Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5169

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-07-2012
Datum publicatie
18-12-2012
Zaaknummer
200.107.219-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gesloten Jeugdzorg. Onderbouwing noodzaak gelegen in de familieomstandigheden rond de jeugdige in combinatie met zijn persoonlijk reageren daarop.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 18 juli 2012

Zaaknummer : 200.107.219/01

Rekestnummer rechtbank : JE RK 12-1013

[de jeugdige],

geboren [in] 1996 te [geboorteplaats],

thans feitelijk verblijvende in de gesloten instelling Stichting Jeugdzorg St. Joseph Het Keerpunt te Cadier en Keer, gemeente Eijsden-Margraten,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de jeugdige,

advocaat mr. W.J.J. Trooster te [woonplaats],

tegen

de Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam te Rotterdam,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. [de moeder],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.T. Dijkstra te Vlaardingen,

2. [de vader],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader.

In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming te Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De jeugdige is op 22 mei 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 20 april 2012 van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam.

Jeugdzorg heeft op 26 juni 2012 een verweerschrift ingediend.

De raad heeft bij brief van 13 juni 2012 aan het hof laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

De zaak is op 4 juli 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de jeugdige, bijgestaan door zijn advocaat;

- [de gezinsvoogd] (gezinsvoogd) namens Jeugdzorg;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.

De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Ter zitting heeft de advocaat van de jeugdige een overzicht overgelegd van de behandeling in de huidige leefgroep van de jeugdige.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is met ingang van 20 april 2012 machtiging verleend om de jeugdige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en verblijven tot 20 oktober 2012. De beschikking is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

Het hof gaat uit van de door de kinderrechter vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast:

- uit de moeder is de jeugdige geboren, zij oefende in het verleden alleen het gezag uit over de jeugdige;

- de moeder is ontheven van het gezag over de jeugdige en Jeugdzorg is benoemd tot voogd.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van de jeugdige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de periode van 20 april 2012 tot 20 oktober 2012.

2. De jeugdige verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het door Jeugdzorg in eerste aanleg gedane verzoek tot verlening van de machtiging gesloten plaatsing af te wijzen.

3. Jeugdzorg verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen en mitsdien het verzoek in hoger beroep, strekkende tot vernietiging van die beschikking, af te wijzen.

4. De jeugdige voert het volgende aan. De door de kinderrechter in de bestreden beschikking genoemde incidenten zijn niet dusdanig ernstig dat een zo ver strekkende maatregel noodzakelijk is. Het ging redelijk met de jeugdige in Ipse de Brugge in Leiden. Er was sprake van een positieve ontwikkeling. De jeugdige heeft zijn draai bij Ipse de Brugge gevonden en kan daar naar een gewone school. In de gesloten instelling zal de jeugdige weer opnieuw moeten wennen en kan hij niet naar een gewone school.

5. Jeugdzorg verweert zich daartegen als volgt. Er wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een gesloten machtiging. De situatie van de jeugdige was dermate ernstig dat plaatsing binnen het gesloten kader noodzakelijk is. De jeugdige is meermalen weggelopen en in aanraking gekomen met de politie. Hij voelt zich erg verantwoordelijk voor zijn familie en laat zich door de perikelen daar leiden. Hij is zeer beïnvloedbaar. Hoewel Jeugdzorg plaatsing binnen een residentiële open voorziening op dit moment niet in het belang acht van de jeugdige, meent Jeugdzorg tevens dat het de vraag is of het verstandig zou zijn als de jeugdige terug zou keren bij Ipse de Brugge. De jeugdige kan binnen de gesloten accommodatie tot rust komen en zich richten op zijn behandeling.

6. De moeder heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling - kort samengevat - het volgende naar voren gebracht. De plaatsing in het gesloten kader is niet noodzakelijk. De jeugdige dient op korte termijn zijn opleiding in Delft weer te hervatten.

7. Het hof overweegt op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting als volgt. De jeugdige heeft te kampen met ernstige gedragsproblemen die een bedreiging vormen voor zijn ontwikkeling naar volwassenheid.

Er is gedurende de gehele jeugd van de jeugdige sprake geweest van een ontwrichte thuissituatie. Het verblijf van hem bij zijn grootouders is - na overlijden van zijn grootvader (2009) - in 2010 beëindigd en geëindigd in een strafzaak. De jeugdige is betrokken geraakt bij diefstal en verduistering van de pinpas van de grootmoeder en verduistering van een substantieel geldbedrag van haar bankrekening en heeft daarnaast op een gestolen brommer gereden. Hij heeft hiervoor een voorwaardelijke werkstraf opgelegd gekregen met twee jaar begeleiding door de jeugdreclassering.

Nadien is de jeugdige geplaatst bij Ipse de Brugge. Die plaatsing verliep enerzijds goed, anderzijds bleek dat de jeugdige wegliep op het moment dat hij door problemen binnen de familie onder druk kwam te staan. In 2012 is hij zes keer weggelopen.

De gedragsdeskundige wijst op het dwangmatige karakter van het weglopen van de jeugdige en het ontbreken van een familienetwerk dat hem structuur en veiligheid kan bieden. Door het weglopen uit de open instelling en het ontbreken van enige structuur binnen de familie komt de minderjarige niet toe aan zijn noodzakelijke ontwikkeling naar volwassenheid. Er blijven bij plaatsing buiten het gesloten kader te veel risico factoren aanwezig die de sociale en emotionele ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigen.

8. Naar het oordeel van het hof bestaat er een reële kans dat de jeugdige zich, indien hij weer in een andere residentiële instelling wordt geplaatst, zal onttrekken aan de zorg die hij nodig heeft of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Voor zover door de jeugdige en de moeder is betoogd dat het veelvuldig weglopen van de jeugdige slechts plaatsvond in de periode maart 2012 en april 2012 en dat dit weglopen thans geen reden meer mag zijn voor de plaatsing van de jeugdige in het gesloten kader, overweegt het hof als volgt. Weliswaar heeft de jeugdige zich in de periode voorafgaand aan maart 2012 nauwelijks onttrokken, maar dit neemt niet weg dat de achterliggende oorzaken van het onttrekken van de jeugdige in de periode maart-april 2012 nog steeds aanwezig zijn, te weten de druk die hij ervaart vanwege familieomstandigheden. Zo heeft de moeder ter zitting in niet mis te verstane termen te kennen gegeven dat zij zich nog altijd niet zal neerleggen bij de uithuisplaatsing van de broer van de jeugdige - [de broer] - in een homoseksueel gezin en dat zij de positie van de voogd in die kwestie ter discussie blijft stellen. Dat mag zij doen, maar dat zijn wel de omstandigheden waaronder de jeugdige niet aan de drang tot weglopen weerstand kan bieden.

9. Het hof acht het in het belang van de jeugdige dat hij rust en structuur geboden krijgt binnen de accommodatie zodat hij toe kan komen aan zijn noodzakelijke ontwikkeling en dat er op korte termijn gewerkt kan worden aan de behandeling van zijn trauma’s.

10. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat (nog altijd) sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen bij de jeugdige die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat hij zich aan de benodigde zorg zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. De kinderrechter heeft de machtiging tot gesloten jeugdzorg van de jeugdige terecht verleend. Het hof zal het verzoek van de jeugdige in hoger beroep afwijzen en de bestreden beschikking bekrachtigen.

11. Dit leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Kempen, Van Leuven en Van Wijk, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2012.