Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6636

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-12-2012
Datum publicatie
11-04-2013
Zaaknummer
200.107.529/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zeer ontijdig verzoek uitstel, afgewezen; verdeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 5 december 2012

Zaaknummer : 200.107.529/01

Rekestnummer rechtbank : 370277/F2 RK 11-19

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. M. Birinci-Doganer te Rotterdam,

en

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. F. Yildiz te ’s-Gravenhage.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vrouw is op 29 mei 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 29 februari 2012 van de rechtbank Rotterdam.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de vrouw:

- op 18 oktober 2012 een faxbericht van diezelfde datum, welke niet meer in het bezit van het hof is;

- op 18 oktober 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlage.

De zaak is op 19 oktober 2012 mondeling behandeld ten overstaan van mr. Labohm, raadsheer-commissaris.

Ter zitting was aanwezig:

- de advocaat van de man.

De vrouw en haar advocaat en de man zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is - voor zover hier van belang en uitvoerbaar bij voorraad - de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld, onder de opschortende voorwaarde van beëindiging van het huwelijk, welke beëindiging eerst plaatsvindt op het moment van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

Aan de man is toegedeeld:

- de mede-eigendom van de kapsalon “[bedrijfsnaam]” v.o.f. te [plaatsnaam], zonder verdere verrekening;

- de Opel Astra, zonder verdere verrekening.

Aan de vrouw is toegedeeld:

- de eigendom van de woning aan de [straatnaam + huisnummer] te [plaatsnaam], zonder verdere verrekening;

- de inboedelgoederen ter waarde van € 5.000,-, onder verrekening van de helft van de waarde met de man,

onder de verplichting om voor haar rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen:

- de hypothecaire geldlening rustende op de woning aan de [straatnaam + huisnummer] te [plaatsnaam].

De vrouw is veroordeeld ten titel van overbedeling aan de man te betalen een bedrag van

€ 2.500,-.

Het meer of anders verzochte is afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

De echtscheidingsbeschikking is op 10 september 2010 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

Verzoek tot uitstel

1. Het hof overweegt vooreerst als volgt. Bij voormeld faxbericht met bijlage van 18 oktober 2012, volgens de tijdweergave bovenaan de bladzijden die dag op 20.28 uur bij het hof ingekomen, verzoekt de advocaat van de vrouw - volgens haar schrijven in overleg met de advocaat van de man - de zaak aan te houden wegens de behoefte van partijen aan nader overleg en uitwisseling van stukken. Tevens deelt zij mee dat partijen niet aanwezig zullen zijn op de terechtzitting van 19 oktober 2012 om 9.00 uur.

2. Het hof heeft voormeld aanhoudingsverzoek van de zijde van de vrouw afgewezen nu dit te laat is ingediend en onderhandelingen tussen partijen op zich geen reden tot aanhouding vormen. Het hof heeft op 19 oktober 2012 vóór de zitting van 9.00 uur telefonisch contact gezocht met de advocaat van de vrouw teneinde zulks mee te delen. De advocaat van de vrouw was echter niet bereikbaar, hetgeen naar het oordeel van het hof voor haar eigen rekening en risico dient te komen. Het hof heeft vervolgens de advocaat van de man telefonisch van het doorgaan van de mondelinge behandeling van de zaak op de hoogte gesteld.

Het geschil

3. In geschil zijn ter zake van de verdeling van de huwelijksgemeenschap: de waarde van de inboedel en het behoren tot die gemeenschap van een appartement in [land], dan wel een met dat appartement samenhangende geldvordering.

4. De vrouw verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen (het hof begrijpt: voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen) en opnieuw rechtdoende te bepalen:

A. dat de aan de vrouw toegescheiden inboedel geen overwaarde heeft, althans niet de aanschafwaarde van € 8.500,- en restantwaarde van € 5.000,- en de vrouw dientengevolge aan de man niets verschuldigd is;

B. dat de vrouw aanspraak kan maken op de helft van de waarde van onroerend goed in [land], althans de helft van via de vader van de man in [land] gespaarde gelden.

5. De man bestrijdt haar beroep.

Inboedel

6. De vrouw klaagt in haar eerste grief dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat de vrouw een bedrag van € 2.500,- aan de man dient te betalen wegens toedeling van de inboedel aan haar. De vrouw betwist de door de man in eerste aanleg overgelegde facturen waaruit een waarde van de inboedel van € 8.500,- blijkt. De vrouw kent deze facturen niet. Bovendien bedraagt de restwaarde van de inboedel geen € 5.000,-. Ook heeft de babykamer geen € 2.500,-, maar € 750,- gekost. De vrouw legt ter zake een factuur over.

7. De advocaat van de man heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de vrouw haar stelling inzake de inboedel niet heeft onderbouwd en dat de beslissing van de rechtbank in dezen op de juiste gronden is genomen.

8. Het hof overweegt als volgt. De rechtbank heeft de gehele inboedel aan de vrouw toegedeeld en daarvoor een restwaarde van € 5.000,- vastgesteld. Aan het inrichten van een huis zijn veel kosten verbonden, te denken valt aan stoffering en meubilering. Het is een algemeen bekend gegeven dat op een inboedel van een woning snel wordt afgeschreven en dat de restwaarde van een inboedel gering is. Gezien het feit dat er sprake is van een gehele inboedel acht het hof de door de rechtbank vastgestelde restwaarde redelijk en billijk. De bestreden beschikking dient in zoverre te worden bekrachtigd.

Appartement in [land]

9. De vrouw stelt in haar tweede, tevens laatste grief dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat onvoldoende is komen vast te staan aan wie het appartement in [land] toebehoort. Volgens de vrouw heeft de man erkend dat hij via zijn vader juridisch eigenaar is van onroerend goed in [land]. In ieder geval lost hij de daaraan verbonden geldlening via zijn vader af. De vrouw stelt dat er dientengevolge een vordering is ontstaan waarbij de vader van de man het gespaarde geld aan de man moet terugbetalen of het onroerend goed aan hem moet leveren.

10. De advocaat van de man heeft ter terechtzitting verklaard dat het onroerend goed niet de man maar de vader van de man in eigendom toebehoort en dat daaraan een hypothecaire lening is verbonden. Daarnaast wijst hij erop dat de vrouw in eerste aanleg haar verzoeken met betrekking tot het appartement in [land] heeft ingetrokken.

11. Nu de advocaat van de man geen verdere consequenties heeft verbonden aan zijn opmerking aangaande de intrekking van het voormelde verzoek door de vrouw in eerste aanleg, zal het hof de grief van de vrouw bespreken.

12. Het hof is van oordeel dat de vrouw haar stellingen betreffende het onroerend goed in [land] in hoger beroep niet dan wel onvoldoende heeft onderbouwd. Zij heeft niet aangetoond dat het appartement in [land] tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoort. Evenmin heeft zij aangetoond dat de man een in de huwelijksgemeenschap vallende geldvordering op zijn vader zou hebben. Gelet op het vorenstaande kan deze grief van de vrouw niet slagen en dient haar verzoek ter zake te worden afgewezen.

13. Dit alles leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Stollenwerck en Zwagemaker, bijgestaan door mr. De Witte-Renkema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2012.