Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY7162

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
22-001146-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van

[benadeelde partij 2] en [benadeelde partij] met de bedoeling hun geld afhandig te maken. Daarbij hebben zij fors geweld gebruikt. Beide slachtoffers hebben niet alleen de nodige klappen en stompen moeten incasseren, maar er is ook een stroomstootwapen gebruikt. Het slachtoffer [benadeelde partij 2] heeft als gevolg van het op hem toegepaste geweld een gebroken neus opgelopen.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

rolnummer 22-001146-12

parketnummers 09-757195-11 en 09-665149-11

datum uitspraak 14 december 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 februari 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sovjetunie) op

[geboortejaar] 1968,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Veenhuizen, gevangenis 'Esserheem' te Veenhuizen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 februari 2012 in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 30 november 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden bevestigd.

Tenlastelegging

In eerste aanleg zijn de zaken onder parketnummer

09-757195-11 en parketnummer 09-665149-11 gevoegd behandeld. Het hof zal - omwille van de leesbaarheid van het arrest - gebruik maken van een doorlopende nummering van de gevoegd behandelde zaken.

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1. (parketnummer 09-757195-11)

hij op of omstreeks 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet (terwijl die [benadeelde partij] in een bestelbus zat)

- die [benadeelde partij] van achteren (in een wurggreep) vastgepakt en/of

- (meermalen) een in werking zijnd stroomstootwapen in de nek en/of op het lichaam van die [benadeelde partij] gezet en/of

- die [benadeelde partij] van de bestuurdersplek in de bestelbus getrokken en/of gesleurd en/of

- een jas over het hoofd van die [benadeelde partij] getrokken en/of

- die [benadeelde partij] op de achterbank van die bestelbus geduwd en/of

- die [benadeelde partij] (meermalen) op het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of gestompt en/of

- die [benadeelde partij] daarbij (dreigend) de woorden toegevoegd: "Waar is geld? Waar is geld?" en/of "Geef geld, anders krijgen jullie een negen millimeter tegen jullie hoofd anders spuiten we jullie helemaal vol met cocaine en hakken we jullie benen af en gooien we ze in de gracht" althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- de handen van die [benadeelde partij] vastgebonden met tape en/of (vervolgens)

- met die bestelbus is/zijn weggereden terwijl die [benadeelde partij] achterin die bestelbus zat en/of aldus voor die [benadeelde partij] een bedreigende situatie hebben doen ontstaan waaraan die [benadeelde partij] zich niet kon onttrekken;

en/of

hij op of omstreeks 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon (te weten

[benadeelde partij]) (meermalen) een in werking zijnd stroomstootwapen in de nek en/of op het lichaam van die [benadeelde partij] heeft gezet en/of (meermalen) op het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt, waardoor voornoemde [benadeelde partij] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. (parketnummer 09-757195-11)

hij op of omstreeks 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk H. [benadeelde partij] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet (terwijl die [benadeelde partij] in een bestelbus zat)

- die [benadeelde partij] bij de nek vastgepakt en/of

- de [benadeelde partij] de keel heeft dichtgeknepen en/of

- die [benadeelde partij] naar de achterbank van de bestelbus getrokken en/of

- die [benadeelde partij] in het gezicht en/of op het lichaam geslagen en/of gestompt en/of

- het hoofd van die Melukt naar beneden geduwd en/of

- die [benadeelde partij] dreigend de woorden toegevoegd: "Geld, geld, geef geld" en/of "meer geld, meer geld!" en/of "Geef ge;d anders maken we je zoon dood!" en/of "Waar is geld? Waar is geld?" en/of "Geef geld, anders krijgen jullie een negen millimeter tegen jullie hoofd anders spuiten we jullie helemaal vol met cocaine en hakken we jullie benen af en gooien we ze in de gracht" althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- bovenop die [benadeelde partij] is gaan liggen; tengevolge waarvan genoemde [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten een gebroken kaak en/of een gebroken neus en/of oogletsel;

en/of

hij op of omstreeks 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon (te weten H. [benadeelde partij]) (meermalen) op het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt, waardoor voornoemde [benadeelde partij] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3. (parketnummer 09-757195-11)

hij op of omstreeks 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft/hebben gehad;

4. (parketnummer 09-757195-11)

hij op of omstreeks 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijk teoeigening heeft weggenomen een groot geld bedrag (ten minste ongeveer 30.000 euro) en/of een kasboek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

H. [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mederdader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolenen te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- vastpakken van die [benadeelde partij] van achteren (in een wurggreep) vastgepakt en/of

- trekken van die [benadeelde partij] van de bestuurdersplek in de bestelbus en/of

- slaan en/of stompen van die [benadeelde partij] (meermalen) op het hoofd en/of het lichaam en/of

- (meermalen) zetten van een in werking zijnde stroomstootwapen in de nek en/of lichaam van die [benadeelde partij] en/of

- dichtknijpen van de keel van die [benadeelde partij 2] en/of

- slaan en/of stompen in het gezicht en/of op het lichaam van die [benadeelde partij 2] en/of

- het daarbij (dreigend) toevoegen van de woorden aan die [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij 2]: "Waar is geld? Waar is geld?" en/of "Geef geld, anders krijgen jullie een negen millimeter tegen jullie hoofd anders spuiten we jullie helemaal vol met cocaine en hakken we jullie benen af en gooien we ze in de gracht" en/of "meer geld, meer geld!" en/of "Geef geld anders maken we je zoon dood!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 december 2010 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen die [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij 2]

- hebben vastgepakt en/of

- (dreigend) de woorden hebben toegevoegd "Waar is geld? Waar is geld? en/of "Geef geld, anders krijgen jullie een negen millimeter tegen jullie hoofd anders spuiten we jullie helemaal vol met cocaine en hakken we jullie benen af en gooien we ze in de gracht" en/of "meer geld, meer geld!" en/of "Geef geld anders maken we je zoon dood!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- vastpakken van die [benadeelde partij] van achteren (in een wurggreep) vastgepakt en/of

- trekken van die [benadeelde partij] van de bestuurdersplek in de bestelbus en/of

- slaan en/of stompen van die [benadeelde partij] (meermalen) op het hoofd en/of het lichaam en/of

- (meermalen) zetten van een in werking zijnd stroomstootwapen in de nek en/of op het lichaam van die [benadeelde partij] en/of

- dichtknijpen van de keel van die [benadeelde partij 2] en/of

- slaan en/of stompen in het gezicht en/of op het lichaam van die [benadeelde partij 2] en/of

- (dreigend) toevoegen van voornoemde woorden;

5. (parketnummer 09-665149-11)

hij in of omstreeks de periode van 05 december 2007 tot en met 05 december 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederlands, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals of vervalst Pools rijbewijs - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers bevatte dit vals of vervalst Pools rijbewijs, onder meer, de volgende afwijkende kenmerken ten opzichte van een echt en onvervalst Pools rijbewijs:

- afwijkende gebruikte druk-/reproductietechnieken en/of - het ontbreken van een origineel watermerk in het papier en/of

- afwijkend laminaat en/of

- het weergegeven documentnummer stemt niet overeen met de streepjescode.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 en 4 primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden, met aftrek van voorarrest. Omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij] is beslist als nader in het vonnis omschreven. Voorts is aan de verdachte twee keer de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte kan blijkens het bepaalde in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet zijn gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissing ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 4 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan - overeenkomstig de strekking van de vordering van de advocaat-generaal en in overeenstemming met het standpunt van de verdediging - behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. (parketnummer 09-757195-11)

hij op 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [benadeelde partij] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben verdachte en zijn mededaders met dat opzet terwijl die [benadeelde partij] in een bestelbus zat

- die [benadeelde partij] van achteren (in een wurggreep) vastgepakt en

- meermalen een in werking zijnd stroomstootwapen in de nek en/of op het lichaam van die [benadeelde partij] gezet en

- die [benadeelde partij] van de bestuurdersplek in de bestelbus gesleurd en

- een jas over het hoofd van die [benadeelde partij] getrokken en

- die [benadeelde partij] op de achterbank van die bestelbus geduwd en

- de handen van die [benadeelde partij] vastgebonden met tape en zijn de mededaders met die bestelbus weggereden terwijl die [benadeelde partij] achterin die bestelbus zat en hebben de verdachte en zijn mededaders aldus voor die [benadeelde partij] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [benadeelde partij] zich niet kon onttrekken;

en

hij op 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een persoon te weten

[benadeelde partij] (meermalen) een in werking zijnd stroomstootwapen in de nek en/of op het lichaam van die [benadeelde partij] heeft gezet en meermalen op het hoofd en het lichaam heeft geslagen, waardoor voornoemde [benadeelde partij] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. (parketnummer 09-757195-11)

hij op 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [benadeelde partij 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben verdachte en zijn mededaders met dat opzet terwijl die [benadeelde partij] in een bestelbus zat

- die [benadeelde partij] bij de nek vastgepakt en

- de [benadeelde partij] de keel heeft dichtgeknepen en

- die [benadeelde partij] naar de achterbank van de bestelbus getrokken en

- die [benadeelde partij] in het gezicht en op het lichaam geslagen en gestompt

- tengevolge waarvan genoemde [benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten een een gebroken neus;

en

hij op 05 december 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een persoon te weten

[benadeelde partij 2] meermalen op het hoofd en het lichaam heeft geslagen, waardoor voornoemde [benadeelde partij] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

4 subsidiair. (parketnummer 09-757195-11)

hij op 05 december 2010 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, toebehorende aan H. [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, met een of meer van zijn mededaders, die [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij 2]

- heeft vastgepakt en/of

- dreigend de woorden heeft toegevoegd "Waar is geld? Waar is geld? en/of "Geef geld, anders krijgen jullie een negen millimeter tegen jullie hoofd anders spuiten we jullie helemaal vol met cocaine en hakken we jullie benen af en gooien we ze in de gracht" althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

- van achteren in een wurggreep vastpakken van die [benadeelde partij] - trekken van die [benadeelde partij] van de bestuurdersplek in de bestelbus en

- slaan van die [benadeelde partij] (meermalen) op het hoofd en/of het lichaam en/of

- meermalen zetten van een in werking zijnd stroomstootwapen in de nek en op het lichaam van die [benadeelde partij] en

- dichtknijpen van de keel van die [benadeelde partij 2] en

- slaan in het gezicht en op het lichaam van die [benadeelde partij 2] en

- dreigend toevoegen van voornoemde woorden;

5. (parketnummer 09-665149-11)

hij in de periode van 05 december 2007 tot en met 05 december 2010 in Nederland, opzettelijk heeft voorhanden gehad een vals Pools rijbewijs - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers bevatte dit vals Pools rijbewijs, onder meer, de volgende afwijkende kenmerken ten opzichte van een echt en onvervalst Pools rijbewijs:

- afwijkende gebruikte druk-/reproductietechnieken en - het ontbreken van een origineel watermerk in het papier en

- afwijkend laminaat en

- het weergegeven documentnummer stemt niet overeen met de streepjescode.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman betoogd dat de verdachte van de onder 1 en 2 ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving en de onder 4 ten laste gelegde (poging tot) diefstal met geweld dient te worden vrijgesproken. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft de raadsman aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat ten aanzien van de verdachte in het dossier onvoldoende aanknopingspunten voorhanden zijn op grond waarvan de verdachte als medepleger als bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken, alsmede het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, stelt het hof het volgende vast.

Op 1 of 2 december 2010 bevond de verdachte zich in zijn woning aan de Heemstraat 234 te 's-Gravenhage in het gezelschap van de medeverdachten [medeverdachte 1],

[medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en nog een aantal anderen. Eén van de aanwezigen vertelde dat

[benadeelde partij 2] (hierna: [benadeelde partij 2]) in Nederland was of in ieder geval naar Nederland zou komen. [benadeelde partij 2] was de verdachte en anderen nog geld schuldig. De aanwezigen besloten om [benadeelde partij 2] een lesje te leren en het geld terug te halen. Het plan was om een paar kilometer met [benadeelde partij 2] te gaan rijden en hem dan los te laten.

Op 3 december 2010 werd [benadeelde partij 2] door een voor hem onbekende man gebeld met het verzoek om twee personen naar de Oekraïne te vervoeren. De dag daarna werd hij opnieuw door diezelfde man gebeld. Op 5 december 2010 werd er nog een aantal keren naar [benadeelde partij 2] gebeld. De beller was telkens dezelfde man. Volgens de beller was het erg belangrijk dat hij en een andere man mee konden rijden naar de Oekraïne. Afgesproken werd dat [benadeelde partij 2] de twee mannen in de Spionkopstraat te 's-Gravenhage zou ophalen. Degene die [benadeelde partij 2] had gebeld, was [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] of [medeverdachte 1].

Op 5 december 2010 hoorde de verdachte van [medeverdachte 3] dat zij [benadeelde partij 2] die avond in de Spionkopstraat zouden ontmoeten. Vanuit zijn woning ging de verdachte samen met [medeverdachte 2] naar de afgesproken ontmoetingsplek. De verdachte had een soort knuppel, te weten een met tape omwikkelde tafelpoot, bij zich. Ter hoogte van een Esso tankstation kwamen zij [medeverdachte 1] tegen die een stroomstootwapen bij zich had.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] liepen in de richting van de Spionkopstraat, terwijl de verdachte nog sigaretten ging kopen.

Ondertussen waren [benadeelde partij 2] [benadeelde partij] en diens zoon

[benadeelde partij] (hierna: [benadeelde partij]) in de Spionkopstraat gearriveerd. [benadeelde partij 2] nam telefonisch contact met de voor hem onbekende man op om hem te laten weten dat zij waren gearriveerd. Nadat hij het telefoongesprek had beëindigd, zag [benadeelde partij 2] twee mannen op hem af komen lopen. De mannen vroegen hem nog even te wachten.

[benadeelde partij 2] was vervolgens weer in de bus gestapt; hij zat op de bijrijdersstoel. [benadeelde partij] zat achter het stuur. De mannen, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], stapten in de bus. Eén van hen ging achter [benadeelde partij] zitten, de ander nam plaats achter [benadeelde partij 2].

Nog voordat [benadeelde partij] de motor kon starten om te gaan rijden, werd hij van achteren in een wurggreep beetgepakt. Direct daarop voelde hij een elektrische schok in zijn nek. Hij voelde een trilling door zijn lichaam heengaan. [benadeelde partij] raakte zijn stem kwijt. Vanuit zijn nek voelde hij een hevige pijn in zijn lichaam. Hij kon op dat moment niets meer doen. [benadeelde partij] zag dat zijn vader ook van achteren werd beetgepakt. Tegelijkertijd zag hij dat het portier van de bus aan beide kanten vanuit de buitenkant werd geopend. Buiten stonden de verdachte en [medeverdachte 2]. [benadeelde partij] werd uit de bus naar buiten gesleurd. Meteen daarop kreeg hij een jas over zijn hoofd. Vervolgens werd hij weer in de bus geduwd. Dit keer op de tweede rij stoelen in de bus. Met de jas nog over zijn hoofd werd [benadeelde partij] door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de bus tegen zijn hoofd en lichaam geslagen. Ook werd hij met het stroomstootwapen bewerkt. Zij vroegen hem "Waar is geld, waar is geld".

[benadeelde partij 2] probeerde zich los te rukken en terug te vechten. Hij probeerde tevergeefs uit de bus te komen. Dat lukte niet, omdat de verdachte buiten de bus stond. Nadat de verdachte [benadeelde partij 2] een aantal keren met de knuppel tegen diens knieholte had geslagen, duwde hij [benadeelde partij 2] terug in de bus en trok het portier dicht. Verdachte stond toen buiten de bus. [benadeelde partij 2] probeerde om hulp te roepen, maar omdat zijn keel werd dichtgeknepen, kwam er nauwelijks geluid uit. [benadeelde partij 2] werd naar achteren getrokken. Vervolgens werd hij geslagen. Ook hielden de mannen hem in een wurggreep.

Ondertussen werd er tegen [benadeelde partij] en [benadeelde partij 2] geschreeuwd. Zij moesten geld geven, want anders zouden zij een negen millimeter tegen hun hoofd krijgen. Er werd ook geroepen dat [benadeelde partij] en [benadeelde partij 2] zouden worden volgespoten met cocaïne. Er werd gedreigd dat hun benen zouden worden afgehakt en dat zij dan in de gracht zouden worden gegooid.

Inmiddels was [medeverdachte 2] achter het stuur van de bus gestapt. Na een aantal mislukte pogingen lukte het hem de motor te starten en weg te rijden. Onderweg bedreigde hij [benadeelde partij] en [benadeelde partij 2] met de dood. [medeverdachte 1] bond de handen van [benadeelde partij] met tape aan elkaar. De mishandeling van [benadeelde partij 2] ging onverminderd door; hij werd in het gezicht en op het lichaam geslagen en/of gestompt. Er werd voortdurend om geld gevraagd.

Omstreeks 20.15 uur dwong de politie het busje tot stilstand. De politie trof [medeverdachte 2] op de bestuurdersstoel aan; [medeverdachte 1] zat op de bijrijdersstoel. Achterin zaten [benadeelde partij 2], [benadeelde partij] en [medeverdachte 3]. [benadeelde partij] zat gebukt met zijn hoofd tussen zijn benen. [benadeelde partij 2] lag op de achterbank. Hij had ernstige verwondingen in zijn gezicht en op zijn hoofd.

Op grond van de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden stelt het hof ten aanzien van de verdachte vast dat in zijn woning het plan is opgevat om het geld terug te halen dat [benadeelde partij 2] [benadeelde partij] de verdachte en andere medeverdachten verschuldigd zou zijn. Het was de bedoeling [benadeelde partij 2] een lesje te leren door een aantal kilometers met hem rond te rijden en hem dan los te laten. Op de bewuste dag heeft de medeverdachte [medeverdachte 3] de verdachte verteld dat zij [benadeelde partij 2] zouden gaan ontmoeten in de Spionkopstraat te 's-Gravenhage. Gewapend met een knuppel is de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] naar de afgesproken ontmoetingsplek gelopen. Onderweg zijn zij de medeverdachte [medeverdachte 1] tegengekomen. Laatstgenoemde droeg een stroomstootwapen bij zich. Ter plaatse heeft de verdachte [benadeelde partij 2] belet om de bus uit te stappen door hem met een knuppel tegen diens knieholtes te slaan, hem vervolgens de bus weer in te duwen en het portier te sluiten.

Naar het oordeel van het hof bieden de ten aanzien van de verdachte vastgestelde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, voldoende grondslag om de verdachte als medepleger in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht aan te merken. Immers, de verdachte wist van het plan [benadeelde partij 2] een lesje te leren. Hij ging met de personen die daartoe het plan hadden opgevat mee, terwijl hij evenals andere leden van dat groepje een wapen, respectievelijk een als wapen te hanteren voorwerp bij zich had. Verdachte stond bij het busje toen de beide [benadeelde partij]s gewelddadig in dat busje werden aangepakt. Op dat moment werden beide mannen van hun vrijheid beroofd. De verdachte heeft verklaard dat hij heeft gezien dat er werd gevochten. Toen [benadeelde partij 2] naar buiten werd gewerkt, sloeg hij [benadeelde partij 2] met zijn als knuppel gebruikte tafelpoot weer naar binnen. Ook verdachte heeft derhalve een actieve bijdrage geleverd aan de op dat moment plaats vindende wederrechtelijke vrijheidsberoving. Uit de beschreven handelingen en uit het eerder opgevatte plan moet worden afgeleid dat verdachte bewust en nauw met zijn mededaders heeft samengewerkt en hij op zijn minst in voorwaardelijke zin opzet heeft gehad (ook) op de verdere gewelddadige handelingen die zich daarna in het busje hebben voorgedaan.

Nu naar het oordeel van hof de verdachte als medepleger dient te worden aangemerkt, kunnen alle bewezen verklaarde handelingen hem in strafrechtelijke zin worden toegerekend.

Het verweer van de raadsman dient dan ook te worden verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1:

De eendaadse samenloop van:

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

en

medeplegen van mishandeling;

2:

De eendaadse samenloop van:

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

en

medeplegen van mishandeling;

4:

Poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

5:

Opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van

[benadeelde partij 2] en [benadeelde partij] met de bedoeling hun geld afhandig te maken. Daarbij hebben zij fors geweld gebruikt. Beide slachtoffers hebben niet alleen de nodige klappen en stompen moeten incasseren, maar er is ook een stroomstootwapen gebruikt. Het slachtoffer [benadeelde partij 2] heeft als gevolg van het op hem toegepaste geweld een gebroken neus opgelopen. Door zijn handelwijze heeft de verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op de bewegingsvrijheid van de slachtoffers, maar tevens op hun lichamelijke integriteit. Bovendien worden feiten als de onderhavige door slachtoffers als zeer bedreigend en beangstigend ervaren.

Voorts heeft de verdachte een vals Pools rijbewijs voorhanden gehad. Daarmee heeft de verdachte het vertrouwen in identiteitspapieren, dat moet kunnen worden gesteld, ernstig geschaad.

In het voordeel van de verdachte houdt het hof rekening met de omstandigheid dat de verdachte een relatief beperkte rol in de jegens de slachtoffers gepleegde geweldshandelingen heeft gespeeld.

Daarnaast houdt het hof bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf in het voordeel van de verdachte rekening met de omstandigheid dat de verdachte in verband met zijn status als illegaal anders dan de medeverdachten niet in aanmerking komt voor een vervroegde (voorwaardelijke) invrijheidsstelling.

Hoewel de ernst van de bewezen verklaarde feiten een gevangenisstraf als door de rechtbank opgelegd rechtvaardigt, ziet het hof in hetgeen hiervoor is overwogen aanleiding hem een gevangenisstraf van kortere duur op te leggen.

Het hof zal een groot deel van die straf voorwaardelijk opleggen, teneinde de verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten.

In dat verband overweegt het hof dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep weliswaar heeft verklaard na het uitzitten van zijn straf Nederland te zullen verlaten, doch gezien de omstandigheid dat de zoon van de verdachte in Nederland woont, sluit het hof niet uit dat de verdachte op enig moment naar Nederland zal willen terugkeren.

Vorderingen tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces hebben [benadeelde partij] en [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partijen gevoegd en vorderingen ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 respectievelijk 2 ten laste gelegde tot een bedrag van € 1.500,00 respectievelijk € 2.500,00.

Voorts hebben de benadeelde partijen ieder een bedrag van € 892,50 als vergoeding voor de door hen gemaakte kosten van rechtsbijstand gevorderd.

In eerste aanleg zijn de gevorderde bedragen toegewezen.

In hoger beroep zijn de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij] en [benadeelde partij 2] van rechtswege aan de orde tot de in eerste aanleg toegewezen bedragen.

Nu de advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, leidt het hof daaruit af dat hij zich op het standpunt stelt dat ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen overeenkomstig het vonnis dient te worden beslist.

De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door of namens de verdachte in hoger beroep niet betwist.

Naar het oordeel van het hof is aannemelijk geworden dat de benadeelde partijen immateriële schade hebben geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde.

De vorderingen tot vergoeding van immateriële schade lenen zich dan ook - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 1.500,00 aan [benadeelde partij] en een bedrag van € 2.500,00 aan [benadeelde partij 2]. Het hof zal bepalen dat verdachte en de mede-verdachten genoemde bedragen hoofdelijk verschuldigd zijn, derhalve dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd.

Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoedingen zullen worden toegekend met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichtingen bevrijd.

De toewijzing van de vorderingen brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met hun vorderingen hebben gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op 892,50 per benadeelde partij, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers

Nu vaststaat dat de verdachte tot de hiervoor genoemde bedragen aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 respectievelijk 2 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht, zal het hof aan de verdachte telkens de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag ten behoeve van het slachtoffer op de wijze zoals hierna vermeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 55, 57, 225, 282, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 4 subsidiair en 5 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vorderingen tot schadevergoeding van na te melden benadeelde partijen tot na te melden bedragen en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

- [benadeelde partij] een bedrag van € 1.500,- (éénduizend vijfhonderd euro);

- [benadeelde partij 2] een bedrag van € 2.500,- (tweeduizend vijfhonderd euro)

en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor de gehele bedragen aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om die bedragen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partijen.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partijen in verband met hun vorderingen hebben gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak vooralsnog zijn begroot op € 892,50 per benadeelde partij - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moeten maken.

Legt aan de verdachte voorts de verplichtingen op tot betaling aan de Staat van

- een bedrag van € 1.500,00 (éénduizend vijfhonderd euro) ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], voor welk bedrag in het geval volledige betaling noch volledig verhaal volgt vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen,

-een bedrag van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro), ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2], voor welk bedrag in het geval volledige betaling noch volledig verhaal volgt vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 35 (vijfendertig) dagen,

telkens met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis die betalingsverplichtingen niet opheft.

Bepaalt dat de verplichtingen tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers voor de verdachte komen te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichtingen tot betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komen te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee zijn verplichtingen tot betaling aan de Staat in zoverre komen te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormelde bedragen hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partijen of aan de Staat.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz,

mr. W.J. van Boven en mr. T.J.P. van Os van den Abeelen, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 december 2012.