Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ1097

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
08-02-2013
Zaaknummer
200.072.985
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nalatenschap. Procedure tussen erflaatster/executeurs en (overige) kinderen. Vordering ter zake beheer over vermogen van erflaatster. Schenkingsovereenkomst kinderen. Vordering tot overdracht eigendom (onverdeelde helft). Artikel 3:300 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector civiel

Zaak – rolnummer : 200.072.985

Zaak - rolnummer Rechtbank : 304302 / HA ZA 08-475

arrest van 18 december 2012

inzake

zoon 1,

wonende te [woonplaats],

en

dochter,

wonende te [woonplaats],

beiden in hun hoedanigheden van executeurs- testamentair

in de nalatenschap van wijlen eiseres [de moeder],

appellanten,

advocaat: mr. A.J. van Steensel, te Den Haag,

tegen

zoon 3,

wonende te [woonplaats],

en

zoon 3,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. J.C. van der Doel te Zierikzee.

1. Het geding

Bij exploot van 7 mei 2010 zijn appellanten in hoger beroep gekomen van het vonnis van 10 februari 2010 van de rechtbank `s-Gravenhage tussen de partijen gewezen.

Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis heeft bepaald.

Bij memorie van grieven hebben appellanten 5 grieven geformuleerd.

Geïntimeerden hebben de grieven gemotiveerd weersproken.

Op 19 april 2011 is de zaak bepleit, namens appellanten door mr. van Steensel, advocaat te Den Haag, en namens geïntimeerden door mr. van den Doel, advocaat te Zierikzee.

De partijen hebben hun procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd.

2. Beoordeling van het hoger beroep

Algemeen

1. Voor zover tegen de feiten zoals door de rechtbank zijn vastgesteld in het bestreden vonnis van 10 februari 2010 geen grief is gericht gaat het hof van die feiten uit.

2. Door appellanten wordt gevorderd, dat het hof behage, te vernietigen het vonnis, op 10 februari 2010 door de rechtbank `s-Gravenhage uitgesproken tussen appellanten als eisers en geïntimeerden als gedaagden, waarbij de vorderingen van eisers in eerste aanleg zijn afgewezen, en voorts, opnieuw rechtdoende:

Primair

a. De vorderingen van appellanten in eerste aanleg alsnog toe te wijzen.

In eerste aanleg is door appellanten gevorderd:

a. Om gedaagden bij vonnis te veroordelen, hoofdelijk – des dat de één betalende

de ander zal zijn bevrijd – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en zonder

borgtocht, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen de

vorenomschreven hoofdsom van € 398.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente

primair: vanaf de datum van de laatste schenkingsovereenkomst, 12 augustus 2004,

subsidiair: vanaf de dag der dagvaarding, te vermeerderen met de buitengerechtelijke

incassokosten primair: krachtens artikel 6:96 BW € 2.975,- subsidiair: krachtens

aanbeveling II van het rapport voor-werk II € 2.842,-;

b. Te verklaren voor recht dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door

eiseres geleden schade als gevolg van het door gedaagden gevoerde beheer over het

vermogen van eiseres;

c. Om gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot het afleggen van een met bewijsstukken onderbouwde rekening en verantwoording over het door hen gevoerde beheer over het vermogen van eiseres, zulks op straffe van een verbeurde boete van € 500,- per dag voor iedere dag dat gedaagden na betekening van het in deze te wijzen vonnis in gebreke blijven aan de veroordeling te voldoen;

d. Om gedaagde sub 1 te veroordelen voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en zonder borgtocht, tot restitutie aan eiseres van de door hem ontvangen beheersvergoeding wegens wanbeleid c.q. onzorgvuldig beheer, nader op te maken bij staat, subsidiair tot restitutie aan eiseres van een door uw rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

e. Om gedaagde sub 2 te veroordelen voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en zonder borgtocht, tot restitutie aan eiseres van de door hem ontvangen beheersvergoeding wegens wanbeleid c.q. onzorgvuldig beheer over de periode 1 mei 2005 tot en met 30 november 2007 ad € 23.300,- zoals hiervoor uiteengezet subsidiair tot restitutie aan eiseres van een door uw rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

f. De tussen partijen gesloten schenkingsovereenkomsten nietig te verklaren

althans te vernietigen;

g. Gedaagden te verbieden in de toekomst handelingen te verrichten waardoor de

eiseres benadeeld wordt;

h. Alles te vermeerderen met kosten rechtens, waaronder begrepen de kosten van het

beslag.

Subsidiair

a. Geïntimeerden hoofdelijk te veroordelen tot restitutie van al hetgeen zij van hun moeder hebben ontvangen ten titel van huur en ten titel van beheersvergoeding en voorts alle andere bedragen welke zij in contanten en/of giraal van hun moeder, uit welke hoofde ook, hebben ontvangen, een en ander nader op te maken bij staat;

b. Geïntimeerde [zoon 3] te gebieden uitvoering te geven aan zijn verklaring d.d. 25 juli 2007, inhoudende dat hij zijn medewerking zal verlenen aan de uitvoering van de wens van zijn moeder om een gelijke verdeling te bereiken van haar vermogen tussen hem, zijn zus en broers en alle juridisch gevolgen daarvan accepteert, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat hij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 300.000,-;

c. Geïntimeerde [zoon 3] te veroordelen binnen vier weken na het ten deze te wijzen arrest, althans binnen een door uw Hof te bepalen termijn, voor een door uw Hof aan te wijzen notaris, of diens plaatsvervanger, te verschijnen en medewerking te verlenen aan het (eventueel) benodigde notarieel transport waarbij tweederde deel van het aan geïntimeerde [zoon 3] toebehorende deel (de onverdeelde helft) van de eigendom van de onroerende zaak staande en gelegen te `s-Gravenhage aan de van [adres] aan appellanten wordt overgedragen en tevens voor zover nodig medewerking te verlenen aan de inschrijving daarvan in de openbare registers, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag, voor iedere dag dat gedaagde hiertoe in gebreke blijft, een gedeelte van die dag daaronder verstaan;

d. Te bepalen dat, indien geïntimeerde [zoon 3] niet alsnog aan het onder c vermelde voldoet, reeds nu voor alsdan te bepalen dat op grond van artikel 3:300 BW het ten deze te wijzen arrest dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van geïntimeerde [zoon 3], althans te bepalen dat het ten deze te wijzen arrest in de plaats treedt van de akte van levering of een deel daarvan;

e. Met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van beide instanties.

De grieven

3. Gezien de onderlinge samenhang tussen de grieven bespreekt het hof deze gezamenlijk. Het hof begrijpt uit de eerste twee grieven van appellanten dat erflaatster in de laatste jaren van haar leven volgens appellanten niet zelfstandig kon handelen. Voorts begrijpt het hof uit de toelichting op de grieven dat de schenkingen door erflaatster aan geïntimeerden en het afsluiten van diverse overeenkomsten tussen erflaatster en geïntimeerden volgens appellanten tot stand zijn gekomen onder misbruik van omstandigheden. Voorts volgt uit de grieven dat appellanten van mening zijn dat de vergoedingen die geïntimeerden hebben verkregen van erflaatster voor de door hen verrichte diensten te hoog zijn.

4. Door appellanten is onder meer aangevoerd:

• Erflaatster bracht haar dagen door in bed;

• Erflaatster hoorde slecht;

• Degenen die erflaatster verzorgden hadden een grote invloed op haar;

• In gesprekken met buren en vrienden heeft erflaatster meermalen aangegeven dat zij bang was voor haar zoon [zoon 2];

• De bedoelde verklaringen werden haar ter ondertekening onder de neus gehouden;

• Van enige zelfstandigheid van erflaatster was geen sprake;

• De overeenkomsten ter zake de beheersvergoedingen zijn niet door erflaatster opgesteld;

• Dat erflaatster [zoon 2] in 2005 heeft ontslagen uit zijn verplichtingen kort voor haar ontslag uit verpleeghuis [naam] heeft te maken met het feit dat [zoon 2] wilde dat erflaatster permanent werd opgenomen;

• Erflaatster was door haar slechte gezondheid niet meer in staat een weloverwogen beslissing te nemen;

• De zorg die [zoon 2] op zich nam was uiterst miniem;

• Een vergoeding van netto € 4.000,- is zonder meer bovenmatig;

• De vergoeding moet voor een bedrag van € 3.500,- als een schenking worden gekwalificeerd;

• Erflaatster heeft [zoon 2] niet gedechargeerd voor zijn werkzaamheden;

• Het was de wens van erflaatster haar vermogen gelijk over de kinderen te verdelen;

• Bij de discussie over de verdeling van de woning, welke plaatsvond ten kantore van de notaris, is erflaatster op geen enkele wijze betrokken geweest;

• De huurovereenkomsten zijn niet op instigatie van de notaris tot stand gekomen;

• In de brief van de notaris van 14 mei 2004 heeft hij aan geïntimeerden geschreven dat enige huur moet worden betaald;

• Opmerkelijk voor de rol van de notaris in deze was voorts het feit dat hij heeft toegestaan dat de schenkingsrechten van de rekening van moeder via zijn derdengeldrekening zijn betaald.

5. Door geïntimeerden is verweer gevoerd. Door geïntimeerden is onder meer het navolgende naar voren gebracht:

• Erflaatster heeft na haar echtscheiding in 1956 altijd een zelfstandig leven geleid;

• De rapportage vanuit de medische hoek laat een duidelijk beeld zien van een strijdvaardig persoon;

• Erflaatster was een zelfstandig persoon;

• Tot aan het overlijden van erflaatster mankeerde er niets aan erflaatster;

• Erflaatster was niet onder bewind of curatele gesteld;

• Erflaatster heeft niet het beheer van haar vermogen uit handen gegeven;

• De vergoeding die geïntimeerden kregen voor de verzorging van erflaatster was niet bovenmatig;

• Aan [zoon 2] is decharge verleend;

• Uit niets blijkt dat erflaatster de bedragen die zij aan geïntimeerden uitbetaalde, niet zou hebben willen uitbetalen;

• Geïntimeerden betwisten dat het de wens van erflaatster was dat haar vermogen gelijk over haar kinderen zou worden verdeeld;

• Uiteraard is erflaatster door de notaris betrokken bij – beide – schenkingen;

• Samen met de notaris is gekozen voor een huurconstructie;

• Het door erflaatster en geïntimeerden overeengekomen huurbedrag is een reële huurvergoeding;

• Er zijn twee notarissen geweest die elk de plicht hebben om na te gaan of de schenking gewenst is.

6. Het hof overweegt als volgt. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat de geestestoestand van erflaatster op het moment van de schenking aan geïntimeerden en het sluiten van de overeenkomsten met geïntimeerden niet goed was.

7. Het feit dat erflaatster een zeer hoge leeftijd had en niet meer mobiel was zegt op zichzelf nog niets over haar wilsbekwaamheid. Het vermogen van erflaatster was niet onder bewind gesteld noch was zij onder curatele gesteld. Erflaatster had volledig de vrije beschikking over haar vermogen en wel tot aan haar overlijden.

8. Onbestreden is dat erflaatster bij de schenking van het aan haar in eigendom toebehorende onroerend goed te Den Haag is begeleid door een notaris. Het is niet gebleken dat de notaris erflaatster niet zou hebben voorgelicht over de rechtsgevolgen daarvan, zodat hof er van uit gaat dat de notaris erflaatster heeft voorgelicht over de gevolgen van de schenking.

9. Uit de stellingen van partijen volgt dat de notaris heeft geadviseerd met betrekking tot de huurconstructie van het pand te Den Haag waarin erflaatster woonde. Gezien de waarde van het pand acht het hof een huurprijs van € 1.500,- niet bovenmatig.

10. Op 1 juli 2004 heeft erflaatster met geïntimeerden een overeenkomst gesloten op basis waarvan zij van erflaatster een vergoeding kregen voor te verrichten diensten. In de brief van 1 juli 2004 stond de hoogte van de vergoeding expliciet vermeld die geïntimeerden verkregen voor hun werkzaamheden. Erflaatster heeft zelf ingestemd met de hoogte van het bedrag. Op 1 mei 2005 heeft erflaatster de overeenkomst met geïntimeerden beëindigd. In de brief staat dat het contract loopt tot eind juni 2005. In de brief van 1 mei 2005 heeft erflaatster niet gesteld dat geïntimeerden te kort waren geschoten in de uitvoering van de overeenkomst van 1 juli 2004 noch heeft erflaatster aan geïntimeerden verzocht om rekening en verantwoording af te leggen met betrekking tot het beheer over de financiën van erflaatster.

11. In een brief van erflaatster van 30 november 2007 aan geïntimeerde sub 2 heeft zij eveneens geen rekening en verantwoording gevraagd met betrekking tot de door hem verrichte werkzaamheden. Eerst in haar inleidende dagvaarding stelt zij dat zij vermoedt dat het beheer door geïntimeerden onzorgvuldig althans in strijd met de wet is geschied. Erflaatster geeft niet aan waaruit het onzorgvuldige beheer bestaat.

12. Door appellanten is niet bestreden dat erflaatster in de periode van 1987 tot medio februari 2008 negen maal haar testament heeft gewijzigd. Het beeld dat het hof van erflaatster uit de gewisselde stukken heeft gekregen is, dat zij duidelijk een eigen wil had en datgene deed wat haar op het betreffende moment uit kwam.

13. Op basis van hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen is het hof van oordeel dat de schenkingen aan geïntimeerden, de overeengekomen vergoedingen voor hun diensten ten behoeve van erflaatster en de huurovereenkomst, niet tot stand zijn gekomen door misbruik van omstandigheden. Ook heeft het hof niet kunnen vaststellen dat geïntimeerden toerekenbaar te kort zijn geschoten in de diensten die zij voor erflaatster in het verleden hebben verricht. Met betrekking tot de hoogte van de vergoeding voor de diensten stond het ter vrije beschikking van erflaatster om die zelf te bepalen mede bezien het feit dat zij haar wil zelf kon bepalen. Dat erflaatster wist wat zij deed volgt ook uit het feit dat zij op 23 januari 2008 een procedure tegen geïntimeerden is begonnen. De advocaat van erflaatster twijfelde zelfs in 2008 niet aan de geestesvermogens van erflaatster.

Bekrachtiging

14. Het bovenstaande brengt mee dat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

Proceskosten

15. Gezien het feit dat er sprake is van een familieverhouding acht het hof het redelijk en billijk dat de proceskosten van dit hoger beroep worden gecompenseerd en wel in die zin dat ieder der partijen zijn eigen proceskosten draagt.

3. Beslissing

Het Hof:

bekrachtigt het vonnis van 10 februari 2010 door de rechtbank te `s-Gravenhage tussen de partijen gewezen;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin dat ieder der partijen zijn eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door mrs. Labohm, Van Dijk en Stollenwerck en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2012 in aanwezigheid van de griffier.