Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6012

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
200.092.650
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

IPR; uitleg forumkeuzebeding; verhouding art. 6 tot art. 23 EEX-Vo.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

Zaaknummer: 200.092.650

Rolnummer rechtbank: 279910 \ HA ZA 07-678

arrest d.d. 11 december 2012

inzake

Arcomet Nederland B.V.,

gevestigd te Veghel,

appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel appel,

hierna te noemen: Arcomet Nederland,

advocaat: mr. B.T.M. van de Wiel te 's-Gravenhage,

tegen

Terex Deutschland GmbH,

(als rechtsopvolger van Terex Peiner GmbH en later Terex Ersatzteile GmbH),

gevestigd te Bad Schönborn, Duitsland,

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het voorwaardelijk incidenteel appel,

hierna te noemen: Terex Deutschland,

advocaat: mr. J.G. ter Meer te Amsterdam.

Het geding

Bij exploot van 11 augustus 2011 is Arcomet Nederland in hoger beroep gekomen van twee door de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht, tussen partijen gewezen vonnissen van 3 februari 2010, respectievelijk 11 mei 2011. Bij memorie van grieven heeft Arcomet Nederland twee grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord in het principaal appel tevens memorie van grieven in het voorwaardelijk incidenteel appel heeft Terex Deutschland de grieven bestreden en op haar beurt één incidentele grief opgeworpen. Arcomet Nederland heeft laatstgenoemde grief bij memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel tevens akte in het principaal bestreden. Terex Deutschland heeft een antwoordakte genomen.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. De door de rechtbank in de bestreden vonnissen vastgestelde feiten zijn door partijen niet bestreden, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak om het volgende.

2.1 Quaker Oats B.V. (hierna: Quaker) is een producent van onder andere cruesli. Haar productiehal bevindt zich aan de Brielselaan te Rotterdam.

2.2 Tegenover het bedrijfspand van Quaker is in 2003 een woonhotel/ appartementencomplex gebouwd. Hoofdaannemer van het bouwproject was de Bouwcombinatie Tarwewijk, een vennootschap onder firma van Dura Vermeer en Ballast-Nedam.

2.3 Bij de bouw is gebruik gemaakt van een torenkraan van het merk Terex Peinier (verder: de kraan). De Bouwcombinatie Tarwewijk heeft die kraan via Dura Vermeer Materiaalservice B.V. gehuurd van Arcomet Nederland.

2.4 Arcomet Nederland huurde op haar beurt de kraan van Terex Deutschland.

2.5 In een huurovereenkomst met betrekking tot de kraan van 23 januari 2001 was onder meer het volgende bepaald:

"§16 Gerichtsstand, Erfüllungsort und sonstige Bestimmungen

(…)

4.Erfüllungsort und ausschliesslicher Gerichtstand - auch für Klagen im Urkunden- und Wechselprozess - ist, wenn der Mieter Vollkaufmann, eine juristische Person des öffentlichen Rechts oder ein öffentliches-rechtliches Sondervermögen ist, für beide Teile und für sämtliche gegenwärtigen und zukünftigen Ansprüche aus der Geschäftsverbindung der Hauptsitz des Vermieters, oder - nach seiner Wahl - der Sitz seiner Zweigniederlassung. Der Vermieter kann auch am allgemeinen Gerichtsstand des Mieters klagen.

(…)"

2.6 De kraan was opgebouwd uit door Terex Deutschland aangeleverde standaarddelen. De kraan was 77,3 m hoog (haakhoogte) en daarmee hoger dan de standaardconfiguratie. De fundatie van de kraan bestond uit een betonplaat, waarin 4 nieuwe stalen voorstortankers /instortstukken waren opgenomen, die als voeten voor de kraan fungeerden. Het onderste mastdeel is in de werkplaats van Arcomet N.V. (verder: Arcomet België) op de vier instortstukken voorgemonteerd. Dat basiselement was op alle vier de hoeken met telkens 4 voorspanbouten, type M 39, aan de instortstukken bevestigd. Een werknemer van Arcomet Nederland, A.M. Berk (verder: Berk), was verantwoordelijk voor het op voorspanning brengen van de betreffende bouten. De kraan is verder gemonteerd door werknemers van Arcomet Nederland en/of Arcomet België.

2.7 Voor de montage van de kraan was een handboek van Terex Peiner beschikbaar.

2.8 Op 2 december 2003 is de kraan inclusief contragewichten omgevallen. De kraan is, via het dak van een belendend gebouw (in gebruik als discotheek Now & Wow), terechtgekomen op het dak van de productiehal van Quaker (hierna: het ongeval).

2.9 De Arbeidsinspectie heeft ter zake van het ongeval een onderzoek ingesteld en op 23 juni 2004 daarvan rapport uitgebracht. De conclusie van dat onderzoek is dat het ongeval het gevolg is van het breken van de 16 bouten die de verbinding vormden tussen het viertal in de betonnen fundatie van de kraan opgenomen instortankers en het onderste torenstuk. De breuk kon ontstaan als gevolg van vermoeiing van de bouten, die werd veroorzaakt door onjuiste voorspanning van de bouten, verkeerde aanligging van de contactvlakken en/of een onvoldoende stijve kraanconstructie.

2.10 Bij het ongeval is voorts een persoon om het leven gekomen en zijn twee personen zwaargewond geraakt. Het Openbaar Ministerie heeft [T 1] en [T 2] (verder: de gebroeders [T], bestuurders en (feitelijk) leidinggevende van Arcomet Nederland, aangemerkt als verdachten van dood door schuld en vervolgt hen ter zake daarvan.

2.11 Quaker en haar verzekeraar FM Insurance Company Limited (verder: FM Insurance) hebben Arcomet Nederland, Arcomet Beheer N.V., Arcomet België, Arcomet Service N.V., de gebroeders [T] en [B] (verder: Arcomet c.s.) gedagvaard in de zaak die bij de rechtbank Rotterdam bekend is onder rolnummer 07-673 en hen onder meer hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van het ongeval door hen begroot op € 23.364.344,--. Arcomet Nederland is daarbij aangesproken op de voet van artikel 6:170 BW voor het handelen van onder meer [B]. Daarnaast werd Arcomet Nederland aansprakelijk gehouden op grond van artikel 6:162 BW voor gebrekkig onderhoud van de kraan en op grond van (artikel 6:181 jo) artikel 6:173 BW als bezitter van een gebrekkige kraan.

2.12 In een separate procedure heeft Quaker Terex Deutschland aansprakelijk gesteld op basis van onrechtmatige daad.

2.13 Arcomet c.s. heeft vervolgens in de onderhavige procedure – onder meer – de veroordeling gevorderd van (Terex Peiner, een rechtsvoorganger van) Terex Deutschland, Terex Demag GmbH & Co KG (verder: Terex Demag) en Terex Germany GmbH & Co KG (verder: Terex Germany en gezamenlijk Terex c.s.) tot al datgene waartoe zij in de zaak met rolnummer 07-673 mochten worden veroordeeld. Daartoe heeft zij – kort samengevat – het volgende aangevoerd: uit onderzoek is komen vast te staan dat de torenkraan conceptueel onjuist was, hetgeen Terex-Peiner te verwijten valt. De kraan is immers conform het advies van Terex-Peiner en het door Terex Peiner ter beschikking gestelde handboek gemonteerd.

2.14 Terex c.s. heeft zich voor alle weren beroepen op de onbevoegdheid van rechtbank Rotterdam om van de vordering van Arcomet Nederland kennis te nemen. Zij stelde daartoe dat artikel 16.4 van de toepasselijke overeenkomst van 23 januari 2001 een forumkeuzebeding bevat voor de rechter van de vestigingsplaats van Terex c.s., derhalve een rechter in de Bondsrepubliek Duitland, subsidiair in geval een nieuwe huurovereenkomst tot stand zou zijn gekomen, dat partijen geacht moeten worden stilzwijgend overeenstemming te hebben bereikt over een forumkeuzebeding met gelijke strekking, dan wel omdat deze forumkeuze tussen partijen ingevolge de gewoonte geldt.

2.15 Bij conclusie van repliek in vrijwaring, tevens akte vermeerdering van de grondslag van de eis in vrijwaring heeft Arcomet c.s. de grondslag van de vrijwaring uitgebreid, stellende dat de schade waarvoor zij door Quaker en FM Insurance aansprakelijk wordt gehouden, mede is veroorzaakt door onrechtmatig handelen van Terex jegens Quaker en dat dit betekent dat op Terex c.s. op grond van artikel 6:10, lid 1 BW een bijdrageplicht rust ter zake van de door Arcomet c.s. aan Quaker te betalen schadevergoeding, alsmede van de door Arcomet c.s. in redelijkheid gemaakte kosten.

2.16 Bij het bestreden tussenvonnis van 3 februari 2010 heeft de rechtbank overwogen dat zij op de voet van artikel 6, sub 2 EEX-Verordening (Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken) in beginsel bevoegd is van de vordering kennis te nemen, maar dat dit beginsel uitzondering lijdt indien tussen partijen een forumkeuzebeding in de zin van artikel 23 EEX-verordening geldt. Aangezien partijen twisten over hun contractuele verhouding ten tijde van het ongeval, heeft de rechtbank Terex c.s. opgedragen te bewijzen dat de in rechtsoverweging 2.4 bedoelde huurovereenkomst inclusief de forumkeuzeclausule tussen (de rechtsopvolgers van de oorspronkelijke) partijen stilzwijgend is verlengd tot de datum van het ongeval. De rechtbank overwoog dat als Terex c.s. zou slagen in dit bewijs, de rechtbank niet bevoegd is tot kennisname van de vordering tegen Terex Deutschland, hetgeen niet wegneemt dat zij dat wel is ten aanzien van Terex Demag en Terex Germany.

2.17 Bij het bestreden vonnis in het incident van 11 mei 2011 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van de zaak kennis te nemen voor zover die ziet op de vordering van Arcomet Nederland tegen Terex Deutschland, zich ten aanzien van de overige vorderingen bevoegd verklaard hiervan kennis te nemen en partijen toegestaan om – voor zover dit vonnis geen eindbeslissing inhoudt – daarvan in hoger beroep te gaan zonder dat de eindbeslissing hoeft te worden afgewacht. De rechtbank overwoog daartoe onder meer dat Terex Deutschland in het haar opgedragen bewijs is geslaagd, hetgeen betekent dat de contractuele verhouding tussen partijen ten tijde van het ongeval in 2003 werd beheerst door de huurovereenkomst van 23 januari 2001. De rechtbank achtte zich daarom niet bevoegd kennis te nemen van de vordering voor zover die rechtstreeks voortvloeit uit de contractuele verhouding, in het bijzonder het verwijt dat sprake is geweest van ondeugdelijke instructie ten aanzien van de (opbouw van de) kraan. Gelet op de zeer ruime omschrijving van de forumkeuzeclausule ("fur sämtliche gegenwärtigen und zukünftigen Ansprüche") strekt deze onbevoegdheid zich ook uit tot de verwijten die gebaseerd zijn op de stelling dat sprake is van een gebrekkig product. Van productaansprakelijkheid als bedoeld in de artikelen 6:185-192 BW is geen sprake, zodat deze verwijten moeten worden gezien als een beroep op aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Terex Deutschland jegens Arcomet Nederland, welke aansprakelijkheid dan (daargelaten of daarvan sprake is) zozeer samenhangt met de contractuele verhouding tussen deze partijen dat deze daarvan niet los te zien is, aldus de rechtbank. Voor wat betreft het hoofdelijkheidsregres overwoog de rechtbank dat als het zo is dat Terex Deutschland en Arcomet Nederland ten opzichte van de eisers in de hoofdzaak naast elkaar, elk voor de gehele schade hoofdelijk aansprakelijk zijn, voor de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen partijen, de overeenkomst van 23 januari 2001 een wezenlijk element is, hetgeen betekent dat ook in dat opzicht de rechtbank niet bevoegd is. De rechtbank achtte het overigens ook uit proceseconomische overwegingen wenselijk dat de Duitse rechter over de gehele vordering van Arcomet Nederland op Terex Deutschland kennis neemt. Hetgeen volgens de rechtbank niet wegneemt dat zij wel bevoegd is ten aanzien van de andere partijen (zowel aan de zijde van Terex Deutschland als aan de zijde van Alcomet Nederland).

3.1 In hoger beroep vordert Arcomet Nederland de vernietiging van de bestreden vonnissen en opnieuw rechtdoende te oordelen dat de rechtbank Rotterdam bevoegd is van de zaak tussen Arcomet Nederland en Terex Deutschland kennis te nemen voor wat betreft het hoofdelijkheidsregres en de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar de rechtbank Rotterdam terug te verwijzen, met veroordeling van Terex Deutschland in de kosten van het hoger beroep.

3.2 Arcomet Nederland is van mening dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is kennis te nemen van de vordering uit artikel 6:10 BW, ervan uitgaande dat zowel zij als Terex Deutschland op grond van onrechtmatige daad jegens Quaker/FM Insurance hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door Quaker geleden schade. Arcomet Nederland betoogt dat – omdat het haar vrij staat alleen ter zake van deze niet contractuele vordering jegens Terex Deutschland te ageren – het ook vanuit proceseconomische overwegingen de voorkeur verdient indien de rechtbank die over de hoofdzaak en alle andere vorderingen in vrijwaring oordeelt, van de hoofdelijkheidsregresvordering kennis neemt.

3.3 In het voorwaardelijk incidenteel appel komt Terex Deutschland, voor het geval enige grief van Arocmet Nederland zou slagen, op tegen de motivering van het oordeel van de rechtbank dat zij ook niet bevoegd is ten aanzien van het hoofdelijkheidsregres. Terex Deutschland is namelijk van mening, dat het hoofdelijkheidsregres valt onder het forumkeuzebeding zoals dat is opgenomen in artikel 16, lid 4 van de tussen partijen gesloten overeenkomst.

3.4 Geen grieven zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Terex Deutschland is geslaagd in het (onder mee aan haar opgedragen) bewijs, en dat dit meebrengt dat zij onbevoegd is voor wat betreft de vordering gegrond op de stelling dat Terex Deutschland wanprestatie heeft gepleegd of onrechtmatig heeft gehandeld jegens Arcomet Nederland, zodat dit thans tussen partijen vaststaat.

3.5 Het hof stelt vast dat nog geenszins vaststaat dat zowel Arcomet Nederland als Terex Deutschland op grond van onrechtmatige daad jegens Quaker/ FM Insurance hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door Quaker als gevolg van het ongeval geleden schade. De vraag waarover partijen thans strijden (de vraag naar de bevoegde rechter in geval van hoofdelijkheidsregres), doet zich eerst voor wanneer dit het geval blijkt te zijn. Nu geen van partijen hieraan enige consequentie heeft verbonden, zal het hof ervan uitgaan dat partijen desondanks voldoende belang hebben bij de onderhavige procedure.

3.6 Het hof zal eerst onderzoeken of het forumkeuzebeding dat is opgenomen in de huurovereenkomst, zich mede uitstrekt tot het hoofdelijkheidsregres indien zowel Arcomet Nederland als Terex Deutschland op grond van onrechtmatige daad jegens Quaker/ FM Insurance hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door Quaker als gevolg van het ongeval geleden schade. Partijen zijn het er immers over eens (en het hof deelt deze conclusie) dat bij bevestigende beantwoording van deze vraag geoordeeld dient te worden dat de Nederlandse rechter (ook) ter zake van het hoofdelijkheidsregres, niet bevoegd is.

3.7 Arcomet Nederland beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend. Naar haar mening hebben partijen met artikel 16, lid 4 van de huurovereenkomst niet de bedoeling gehad om de forumkeuze ook tot een hoofdelijkheidsregres te doen uitstrekken. Het forumkeuzebeding in de huurovereenkomst ziet naar de mening van Arcomet Nederland slechts op de contractuele rechtsverhouding tussen Arcomet Nederland en Terex Deutschland en staat daarom niet aan de bevoegdheid van de rechtbank ter zake van het hoofdelijkheidsregres in de weg, daar het hoofdelijkheidsregres een uit de wet voortvloeiende vordering is.

3.8 Terex Deutschland is daarentegen van mening dat de forumkeuzeclausule dermate ruim is (in het Nederlands vertaald: "alle tegenwoordige en toekomstige aanspraken die voortvloeien uit de zakelijke relatie tussen partijen"), dat moet worden geoordeeld dat deze niet beperkt is tot beslissingen op aanspraken ex contractu, maar zich ook uitstrekt tot vorderingen uit de wet, zoals het hoofdelijkheiddsregres. Dat partijen dit zo bedoeld hebben blijkt aldus Terex Deutschland uit de keuze voor de term "Geschaftsverbindung". Indien partijen het formumkeuzebeding hadden willen beperken tot verplichtingen uit overeenkomst, dan zou voor de term "Vertragsbeziehung" zijn gekozen. Daarbij komt dat feitelijk de regresvordering niet los kan worden gezien van de overige twee door Arcomet Nederland ingestelde vorderingen en met name niet los van de overeenkomst op grond waarvan Arcomet Nederland ten tijde van het ongeval over de kraan kon beschikken. De door de rechtbank gesignaleerde proceseconomische overwegingen die meebrengen dat het wenselijk is dat de Duitse rechter kennis neemt van de gehele vordering van Arcomet Nederland op Terex Deutschland, wegen naar de mening van Terex Deutschland zwaar. Zij wijst er op dat het vermijden van (tegenstrijdige) uitspraken door rechters van verschillende landen over dezelfde feiten en geschillen, blijkens overweging 15 van de EEX-Verordening, een belangrijk element vormt van die Verordening.

3.9 Het hof overweegt als volgt.

De litigieuze hoofdelijkheidsregresvordering van Arcomet Nederland tegen Terex Deutschland moet worden aangemerkt als een vordering als bedoeld in artikel 6 sub 2 EEX-Verordening (vgl. ook de ruim geformuleerde Engelse taalversie: ‘or in any other third party proceedings’). Deze bevoegdheidsgrond kan dus in beginsel worden ingeroepen (althans in Nederland, vgl. artikel 65 EEX-Verordening). Dat lijdt evenwel uitzondering indien het onderhavige geschil valt onder het bereik van het forumkeuzebeding in artikel 16 lid 4 van de overeenkomst tussen (de rechtsvoorgangster van) Arcomet Nederland tegen (de rechtsvoorgangster van) Terex Deutschland. Artikel 23 EEX-Verordening, inzake de forumkeuze, schept immers exclusieve bevoegdheid voor het gekozen forum, en prevaleert dus boven artikel 6 sub 2. De vraag of het onderhavige geschil valt onder het bereik van het forumkeuzebeding, betreft de uitleg van dit beding, welke uitleg verordeningsautonoom – dus zonder verwijzing naar nationaal recht – door de nationale rechter dient te geschieden, vgl. HvJ EG 10 maart 1992, C-214/89, NJ 1996, 279, rov. 37 (Powell Duffryn/Petereit); HvJ EG 3 juli 1997, C-269/95, NJ 1999, 681, rov. 31 (Benincasa/Dentalkit). Daarbij is de partijwil in beginsel beslissend.

3.10 Met inachtneming van het bovenstaande, valt naar het oordeel van het hof het onderhavige regresgeschil onder het bereik van het forumkeuzebeding. Dit beding is opgesteld in ruime bewoordingen (‘sämtliche gegenwärtigen und zukünftigen Anspruche aus der Geschäftsverbindung’): het omvat alle aanspraken die naar aanleiding van de verhuur van de kraan zijn ontstaan of zullen ontstaan, dus ook uit hoofde van onrechtmatige daad (Arcomet Nederland onderkent dit ook voor zover het gaat om de grondslag dat Terex Deutschland jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld) en ook de regresvorderingen als de onderhavige – want ook de onderhavige regresvordering is au fond een aanspraak van Arcomet Nederland jegens Terex Deutschland naar aanleiding van de verhuur van de kraan. Het hoofdelijkheidsregres kan, gelet op de feiten die daaraan ten grondslag liggen, uiteindelijk niet los worden gezien van de huurovereenkomst.

3.11 Het voorgaande betekent dat de Duitse rechter op grond van artikel 23 EEX-Verordening bevoegd is om kennis te nemen van de litigieuze hoofdelijkheidsregresvordering van Arcomet Nederland, zodat de Nederlandse rechter zich dienaangaande onbevoegd moet verklaren. Het gelijkluidende oordeel van de rechtbank is dus juist. In zoverre falen de grieven en behoeven zij voor het overige geen bespreking meer. Het hoger beroep faalt.

3.12 De tussen partijen gewezen bestreden vonnissen zullen worden bekrachtigd en Arcomet Nederland zal worden veroordeeld in de kosten van het principale hoger beroep. Deze proceskostenveroordeling zal – zoals door Terex Deutschland gevorderd – uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Daar het incidenteel hoger beroep slechts was ingesteld met het oog op het opnieuw aan de orde stellen van een (eerder gevoerd) verweer, zal het hof een kostenveroordeling voor het incidenteel hoger beroep achterwege laten (vgl. LJN: BV9966, Hoge Raad 11 mei 2012).

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht van 3 februari 2010 en 11 mei 2011;

- veroordeelt Arcomet Nederland in de kosten van het geding in het principale hoger beroep, aan de zijde van Terex Deutschland tot op heden begroot op € 649,-- aan griffierecht en € 894,-- aan salaris advocaat;

- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.A. Boele, M.J. van der Ven en S.J. Schaafsma en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2012 in aanwezigheid van de griffier.