Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX7241

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-08-2012
Datum publicatie
13-09-2012
Zaaknummer
200.102.913-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

opschorting betaling huurprijs; ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.102.913/01

Rol-/zaaknummer rechtbank : 391555 / KA ZA 11-1042

arrest d.d. 28 augustus 2012

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. E. El-Sharkawi te ’s-Gravenhage,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

niet verschenen.

Het geding

Bij exploot van 19 januari 2012 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 22 december 2011 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam, tussen partijen heeft gewezen. Nadat tegen [geïntimeerde] verstek is verleend, heeft [appellant] bij memorie van grieven één grief tegen het vonnis aangevoerd. De in de memorie van grieven genoemde productie 1 (advertentie) is niet overgelegd.

Ten slotte heeft [appellant] arrest gevraagd

Beoordeling van het hoger beroep

1. [appellant] is niet opgekomen tegen de vaststelling van de feiten door de rechtbank onder 2. van het bestreden vonnis, zodat het hof ook van deze feiten zal uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak om het volgende.

2.1. [appellant] is in april 2011 eigenaar geworden van een woning te Rotterdam (hierna: de woning). [appellant] is blijven wonen in [woonplaats]. Rond juni 2011 is [geïntimeerde] in de woning gaan wonen.

2.2. Bij inleidende dagvaarding heeft [appellant] gevorderd, kort samengevat, dat de voorzieningenrechter [geïntimeerde] veroordeelt tot ontruiming van de woning. [appellant] heeft daartoe aangevoerd dat hij met [geïntimeerde] had afgesproken dat deze tijdelijk in de woning mocht verblijven tegen betaling van gas, licht en elektra. Op enig moment heeft hij [geïntimeerde] gevraagd de woning te verlaten, omdat hij de woning wilde gaan verhuren, maar [geïntimeerde] heeft dit geweigerd. Volgens [appellant] vond het gebruik van de woning dan ook zonder recht of titel plaats en was derhalve sprake van onrechtmatig handelen jegens hem.

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg verweer gevoerd.

2.3. Bij het bestreden vonnis van 22 december 2011 heeft de voorzieningenrechter de vordering afgewezen en [appellant] veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter was van oordeel dat geen sprake was van tijdelijk anti-kraakgebruik maar van gebruik op grond van een huurovereenkomst. Het kennelijk (een proces-verbaal ontbreekt) ter zitting gedane beroep op een ontstane betalingsachterstand kon [appellant] evenmin baten, aangezien de weigering van [appellant] om een schriftelijke huurovereenkomst te verstrekken naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende grond opleverde voor [geïntimeerde] om betaling van de huurpenningen op te schorten. [geïntimeerde] had namelijk belang bij een schriftelijke huurovereenkomst met het oog op het kunnen aanvragen van huursubsidie, aldus de voorzieningenrechter.

3. Bij appeldagvaarding heeft [appellant] vernietiging van het vonnis gevraagd en alsnog toewijzing van zijn vordering. Uit de memorie van grieven leidt het hof echter af dat [appellant] zijn eis wil wijzigen, in die zin dat hij thans de veroordeling vordert van [geïntimeerde] tot betaling van € 3.000,-, te weten de huurachterstand over de maanden september 2011 tot en met februari 2012 (in februari 2012 heeft [geïntimeerde] volgens [appellant] de woning vrijwillig ontruimd). Nu niet is gebleken dat [geïntimeerde] van deze wens tot eiswijziging tijdig bij exploot op de hoogte is gebracht, wordt de wijziging niet toegestaan (artikel 353 lid 1 jo. 130 lid 3 Rv). Recht wordt gedaan op de oorspronkelijke vordering.

4. Daarmee komt het hof toe aan de beoordeling van de enige grief van [appellant], die gericht is tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat [geïntimeerde] betaling van de huur heeft mogen opschorten en dat de betalingsachterstand dus geen grond vormde voor een veroordeling tot ontruiming. Het hof is met [appellant] van oordeel dat het feit dat [geïntimeerde] de woning inmiddels vrijwillig heeft verlaten onverlet laat dat [appellant] belang heeft bij zijn appel, dit in verband met de proceskostenveroordeling in eerste aanleg.

5. Het hof stelt voorop dat [appellant] als goed verhuurder redelijkerwijs verplicht was om een schriftelijke huurovereenkomst te verschaffen, nu [geïntimeerde] daarbij belang had in verband met de aan te vragen huursubsidie. Het hof volgt [appellant] echter in diens – onbetwiste – stelling dat zijn (aanvankelijke) weigering om een schriftelijke huurovereenkomst te verstrekken niet de opschorting van de gehele huurprijs kon rechtvaardigen. [geïntimeerde] had het genot van het gehuurde en had in redelijkheid moeten volstaan met opschorting van een deel van de huur (bijvoorbeeld evenredig aan de gestelde misgelopen huursubsidie). Dit betekent dat voor een aanzienlijk deel van de huurachterstand geen rechtvaardiging bestond. Onweersproken is dat de vordering tot ontruiming in eerste aanleg op deze grond toewijsbaar was, zodat de grief slaagt.

6. Nu de woning al is ontruimd, heeft [appellant] geen belang meer bij een veroordeling tot ontruiming. Het vonnis zal dan ook slechts worden vernietigd voor zover het de proceskostenveroordeling betreft. [geïntimeerde] zal worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het bestreden vonnis, voor zover [appellant] daarbij is veroordeeld in de proceskosten van [geïntimeerde];

- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten aan de zijde van [appellant], in eerste aanleg begroot op € 887,- en in hoger beroep tot op heden begroot op € 291,- aan griffierecht en € 894,- aan salaris advocaat;

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, E.M. Dousma-Valk en H.J.H. van Meegen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 augustus 2012 in aanwezigheid van de griffier.