Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6901

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
26-04-2013
Zaaknummer
200.095.139/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Van de nieuwe echtgenote van de alimentatieplichtige, die al sinds 1996 in Nederland is, mag worden verwacht dat zij geheel of ten dele in haar eigen levensonderhoud zal gaan voorzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 21 maart 2012

Zaaknummer : 200.095.139/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 11-1216

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M.C. Carli-Lodder te ‘s-Gravenhage,

tegen

1. [verweerder 1],

hierna ook te noemen: de moeder, en

2. [verweerder 2],

hierna ook te noemen: de jongmeerderjarige,

beiden wonende te [woonplaats],

verweersters, tevens incidenteel verzoeksters, in hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: verweersters,

advocaat mr. F. Kellouh te ‘s-Gravenhage.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 6 oktober 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 7 juli 2011 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

Verweersters hebben op 19 december 2011 een verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel, ingediend.

De vader heeft op 24 januari 2012 een verweerschrift tegen het incidenteel appel ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de vader:

- op 1 november 2011 een brief van 31 oktober 2011 met bijlagen;

- op 4 november 2011 een brief van 3 november 2011 met bijlagen;

- op 3 februari 2012 een brief van 2 februari 2012 met bijlagen;

- op 15 februari 2012 een faxbericht van 14 februari 2012 met bijlagen.

De zaak is op 16 februari 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder en de jongmeerderjarige, bijgestaan door hun advocaat.

De hierna te noemen minderjarige [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de door het hof geboden gelegenheid om schriftelijk zijn mening kenbaar te maken.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is de door de vader met ingang van 7 juli 2011 te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige op € 153,- per maand bepaald, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Voorts is de door de vader met ingang van 7 juli 2011 te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] (verder: de minderjarige), op € 153,- bepaald, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTE¬LE HOGER BEROEP

1. In geschil zijn de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie ten behoeve van de jongmeerderjarige, hierna ook alimentatie jongmeerderjarige, en de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, hierna ook kinderalimentatie.

2. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de alimentatie voor de jongmeerderjarige en de kinderalimentatie met ingang van 1 november 2010 op nihil te bepalen, zoals namens de vader verzocht in eerste aanleg.

3. Verweersters bestrijden het beroep en vragen het hof het verzoek van de vader als ongegrond en / of onbewezen af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen, kosten rechtens. In incidenteel appel verzoeken zij het hof het vastgestelde alimentatiebedrag te verhogen vanwege de veranderde en verhoogde behoefte van de kinderen en de inkomensverlaging van de moeder.

4. De vader verzet zich daartegen en verzoekt het hof verweersters niet-ontvankelijk te verklaren in hun incidenteel appel, althans hun incidenteel appel af te wijzen.

5. De vader voert in hoger beroep aan dat de rechtbank bij de beoordeling van zijn financiële draagkracht ten onrechte heeft aangenomen dat de huidige echtgenote van de vader in haar eigen levensonderhoud kan voorzien en op grond daarvan kan bijdragen in de lasten van de vader. Als gevolg van deze onterechte aanname is een aantal kosten niet, althans onvoldoende meegenomen bij de berekening van de draagkracht van de vader. Uit de overgelegde stukken volgt volgens de vader afdoende dat zijn echtgenote geen eigen arbeidsinkomen of andere bron van inkomsten had of heeft gehad. In het verlengde hiervan heeft de rechtbank volgens de vader ten onrechte de bijstandsnorm voor een alleenstaande toegepast. De vader stelt dat de rechtbank hem op grond van gewijzigde omstandigheden ontvankelijk heeft verklaard, te weten het feit dat hij opnieuw in het huwelijk is getreden en uit dit huwelijk twee kinderen zijn geboren en hij verder ook de zorg heeft voor zijn stiefdochter. Door deze gewijzigde omstandigheden is zijn draagkracht verminderd. De vader vindt het onbegrijpelijk dat de rechtbank dan vervolgens een hogere betalingsverplichting heeft vastgesteld. Ten aanzien van de hoogte van zijn inkomen stelt de vader dat zijn inkomen is verminderd als gevolg van het wegvallen van overwerk.

6. Verweersters stellen zich op het standpunt dat de vader geen nova in het appelrekest naar voren brengt die zouden kunnen verklaren waarom hij überhaupt appel indient. Het feit dat de echtgenote van de vader niet werkt, betekent niet dat zij niet kan werken. Daarnaast is verweersters ter ore gekomen dat de vrouw van de vader wel degelijk over een baan beschikt als lerares in de moskee [naam] in [plaats]. Hieruit genereert zij inkomsten. De bedoelde kosten zijn volgens verweersters terecht niet meegenomen door de rechtbank. Hetgeen de vader stelt over de verlaging van zijn inkomsten klopt volgens verweersters niet en wordt niet onderbouwd. Het inkomen van de moeder is daarentegen wel aanzienlijk gedaald. Verweersters verzoeken daarnaast het vastgestelde alimentatiebedrag te verhogen naar de veranderde en verhoogde behoefte van de kinderen en de inkomensverlaging van de moeder.

Het hof overweegt als volgt.

De nieuwe echtgenote van de vader

7. Vaststaat dat de vader is hertrouwd, dat hij met zijn nieuwe echtgenote twee kinderen heeft gekregen en dat sprake is van een stiefkind. De vader heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de huidige echtgenote thans niet in haar eigen levensonderhoud voorziet. De vader heeft evenwel rekening te houden met een alimentatieverplichting jegens de jongmeerderjarige en de minderjarige. Het hof is uit de stukken en het verhandelde ter zitting gebleken dat de huidige echtgenote van de vader sinds 1996 in Nederland verblijft. Zij was toen vijftien jaar oud. Het hof is daarbij niet gebleken dat de vrouw, thans 31 jaar oud, niet gezond van lijf en leden is. Verder is door verweersters voldoende aannemelijk gemaakt dat de echtgenote in die zestien jaar dat zij in Nederland verblijft, Nederlands had kunnen leren en een baan had kunnen verkrijgen. Ook uit het beroepschrift blijkt niet dat zij niet in staat kan worden geacht om te werken c.q. dat zij arbeidsongeschikt zou zijn. In het licht van bovengenoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat van de huidige echtgenote mag worden verwacht dat zij geheel, althans ten dele in haar eigen levensonderhoud zal gaan voorzien.

De draagkracht van de vader

8. Het hof is, gelet op het hiervoor overwogene, van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden de bijstandsnorm voor een alleenstaande heeft toegepast bij de bepaling van de draagkracht van de vader. Voor de vader geldt een voor alimentatie beschikbaar draagkrachtpercentage van 70.

9. Bij de bepaling van de draagkracht van de vader neemt het hof als uitgangspunt de door de vader als productie 16 bij zijn brief van 2 februari 2012 overgelegde draagkrachtberekening, met dien verstande dat als jaarinkomen € 37.329,- bruto dient te gelden, zoals blijkt uit de overgelegde jaaropgave 2011.

10. Ten aanzien van de in geschil zijnde lasten houdt het hof rekening met huurlasten van € 572,50 per maand, zoals blijkt uit de overgelegde brief van 21 april 2011 van Staedion. Het hof acht het redelijk om met de gehele huurlast rekening te houden (te verminderen met de gemiddelde basishuur), nu de echtgenote van de vader weliswaar geacht wordt in haar eigen levensonderhoud te voorzien, maar gezien de feitelijke situatie, waarin zij de zorg heeft voor twee kleine kinderen en een kind van 12 jaar uit een vorige relatie, acht het hof het aannemelijk dat zij thans in redelijkheid niet kan bijdragen aan de woonlasten.

11. Met de door de vader opgevoerde schuldenlast van in totaal € 5.185,-, waarop de vader stelt € 200,- per maand af te lossen, houdt het hof gedeeltelijk rekening. Niet weersproken is dat de schulden feitelijk bestaan. Gezien de aard en de totstandkoming van die schulden acht het hof het redelijk om rekening te houden met een aflossingsverplichting van € 100,- per maand.

12. Het hof houdt verder rekening met een ziektekostenpremie van in totaal € 215,- per maand alsmede een aanvullende premie ziektekosten van in totaal € 42,-, zoals blijkt uit de zorgpolis van Azivo, overgelegd als productie 13 bij brief van 2 februari 2012. Het hof acht de gestelde premies niet bovenmatig.

13. Het hof houdt verder rekening met een door de vader te ontvangen zorgtoeslag van € 70,- per maand.

14. De beschikbare draagkrachtruimte van de vader wordt verdeeld over vijf kinderen, te weten de jongmeerderjarige, de minderjarige, de twee minderjarige kinderen die de vader heeft uit zijn huidige relatie en de (inwonende) minderjarige stiefdochter. Uit dit alles volgt dat de draagkracht van de vader een alimentatie toelaat van € 60,- per maand per kind, zodat de bestreden uitspraak zal worden vernietigd.

15. Verweersters hebben verzocht om een hoger alimentatiebedrag. Nu de draagkracht van de vader geen hogere bijdrage toelaat, komt het hof niet aan een beoordeling daarvan toe.

16. Het hof ziet geen grond om wat de ingangsdatum betreft anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Het andersluidend verzoek van de vader zal worden afgewezen.

17. Omdat aannemelijk is dat de moeder het eventueel teveel door de vader betaalde zal hebben aangewend voor levensonderhoud, zal het hof bepalen, dat zij niet tot terugbetaling gehouden is.

18. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

bepaalt - met dienovereenkomstige wijziging van de beschikking van 13 augustus 2003 van de rechtbank ’s-Gravenhage - de door de vader aan de jongmeerderjarige te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie met ingang van 7 juli 2011 op € 60,- per maand en de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie met ingang van 7 juli 2011 op € 60,- per maand, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft bij vooruitbetaling te voldoen;

bepaalt dat de moeder niet gehouden is tot terugbetaling van hetgeen op grond van deze beschikking teveel door haar is ontvangen aan alimentatie;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Husson, van Nievelt en Willems, bijgestaan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2012.