Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4710

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
04-12-2012
Zaaknummer
200.108.393/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appel te laat ingediend. Rol van de advocaat daarbij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 12 september 2012

Zaaknummer : 200.108.393/01

Rekestnummer rechtbank : FA RK 11-7926

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. P.J. de Bruin te Rotterdam,

tegen

de Stichting Bureau Jeugdzorg te Naaldwijk,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 15 juni 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 13 maart 2012 van de rechtbank ‘s-Gravenhage.

Op 16 augustus 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep mondeling behandeld. Ter zitting was aanwezig de advocaat van de vader. Jeugdzorg is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is bepaald dat de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats], en de vader vier maal per jaar omgang met elkaar zullen hebben, te weten twee bezoeken van een uur op het kantoor van Jeugdzorg in aanwezigheid van een tolk en een medewerker van Jeugdzorg en twee bezoeken van anderhalf uur buiten op het kantoor van Jeugdzorg, eveneens in aanwezigheid van een medewerker van Jeugdzorg. Het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling van de vader met de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], is afgewezen.

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP

1. De vader heeft niet eerder dan op 15 juni 2012 hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 13 maart 2012. Nu de vader in eerste aanleg verzoeker was, geldt voor hem een beroepstermijn van drie maanden na de dag van de uitspraak (artikel 806 in samenhang met artikel 805 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Aangezien de uitspraak is gedaan op 13 maart 2012, liep de beroepstermijn af op 13 juni 2012.

2. De advocaat van de vader stelt dat de termijnoverschrijding (groten)deels te wijten is aan de rechtbank, nu de bestreden beschikking door de rechtbank niet eerder dan op 16 maart 2012 is verzonden en van deze verzenddatum aantekening is gemaakt op de bestreden beschikking. De advocaat van de vader stelt dat het datumstempel van de rechtbank verwarring wekt en risico op fouten veroorzaakt. Nu de termijnoverschrijding mede aan de rechtbank te wijten is, is het te verstrekkend de vader niet-ontvankelijk te verklaren.

3. Het hof overweegt als volgt. Een advocaat moet op grond van zijn deskundigheid en kennis ten aanzien van de procedure in beroep zonder meer geacht worden op de hoogte te zijn van de hier aan de orde zijnde termijn en van de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan overschrijding daarvan. Dat, zoals door de advocaat van de vader is aangevoerd, op de beschikking tevens is aangegeven op welke datum deze verzonden is, brengt daarom niet mee dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, temeer daar de beroepstermijn de rechtszekerheid met betrekking tot de onherroepelijkheid van rechterlijke uitspraken dient.

4. Dit leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Lückers, Husson en Kamminga, bijgestaan door Hogendoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2012.