Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3712

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-12-2012
Datum publicatie
12-03-2013
Zaaknummer
200.110.375-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele hier meer geëigend dan de maatregelen van bewind en mentoraat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2014/71.1

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 12 december 2012

Zaaknummer : 200.110.375/01

Zaaknummer rechtbank : 1309176 GZ VERZ 12-31

1. [verzoeker 1], en

2. [verzoeker 2],

beiden wonende te [woonplaats],

verzoekers in hoger beroep,

hierna te noemen: de verzoekers,

advocaat mr. P.A.M. van Leeuwen te Schiedam.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de betrokkene.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De verzoekers zijn op 20 juli 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 23 april 2012 en de herstelbeslissing van 27 juni 2012 van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam.

Bij het hof zijn voorts van de zijde van de verzoekers de volgende stukken ingekomen:

- op 22 augustus 2012 een brief van 21 augustus 2012 met bijlage;

- op 14 november 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlage.

De zaak is op 15 november 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de verzoekers, bijgestaan door hun advocaat en de heer Th.W.M. Heissen, maatschappelijk werker bij de Polikliniek voor Epilepsie.

De betrokkene is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan de betrokkene en de verzoekers tot bewindvoerders benoemd. Voorts is een mentorschap over de betrokkene ingesteld en zijn de verzoekers tot mentoren benoemd.

Bij beslissing van 27 juni 2012 is de bestreden beschikking verbeterd in die zin dat de opmerking, voor zover verkeerd in de beschikking opgenomen, wordt gewijzigd in “Per brief van 22 maart 2012 is gepleit voor een ondercuratelestelling.”

Het hof gaat uit van de door de kantonrechter vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. Onder meer staat vast dat de verzoekers de ouders zijn van de betrokkene.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de ondercuratelestelling van de betrokkene.

2. Verzoekers vragen het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw te beschikken dat de betrokkene onder curatele wordt gesteld onder benoeming van de verzoekers tot curatoren.

3. Ter onderbouwing van het hoger beroep stellen de verzoekers dat de noodzaak voor ondercuratelestelling wel degelijk aanwezig is. Zij verwijzen daarbij naar de brief van de behandelend neuroloog van de betrokkene. De betrokkene is 18 jaar, lijdt aan moeilijk instelbare epilepsie en er is sprake van mentale retardatie (dat wil zeggen dat hij geestelijk functioneert op een niveau van een persoon van ongeveer een half jaar). De verzoekers menen dat de betrokkene niet in staat is enig belang te behartigen, zodat al zijn belangen door anderen dienen te worden behartigd.

4. Het hof is van oordeel - op grond van de overgelegde stukken en de nadere informatie die ter terechtzitting is verstrekt - dat de betrokkene ten gevolge van een geestelijke stoornis, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of wordt bemoeilijkt zijn belangen - zowel vermogensrechtelijk als immaterieel - behoorlijk waar te nemen. Immers, bij de betrokkene is sprake van het syndroom Lennox-Gastaut, een moeilijk instelbare epilepsie. Er is sprake van een zeer ernstige verstandelijke beperking. De betrokkene, die niet kan spreken, is voor zijn verzorging geheel afhankelijk van zijn omgeving. Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat verdergaand ingrijpen bij de betrokkene nodig is dan de maatregelen mentorschap en bewind, te weten een ondercuratelestelling, welke maatregel immers tot gevolg heeft dat de handelingsbekwaamheid, die van rechtswege verbonden is aan de meerderjarigheid, aan de betrokkene wordt ontnomen op grond van zijn hiervoor geschetste toestand.

5. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat voldaan wordt aan de gronden zoals genoemd in artikel 1:378, eerste lid, sub a, BW, voor een ondercuratelestelling. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en het inleidend verzoek van de verzoekers alsnog toewijzen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

stelt [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats], onder curatele;

benoemt tot curatoren: [verzoeker 1] en [verzoeker 2];

bepaalt dat de verzoekers deze beslissing op de voet van artikel 390 Burgerlijk Wetboek binnen tien dagen nadat deze beslissing ten uitvoer kan worden gelegd, in de Staatscourant alsmede in de dagbladen de Telegraaf en het Algemeen Dagblad bekend zullen maken;

bepaalt dat de griffier op de voet van artikel 1:391 Burgerlijk Wetboek gevolg geeft aan het bepaalde in artikel 2 van het Besluit curateleregister (Besluit van 26 november 1969, Stb. 528);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Husson, Kamminga en Mertens-de Jong, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2012.