Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX7459

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-09-2012
Datum publicatie
17-09-2012
Zaaknummer
200.023.248-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Maatwerkbeslissing gezamenlijk gezag: hof belast beide ouders met het gezamenlijk gezag onder bijzondere voorwaarden: a. de vader delegeert alle bevoegdheden met betrekking tot de dagelijkse verzorging aan de moeder, en b. overige niet spoedeisende beslissingen worden gezamenlijk voorbereid. Indien de ouders vervolgens niet gezamenlijk tot een eensluidende beslissing geraken, beslist de moeder, onverlet het recht van de vader de beslissing in het kader van de geschillenregeling van 1:253a BW aan de rechter voor te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2012/100 met annotatie van C. de Bie-Koopman
EB 2012/77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 5 september 2012

Zaaknummer : 200.023.248/01

Rekestnummer rechtbank : F1 RK 06-444

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. B. Beekman te Noordwijk,

tegen

[verweerster 1],

hierna te noemen: de moeder,

en

[verweerder 2],

hierna te noemen: de man,

beiden wonende te [woonplaats],

verweerders, tevens incidenteel verzoekers, in hoger beroep,

advocaat mr. S. Scheimann te Rotterdam.

In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming te Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 17 februari 2010, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Bij die beschikking is tot deskundige benoemd mevrouw drs. B.A. de Vries (hierna: de deskundige) in het door haar uit te voeren ouderschapsonderzoek. Iedere verdere beslissing is daarbij aangehouden.

Bij brief van 25 maart 2012 heeft de deskundige haar deskundigenrapport aan het hof verstuurd.

De advocaat van de vader heeft bij brief van 25 april 2012, ingekomen bij het hof op 26 april 2012, haar reactie op het deskundigenrapport kenbaar gemaakt.

De advocaat van de moeder en de man heeft bij brief van 26 april 2012, ingekomen bij het hof op diezelfde datum, haar reactie op het deskundigenrapport kenbaar gemaakt.

De zaak is op 14 juni 2012 voortgezet.

Ter zitting waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder en de man, bijgestaan door hun advocaat;

- de heer M.C. Dors namens de raad.

De hierna te noemen minderjarige [de minderjarige] is in raadkamer gehoord.

Bij brief van 10 juli 2012 heeft het hof partijen en de raad in de gelegenheid gesteld om zich voor 14 augustus 2012 uit te laten over het voornemen van het hof de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten over de minderjarige onder de navolgende voorwaarden:

a. de vader delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien met betrekking tot de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige voor de duur van de minderjarigheid aan de moeder;

b. voorbereidingen tot beslissingen anders dan die van spoedeisend belang en die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige zullen door de ouders gezamenlijk worden getroffen. Indien de ouders er vervolgens niet in slagen in overleg tot een gezamenlijke en eensluidende beslissing te geraken, zal de moeder de beslissing nemen, die door de vader zal worden gerespecteerd, onverlet zijn recht de door de moeder genomen beslissing in het kader van de geschillenregeling van 1:253a BW aan de rechter voor te leggen.

Van partijen, noch van de raad is een reactie bij het hof ingekomen.

VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Het hof handhaaft al hetgeen is overwogen en beslist in zijn beschikking van 17 februari 2010.

2. Ter beoordeling liggen in deze procedure aan het hof voor:

- het gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren [in 1997] te [geboorteplaats] (verder: de minderjarige);

- de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (verder: de zorgregeling) dan wel de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige.

3. De deskundige heeft een overzicht van het verloop van het deskundigenonderzoek opgesteld met beantwoording van de onderzoeksvragen. Zij concludeert, onder meer, het volgende. De vader en de minderjarige hebben een goede relatie. De relatie tussen de minderjarige en de man - de stiefvader - lijkt minder goed te zijn. Het ontbreekt partijen aan goede afspraken en structuur bij de vorming van een gebalanceerd samengesteld gezinssysteem. De vader en de man zijn niet in staat onderling te communiceren. De deskundige spreekt haar verwachting uit dat wanneer de vader en de moeder meer ruimte krijgen van de man en/of expliciete goedkeuring van hem om rechtstreeks met elkaar te communiceren over de minderjarige, de situatie tussen partijen meer ontspannen zal zijn en de door de deskundige waargenomen stress van de moeder zal verminderen. De minderjarige heeft belang bij heldere communicatie tussen de vader en de moeder en hij heeft behoefte aan duidelijkheid maar ook aan grenzen. Met betrekking tot de contacten tussen de minderjarige en de vader concludeert de deskundige dat er overeenstemming lijkt te bestaan, in die zin dat de minderjarige drie van de vier weekenden per maand naar de vader gaat van zaterdagochtend tot zondagavond. Ten aanzien van de vakantieregeling bestaat er geen overeenstemming. In haar begeleidende brief bij het deskundigenrapport merkt de deskundige op basis van recente e-mailwisseling in het kader van opmerkingen en verzoeken op dat sprake lijkt te zijn van een zeer fragiel begin van verbetering en herpositionering van de ouderlijke rollen.

4. De vader stelt zich op het standpunt dat hij en de moeder gezamenlijk met het gezag over de minderjarige moeten worden belast. Hij voert daartoe, onder meer, aan dat de ouders inhoudelijk en ontspannen met elkaar kunnen communiceren over de minderjarige. In de beleving van de vader is het de man die geen directe communicatie tussen de moeder en de vader wenst. De zorgregeling loopt goed, aldus de vader.

5. De moeder en de man menen dat de minderjarige in een loyaliteitsconflict is geraakt en dat hij het moeilijk heeft met de strijd tussen de moeder en de vader en zich daarbij afzet tegen de man. Zij stellen dat de praktijk milder is dan het deskundigenrapport doet voorkomen. Door het tijdsverloop menen de moeder en de man dat de situatie inmiddels ten goede is gewijzigd. De minderjarige is in staat zelf aan te geven wanneer hij wel en niet naar de vader gaat en de moeder laat hem hierin vrij. De man bemoeit zich niet meer rechtstreeks met de minderjarige, daardoor is er meer rust en duidelijkheid gecreëerd in de thuissituatie. De man heeft besloten afstand te doen van het medegezag zoals dat door de rechtbank in de bestreden beschikking aan hem is toegekend. De moeder acht het in het belang van de minderjarige dat zij alleen het gezag over de minderjarige zal uitoefenen, zo als dat voorafgaande aan deze procedure ook het geval was. Gezamenlijk gezag zal leiden tot spanning en onrust in het gezin van de minderjarige. In geval van overlijden van de moeder zal de vader op grond van de wet het gezag over de minderjarige krijgen, aldus de moeder. Gelet op de leeftijd van de minderjarige refereert zij zich ter zake het medegezag dat aan de man is toegekend aan de beslissing van het hof.

Gezag

6. Nu de man te kennen heeft gegeven dat de bestreden beschikking vernietigd kan worden voor zover de man en de moeder gezamenlijk met het gezag over de minderjarige zijn belast en de vrouw zich ter zake refereert, zal het hof de beslissing van de rechtbank op dit punt vernietigen en ligt ter beoordeling aan het hof voor of de vader en de moeder gezamenlijk met het gezag dienen te worden belast of dat de moeder alleen met het gezag belast dient te blijven. Het verzoek vader om gezamenlijk met het gezag te worden belast, wordt slechts afgewezen indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

7. Vast staat dat de ouders zich zeer liefdevol en betrokken opstellen ten opzichte van de minderjarige. De ouders hebben een belaste voorgeschiedenis en de communicatie tussen hen (en de man) verloopt zeer moeizaam. De vader stelt weliswaar dat dit de praktijk wel meevalt, de moeder heeft het gevoel dat zij op eieren loopt in de afstemming die met de vader, hoofdzakelijk per e-mail, plaatsvindt. Onder de omstandigheden zo als die waren voorafgaande aan de onderhavige procedure zijn de ouders, in staat gebleken een zeker evenwicht tot stand te brengen in hun onderlinge communicatie. De moeder consulteert op dit moment de vader door middel van e-mailcontacten en zo nodig telefonisch. De minderjarige heeft te kennen gegevens dat het zijn wens is dat de vader en de moeder gezamenlijk met het gezag worden belast. Hij ziet het wel zitten dat zijn vader echt zal meebeslissen in zaken van enig belang. De contacten tussen de vader en de minderjarige verlopen goed.

De raad heeft het hof ter zitting voorgehouden dat aan de mening van de minderjarige gewicht toekomt. De raad voorziet problemen indien zijn mening niet zal worden gerespecteerd.

8. Het hof heeft er oog voor dat de minderjarige - die bijna vijftien is – er aan hecht dat zijn ouders tezamen met het gezag belast zullen worden. Het hof voorziet daarbij echter ook een niet te verwaarlozen risico. Naar het oordeel van het hof ontstaat er bij het vestigen van gezamenlijk gezag een gerede kans dat het thans bestaande evenwicht uit balans zal geraken en de minderjarige klem of verloren zal geraken tussen zijn ouders. Het hof voorziet - gelet op de belaste voorgeschiedenis van partijen en het verhandelde ter zitting - dat partijen niet, althans in onvoldoende mate, in staat zijn in gezamenlijkheid beslissingen te nemen. Het gevolg zal dan zijn dat de minderjarige steeds zijn gelijk bij de ene of de andere ouder zal kunnen halen en dat dit belastend en bedreigend zal zijn voor zijn verdere ontwikkeling naar volwassenheid. Zo heeft de moeder ter zitting verklaard dat zij het positief vindt dat de vader met de minderjarige scholen bezoekt voor zijn toekomstige schoolonderwijs, maar dat zij, aan de hand van een voorbeeld uit het verleden, vreest dat de vader zich daarbij onvoldoende er van bewust is met welke – in dat geval financiële – gevolgen van zo een keuze de moeder geconfronteerd wordt. Het hof acht het derhalve van belang dat de vader bereid zal zijn bij gebreke van overeenstemming tussen hem en de moeder een stap terug te doen in de wijze waarop hij het gezag ten aanzien van de minderjarige zal uitoefenen. Teneinde dit te bewerkstelligen zal het hof beide ouders met het gezamenlijk gezag belasten onder enkele bijzondere voorwaarden, die het mogelijk maken gezamenlijk het gezag uit te oefenen, zonder het aanmerkelijke risico dat de minderjarige klem of verloren zal raken. Daarmee zullen - in lijn met het advies van de raad en de deskundige - de vader, de moeder, de man en de minderjarige een helder beeld hebben over hun posities en de daarbij behorende taken, hetgeen rust en duidelijkheid zal creëren.

9. Het hof zal de ouders gezamenlijk met het gezag belasten, onder de navolgende voorwaarden:

a. de vader delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien met betrekking tot de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige voor de duur van de minderjarigheid aan de moeder;

b. voorbereidingen tot beslissingen anders dan die van spoedeisend belang en die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige zullen door de ouders gezamenlijk worden getroffen. Indien de ouders er vervolgens niet in slagen in overleg tot een gezamenlijke en eensluidende beslissing te geraken, zal de moeder de beslissing nemen, die door de vader zal worden gerespecteerd, onverlet zijn recht de door de moeder genomen beslissing in het kader van de geschillenregeling van 1:253a BW aan de rechter voor te leggen.

10. Het hof is van oordeel dat op deze wijze geen onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders indien de vader mede met het gezag zal worden belast. Ook is niet gebleken dat afwijzing van het verzoek van de vader anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. De gronden om de moeder met het eenhoofdig gezag belast te laten, doen zich onder de gegeven voorwaarden niet voor.

11. Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking in zoverre vernietigen en bepalen dat de vader en de moeder het ouderlijk gezag over de minderjarige voortaan gezamenlijk uitoefenen.

Zorgregeling

12. Ter zitting hebben beide partijen te kennen gegeven dat de zorgregeling goed verloopt, met dien verstande dat de minderjarige zelf te kennen geeft wanneer hij bij zijn vader wenst te verblijven. Het hof zal - gelet op het deskundigenrapport - een zorgregeling vaststellen waarbij de minderjarige drie van de vier weekenden per maand naar de vader gaat van zaterdagochtend tot zondagavond. Voorts is het hof van oordeel dat de vader en de moeder, nadat zij de minderjarige hebben geraadpleegd, in staat moeten worden geacht onderling overeenstemming te bereiken over de vakantieregeling.

Kosten deskundigenonderzoek

13. Gelet op de door de deskundige overgelegde rekening ter zake van het ouderschapsonderzoek, zal het hof de vergoeding van de deskundige vaststellen op € 4.470,66 (inclusief BTW) zoals door haar is verzocht. De kosten blijven ten laste van ’s Rijks kas.

Proceskosten

14. Gelet op de familierechtelijke aard van de procedure zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren.

15. Dit leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

bepaalt dat de vader en de moeder het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren [in 1997] te [geboorteplaats], gezamenlijk uitoefenen met inachtneming van de onder 9 genoemde voorwaarden;

draagt de griffier van het hof op onverwijld van deze beslissing mededeling te doen aan de griffier van de rechtbank Rotterdam;

stelt in het kader van toedeling van zorg- en opvoedingstaken de volgende regeling vast:

- de minderjarige verblijft in beginsel drie van de vier weken bij de vader van zaterdagochtend tot zondagavond;

- de vakanties zullen partijen in onderling overleg overeenkomen;

bepaalt dat de kosten verbonden aan het deskundigenonderzoek, tot een bedrag van € 4.470,66 inclusief BTW en verschotten, ten laste van het Rijk blijven;

compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Dijk, Van Leuven en Van Wijk, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 september 2012.