Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8916

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-09-2012
Datum publicatie
04-10-2012
Zaaknummer
200.105.827-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom; merkenrecht; BBIE-oppositie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.105.827/01

beschikking van 11 september 2012

inzake

de vennootschap naar vreemd recht

FOODCARE SPÓLKA Z.O.O.,

gevestigd te Zabierzów, Polen,

verzoekster,

hierna te noemen: Foodcare,

advocaat: mr. M.F.J. Haak te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar vreemd recht

SUMOL + COMPAL MARCAS, S.A.,

gevestigd te Oeiras Carnaxide, Portugal,

verweerster,

hierna te noemen: Sumol,

advocaat: mr. R.E. Nommensen te 's-Gravenhage.

De procedure

Bij op 24 april 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift (met producties) heeft Foodcare verzocht de beslissing van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (hierna: het Bureau) van 24 februari 2012, waarbij de oppositie van Sumol tegen de door Foodcare aangevraagde inschrijving van het hierna weer te geven teken ‘4 MOVE’ is toegewezen, te vernietigen en de inschrijving van het teken als merk te bevelen voor de waren waarvoor het is aangevraagd, met veroordeling van Sumol in de proceskosten.

Sumol heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen verweerschrift ingediend. Beide partijen hebben bij monde van hun advocaten afgezien van mondelinge behandeling.

Beoordeling van het verzoek

1. Uit het verzoekschrift en de producties blijkt het volgende.

a. Sumol is rechthebbende op het, op 13 februari 2006 onder nr. 4194437 ingeschreven, gemeenschapswoordmerk ‘MOOVE’ voor de waren in de klassen 5, 30 en 32:

5

Dietetic, organic and diet beverages; vitamin energy drinks and tonic and fortified drinks.

30

Coffee, tea and artificial coffee-based beverages, and beverages based on other cereals.

32

Beverages, namely drinking waters, flavoured waters, mineral and aerated waters and other non-alcoholic beverages; energy drinks and sports drinks, soft drinks, fruit drinks and aerated fruit juice drinks, vegetable and plant juices, syrups for beverages, concentrates, powders and other preparations for the manufacture of beverages.

b. Foodcare heeft op 28 januari 2010 onder nr. 1031791 een internationaal depot verricht, met aanduiding van (onder andere) de Benelux, van het gecombineerde woord-/beeldmerk

Woord-/beeldmerk Foodcare

voor waren in klasse 32:

Essences for making beverages; lemonades; lemonades powder; non alcoholic beverages; effervescing beverages; powder for effervescing beverages; fruit nectars; pastilles for effervescing beverages; products and preparations for making energizers; products and preparations for making refreshing beverages and micro-elements concentrated beverages; fruit juices; vegetable juices; sorbets; syrups for beverages; mineral water; aerated water; isotonic and energizing beverages.

c. Op 1 juni 2010 heeft Sumol oppositie ingesteld tegen de inschrijving van dit depot van Foodcare. De oppositie is gebaseerd op haar eerdere, onder a. weergegeven gemeenschapsmerk voor alle waren waarvoor het is ingeschreven en richt zich tegen alle waren van het betwiste depot.

d. Bij beslissing van 24 februari 2012 heeft het Bureau de oppositie toegewezen en beslist dat het internationale depot van Foodcare in de Benelux niet wordt ingeschreven, alsmede dat Foodcare een bedrag van € 1.000,- (terzake van de kosten van de bezwaarprocedure) dient te voldoen aan Sumol.

2. De oppositie van Foodcare is gebaseerd op art. 2.18 jo. art. 2.14, lid 1, sub a van het Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (hierna BVIE), in verbinding met art. 2.3 sub b BVIE.

4. In art. 2.14 lid 1 BVIE is bepaald:

1. De deposant of houder van een ouder merk kan, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgende op de publicatie van het depot, schriftelijk oppositie instellen bij het Bureau tegen een merk dat:

a. in rangorde na het zijne komt, overeenkomstig de bepalingen in artikel 2.3, sub a en b.

(…)

Art. 2.3 BVIE, voor zover van belang, bepaalt:

Bij de beoordeling van de rangorde van het depot wordt rekening gehouden met de op het tijdstip van het depot bestaande en ten tijde van het geding gehandhaafde rechten op:

a. (…);

b. gelijke of overeenstemmende, voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten gedeponeerde merken, indien bij het publiek verwarring, inhoudende de mogelijkheid van associatie met het oudere merk, kan ontstaan.

5. Het Bureau heeft de oppositie toegewezen. Daarbij heeft het overwogen dat het relevante publiek – de consument van dranken en preparaten voor de bereiding daarvan, met een normaal aandachtsniveau – beide tekens zal associëren met het Engelse woord ‘move’ in de betekenis van ‘vooruitgaan’, ‘verplaatsen’, zodat er begripsmatig een zekere mate van overeenstemming is. Ook visueel acht het Bureau een zekere mate van overeenstemming aanwezig, waarbij volgens hem het relevante publiek het beeldelement in het teken

'4 MOVE' als puur decoratief zal beschouwen. Het Bureau meent mede op grond daarvan dat de tekens visueel meer overeenkomsten dan verschillen vertonen. Auditief is volgens het Bureau sprake van overeenstemming. De waren waarvoor de tekens zijn ingeschreven acht het Bureau deels identiek, deels soortgelijk. Op grond van dit alles is het Bureau van oordeel dat het relevante publiek kan menen dat de door de betrokken tekens gedekte waren van dezelfde onderneming of van economisch verbonden ondernemingen afkomstig zijn, zelfs indien het onderscheidend vermogen van het teken ‘MOOVE’ gering zou moeten worden geacht.

6. Bij de beoordeling van de vraag of het merk van Foodcare enerzijds en dat van Sumol anderzijds zodanig overeenstemmen dat daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren gevaar voor directe of indirecte verwarring kan ontstaan, moet in aanmerking worden genomen dat het verwarringsgevaar globaal dient te worden beoordeeld volgens de indruk die de merken van Foodcare enerzijds en van Sumol anderzijds bij de gemiddelde consument van de betrokken waren achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name de onderlinge samenhang tussen de overeenstemming van het merk van Foodcare en dat van Sumol en de soortgelijkheid van de betrokken waren. Overeenstemming tussen de merken veronderstelt in dit verband het bestaan van visuele, auditieve en/of begripsmatige overeenkomst. Wanneer daarvan sprake is, dient vervolgens te worden beoordeeld of, mede in aanmerking nemend de mate van soortgelijkheid van de betrokken waren, bij het publiek direct of indirecte verwarring kan ontstaan over de herkomst van de waren. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient te berusten op de totaalindruk die door de merken van Foodcare en van Sumol wordt opgeroepen, waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Voorts dient rekening te worden gehouden met het onderscheidend vermogen van het oudere merk. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van de betrokken waren.

De gemiddelde consument

7. Uit het verzoekschrift valt af te leiden dat Foodcare wat betreft de waren in klasse 32, waarvoor zij haar merk heeft gedeponeerd, drie categorieën onderscheidt: a) dranken, b) preparaten (poeders en essences) voor de bereiding van dranken en c) sorbets. Foodcare bestrijdt niet dat het in aanmerking te nemen publiek voor wat betreft dranken en sorbets bestaat uit het grote publiek, met een normaal aandachtsniveau. Zij stelt voor wat betreft de preparaten voor de bereiding van dranken te maken te hebben met professionele partijen, met een hoger aandachtsniveau dan dat van de gewone consument. Het hof zal daarvan veronderstellenderwijs uitgaan.

De tekens; visuele vergelijking

8. Uitgangspunt is dat bij een gecombineerd woord-/beeldmerk het teken als geheel in aanmerking moet worden genomen. Daaraan doet niet af dat de totaalindruk die een samengesteld teken bij het relevante publiek nalaat, door een of meerdere bestanddelen ervan kan worden gedomineerd. Alleen wanneer alle andere bestanddelen van het merk te verwaarlozen zijn, kan overeenstemming op basis van enkel het dominerende bestanddeel worden beoordeeld (zie onder meer HvJEU 12 juni 2007, Limonchello, en C-334/05 en HvJEU 3 september 2009, C-498/07, La Espagnola). Anders dan Foodcare betoogt, heeft het Bureau dat evenwel niet uit het oog verloren.

9. In de overwegingen van het Bureau ligt besloten dat het het woordelement van het teken

'4 MOVE' dominant acht. Het Bureau overweegt immers dat het woordelement een grotere impact op het publiek zal hebben dan het beeldelement, dat volgens het Bureau door het publiek als puur decoratief zal worden gezien.

In het betoog van Foodcare ligt besloten dat zij woord- en beeldelement van gelijk gewicht acht. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het teken bestaat uit een vierkant, waarvan de linkerhelft zwart gekleurd is en de rechterhelft helder geel. De vlakken worden van elkaar gescheiden door een verticale, golvende lijn, die aan de bovenkant meer zwart laat en aan de onderkant meer geel. De tekens '4 MOVE' doorsnijden het vierkant horizontaal, op de middellijn, en bestrijken de gehele breedte van het vierkant. Het zijn grote, wit ingekleurde, cursief vormgegeven en grijs omlijnde elementen, te weten het cijfer 4 en de vier hoofdletters die tezamen het woord ‘MOVE’ vormen. Het cijfer ‘4’ contrasteert sterk met het zwarte vlak. Tussen de ‘4’ en de letters ‘MOVE’ is een spatie geplaatst. Ook is door accentuering met uiteenlopende helderheid van de letters ‘MOVE’ een “lichteffect” te zien, waardoor de letter ‘O’ als het ware oplicht. Het hof acht, anders dan het Bureau, aannemelijk dat de combinatie van de opvallende achtergrond en de aldus vormgegeven en geplaatste cijfer en letters, door het in aanmerking komende publiek als één geheel zal worden waargenomen en onthouden. In de totaalindruk die bij het publiek achter blijft zal daarbij niet minder toekomen aan het beeldelement.

Voorts is het hof van oordeel dat het publiek niet alleen de woorden ‘MOVE’ zal onthouden, maar ook en in het bijzonder de ‘4’ die er aan vooraf gaat, mede gelet op de prominente en door een spatie gescheiden plaatsing ervan.

10. Het teken 'MOOVE' bevat alleen dit woordelement. Behalve dat een beeldelement dus ontbreekt, ontbreekt eveneens de ‘4’ als voorvoegsel. Anderzijds verschillen de woordelementen 'MOVE' en 'MOOVE' slechts door een extra O in het laatste teken.

11. Op grond van het voorgaande neemt het hof een geringe mate van visuele overeenstemming tussen de beide tekens aan.

Auditieve vergelijking

12. Bij auditieve vergelijking dient het woordelement (in dit geval bestaande uit het cijfer ‘4’ en de letters ‘MOVE’) in aanmerking te worden genomen.

Het hof acht, evenals het Bureau, aannemelijk dat zowel het woord 'MOVE' in het teken '4 MOVE', als het teken 'MOOVE', door het in aanmerking komende publiek in de Benelux zal worden uitgesproken als het Engelse ‘move’. In de Benelux is men immers over het algemeen zeer bekend met en gericht op de Engelse taal. Aannemelijk is dat het overgrote deel van het publiek in de Benelux bekend is met het woord ‘move’. Mede om die reden acht het hof niet aannemelijk dat het publiek aanleiding zal zien het teken 'MOOVE' uit te spreken als het Franse ‘mauve’, zoals Foodcare stelt. In zoverre is er dus overeenstemming op auditief gebied. Het hof acht echter evenzeer aannemelijk dat ook de ‘4 ‘ in '4 MOVE' zal worden uitgesproken en wel als het Engelse ‘for’ of ‘four’, of in het Nederlands als ‘vier’. In zoverre is er een wezenlijk auditief verschil tussen de beide tekens. Daarvan uitgaand, is het hof van oordeel dat er auditief een zekere mate van overeenstemming tussen de beide tekens bestaat.

Begripsmatige vergelijking

13. Het hof acht, mede gelet op hetgeen het hiervoor, in rov. 12, heeft overwogen met betrekking tot de kennis van en de gerichtheid op de Engelse taal bij het publiek in de Benelux, aannemelijk dat het in aanmerking komende publiek het woordelement ‘MOVE’ in '4 MOVE', zal associëren met het Engelse woord ‘move’, in de betekenis van ‘bewegen’. Het hof acht voorts aannemelijk dat een deel van het publiek, dat bekend is met het gebruik van het cijfer 4 als alternatieve aanduiding van het woord ‘for’, de ‘4’ in '4 MOVE' als bedoelde aanduiding zal opvatten. Hoewel ‘for move’ grammaticaal geen betekenis heeft, althans geen correcte constructie is, zal een deel van het publiek wellicht denken dat het gaat om drankjes (en preparaten voor drankjes, respectievelijk sorbets) die bevorderlijk zijn voor ‘bewegen’, in het bijzonder voor zover het gaat om energie- en sportdrank. Afgezien van deze mogelijke associatie, zal het cijfer ‘4’ naar ’s hofs oordeel voor het publiek geen conceptuele betekenis hebben.

In aanmerking nemend de wijze waarop het publiek 'MOOVE' zal uitspreken (zie hiervoor, rov. 12), zal dat publiek ook dat teken, ondanks de tweede O, naar ’s hofs oordeel associëren met het Engelse begrip ‘move’, zij het dat die associatie door de afwijkende spelling minder sterk zal zijn. Afgezien van deze mogelijke associatie heeft het teken geen conceptuele betekenis.

Op grond van dit alles is het hof van oordeel dat er een zekere mate van begripsmatige overeenstemming tussen beide tekens bestaat.

Relatief gewicht van de visuele vergelijking

14. In haar verzoekschrift betoogt Foodcare dat het visuele aspect van de merken dominant is, omdat het relevante publiek veelal visueel geconfronteerd zal worden met de merken. Zij wijst erop dat de flesjes ofwel in het schap van de supermarkt staan, ofwel achter glazen raampjes van de ijskasten in café’s. Foodcare heeft deze stelling in de procedure bij het BBIE niet naar voren gebracht. De vraag is of het hof bedoelde stelling dan wel in zijn beoordeling mag betrekken.

15. In zijn beslissing van 17 januari 2012 in de zaak Yellow Pages/Gelbe Seiten (LJN BV3748) heeft het hof overwogen:

“In voormelde uitspraak (BenGH 26 juni 2009, NJ 2009, 355, inzake KOYO/KOY A, hof ) heeft het BenGH beslist dat het hof van beroep (in casu het hof 's-Gravenhage) bij zijn beslissing alleen die gegevens in aanmerking kan nemen op grond waarvan de oppositiebeslissing door het Bureau werd genomen of had moeten genomen worden. Hiermee sluit het BenGH aan bij zijn eerdere beslissing over de geldende procedureregels in een beroepsprocedure over een weigering op absolute gronden in zijn uitspraak van 15 december 2003, NJ 2004, 347 (Langs Vlaamse Wegen). Een nieuwe grond voor oppositie of inschrijving kan derhalve in beginsel niet voor het eerst in beroep worden aangevoerd. Niet gesteld of gebleken is dat daarvan sprake is. Het hof is van oordeel dat deze beslissing van het BenGH niet meebrengt dat het ook niet mogelijk is een reeds aangevoerde grond nader te onderbouwen door nieuwe gegevens aan te voeren en nieuwe stukken over te leggen. Het BenGH heeft voor de beroepsprocedure over een weigering op absolute gronden in zijn uitspraak van 29 juni 2006, BIE 2007, 45 (Europolis IV) geoordeeld dat het verzoeker/

deposant wel vrijstaat in de beroepsprocedure nadere gegevens/ nieuw bewijsmateriaal aan te voeren ter ondersteuning van een in de bezwaarfase aangevoerde grondslag. Het hof is van oordeel dat niet valt in te zien waarom dit anders zou zijn voor de beroepsprocedure inzake oppositie.”

Het hof is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe grond die thans niet meer mag worden aangevoerd, maar van een toegestane nadere onderbouwing van een reeds aangevoerde grond, te weten: dat mede op basis van visuele vergelijking geen sprake is van verwarringsgevaar. Hoewel de nadere onderbouwing in dit geval niet bestaat uit nieuwe gegevens of nadere stukken, maar uit een nieuw argument, meent het hof dat dit op gelijke gronden moet worden toegestaan. Ook dat nieuwe argument dient immers ter ondersteuning van een reeds aangevoerde grond.

16. Foodcare heeft een beslissing van het Engelse Bureau voor de intellectuele eigendom van 6 juni 2011 overgelegd, waarin dat bureau de oppositie van Sumol tegen het Engelse deel van het '4 MOVE'-depot heeft afgewezen. In die beslissing neemt dat bureau aan dat het in aanmerking komende publiek het teken primair visueel waarneemt. Nu Sumol heeft afgezien van de indiening van een verweerschrift en verschijning ter mondelinge behandeling, is in de onderhavige zaak niet weersproken dat het in aanmerking komende publiek doorgaans visueel geconfronteerd zal worden met het merk '4 MOVE', zodat het hof dit als vaststaand aanneemt. Dat betekent dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van verwarringsgevaar (voor wat betreft de wijze van waarneming door het publiek) een relatief grotere betekenis toekomt aan de visuele vergelijking, dan aan de auditieve.

Vergelijking van de waren

17. Met betrekking tot de waren in de klasse 32 waarvoor de respectieve tekens zijn gedeponeerd heeft het Bureau (in de nrs. 44-47) overwogen:

a. de ‘limonades, alcoholvrije dranken, gazeuse dranken, vruchtennectars, vruchtensappen, plantaardige sappen, minerale wateren, gazeuse wateren, isotone en energetische dranken’ van het betwiste depot zijn identiek aan de meer algemene categorie ‘dranken’ van het ingeroepen recht;

b. de ‘siropen voor dranken’ van het betwiste depot worden met zoveel woorden genoemd in de warenopgave van het ingeroepen merk en zijn dus identiek;

c. de ‘essences voor de bereiding van dranken, limonades in poedervorm, poeders voor gazeuse dranken, pastilles voor gazeuse dranken, producten en preparaten voor de bereiding van energiedranken, producten en preparaten voor de bereiding van dorstlessende dranken en geconcentreerde dranken bevattende micro-elementen’, vallen onder de meer algemene categorie ‘poeders en andere preparaten voor de bereiding van dranken’ van het ingeroepen recht en zijn dus identiek; en

d. de ‘sorbets’ van het betwiste depot zijn bevroren waren, bestaande uit suiker(siroop) waaraan vruchtensappen en bevroren water zijn toegevoegd, of, in voorkomend geval, melk in geringe hoeveelheid. Het Bureau acht deze waren sterk soortgelijk aan ‘siropen voor dranken, concentraten en vruchtensappen’ van het ingeroepen recht en, meer algemeen, aan bevroren geserveerde ‘dranken’.

18. Foodcare maakt bezwaar tegen de onder c. en d. weergegeven vergelijking. Volgens Foodcare is de categorie ‘poeders en andere preparaten voor de bereiding van dranken’ van het ingeroepen recht te algemeen om op grond daarvan bescherming te kunnen inroepen tegen de inschrijving van het betwiste depot voor de onder c. genoemde, specifiek aangeduide waren. Foodcare wijst er in dat verband nog op dat zij zich hiermee op de groothandel richt en dus andere waren levert dan Sumol met 'MOOVE'. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, vermag het hof niet in te zien waarom de door Foodcare specifiek aangeduide waren niet vallen onder de categorie ‘poeders en andere preparaten voor de bereiding van dranken’ waarvoor 'MOOVE' mede is ingeschreven. Ook het hof acht deze waren identiek.

19. Wat betreft de onder d. genoemde sorbets acht Foodcare de redenering van het Bureau onbegrijpelijk. Zij maakt bezwaar tegen de ontleding van sorbets in de basiselementen daarvan. Ook het hof is evenwel van oordeel dat sorbets, hoewel niet identiek aan de waren waarvoor het merk 'MOOVE' is ingeschreven, wel kunnen worden aangemerkt als soortgelijk, namelijk in ieder geval complementair. In dit verband neemt het hof in aanmerking dat Foodcare niet heeft betwist dat sorbets als bevroren geserveerde dranken kunnen worden aangemerkt.

Onderscheidend vermogen 'MOOVE'

20. Het Bureau heeft veronderstellenderwijs aangenomen dat het teken 'MOOVE' een zwak onderscheidend vermogen heeft. Daarvan uitgaand acht het Bureau niettemin verwarringsgevaar aanwezig. Foodcare benadrukt dat 'MOOVE' nagenoeg geen onderscheidend vermogen heeft voor de betrokken waren. Zonder de “spelfout” door de dubbele O zou het merk zelfs wegens gebrek aan onderscheidend vermogen geweigerd zijn, zo stelt zij. Daarbij acht zij ‘move’ beschrijvend voor een deel van de betrokken waren, te weten energy drinks.

21. Het hof is van oordeel dat bedoeld teken een zwak onderscheidend vermogen heeft voor een deel van de waren, namelijk de zogenaamde energy drinks (zie ook hiervoor, rov. 13) en voor de overige waren een normaal onderscheidend vermogen.

Gevaar voor verwarring?

22. Zoals uit het voorgaande blijkt, acht het hof, anders dan het Bureau, de mate van overeenstemming tussen het betwiste depot en het ingeroepen recht over het geheel genomen niet groot. Hoewel de waren van klasse 32 waarvoor de beide tekens zijn ingeschreven grotendeels identiek zijn en deels soortgelijk, weegt de mate van overeenstemming op dat punt niet op tegen de aanzienlijke verschillen tussen de tekens, met name in visueel opzicht, mede in aanmerking genomen het gewicht van de visuele vergelijking (zie hiervoor, rov. 16). Het hof is op die grond van oordeel dat er geen reëel gevaar bestaat dat het in aanmerking komende publiek zal denken dat de door de betrokken tekens gedekte waren van dezelfde onderneming of van economisch verbonden ondernemingen afkomstig zijn. De omstandigheid dat het teken 'MOOVE' een redelijke mate van onderscheidend vermogen heeft voor de waren waarvoor het is ingeschreven, leidt niet tot een andere conclusie.

23. Sumol heeft haar oppositie tevens gebaseerd op de inschrijving van haar merk voor waren in de klassen 5 en 30. Nu de overeenstemming tussen die waren en de waren waarvoor het teken '4 MOVE' is gedeponeerd niet groter is dan voor de klasse 32 is aangenomen, leidt het beroep op de waren in de klassen 5 en 30 niet tot een andere conclusie.

Conclusie

24. Op grond van het voorgaande dient de beslissing van het Bureau te worden vernietigd. Het hof zal de inschrijving van het onderhavige teken '4 MOVE' van Foodcare als merk bevelen. Sumol zal worden veroordeeld tot vergoeding van de door Foodcare gemaakte proceskosten, voor wat betreft de procedure bij het Bureau te begroten op € 1.000,- en in beroep volgens het liquidatietarief, alsmede – overeenkomstig het daartoe strekkende verzoek van Foodcare – tot terugbetaling van hetgeen Foodcare aan Sumol heeft voldaan uit hoofde van de vernietigde beslissing, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag terugbetaling.

Beslissing

Het hof:

vernietigt de beslissing van het Bureau van 24 februari 2012 in de oppositie met nummer 2005278 en, opnieuw recht doende:

wijst de oppositie met nummer 2005278 af;

beveelt de inschrijving als merk voor de Benelux van het teken dat onderwerp is van het internationale depot met nr. 1031791, voor de waren in de klasse 32 als genoemd in het depot;

veroordeelt Sumol in de kosten van de oppositieprocedure bij het Bureau, begroot op

€ 1.000,-, alsmede in de kosten van het beroep, tot op heden aan de zijde van Foodcare begroot op € 666,- aan verschotten en € 894,- aan salaris voor de advocaat;

veroordeelt Sumol tot terugbetaling aan Foodcare van hetgeen Foodcare ter voldoening aan de vernietigde beslissing aan Sumol mocht hebben betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag van terugbetaling;

verklaart deze beschikking voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.D. Kiers-Becking, T.H. Tanja-van den Broek en

G.R.B. van Peursem en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2012 in aanwezigheid van de griffier.