Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6581

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-12-2012
Datum publicatie
08-04-2013
Zaaknummer
BK-11/00683
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Leges. Leges terecht en tot het juiste bedrag van belanghebbende geheven. Belanghebbende komt niet voor een teruggaaf als bedoeld in art. 5.4.2 of art. 5.4.3 van de tarieventabel in aanmerking. Leges geheven door een daartoe bevoegde ambtenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2013-1025
V-N Vandaag 2013/920
Belastingblad 2013/205
V-N 2013/21.29

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-11/00683

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer d.d. 5 december 2012

in het geding tussen:

[X] te [Z], hierna: belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwkoop, hierna: de Inspecteur,

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage (hierna: de rechtbank) van 2 augustus 2011, nr. AWB 10/8754 LEGGW, betreffende het na te noemen geheven bedrag aan leges.

Heffing, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Bij schriftelijke kennisgeving van 13 juli 2010 heeft de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 15.613,90 aan gemeentelijke leges in rekening gebracht. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur het bezwaar van belanghebbende tegen de leges afgewezen.

1.2. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband met het door belanghebbende ingestelde hoger beroep is door de griffier een griffierecht van € 112 geheven. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft het Hof de volgende stukken ontvangen:

- op 14 september 2012 van de zijde van de Inspecteur een nader stuk met een bijlage;

- op 15 oktober 2012 van de zijde van belanghebbende een nader stuk.

Een afschrift van de stukken is naar de wederpartij gezonden.

2.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 24 oktober 2012, gehouden te ’s-Gravenhage. Aldaar is de Inspecteur wel doch belanghebbende niet verschenen. Belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 21 september 2012 aan het adres [adres], onder vermelding van plaats, datum en tijdstip, opgeroepen om op de zitting te verschijnen. Blijkens bij PostNL ingewonnen informatie is de vorenbedoelde brief op 22 september 2012 aan het voormelde adres uitgereikt. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

2.4. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het Hof het onderzoek van de zaak heropend en heeft vervolgens een nadere mondelinge behandeling van de zaak plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 7 november 2012, gehouden te 's-Gravenhage. Aldaar is belanghebbende wel doch de Inspecteur niet verschenen. De Inspecteur is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 30 oktober 2012 aan [adres], onder vermelding van plaats, datum en tijdstip, opgeroepen om op de zitting te verschijnen. De Inspecteur heeft bij brief van 31 oktober 2012 die op 14 november 2012 bij het Hof is binnengekomen te kennen gegeven niet ter zitting aanwezig te zullen zijn en heeft daarbij niet om uitstel van de zitting verzocht. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Verordening

3.1. De raad van de gemeente Nieuwkoop (hierna: de gemeente) heeft in zijn openbare vergadering van 6 november 2008 vastgesteld de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2009 (hierna: de Verordening), met de daarbij behorende tarieventabel. Blijkens de inhoud van de gedingstukken is de Verordening op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt.

3.2. De Verordening houdt, voor zover te dezen van belang, het volgende in:

"Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ’leges’ worden rechten geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend.

(…)

Artikel 5 Tarieven

1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

(…)

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur."

3.3. De tarieventabel houdt - voor zover van belang - het volgende in:

"5.3 Bouwvergunningen

5.3.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van:

(…)

5.3.1.3 Een aanvraag tot het verkrijgen van een reguliere bouwvergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p van de Woningwet: 17,50 promille van de naar boven in honderdtallen van euro’s afgeronde, (Hof: waarschijnlijk is hier het woord “van” weggevallen) de (Hof: waarschijnlijk is hier het woord “de” teveel opgenomen)door of namens Burgemeester en Wethouders vastgestelde bouwkosten inclusief BTW, met een minimum van € 192,65.

(…)

5.4. Teruggaaf

(…)

5.4.2. Indien binnen vier weken na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een (gewijzigde) reguliere bouwvergunning doch voor het verlenen of weigeren van de vergunning, deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt op verzoek teruggaaf van 40% van de leges als bedoeld in lid 5.3.3 (Hof: bedoeld zal zijn 5.3.1.3) (…) verleend.

5.4.3. Indien op een later tijdstip dan in lid 5.4.2 bedoeld na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een (gewijzigde) reguliere vergunning doch voor het verlenen of weigeren van de vergunning, deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt op verzoek teruggaaf van 20% van de leges als bedoeld in lid 5.3.3 (Hof: bedoeld zal zijn 5.3.1.3) (…) verleend.

(…)

5.6.3 Indien de aanvraag betrekking heeft op een (bouw)plan waarvoor ingevolge de bestemmingsplanvoorschriften een agrarisch advies moet worden ingewonnen bij een extern bureau, wordt het overeenkomstig 5.3 berekende bedrag verhoogd met: € 482,95

5.6.4 Brandpreventieadvies:

5.6.4.1 Indien de aanvraag voor een bouwplan danwel een principeverzoek door de complexiteit specifiek wordt beoordeeld op brandveiligheidaspecten dan wordt het overeenkomstig 5.3 berekende bedrag verhoogd volgens onderstaande tabel:

Bij bouwkosten van:

(…)

c. Meer dan € 250.000,00 doch minder dan of gelijk aan € 907.500,00: € 1.143,90 benevens € 1,05 voor elke € 500,00 boven € 250.000,00”

Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, in hoger beroep het volgende komen vast te staan:

4.1. Belanghebbende heeft per schrijven van 12 januari 2009, door de gemeente ontvangen op 3 februari 2009, bij de gemeente een aanvraag ingediend voor het verlenen van een reguliere bouwvergunning voor het bouwen van een schapenstal aan de [a-straat 1] te [Z] (hierna: de aanvraag). De bouwkosten zijn in de aanvraag gesteld op € 633.000.

4.2. Bij brief van 3 februari 2009 is namens burgemeester en wethouders van de gemeente (hierna: B&W) aan belanghebbende onder meer medegedeeld dat de aanvraag is ontvangen en dat aan de behandeling daarvan op grond van de Verordening legeskosten verbonden zijn.

4.3. Bij brief van 25 februari 2009 heeft B&W aan belanghebbende medegedeeld dat bij de beoordeling van de aanvraag is gebleken dat deze nog niet compleet is.

4.4. Bij brief van 30 maart 2009 heeft [A] namens belanghebbende de aanvraag aangevuld.

4.5. Bij brief van 6 april 2009 heeft B&W aan [adviesbureau B] te [Q] verzocht inzake de aanvraag agrarisch advies uit te brengen.

4.6. Bij brief van 5 mei 2009 heeft [adviesbureau B] aan B&W advies uitgebracht en tevens medegedeeld dat belanghebbende eerst een ondernemingsplan dient op te stellen met daarbij een investerings- en exploitatieprognose voordat een definitief advies over het bouwplan zal worden gegeven.

4.7. Bij brief van 6 mei 2009 heeft B&W aan belanghebbende medegedeeld dat voor de beoordeling van de aanvraag een ondernemingsplan met daarbij een investerings- en exploitatieprognose nodig is. B&W heeft in die brief tevens gespecificeerd waaraan in het ondernemingsplan onder meer aandacht dient te worden besteed.

4.8. Bij brief van 7 mei 2009 heeft de brandweer van de gemeente Alphen aan den Rijn naar aanleiding van een bij haar op 8 april 2009 ingediende adviesaanvraag brandveiligheid een brandveiligheidsadvies aan de gemeente uitgebracht.

4.9. Op 10 juli 2009 is bij de gemeente het “[C-plan]” binnengekomen, welk plan in opdracht van belanghebbende door [adviesbureau D] te [S] is opgesteld.

4.10. Bij brief van 13 juli 2009 is het onder 4.9. vermelde ondernemingsplan door B&W aan [adviesbureau B] verstuurd.

4.11. Bij brief van 22 december 2009 deelt [adviesbureau B] aan de gemeente mede dat belanghebbende aan herhaalde telefonische en schriftelijke verzoeken omtrent aanvullende informatie op het ondernemingsplan geen gevolg heeft gegeven en dat zij hebben besloten de opdracht aan de gemeente terug te geven, omdat er geen zicht op is dat belanghebbende op korte termijn alsnog de gevraagde informatie zal leveren. Zij zien zich wel genoodzaakt om de gemaakte kosten aan de gemeente in rekening te brengen.

4.12. Bij besluit van 11 mei 2010, welk besluit bij brief van 2 juli 2010 aan belanghebbende is verstuurd, heeft B&W de aanvraag geweigerd. In dat besluit wordt tevens het volgende medegedeeld:

“De totale bouwkosten zijn vastgesteld op: € 633.000,00

Bouwleges €    13.182,75

Brandweer advies €      1.948,20

Agrarisch advies €         482,95

Totaal: €    15.613,90”

In de zojuist genoemde brief deelt B&W mede:

“Voor de behandeling van uw aanvraag bent u € 15.613,90 aan leges kosten verschuldigd. Binnenkort krijgt u hiervoor een factuur toegestuurd.”

4.13. Bij factuur van 13 juli 2010 is aan belanghebbende door de Inspecteur € 15.613,90 aan leges is rekening gebracht.

4.14. In het “Aanwijzingsbesluit heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar en woz-ambtenaar” van B&W d.d. 14 juli 2009, welk besluit in werking treedt op 1 juli 2009, wordt de afdelingsmanager Bedrijfsondersteuning van de gemeente en als diens plaatsvervanger, het hoofd Financiën, als de Inspecteur aangewezen.

In het “Aanwijzingsbesluit heffingsambtenaar” van B&W d.d. 24 oktober 2011 wordt de directeur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling als de Inspecteur aangewezen.

4.15. De uitspraak op het door belanghebbende tegen de geheven leges ingediende bezwaarschrift is behandeld door [E] (juridisch adviseur van de afdeling Vergunningen, Voorzieningen en Handhaving van de gemeente) en namens B&W ondertekend door [F] zijnde Afdelingsmanager Bedrijfsondersteuning en heffingsambtenaar.

4.16. De onder 4.12. vermelde brief is behandeld door [G] (medewerker van de afdeling Vergunningen, Voorzieningen en Handhaving van de gemeente) en namens B&W ondertekend door [H] (Teamleider Vergunningen).

4.17. De onder 4.13. vermelde factuur betreffende “gew. Reg.Bouwvergunning” is behandeld door [G] en sluit af met “De heffingsambtenaar”.

4.18. Op 15 augustus 2012 heeft de rechtbank ’s-Gravenhage (sector bestuursrecht) uitspraak gedaan inzake het door belanghebbende ingestelde beroep tegen het onder 4.12 vermelde besluit. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat op uiterlijk 6 juli 2009 een bouwvergunning van rechtswege is ontstaan zodat B&W niet meer bevoegd was op de onder 4.1. vermelde aanvraag te beslissen. De rechtbank heeft het vorengenoemde door belanghebbende bestreden besluit vernietigd. Een kopie van de uitspraak van de rechtbank behoort tot de gedingstukken.

Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen

5.1. Tussen partijen is in geschil of het bedrag aan leges terecht en door de heffingsambtenaar in rekening is gebracht, welke vraag door belanghebbende ontkennend en door de Inspecteur bevestigend wordt beantwoord.

5.2. Belanghebbende heeft ter ondersteuning van zijn standpunt - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Primair: de leges zijn niet door een daartoe bevoegde ambtenaar geheven. Subsidiair: nu de aanvraag geweigerd is, had de gemeente slechts een percentage van de verschuldigde leges moeten heffen. Meer subsidiair: de gemeente heeft de aanvraag onzorgvuldig behandeld.

5.3. De Inspecteur heeft het standpunt van belanghebbende gemotiveerd bestreden en houdt de juistheid van het in rekening gebrachte bedrag aan leges staande.

5.4. Voor een verdere uiteenzetting van de standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen verwijst het Hof naar de gedingstukken.

Conclusies van partijen

6.1. Het hoger beroep van belanghebbende strekt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar en tot vermindering van het bedrag van de in rekening gebrachte leges.

6.2. De Inspecteur heeft geconcludeerd tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

7.1. De rechtbank heeft in haar uitspraak onder meer het volgende overwogen, waarbij voor eiser en verweerder gelezen dient te worden respectievelijk belanghebbende en de Inspecteur.

“III.5. Niet in geschil is dat de leges op basis van de geraamde bouwkosten en overeenkomstig de tarieven opgenomen in de bij de legesverordening behorende tarieventabel tot een juist bedrag zijn berekend. Vast staat verder dat de aanvraag op 20 januari 2009 is ingediend en dat het college van Burgemeester en Wethouders op 11 mei 2010 heeft besloten de gevraagde reguliere bouwvergunning te weigeren. Burgemeester en wethouders hebben dit bij brief van 2 juli 2010, verzonden op 5 juli 2010, aan eiser meegedeeld.

Uit het bovenstaande volgt dat de gemeente, anders dan eiser kennelijk meent, de vergunningaanvraag wel in behandeling heeft genomen en dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan.

(…)

III.7. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat de uitspraak op bezwaar van 28 oktober 2010 ten onrechte vermeldt dat deze is gedaan namens burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop. Nu de uitspraak echter is ondertekend door de heffingsambtenaar [F], zijnde verweerder, die daarmee kennelijk de uitspraak voor zijn rekening heeft genomen, acht de rechtbank dit formele gebrek geheeld en zal zij daaraan geen gevolgen verbinden.”

Beoordeling van het hoger beroep

7.1.1. Uit de onder 4.2 tot en met 4.12 vermelde feiten, bezien in onderling verband en samenhang, volgt dat belanghebbende de onderhavige aanvraag bij de gemeente heeft ingediend en dat de gemeente die aanvraag in behandeling heeft genomen en in dat verband agrarisch advies en brandpreventieadvies heeft ingewonnen en verkregen.

7.1.2. Op grond van het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van de Verordening in verbinding met artikelen 5.3.1 en 5.3.1.3 van de tarieventabel, zijn naar het oordeel van het Hof terecht en tot het juiste bedrag leges van belanghebbende geheven.

7.1.3. Het Hof neemt daarbij in aanmerking dat belanghebbende niet voor een teruggaaf als bedoeld in artikel 5.4.2 of artikel 5.4.3 van de tarieventabel in aanmerking komt nu belanghebbende naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de aanvraag (tijdig) heeft ingetrokken en een verzoek om een dergelijke teruggaaf heeft gedaan.

7.2.1. De grief van belanghebbende dat, onder verwijzing naar de brief vermeld onder 4.12 en 4.16, de leges door een onbevoegd bestuursorgaan zijn geheven, treft naar ’s Hofs oordeel geen doel omdat deze brief niet als een schriftelijke kennisgeving in de zin van artikel 6 van de Verordening is aan te merken. De brief is een begeleidend schrijven betreffende de weigering van de aanvraag zoals vastgelegd in het bijgevoegde weigeringsbesluit. De in dat schrijven opgenomen mededeling inzake het verschuldigd zijn van leges ziet het Hof slechts als een aankondiging van een nog aan belanghebbende toe te sturen factuur.

7.2.2. De factuur van 13 juli 2010 is naar het oordeel van het Hof wel als een zodanige schriftelijke kennisgeving aan te merken welke, gelet op het slot van de factuur, afkomstig is van de Inspecteur die wel heffingsbevoegd is. De omstandigheid dat de factuur als behandelaar [G] vermeldt doet daar niets aan af.

7.2.3. Ook de uitspraak op bezwaar is door het bevoegde bestuursorgaan gedaan. Het Hof verwijst daartoe naar onderdeel III.7 van de uitspraak van de rechtbank en maakt dat oordeel tot de zijne.

7.2.4. Het Hof is niet bevoegd om over de door belanghebbende gestelde onzorgvuldige behandeling van de aanvraag door de gemeente kennis te nemen c.q. te oordelen.

7.3. Het vorenstaande voert het Hof tot de slotsom dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. Beslist moet worden als volgt.

Proceskosten en griffierecht

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten.

Beslissing

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Deze uitspraak is vastgesteld door mr. B. van Walderveen, mr. J.J.J. Engel en mr. drs. T.A. Gladpootjes, in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.J. Jansen. De beslissing is op 5 december 2012 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.