benadeelde partij 3] de indruk gewekt dat hij en/of zijn mededader(s) een of meer vuurwapen(s) bij zich had(den), en/of

- (daarbij) voornoemde [benadeelde partij 3] dreigend de woorden toegevoegd: "ik ga je kinderen ontvoeren, ik weet wie je familie zijn, als je niet zegt waar je man is, dan moet je je rest van je leven over je schouders blijven kijken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof is - met de advocaat-generaal en de verdediging - van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 7 oktober 2010 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [benadeelde partij 1], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededaders met dat opzet

- die [benadeelde partij 1] op luide en/of agressieve toon medegedeeld dat hij, [benadeelde partij 1] mee moest komen en

- die [benadeelde partij 1] gedwongen in een auto te stappen en vervolgens die [benadeelde partij 1] meegenomen in een auto;

2.

Subsidiair

hij op 07 oktober 2010 te Rotterdam, op of aan de openbare weg, Nieuwe Binnenweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 2], welk geweld bestond uit het meermalen, met kracht slaan en stompen tegen het hoofd van die [benadeelde partij 2] en het met kracht vastpakken van die [benadeelde partij 2];

3.

hij op 8 oktober 2010 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, [benadeelde partij 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en met gijzeling, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededaders dreigend voornoemde [benadeelde partij 3] dreigend de woorden toegevoegd: "ik ga je kinderen ontvoeren, ik weet wie je familie zijn, als je niet zegt waar je man is, dan moet je je rest van je leven over je schouders blijven kijken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd. Hiertoe heeft de raadsman betoogd - zakelijk weergegeven -, ten aanzien van feit 1, dat geen sprake is van een ontvoering van aangever, omdat hij vrijwillig is meegegaan en derhalve niet onder dwang is meegenomen door de verdachte.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman betoogd dat de verdachte geen significante bijdrage heeft geleverd aan de geweldpleging en daarentegen heeft getracht te bemiddelen.

Ter zake van feit 3 heeft de raadsman betoogd dat aangeefster noch de aanwezige vriendin van aangeefster de Papiamento taal machtig zijn en zij derhalve niet de ten laste gelegde feitelijkheden waarmee de verdachte zou hebben gedreigd, kunnen hebben verstaan. Voor bewezenverklaring van dit feit is overigens louter de verklaring van aangeefster voorhanden, hetgeen onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Ter zake van het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft het hof vastgesteld dat uit de verklaringen van aangever, [benadeelde partij 1], alsmede uit de verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte 1] en getuigen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], genoegzaam is gebleken dat de verdachte met zijn mededaders naar de woning van aangever zijn gegaan om via hem in contact te komen met [benadeelde partij 2]. De verdachte heeft zelf ook verklaard dat hij met zijn mededaders naar het huis van aangever is gegaan omdat aangever kon vertellen waar [benadeelde partij 2] was. De verdachte was aldus met zijn mededaders met dat doel aanwezig op het moment dat [benadeelde partij 1] door de groep waarvan de verdachte deel uitmaakte gedwongen werd om in de auto van een medeverdachte plaats te nemen en in die auto werd meegenomen om vervolgens de persoon [benadeelde partij 2] aan te wijzen.

Uit de verklaringen van aangever en de getuigen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] komt naar voren dat aangever niet uit zichzelf wilde meegaan met de verdachte en zijn mededaders. Ook de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat aangever zich heeft verzet toen hij werd vastgepakt en meegenomen.

De omstandigheid dat aangever op een later moment, nadat [benadeelde partij 2] door de verdachte en de medeverdachten was gevonden, met hen is mee geweest en met hen samen bier heeft gedronken en heeft geblowd, doet hieraan niet af.

Voorts is uit de verklaring van de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] naar voren gekomen dat de verdachte ook een aandeel heeft gehad in de openlijke geweldpleging door achter [benadeelde partij 2] aan te gaan en hem vast te pakken, waarop [medeverdachte 4] die [benadeelde partij 2] heeft gestompt en/of geslagen. Aldus handelende heeft de verdachte een wezenlijke significante bijdrage geleverd in de openlijke geweldpleging tegen [benadeelde partij 2].

De feiten onder 1 en 2 subsidiair zijn wettig en overtuigend bewezen. Het hof verwerpt de verweren hieromtrent.

Ter zake van het onder 3 ten laste gelegde staat naar 's hofs oordeel de enkele omstandigheid dat aangever, [benadeelde partij 3], en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], geen Papiaments spreken en verstaan, er niet aan in de weg dat zij het gebeurde of delen daarvan zelf hebben waargenomen en daarover kunnen verklaren. Zo heeft [getuige 1] op basis van haar eigen waarneming verklaard dat zij heeft gezien dat aangeefster huilde nadat de verdachte en de medeverdachten aangeefster toespraken. [getuige 2] heeft voorts verklaard dat hij zag dat drie Antilliaanse mannen het café Out of Time binnenkwamen en gelijk naar, naar later bleek, aangeefster liepen. De Antilliaanse mannen begonnen meteen hard tegen haar te praten. Toen de mannen na ongeveer een kwartier vertrokken, heeft [getuige 1] hem geroepen en verteld dat aangeefster was bedreigd. [getuige 2] heeft verklaard tegen aangeefster gezegd te hebben dat zij de politie moest bellen. Op dat moment kwamen de drie Antilliaanse mannen aangelopen en heeft de oudste onder hen hem, [getuige 2] ook bedreigd. Het hof acht het voorts mede van belang dat aangeefster, kort nadat zij is bedreigd, ook zelf daarover een verklaring heeft afgelegd tegenover de politie.

Het hof is van oordeel dat de verklaring van aangeefster, samen met de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2], voldoende wettig en overtuigend bewijs vormen voor bewezenverklaring van dit feit. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven of beroofd houden.

Het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en medeplegen van bedreiging met gijzeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving, openlijke geweldpleging en bedreiging van verschillende slachtoffers. De vrijheidsberoving begon notabene bij het huis van het slachtoffer, een plek waar hij veilig zou moeten zijn en het slachtoffer was pas 16 jaar, dus nog minderjarig. De verdachte heeft de feiten begaan om de persoon te traceren die een kilo cocaïne van zijn zoon zou hebben gestolen en de cocaïne terug verkrijgen. Met het plegen van ernstige feiten als deze, heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit en/of levenssfeer van de slachtoffers en bij hun gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Dat de verdachte meende voor zijn gewelddadig gedrag een geldige reden te hebben doet daar geenszins aan af en geeft bovendien aan dat de verdachte onvoldoende inzicht heeft in het verwerpelijke van zijn handelen. Ten onrechte heeft de verdachte zich kennelijk laten leiden door het persoonlijk belang van hem en zijn zoon.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 juli 2012, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van misdrijven, waaronder ook voor bedreiging en meer dan eens voor geweldsdelicten, ook tot gevangenisstraffen van aanzienlijke duur. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof heeft vastgesteld dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu de inzendtermijn voor de stukken in hoger beroep van zes maanden is overschreden met ruim drie maanden.

Gelet echter op het feit dat de zaak op 16 april 2012 is binnengekomen bij het gerechtshof en op de terechtzitting van 17 augustus 2012 is afgedaan, is het hof van oordeel dat sprake is van een zodanige voortvarende behandeling in hoger beroep dat de overschrijding van de inzendtermijn hierdoor is gecompenseerd en aan de voornoemde schending geen rechtsgevolgen hoeven te worden verbonden.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een hogere (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf dan door de rechtbank werd opgelegd en door de advocaat-generaal werd geëist, van na te melden duur, een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 141, 282 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot

3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,

mr. M.J.J. van den Honert en mr. M. Moussault, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 augustus 2012.