Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY9674

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
28-01-2013
Zaaknummer
22-000694-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde, wederrechtelijke toeeigening, heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000694-12

Parketnummer: 11-860149-11

Datum uitspraak: 21 december 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 2 februari 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1990,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 december 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 primair zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, met aftrek van voorarrest.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 4 en 5 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 weken, met aftrek van voorarrest. Voorts zijn er beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 februari 2011 te Oud-Beijerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bestelbus en/of een (motor)voertuig (merk/type Ford Transit voorzien van kenteken [kentekennummer 1]) weg te nemen een navigatiesysteem (merk Tom Tom) en/of een fotocamera en/of andere goederen naar zijn/hun gading,

geheel of ten dele toebehorende aan Korporaal Installatietechniek te Oud-Beijerland en/of [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en zich daarbij de toegang tot dat voertuig te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, door

- de ruit van de (rechter)voorportier (krachtig) in te slaan en/of te breken en/of (vervolgens)

- door de aldus ontstane opening naar binnen te klimmen en/of te hangen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op/in de periode van 19 tot en met 21 februari 2011 te Oud-Beijerland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bestelbus en/of een (motor)voertuig (merk/type Mercedes-Benz Vito voorzien van het kenteken [kentekennummer 2]) heeft weggenomen een navigatiesysteem (merk/type TomTom XL) en/of toebehoren van bovengenoemd navigatiesysteem (steun en/of lader) en/of een geldkist en/of sleutels en/of diverse voedingsmiddelen (koffie en/of koffie creamer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

SUBSIDIAIR, voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op/in de periode van 19 tot en met 21 februari 2011 te Oud-Beijerland en/of 's Gravendeel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (aantal goed(eren), te weten - een navigatiesysteem (merk/type TomTom XL) en/of

- toebehoren van bovengenoemd navigatiesysteem (steun en/of lader) en/of

- een geldkist en/of sleutels en/of

- diverse voedingsmiddelen (koffie en/of koffiecreamer) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 20 februari 2011 te Oud-Beijerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bestelbus en/of een (motor)voertuig (merk/type Opel Vivaro voorzien van het kenteken [kentekennummer 3]) heeft weggenomen een navigatiesysteem (merk/type Garmin Nuvi met als serienummer 14G750868) en/of toebehoren van bovengenoemd navigatiesysteem (steun en/of lader), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 februari 2011 te Oud-Beijerland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (aantal) goed(eren), te weten

- een navigatiesysteem (merk/type Garmin Nuvi met serienummer 14G750868) en/of

- toebehoren van bovengenoemd navigatiesysteem (steun en/of lader) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Consultatierecht

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep - onder verwijzing naar de Salduz-jurisprudentie - betoogd dat de verdachte ten onrechte geen advocaat heeft kunnen consulteren alvorens hij door de politie werd gehoord, hetgeen tot bewijsuitsluiting van de belastende verklaringen dient te leiden. Eén en ander overeenkomstig de overgelegde pleitnota.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof vast dat de verdachte - voorafgaande aan het verhoor op 21 februari 2011 (nr. PL1820 2011015947-22, p. 194 e.v.) - niet in de gelegenheid is gesteld een advocaat te raadplegen, terwijl de verdachte had aangegeven van zijn consultatierecht gebruik te willen maken. Evenmin blijkt ondubbelzinnig dat de verdachte op dit recht is gewezen dan wel dat hij daar afstand van zou hebben gedaan. Tijdens de verhoren die na 21 februari 2011 plaatsvonden is de verdachte wel in de gelegenheid gesteld een advocaat te raadplegen. Het hof overweegt met betrekking tot het verhoor op 21 februari 2011 dat in strijd is gehandeld met de eisen die voortvloeien uit de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Salduz en de daarop gebaseerde jurisprudentie van de Hoge Raad, hetgeen tot gevolg heeft dat de tijdens dat verhoor afgelegde verklaring van de verdachte niet voor het bewijs kan worden gebezigd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - behoort te worden vrijgesproken.

Het hof is voorts van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte, die ontkent, zich heeft schuldig gemaakt aan de hem onder 2 subsidiair en 3 subsidiair verweten gedragingen. Dat de verdachte heeft kunnen beschikken over de goederen als opgenomen in die verweten gedragingen kan op basis van de voorhanden bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend worden bewezen, zodat de verdachte daar ook van behoort te worden vrijgesproken.

Beslag

Ten aanzien van de onder verdachte inbeslaggenomen en nog niet teruggeven ID-kaart t.n.v. [naam] (95210), zal het hof - gelet op het bepaalde in artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering - de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 4]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 4] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van

€ 179,20.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat die vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een ID-kaart t.n.v. [naam] (kenmerk 95210).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 4] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,

mr. A.M.P. Gaakeer en mr. W.J. van Boven, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 december 2012.