Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX6984

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
17-09-2012
Zaaknummer
200.106.362.01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Moeder wil een ondertoezichtstelling. Rechtbank en hof achten de wettelijke gronden daartoe niet vervuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2012-0070
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 25 juli 2012

Zaaknummer : 200.106.362/01

Rekestnummer rechtbank : JE RK 12-192

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. B.C.V.J. van Leur te Delft.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden,

gevestigd te Naaldwijk,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

2. [de vader],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. S.C. Meijler te ’s-Gravenhage.

In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 4 mei 2012 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 6 februari 2012 van de kinderrechter in de rechtbank te ‘s-Gravenhage.

De vader heeft op 14 juni 2012 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de moeder:

- op 18 juni 2012 een faxbericht met bijlage.

De zaak is op 20 juni 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- namens de moeder haar advocaat;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- mevrouw [naam], gedragswetenschapper (vanuit het vrijwillig kader) en mevrouw [naam] (vanuit het gedwongen kader in verband met de verzochte ondertoezichtstelling) namens Jeugdzorg.

De advocaat van de vader heeft ter zitting een pleitnota overgelegd.

De moeder en de raad zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De hierna nader te noemen minderjarige [naam] is in raadkamer gehoord.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is het verzoek van de moeder, strekkende tot ondertoezichtstelling van de minderjarige [naam], geboren op [geboortedatum in] 2000 te [geboorteplaats] (verder: de minderjarige), afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de kinderrechter vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de ondertoezichtstelling van de minderjarige.

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige alsnog toe te wijzen.

3. De vader verzoekt de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep, althans haar verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen, al dan niet onder aanvulling van gronden of met een nadere motivering.

4. De moeder stelt dat haar verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige ten onrechte is afgewezen en voert daartoe het volgende aan. De moeder heeft in mei 2011 Jeugdzorg ingeschakeld omdat zij zich vanwege (loyaliteits)problemen van de minderjarige ernstig zorgen maakt. In de rapportage van Jeugdzorg van 14 november 2011 komt naar voren dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige zorgelijk verloopt. Jeugdzorg acht begeleide omgang tussen de moeder en de minderjarige en verwijzing van de minderjarige naar de GGZ voor het verwerken van traumatische gebeurtenissen geïndiceerd maar de vader weigert daaraan mee te werken. Een schrijven van Jeugdzorg van 1 maart 2012 staat haaks op de beweringen van de vertegenwoordiger van Jeugdzorg ter zitting van 6 februari 2012. Omdat de vader de voorgestelde hulpverlening weigert en de adviezen van Jeugdzorg niet opvolgt is het in het belang van de minderjarige dat een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken teneinde de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige af te wenden. Ondanks een kortgedingprocedure die de moeder heeft gestart is omgang tussen haar en de minderjarige tot op heden niet van de grond gekomen. Bovendien is mediation waarnaar de ouders door de voorzieningenrechter zijn verwezen gestaakt vanwege het feit dat de moeder op 5 april 2012 een grote hoeveelheid pillen heeft ingenomen. De uitlatingen die de minderjarige nadien heeft gedaan baren de moeder ernstige zorgen. De rechtbank bagatelliseert de situatie van de minderjarige door te stellen dat het de moeder slechts om het herstel van contact tussen haar en de minderjarige te doen is. Het gaat de moeder er vooral om de juiste hulpverlening voor de minderjarige te krijgen zoals door Jeugdzorg is geadviseerd. Ter zitting is namens de moeder betoogd dat het schadelijk is voor de minderjarige indien zij verstoken blijft van het contact met haar moeder.

5. De vader stelt dat er geen wettelijke gronden zijn voor een ondertoezichtstelling en hij voert daartoe, kort weergegeven, het volgende aan. De vader erkent dat de minderjarige een hulpvraag heeft en om die reden heeft hij de hulp van een psychologe, te weten mevrouw [naam], ingeschakeld voor de minderjarige. De minderjarige wil de moeder (momenteel) niet zien vanwege de gebeurtenissen die plaatsgevonden hebben. Zij ontwikkelt zich volgens de vader verder prima. Volgens de vader worden de loyaliteitsproblemen van de minderjarige veroorzaakt door de zeer slechte communicatie tussen de ouders en de vader ziet in mediation de enige oplossing. Hij ziet geen opening door een ondertoezichtstelling of verplichte omgang. Bovendien toont de moeder volgens de vader te weinig belangstelling voor de minderjarige.

6. Jeugdzorg erkent dat de minderjarige zich in een zorgelijke situatie bevindt, maar ondanks het feit dat begeleide omgang tussen de moeder en de minderjarige en hulp van de G.G.Z. voor de minderjarige passend zouden zijn verkeert de minderjarige niet in een situatie waarin een ondertoezichtstelling geïndiceerd is. Volgens Jeugdzorg is er veel strijd tussen de ouders en een gebrek aan communicatie waardoor de minderjarige bij hen geen openheid en vrijheid ervaart. Jeugdzorg acht het in het belang van de minderjarige dat de hulp van mevrouw [naam] wordt voortgezet. Het daadwerkelijke probleem zit volgens Jeugdzorg in de strijd tussen de ouders die uitsluitend door de ouders zelf is op te lossen.

7. Het hof overweegt als volgt. Een ondertoezichtstelling kan slechts worden verleend indien de gronden daarvoor, zoals vermeld in artikel 1:254 van het Burgerlijk Wetboek, aanwezig zijn. Bij de beoordeling dient het hof derhalve te onderzoeken of de minderjarigen zonder een ondertoezichtstelling zodanig zullen opgroeien dat hun zedelijke of geestelijke belangen dan wel hun gezondheid ernstig worden bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen.

8. Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het hof van oordeel dat niet wordt voldaan aan de wettelijke gronden voor een ondertoezichtstelling. De minderjarige ontwikkelt zich goed en het hof acht onvoldoende onderbouwd dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling werd en wordt bedreigd. Weliswaar is er sprake van problematiek bij de minderjarige maar daarvoor is de minderjarige reeds langere tijd onder behandeling van een psychologe en die behandeling wordt voortgezet. Bovendien weegt het hof mee dat Jeugdzorg ter zitting heeft verklaard dat hulp in een gedwongen kader nauwelijks zal afwijken van de huidige hulp in het vrijwillig kader. Het vertrouwen van de minderjarige in de moeder is weg door de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden. Het enkele feit dat er al ruim een jaar in het geheel geen omgang tussen de moeder en de minderjarige heeft plaatsgevonden acht het hof zorgelijk maar rechtvaardigt op zichzelf genomen geen ondertoezichtstelling. Indien de ouders hun strijd voortzetten, zal er mogelijk in de toekomst wel een situatie kunnen ontstaan waarin de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om dit te voorkomen. In het belang van de minderjarige doen de ouders er goed aan om nogmaals door middel van mediation te proberen om nader tot elkaar te komen en om goede afspraken omtrent de omgang tussen de moeder en de minderjarige te maken. Het hof deelt de visie van Jeugdzorg dat de strijd tussen de ouders uitsluitend door henzelf is op te lossen. Deze strijd kan niet worden opgelost door een ondertoezichtstelling.

9. Uit het voorgaande volgt dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. De Haan-Boerdijk, Stille en Linsen-Penning de Vries, bijgestaan door Suderée als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juli 2012.