Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6976

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
22-001287-11
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:2845, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor moord in vereniging en diefstal met geweld, welk geweld de dood ten gevolge heeft gehad.

De verdachte en zijn medeverdachten zijn in de nacht van 23 op 24 december 2009 de woning van het slachtoffer binnengedrongen, alwaar zij op verzoek van een andere medeverdachte het slachtoffer, de ex-partner en de vader van de kinderen van die medeverdachte, “een lesje hebben geleerd”. Zij hebben het slachtoffer onder schot gehouden, aan polsen en enkels geboeid, een hemd over zijn ogen gedaan en gekneveld door een pannenlap in zijn mond te duwen en deze te fixeren met een stropdas. Hierna zijn de medeverdachten in de woning van het slachtoffer op zoek gegaan naar een aanzienlijk geldbedrag dat het slachtoffer in zijn woning zou bewaren. De bij het slachtoffer geconstateerde letsels getuigen ervan dat op hem zeer ernstig en hevig geweld is toegepast, aan welk geweld hij uiteindelijk is komen te overlijden. Het hof gaat ervan uit dat het slachtoffer doodsangsten heeft uitgestaan, alvorens hij op een gruwelijke wijze door verstikking is komen te overlijden.

Naar het oordeel van het hof is gelet op de ernst van de feiten – alsook gelet op het belang van de speciale en generale preventie en daarnaast ook met het oog op de andere strafdoeleinden van genoegdoening en vergelding – als reactie op de onderhavige feiten een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden. Het hof zal, gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en zijn kleiner aandeel in het geheel, een lagere straf opleggen dan aan medeverdachten. Alles overwegende is het hof van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren een passende en geboden reactie vormt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-001287-11

Parketnummer: 09-754057-10

Datum uitspraak: 21 december 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 28 januari 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedag] 1984,

thans gedetineerd in PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 3 en 16 februari 2012, 2, 9, 13, 16 en 23 november 2012 en 7 december 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, impliciet primair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is bij inleidende dagvaarding - na een wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep van

2 november 2012 - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- die [slachtoffer] vastgegrepen en/of

- (meermalen) tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de armen en/of de/het be(e)n(en) van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- met een of meer (electriciteits)snoeren de enkels en/of handen en/of polsen van die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of

- (de mond van) die [slachtoffer] gekneveld, althans een (strop)das/stoffen voorwerp om het hoofd van die [slachtoffer] gebonden en/of gedaan en/of een pannenlap/stoffen voorwerp in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt en/of een (over)hemd over het hoofd van die [slachtoffer] getrokken en/of gedaan, althans zodanige (stoffen) voorwerpen voor/tegen de neus en/of in/voor de mond van die [slachtoffer] aangebracht dat de luchtweg(en) van die [slachtoffer] belemmerd werd(en) en/of

- in de hals en/of nek en/of de kaak van die [slachtoffer] geknepen, althans gedrukt en/of de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer] omsnoerd en/of

- geweld en/of druk uitgeoefend op de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer],

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

subsidiair

hij op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon, te weten: [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel (te weten: een belemmering van de luchtwegen en/of bloeduitstortingen in de halsspieren en/of een bloeduitstorting in het tongslijmvlies en/of een gebroken tongbeentje), in ieder geval enig letsel en/of pijn heeft toegebracht, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die [slachtoffer] vastgegrepen en/of

- (meermalen) tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de armen en/of de/het be(e)n(en) van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- met een of meer (electriciteits)snoeren de enkels en/of handen en/of polsen van die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of

- (de mond van) die [slachtoffer] gekneveld, althans een (strop)das/stoffen voorwerp om het hoofd van die [slachtoffer] gebonden en/of gedaan en/of een pannenlap/stoffen voorwerp in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt en/of een (over)hemd over het hoofd van die [slachtoffer] getrokken en/of gedaan, althans zodanige (stoffen) voorwerpen voor/tegen de neus en/of in/voor de mond van die [slachtoffer] aangebracht dat de luchtweg(en) van die [slachtoffer] belemmerd werd(en) en/of

- in de hals en/of nek en/of de kaak van die [slachtoffer] geknepen, althans gedrukt en/of de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer] omsnoerd en/of

- geweld en/of druk uitgeoefend op de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer],

terwijl dit de dood van die [slachtoffer] tot gevolg heeft gehad.

meer subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3]] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade

[slachtoffer] van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3]

met dat opzet en al niet niet na kalm beraad en rustig overleg

- die [slachtoffer] vastgegrepen en/of

- (meermalen) tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de armen en/of de/het be(e)n(en) van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- Met een of meer (elektriciteits)snoeren de enkels en/of handen en/of polsen van die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of

- (de mond van) die [slachtoffer] gekneveld, althans een (strop)das/stoffen voorwerp om het hoofd van die [slachtoffer] gebonden en/of gedaan en/of een pannenlap/stoffen voorwerp in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt en/of een (over)hemd over het hoofd van die [slachtoffer] getrokken en/of gedaan, althans zodanige (stoffen) voorwerpen voor/tegen de neus en/of in/voor de mond van die [slachtoffer] aangebracht dat de luchtweg(en) van die [slachtoffer] belemmerd werd(en) en/of

- In de hals en/of nek en/of de kaak van die [slachtoffer] geknepen, althans gedrukt en/of de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer] omsnoerd en/of

- geweld en/of druk uitgeoefend op de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer],

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk, opzettelijk behulpzaam is geweest door

- in of nabij het portiek van de woning van [slachtoffer] op de uitkijk te staan;

- op verzoek van die [medeverdachte 1] de woning van [slachtoffer] in te gaan om [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] te vragen terug naar de auto te komen.

meest subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3]] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen aan een persoon, te weten: [slachtoffer] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (te weten: een belemmering van de luchtwegen en/of bloeduitstortingen in de halsspieren en/of een bloeduitstorting in het tongslijmvlies en/of een

gebroken tongbeentje), in ieder geval enig letsel en/of pijn heeft toegebracht,immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] met dat opzet en al niet niet na kalm beraad en rustig overleg

- die [slachtoffer] vastgegrepen en/of

- (meermalen) tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de armen en/of de/het be(e)n(en) van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- Met een of meer (elektriciteits)snoeren de enkels en/of handen en/of polsen van die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of

- (de mond van) die [slachtoffer] gekneveld, althans een (strop)das/stoffen voorwerp om het hoofd van die [slachtoffer] gebonden en/of gedaan en/of een pannenlap/stoffen voorwerp in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt en/of een (over)hemd over het hoofd van die [slachtoffer] getrokken en/of gedaan, althans zodanige (stoffen) voorwerpen voor/tegen de neus en/of in/voor de mond van die [slachtoffer] aangebracht dat de luchtweg(en) van die [slachtoffer] belemmerd werd(en) en/of

- in de hals en/of nek en/of de kaak van die [slachtoffer] geknepen, althans gedrukt en/of de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer] omsnoerd en/of

- geweld en/of druk uitgeoefend op de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer],

terwijl dit de dood van die [slachtoffer] tot gevolg heeft gehad

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk, opzettelijk behulpzaam is geweest door

- in of nabij het portiek van de woning van [slachtoffer] op de uitkijk te staan;

- op verzoek van die [medeverdachte 1] de woning van [slachtoffer] in te gaan om [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] te vragen terug naar de auto te komen.

2.

hij op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk tijdens de voor de nachtrust bestemde uren in een woning aan de [adres slachtoffer], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen en/of twee, in ieder geval een gsm(s) en/of drie armbanden, althans twee, in ieder geval een gouden armband(en) en/of een (zilverkleurige) armband en/of een horloge en/of sleutels en/of een doos en/of een scheerapparaat en/of een tasje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- die [slachtoffer] vastgrijpen en/of

- (meermalen) tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de armen en/of de/het be(e)n(en) van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of

- met een of meer (electriciteits)snoeren de enkels en/of handen en/of polsen van die [slachtoffer] boeien en/of vastbinden en/of

- (de mond van) die [slachtoffer] knevelen, althans een (strop)das/stoffen voorwerp om het hoofd van die [slachtoffer] binden en/of doen en/of een pannenlap/stoffen voorwerp in de mond van die [slachtoffer] duwen en/of drukken en/of een (over)hemd over het hoofd van die [slachtoffer] trekken en/of doen, althans zodanige (stoffen) voorwerpen voor/tegen de neus en/of in/voor de mond van die [slachtoffer] aanbrengen dat de luchtweg(en) van die [slachtoffer] belemmerd werd(en) en/of

- in de hals en/of nek en/of de kaak van die [slachtoffer] knijpen, althans drukken en/of de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer] omsnoeren en/of

- geweld en/of druk uitoefenen op de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer];

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.

subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3]] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk tijdens de voor de nachtrust bestemde uren in een woning aan de [adres slachtoffer], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer

geldbedragen en/of twee, in ieder geval een gsm(s) en/of drie armbanden, althans twee, in ieder geval een gouden armband(en) en/of een (zilverkleurige) armband

en/of een horloge en/of sleutels en/of een doos en/of een scheerapparaat en/of een tasje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachten en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- die [slachtoffer] vastgegrepen en/of

- (meermalen) tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de armen en/of de/het be(e)n(en) van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- met een of meer (elektriciteits)snoeren de enkels en/of handen en/of polsen van die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of

- (de mond van) die [slachtoffer] gekneveld, althans een (strop)das/stoffen voorwerp om het hoofd van die [slachtoffer] gebonden en/of gedaan en/of een pannenlap/stoffen voorwerp in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt en/of een (over)hemd over het hoofd van die [slachtoffer] getrokken en/of gedaan, althans zodanige (stoffen) voorwerpen voor/tegen de neus en/of in/voor de mond van die [slachtoffer] aangebracht dat de luchtweg(en) van die [slachtoffer] belemmerd werd(en) en/of

- in de hals en/of nek en/of de kaak van die [slachtoffer] geknepen, althans gedrukt en/of de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer] omsnoerd en/of

- geweld en/of druk uitgeoefend op de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer],

terwijl dit de dood van die [slachtoffer] tot gevolg heeft gehad;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 december 2009 te Rijswijk, opzettelijk behulpzaam is geweest door

- in of nabij het portiek van de woning van [slachtoffer] op de uitkijk te staan;

- op verzoek van die [medeverdachte 1] de woning van [slachtoffer] in te gaan om [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] te vragen terug naar de auto te komen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, impliciet primair, en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 24 december 2009 te Rijswijk tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en/of zijn mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- die [slachtoffer] vastgegrepen en/of

- meermalen tegen het gezicht en de armen en/of het been van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- met een of meer elektriciteitsnoeren de enkels en handen en/of polsen van die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of

- de mond van die [slachtoffer] gekneveld, althans een stropdas om het hoofd van die [slachtoffer] gebonden en een pannenlap in de mond van die [slachtoffer] geduwd en een overhemd over het hoofd van die [slachtoffer] gedaan en/of

- de hals van die [slachtoffer] omsnoerd en/of

- geweld en/of druk uitgeoefend op de hals van die [slachtoffer],

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

2.

hij op 24 december 2009 te Rijswijk tijdens de voor de nachtrust bestemde uren in een woning aan de [adres slachtoffer], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een gsm en twee armbanden en een horloge en een doos en een scheerapparaat toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld bestond uit het

- die [slachtoffer] vastgrijpen en

- meermalen tegen het gezicht en de armen en/of het been van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en

- met een of meer elektriciteitssnoeren de enkels en handen en/of polsen van die [slachtoffer] boeien en/of vastbinden en

- de mond van die [slachtoffer] knevelen, althans een stropdas om het hoofd van die [slachtoffer] binden en een pannenlap in de mond van die [slachtoffer] duwen en een overhemd over het hoofd van die [slachtoffer] doen en

- de hals en/of nek en/of kaak van die [slachtoffer] omsnoeren en/of

- geweld en/of druk uitoefenen op de hals van die [slachtoffer];

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Uitsluiten verklaringen van de verdachte afgelegd tegenover de politie

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte - op gronden als vermeld in de door haar overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota - bepleit dat de verklaringen die de verdachte heeft afgelegd tegenover de politie niet tot het bewijs mogen bijdragen. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat zij het recht had moeten krijgen om bij de verhoren van de verdachte aanwezig te zijn, nu de officier van justitie aan de verdediging de onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan om de verhoren bij te wonen. Nu de raadsvrouw de verhoren slechts op afstand via een tv-scherm heeft kunnen volgen, en de officier van justitie daarmee haar toezegging niet is nagekomen, kunnen de verklaringen van de verdachte afgelegd bij de politie niet als bewijs worden gebezigd, dan wel dient het hof de nodige voorzichtigheid te betrachten daar waar de verklaringen enige inconsistenties bevatten.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt vast dat, ongeacht wat er zij van de toezegging van de officier van justitie aan de verdediging en de wijze waarop deze toezegging zou moeten worden geïnterpreteerd, de raadsvrouw in de gelegenheid is gesteld de politieverhoren te volgen en voorafgaand, tijdens en na het verhoor met de verdachte te overleggen. De raadsvrouw heeft daarmee alle rechten die aan de verdediging toekomen kunnen uitoefenen. De stelling van de raadsvrouw dat aan de verdediging in dit geval op grond van de toezegging meer of andere rechten toekomen dan degene die zij heeft mogen uitoefenen, vindt geen steun in het recht.

Wat hier ook van zij, de verdachte heeft zijn verklaring afgelegd tegenover de politie bevestigd in het verhoor als verdachte tegenover de rechter-commissaris op 7 mei 2010 in aanwezigheid van zijn beide raadslieden mr. A.J. van Duijne Strobosch en mr. I.A.Groeneveld; en ook als getuige gehoord in de zaken van de medeverdachten op 28 oktober 2010 in aanwezigheid van mr. A.J. van Duijne Strobosch heeft hij verklaard daarbij te blijven. Ter terechtzitting in eerste aanleg op 11 tot en met 14 januari 2011 heeft de verdachte opnieuw een grotendeels gelijkluidende verklaring afgelegd. Daarna heeft de verdachte in grote lijnen gelijkluidend verklaard bij de behandeling in hoger beroep.

Het hof ziet derhalve ook daarom niet in waarom deze verklaringen van de verdachte niet voor het bewijs zouden mogen worden gebruikt.

Gelet op het bovenstaande wordt het verweer verworpen.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van de medeverdachten

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep - overeenkomstig de door haar overgelegde en aan het proces-verbaal gehechte pleitnota - betoogd dat de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3]) niet als bewijs mogen worden gebezigd, nu deze verklaringen onbetrouwbaar zijn. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaringen inconsistent en onderling tegenstrijdig zijn. Zo heeft [medeverdachte 4] aanvankelijk niets verklaard over de betrokkenheid van [medeverdachte 3] en heeft [medeverdachte 3] in eerste instantie ontkend een vuurwapen te hebben meegenomen (in de woning). Voorts vinden de verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3], anders dan de verklaringen van de verdachte, geen steun in objectief bewijsmateriaal, nu van de verdachte op de plaats delict geen (DNA-)sporen zijn aangetroffen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

[medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] hebben met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte - kort en zakelijk weergegeven - verklaard dat:

- de verdachte direct met hen de woning en ook de slaapkamer van het slachtoffer is binnengegaan;1

- de verdachte op instructie van [medeverdachte 4] in de woning is gaan zoeken naar een snoer om het slachtoffer mee vast te binden;2

- de verdachte kort hierop twee elektriciteitssnoeren aan [medeverdachte 4] heeft aangereikt;3

- de verdachte [medeverdachte 4] heeft geholpen bij het vastbinden van het slachtoffer;4

- de verdachte met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] in de slaapkamer van het slachtoffer heeft gezocht naar geld;5

- de verdachte met wc-papier vingerafdrukken heeft weggepoetst;6

- de verdachte een plastic tas met daarin onder andere een scheerapparaat uit de woning heeft meegenomen;7

- de verdachte met [medeverdachte 3] de woning heeft verlaten.8

Naar het oordeel van het hof zijn de verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] ter zake van de betrokkenheid van de verdachte consistent en worden zij in voldoende mate ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo heeft de medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) verklaard dat de verdachte met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] de woning is binnengegaan9, dat de verdachte een tas met daarin een scheerapparaat heeft meegenomen uit de woning van het slachtoffer, welke hij bij [medeverdachte 4] thuis aan de medeverdachten heeft laten zien, en dat de verdachte bij terugkomst in de auto tegen hem heeft gezegd dat hij zijn vingerafdrukken heeft weggepoetst met parfum.10

Daarnaast hebben verbalisanten op meerdere plaatsen in de woning van het slachtoffer kleine stukjes papier aangetroffen11 en heeft de zoon van het slachtoffer, [zoon slachtoffer], bij binnenkomst in de woning een sterke parfumlucht geroken, hetgeen weer de verklaring van [medeverdachte 2] ondersteunt.12

Daarbij neemt het hof tevens in aanmerking dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] zichzelf en elkaar over en weer belasten, ook ter zake van de aanwezigheid en het gebruik van een vuurwapen in de woning, iets wat in eerste instantie door [medeverdachte 3] werd ontkend. Dat [medeverdachte 4] eerst op 6 mei 2010 belastend over zijn broer [medeverdachte 3] is gaan verklaren doet hier niets aan af, nu hij hiervoor ter terechtzitting in hoger beroep een verklaring heeft gegeven, welke het hof aannemelijk voorkomt en dit niets zegt over de geloofwaardigheid ter zake van hetgeen hij tot dan en nadien over de betrokkenheid van de verdachte heeft verklaard.

Het hof acht de verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] dan ook in zoverre betrouwbaar en zal deze bezigen als bewijs.

Voor wat betreft de afwezigheid van (DNA-)sporen van de verdachte in de woning van het slachtoffer is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat die afwezigheid nog niet bewijst dat de verdachte niet in de woning is geweest en daar de aan hem toegeschreven handelingen heeft verricht.

Voor zover de raadsvrouw heeft willen betogen dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd, overweegt het hof voorts dat zulks feitelijk nergens uit is gebleken en dit derhalve niet aannemelijk is geworden.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw.

Nadere bewijsoverweging ter zake van het onder 1 primair, impliciet primair, bewezen verklaarde

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting van 16 november 2012 - op gronden als vermeld in haar overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota - betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair, impliciet primair, ten laste gelegde.

Daartoe heeft zij allereerst aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. De verdachte is immers maar kort in de woning geweest en heeft toen het slachtoffer op de grond zien liggen. Hij heeft verder geen enkele uitvoeringshandeling verricht, wat wordt ondersteund door het ontbreken van enig forensisch spoor van de verdachte in de woning van het slachtoffer.

Voorts heeft zij aangevoerd dat, voor zover het hof zou oordelen dat wel sprake is van medeplegen, niet kan worden bewezen dat de verdachte opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Uit het dossier volgt dat het slechts de bedoeling was om het slachtoffer een lesje te leren en niet om hem te doden. Verder is de kans niet aanmerkelijk te noemen dat een persoon door knevelen en overmeesteren komt te overlijden.

Tenslotte heeft de raadsvrouw gesteld dat niet kan worden bewezen dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad. De intentie van de verdachte en zijn medeverdachten was om het slachtoffer een lesje te leren. Enige voorbedachte raad heeft dan ook alleen gezien op het uitoefenen van het geweld dat daaronder valt.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Feiten en omstandigheden

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzittingen gaat het hof uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Op 24 december 2009 omstreeks 11:50 uur wordt in een slaapkamer van de woning aan de [adres slachtoffer] te Rijswijk het levenloze lichaam van het slachtoffer [slachtoffer] aangetroffen. Het slachtoffer lag in rugligging op de grond met zijn polsen met elektriciteitskabels op de rug gebonden en de enkels geboeid. Zijn polsen waren door middel van een elektriciteitssnoer verbonden aan de elektriciteitskabel om zijn enkels, welk snoer was strak getrokken doordat zijn benen en knieën waren gebogen. Voor het voorhoofd en de ogen van het slachtoffer was tamelijk strak een overhemd gebonden. Voor en in de mond van het slachtoffer bevond zich een pannenlap, welke was gefixeerd met een stropdas die zeer strak om het hoofd was gebonden.13

Van de stropdas welke om het hoofd van het slachtoffer was gebonden, is een DNA-mengprofiel verkregen dat overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 3].14 Op een stekker van het elektriciteitssnoer waarmee de handen en enkels van het slachtoffer waren bijeengebonden, is een DNA-profiel aangetroffen dat overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 4].15 De kans dat deze DNA-(meng)profielen afkomstig zijn van een willekeurig ander persoon is één op één miljard.

Uit een analyse van de zendmastgegevens van 24 december 2009 van de zendmast gelegen schuin tegenover de woning van het slachtoffer volgt dat om 05:15 uur met van de telefoon van de verdachte gedurende 22 seconden is gebeld naar de telefoon van [medeverdachte 2].16 Ook heeft de telefoon van [medeverdachte 2] om 04:07 uur gedurende 33 seconden contact gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 1], welk nummer op naam staat van de vriendin van [medeverdachte 3] genaamd [getuige 1].17

Uit de verklaringen van de verdachte, [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] in onderling verband en samenhang bezien volgt onder meer het volgende. In de nacht van 23 of 24 december 2009 vraagt [medeverdachte 1] aan de verdachte, [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] om het slachtoffer, haar ex-partner en de vader van haar kinderen, een lesje te leren, waarbij zij expliciet spreekt over het slaan en vastbinden van het slachtoffer.18 [medeverdachte 1] heeft hen verteld dat het slachtoffer hun dochter meermalen heeft misbruikt en dat het slachtoffer een geldbedrag van EUR 150.000,- in zijn slaapkamer bewaart dat zij - bij aantreffen daarvan - mochten meenemen.19 Bij het zien van een vuurwapen bij [medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 1] gezegd dat zij niet wilde dat het slachtoffer zou worden doodgeschoten of dat hij pijn zou lijden.20

[medeverdachte 1] heeft de verdachte, [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] vervolgens in de vroege morgen van 24 december 2009 naar de woning van het slachtoffer aan de [adres slachtoffer] te Rijswijk gereden. Aldaar heeft zij de huissleutels van de woning aan één van de medeverdachten gegeven en hen gewaarschuwd dat het slachtoffer goed is in het onthouden van gezichten.21 Hierop zijn de verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4], die geen van drieën gezichtsbedekkende kleding droegen, de woning binnengegaan, waarbij [medeverdachte 4] bewapend met een mes en [medeverdachte 3] met een vuurwapen.22 [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en de verdachte hebben het vuurwapen bij [medeverdachte 3] gezien.23 [medeverdachte 1] is met [medeverdachte 2] in de auto blijven zitten.24

In de woning zijn [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en de verdachte de slaapkamer van het slachtoffer binnengegaan.25 Bij het binnengaan van de slaapkamer heeft [medeverdachte 3] het slachtoffer, welke was opgestaan uit bed, omgedraaid, een vuurwapen op zijn nek gericht en tegen het slachtoffer gezegd "blijf daar, niet bewegen."26 Ook heeft [medeverdachte 3] zijn handen voor de mond van het slachtoffer gehouden, zodat deze niet kon gaan schreeuwen.27 Terwijl het slachtoffer met zijn bovenlichaam op bed lag, heeft [medeverdachte 4] zijn handen op zijn rug geboeid met het elektriciteitssnoer van een nachtlampje.28 Het slachtoffer is hierna door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] naar de grond gewerkt waar [medeverdachte 4], met een elektriciteitskabel aangereikt door de verdachte, wederom de polsen en ook de enkels van het slachtoffer heeft geboeid en de polsen en de enkels met een snoer aan elkaar heeft verbonden.29 Het slachtoffer stribbelde hierbij tegen met zijn benen.30 [medeverdachte 3] heeft het slachtoffer daarop naar beneden gedrukt.31 [medeverdachte 4] heeft het slachtoffer vervolgens met een overhemd geblinddoekt en een stropdas om de mond van het slachtoffer gebonden.32

Nadat het slachtoffer was geboeid, gekneveld en geblinddoekt zijn de verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de woning gaan doorzoeken naar geld.33 [medeverdachte 4] heeft uit de woning twee armbanden, een portemonnee, een geldbedrag van € 250,-, een horloge en een mobiele telefoon weggenomen.34 De verdachte heeft een plastic tas met daarin een scheerapparaat en een lege cameradoos, waarin volgens [medeverdachte 2] een camera had gezeten, uit de woning weggenomen.35 De verdachte heeft in de woning van het slachtoffer sporen weggepoetst.36

Als [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en de verdachte na enige tijd terugkeren bij de auto, zijn [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] woedend dat zij geen geld hebben gevonden in de woning van het slachtoffer.37 [medeverdachte 2] krijgt een klap van [medeverdachte 3].38 Zij vertellen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dat zij het slachtoffer hebben geslagen en vastgebonden.39 Zij geven aan dat het slachtoffer een oude man bleek te zijn en dat [medeverdachte 1] moet terugkeren naar de woning om de man los te maken.40 Niettemin vertrekken zij met de auto om [medeverdachte 1] te laten pinnen en hen vervolgens naar het huis van [medeverdachte 4] te brengen.41

Doodsoorzaak

Ter zake van de doodsoorzaak overweegt het hof het navolgende. In het sectierapport van het NFI d.d. 2 juni 2010, opgemaakt door dr. A. Maes, patholoog, is het navolgende opgenomen ter zake van de bij het slachtoffer geconstateerde letsels en de doodsoorzaak:

"Er waren slijmvliesscheuren en bloeduitstortingen in het mondslijmvlies en aan de binnenzijde van de lippen.

(...)

Bij sectie was aan weerskanten van de hals een langwerpige ontkleuring zichtbaar. Van de boeien waren aan polsen en enkels nog afdrukken zichtbaar.

Er waren, verspreid over het gezicht, de beide armen en het rechterbeen, veel blauwe plekken en huidkneuzingen te zien. Deze zijn het gevolg van meermalen, bij leven opgelopen, botsend geweld zoals dat door slaan en stompen kan worden opgeleverd. Ook kunnen ze (deels) passen bij met kracht knevelen van de mond en/of boeien van enkels en polsen.

Er waren in het onderhuidse vetweefsel van de onderkaak en in de lange halsspieren bloeduitstortingen. Daarbij was het rechter hoorntje van het tongbeen gebroken. Deze letsels zijn het gevolg van bij leven opgelopen samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals en mondbodem.

Er was ernstige verkalking van een belangrijke kransslagader maar met sneldiagnostiek en ook bij microscopisch onderzoek werd geen recent hartinfarct gezien. Dit sluit optreden van een recent hartinfarct niet uit omdat een recent hartinfarct ten minste 2 uur moet zijn overleefd om met sneldiagnostiek zichtbaar te kunnen worden gemaakt.

Er is bij sectie en toxicologisch onderzoek geen zekere doodsoorzaak gebleken. Het overlijden kan (niet met zekerheid) worden verklaard door verstikking als gevolg van omsnoerend en/of samendrukkend geweld op de hals waarbij de knevel in en voor de mond, door luchtwegbelemmering, aan het ontstaan van verstikking kan hebben bijgedragen. Of er een hartinfarct is opgetreden, en zo ja, of dit dan aan het overlijden heeft bijgedragen, is op grond van de sectiebevindingen niet aan te tonen of uit te sluiten."

Ter terechtzitting van 13 november 2012 heeft dr. Maes deze conclusie bevestigd en verklaard dat de primaire doodsoorzaak van het slachtoffer verstikking is, welke weer hartfalen kan hebben veroorzaakt. De verstikking is veroorzaakt door van buitenaf komend geweld, waardoor mede eveneens ten gevolge daarvan zich een hartinfarct zou kunnen hebben voorgedaan. Aan de verstikking kan hebben bijgedragen het afsluiten van de luchtwegen door de geconstateerde bloedingen en zwellingen aan de slijmvliezen van de mond en neus van het slachtoffer. Het gebroken hoorntje van het tongbeen duidt op een ernstige en heftige geweldsinwerking, welke tot het overlijden van het slachtoffer kan hebben geleid.

Uit de rapportage van het NFI d.d. 20 april 2010, opgesteld door prof. dr. G.J.R. Maat, forensisch antropoloog en arts-anatoom, volgt dat de fractuur aan het rechter hoorntje van het tongbeen bij leven is opgelopen. Ter terechtzitting van 13 november 2012 heeft prof. dr. Maat verklaard dat de hals met forse kracht van voren dan wel tegelijkertijd van links en rechts moet zijn aangegrepen, wil het tongbeentje breken. De fractuur van het rechter hoorntje van het tongbeen kan een locale zwelling van de wand van de luchtwegen hebben veroorzaakt, welke een belemmering oplevert voor de luchtstroom naar de longen toe; daarmee kan dat hebben bijgedragen aan de verstikking.

Verder heeft dr. H.N.J.M. van Venrooij, arts en forensisch geneeskundige, ter terechtzitting van 13 november 2012 verklaard dat een pannenlap gedeeltelijk in de mond van het slachtoffer zat, welke pannenlap heel strak met een stropdas was gefixeerd. Hierdoor was de kaak naar achteren verplaatst en de tong met grote kracht strak tegen het gehemelte aangeduwd. De bij het slachtoffer opgetreden verstikking is een mogelijk gevolg van de pannenlap in de mond en daarmee een obstructie van de luchtwegen, mogelijk in combinatie met het gaan dichtzitten van de neus in de periode nadat de mond is dichtgemaakt. Daarnaast is een belangrijke mogelijkheid het omsnoerend geweld op de hals. Deze drie factoren kunnen zowel afzonderlijk als in combinatie met elkaar de verstikking hebben veroorzaakt.

Gelet op de bevindingen en verklaringen van dr. Maes, prof. dr. Maat en dr. Van Venrooij is het hof van oordeel dat het slachtoffer is overleden aan verstikking. De breuk van het rechter hoorntje van het tongbeen is veroorzaakt door samendrukkend geweld op de hals. Dit gegeven al dan niet in combinatie met de belemmering van de luchtwegen door de bij het slachtoffer aangebrachte knevel en de mogelijk luchtverminderende wijze van vastbinden heeft geleid tot de verstikking. Nu op grond van de rapportages en de toelichting daarop gegeven door de deskundigen ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2012, niet is vast te stellen noch is uit te sluiten of eveneens sprake is geweest van hartfalen, doch dit anderszins niet aannemelijk is geworden, is naar het oordeel van het hof een duidelijk aanwijsbare doodsoorzaak uit de forensische onderzoeken gebleken, namelijk de verstikking. Het eventuele hartfalen is niet uit te sluiten, maar de verstikking door het geweld op de hals en de belemmering van de luchtwegen blijft de primaire doodsoorzaak.

Het hof is van oordeel dat het op het slachtoffer toegepaste geweld zodanig is geweest dat het past bij de bij het slachtoffer geconstateerde letsels; dit geweld heeft uiteindelijk geleid tot de dood van het slachtoffer.

Naar het oordeel van het hof is gelet op de gebezigde bewijsmiddelen genoegzaam vastgesteld dat die geweldshandelingen zijn toegepast door geen ander of anderen dan [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en/of [verdachte]. Voor een ander scenario te weten dat [medeverdachte 1] of een of meer anderen nadien is teruggegaan en verder geweld op het slachtoffer heeft/hebben uitgeoefend zijn geen aanwijzingen gevonden en mitsdien is een dergelijk ander scenario niet aannemelijk geworden.

Medeplegen

Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4], overweegt het hof als volgt.

Uit de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden volgt dat de verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de woning en de slaapkamer van het slachtoffer is binnengegaan. Hij is vervolgens op zoek gegaan naar snoeren om het slachtoffer mee vast te binden en heeft [medeverdachte 4] geholpen met het boeien van het slachtoffer. Daarnaast heeft hij de woning samen met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] doorzocht en heeft hij een scheerapparaat en een lege doos waar een camera in had gezeten meegenomen uit de woning. Ook heeft hij sporen weggepoetst. De verdachte is samen met een mededader uit de woning van het slachtoffer vertrokken. Hij heeft zich niet op enig moment gedistantieerd. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met de medeverdachten en dat hij als medepleger moet worden aangemerkt. Het verweer van de raadsvrouw wordt gelet hierop dan ook verworpen.

Opzet op de dood van het slachtoffer

Voor zover de raadsvrouw heeft gesteld dat de verdachte door het slachtoffer gekneveld achter te laten niet de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij zou komen te overlijden, verwijst het hof naar hetgeen reeds in het kader van de doodsoorzaak is overwogen.

Met betrekking tot het verweer van de raadsvrouw dat niet kan worden bewezen dat de verdachte opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer nu het slechts de bedoeling was om het slachtoffer een lesje te leren, overweegt het hof als volgt.

Naar het oordeel van het hof bevat het dossier of het verhandelde ter terechtzitting geen aanwijzing dat verdachte het boos opzet op de dood van het slachtoffer had.

Voor opzettelijk handelen in de zin van voorwaardelijk opzet is vereist dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer door zijn gedragingen en die van zijn medeverdachten zou komen te overlijden.

Naar het oordeel van het hof is in het samenstel van feiten en omstandigheden zoals hierboven is uiteengezet de kans als aanmerkelijk te kwalificeren dat het in de woning op het slachtoffer toegepaste geweld zodanig is geweest dat het slachtoffer ten gevolge daarvan zou komen te overlijden. De bij het slachtoffer geconstateerde letsels duiden op een ernstige en hevige geweldsinwerking. Daarnaast is met de bij het slachtoffer toegebrachte knevel de ademhaling door de mond en grotendeels door de neus belemmerd. Nu is gebleken dat de verdachte met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] in de slaapkamer van het slachtoffer is geweest en [medeverdachte 4] daar heeft geholpen met het vastbinden van het slachtoffer, oordeelt het hof dat de verdachte het op het slachtoffer toegepaste geweld niet alleen heeft waargenomen en zich daarvan niet heeft gedistantieerd, maar ook dat hij zijn aandeel heeft gehad in het toebrengen van het geweld door te helpen met het vastbinden van het slachtoffer. Door de fysieke confrontatie met het slachtoffer aan te gaan en - ook naderhand - niet in te grijpen, heeft de verdachte bewust de kans aanvaard dat het slachtoffer ten gevolge van zijn handelingen en die van zijn medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] is komen te overlijden.

Voorts kan uit de verklaringen van de verdachte worden afgeleid dat hij zich bewust is geweest van de ernst van de situatie van het slachtoffer. De verdachte verklaart daarover dat hij de man vastgebonden zag liggen op de grond boven in de slaapkamer, zijn gezicht bedekt en hem een 'hmmm hmmm hmmm'-geluid hoorde maken, en dat hij een ontlastingsgeur rook die griezelig was, dat hij geschokt was van wat hij daar zag, dat die man daar zo op de grond lag.42 In zijn laatste woord zegt de verdachte het aldus: "Ik was de enige kans voor de heer [slachtoffer] in zijn noodkreet, maar ik heb de verkeerde keuze gemaakt."43

Het verweer van de raadsvrouw wordt gelet hierop dan ook verworpen.

Voorbedachte raad

Ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw dat de voorbedachte raad alleen heeft gezien op het leren van een lesje aan het slachtoffer, overweegt het hof als volgt.

Het hof stelt voorop dat van voorbedachte raad sprake is indien de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden over de betekenis en de mogelijke gevolgen van het te nemen of genomen besluit en zich daarvan rekenschap te geven. Uit de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden volgt dat onderweg naar de woning van het slachtoffer is besproken wat in de woning diende te gebeuren. Het slachtoffer moest een lesje worden geleerd; worden geslagen en vastgebonden. Het moest lijken op een beroving; geld dat de verdachte en de medeverdachten in de woning zouden aantreffen mochten zij meenemen. Verdachte moest ervan uitgaan dat daarbij excessief geweld zou kunnen worden gebruikt, al was het alleen maar vanwege het bij het slachtoffer te verwachten verzet. Daarnaast wist hij [medeverdachte 3] een vuurwapen bij zich droeg. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte in deze periode voldoende tijd en gelegenheid gehad om zich te kunnen beraden over de mogelijke betekenis en de gevolgen van zijn besluit en zich daarvan rekenschap te geven, welk beraad blijkens de verklaringen van de verdachte ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De verdachte heeft mitsdien gehandeld met voorbedachten rade.

Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Nadere bewijsoverweging ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde

De raadsvrouw van de verdachte heeft - overeenkomstig de door haar overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota - onder verwijzing naar hetgeen zij in het kader van het onder 1 primair, impliciet primair ten laste gelegde ter zake van het medeplegen heeft aangevoerd, bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 primair ten laste gelegde.

Het hof verwerpt dit verweer en verwijst daarbij naar de feiten en omstandigheden zoals deze hierboven reeds uiteen zijn gezet en naar hetgeen in het kader van het medeplegen is overwogen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het in onder 1 primair, impliciet primair, bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van moord.

het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, impliciet primair, en 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de nacht van 23 op 24 december 2009 de woning van het slachtoffer binnengedrongen, alwaar zij het slachtoffer op verzoek van [medeverdachte 1] een "lesje hebben geleerd". Zij hebben het slachtoffer aangetroffen in zijn slaapkamer, hebben hem onder schot gehouden, aan polsen en enkels geboeid, gekneveld door een pannenlap in zijn mond te duwen en deze te fixeren met een stropdas en geblinddoekt door een overhemd over zijn hoofd te binden. De bij het slachtoffer geconstateerde letsels getuigen ervan dat op hem zeer ernstig en hevig geweld is toegepast, aan welk geweld hij uiteindelijk is komen te overlijden. De verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hebben vervolgens de woning van het slachtoffer doorzocht op zoek naar geld. Het hof gaat ervan uit dat het slachtoffer doodsangsten heeft uitgestaan, alvorens op een gruwelijke wijze door verstikking komen te overlijden.

Door aldus te handelen hebben de verdachte en zijn medeverdachten zich schuldig gemaakt aan moord in vereniging en diefstal met geweld, welk geweld de dood ten gevolge heeft gehad. Zij hebben hiermee het slachtoffer van het meest fundamentele recht, namelijk het recht op leven, ontnomen. Ook hebben zij geen enkel respect getoond voor de veiligheid die een woning moet bieden aan degene die er woont.

Daarnaast hebben zij de nabestaanden van het slachtoffer een onuitsprekelijk en onherstelbaar leed aangedaan. In dit verband maakt het hof ook melding van de omstandigheid dat de zoon van het slachtoffer, zijn vader op 24 december 2009 volkomen onvoorbereid, gekneveld, vastgebonden en dood in diens huis heeft aangetroffen, hetgeen een diep schokkende ervaring voor hem moet zijn geweest.

Voorts brengen feiten als de onderhavige heftige gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de samenleving teweeg.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 oktober 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Bij de straftoemeting heeft het hof acht geslagen op een psychologisch onderzoek Pro Justitie d.d. 3 januari 2011, opgemaakt door dr. R.A.R. Bullens, klinisch psycholoog. In de rapportage is vermeld dat bij de verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis, namelijk een reactieve depressie, alsmede van enige mate van een gebrekkige ontwikkeling en een afhankelijke persoonlijkheids-stoornis. Ten tijde van de ten laste gelegde feiten was al sprake van afhankelijke trekken. Vanwege de geconstateerde trekken van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis, in combinatie met subassertiviteit, wordt de verdachte in licht verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

Gelet op deze rapportage is het hof met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat de verdachte in licht verminderde mate toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep - overeenkomstig haar overgelegde en aan het proces-verbaal gehechte pleitnota - betoogd dat tijdens het politieverhoor van de verdachte van 15 mei 2010 in strijd met de onschuldpresumptie is gehandeld en het pressieverbod is geschonden, doordat hem daar is gezegd dat hij zijn onschuld zou moeten bewijzen. Deze schending zou moeten leiden tot strafvermindering.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het proces-verbaal van verhoor blijkt niet dat dergelijke bewoordingen als door de verdediging gesteld jegens de verdachte zijn gebezigd en ook verder is geenszins van de door de raadsvrouw gestelde pressie gebleken. Ten overvloede merkt het hof op dat de verdachte ten tijde van genoemd verhoor duidelijk moet zijn geweest dat hij niets behoefde te verklaren, nu hij vanaf zijn eerste verhoor op 4 mei 2010 is bijgestaan door zijn raadsvrouw. Gelet hierop wordt het verweer verworpen.

Bij het bepalen van de strafduur neemt het hof voorts ook in aanmerking de rol die de verdachte in het geheel heeft gehad. De verdachte is samen met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] midden in de nacht in het kader van een vooropgezet plan in de slaapkamer van het slachtoffer geweest en heeft [medeverdachte 4] geholpen met het vastbinden van het slachtoffer. Hij heeft gezien dat er verder ook door zijn medeverdachten hevig geweld op het slachtoffer is toegepast waarbij hij zich op geen enkele moment heeft gedistantieerd. Voorts heeft hij sporen gewist en goederen uit de woning meegenomen.

Naar het oordeel van het hof is gelet op de ernst van de feiten - alsook gelet op het belang van de speciale en generale preventie en daarnaast ook met het oog op de andere strafdoeleinden van genoegdoening en vergelding - als reactie op de onderhavige feiten een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden.

Het hof zal, gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en zijn kleiner aandeel in het geheel, een lagere straf opleggen dan aan medeverdachten [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]. Alles overwegende is het hof van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien jaren een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [nabestaande 1] en [nabestaande 2]

In het onderhavige strafproces hebben [nabestaande 1] en [nabestaande 2] zich gezamenlijk als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 3.574,97. Voorts heeft de benadeelde partij aan kosten voor rechtsbijstand gevorderd een bedrag van € 4.425,03.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 977,76. Voorts is aan de orde de door benadeelde partij gemaakte en in eerste aanleg toegewezen kosten voor rechtsbijstand, tot een bedrag van € 1.440,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 6.455,83, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot een bedrag van € 2.697,05.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair, impliciet primair, en 2 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op € 1.440,-, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van de nabestaanden [nabestaande 1] en [nabestaande 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 977,76 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [nabestaande 1] en [nabestaande 2].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57, 289 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, impliciet primair, en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, impliciet primair, en 2 primair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [nabestaande 1] en [nabestaande 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [nabestaande 1] en [nabestaande 2] ter zake van het onder 1 primair, impliciet primair, en 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 977,76 (negenhonderdzevenenzeventig euro en zesenzeventig cent) bestaande uit € 977,76 (negenhonderdzevenenzeventig euro en zesenzeventig cent) materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 1.440,00 (duizend vierhonderdveertig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [nabestaande 1] en [nabestaande 2], een bedrag te betalen van € 977,76 (negenhonderdzevenenzeventig euro en zesenzeventig cent) bestaande uit € 977,76 (negenhonderdzevenenzeventig euro en zesenzeventig cent) materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 (negentien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Dit arrest is gewezen door mr. R.C.A. Duindam,

mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen en mr. J.A.C. Bartels, in bijzijn van de griffier mr. N.N.D. Bos.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 december 2012.

1 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

2 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012, de verklaring van de getuige [medeverdachte 3] ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012.

3 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012.

4 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012, de verklaring van de getuige [medeverdachte 3] ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012.

5 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en de verklaring.

6 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting van 2 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting van 9 november 2012.

7 Verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in eerst aanleg van 11 januari 2011.

8 Verklaring van de getuige [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting van 2 november 2012.

9 Proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 12 mei 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage V, p. 152.

10 Verklaring van de getuige [medeverdachte 2] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 oktober 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009 03 8893, als bijlage gevoegd in het FO dossier, p. 168 e.v.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [zoon slachtoffer] d.d. 24 december 2009, nr. 2009038893-2, ZD bijlage G, p. 2.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 oktober 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009038893, als bijlage gevoegd in het FO dossier, p. 51 e.v. en een geschrift, zijnde een verslag van onderzoek op plaatsdelict door forensisch arts NFI, als bijlage gevoegd in het FO dossier, p. 266 e.v.

14 Een geschrift, zijnde een rapportage van het NFI d.d. 7 mei 2010, opgemaakt en ondertekend door dr. J.H.A. Nagel, als bijlage gevoegd in het FO dossier, p. 481

15 Een geschrift, zijnde een rapportage van het NFI d.d. 15 april 2010, opgemaakt en ondertekend door dr. J.H.A. Nagel, als bijlage gevoegd bij het FO dossier, p. 459.

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage AH, p. 96 e.v., proces-verbaal van bevindingen historische verkeersgegevens [telefoonnummer 2] d.d. 21 april 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage AH, p. 186 e.v., proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 mei 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage V, p. 117 en proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 6 mei 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage V, p. 27.

17 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage AH, p. 96 e.v., proces-verbaal van bevindingen historische verkeersgegevens [telefoonnummer 2] d.d. 21 april 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage AH, p. 186 e.v. en proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 4 mei 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/038893, ZD bijlage G, p. 620.

18 Verklaringen van de getuigen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012, de verklaring van de verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 11 januari 2011.

19 Verklaringen van de getuigen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2], d.d. 5 mei 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage V, p. 138.

20 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 10 mei 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/038893, ZD bijlage V, p. 99.

21 Verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 11 januari 2011.

22 Verklaringen van de getuigen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

23 Verklaring van de verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 10 mei 2010 en 17 mei 2010 van de politie Haaglanden, nrs. 2009/038893, ZD bijlage V, p. 99 en 110.

24 Verklaring van de getuige [medeverdachte 2] ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

25 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

26 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012, de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3] ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012.

27 Verklaring van de getuige [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

28 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012.

29 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012.

30 De verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

31 De verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

32 De verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012.

33 Verklaringen van de getuigen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

34 Het proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 10 mei 2010 van de politie Haaglanden, nr. 2009/38893, ZD bijlage V, p. 101 en 102 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2012.

35 Verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in eerst aanleg van 11 januari 2011.

36 Verklaring van de getuigen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] afgelegd ter terechtzitting van 2 november 2012 en de reconstructie van de medeverdachte [medeverdachte 4] getoond ter terechtzitting van 9 november 2012.

37 Verklaringen van de getuigen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

38 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

39 Verklaring van de getuige [medeverdachte 2] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

40 Verklaringen van de getuigen [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en de verklaring van de verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012.

41 Verklaring van de getuige [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2012 en het proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 6 mei 2010, nr. 2009/38893, ZD bijlage V, p. 92.

42 Verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 11 januari 2011 en ter terechtzitting van hoger beroep van 2 en 9 november 2012.

43 Verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 7 december 2012.

- 9 - 22-001287-11