Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX6852

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-06-2012
Datum publicatie
07-09-2012
Zaaknummer
22-005413-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een auto.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005413-11

Parketnummers: 09-069281-11 en 09-070955-09 (TUL)

Datum uitspraak: 5 juni 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 17 november 2011 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1985,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 22 mei 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.

Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van de bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage met parketnummer 09-070955-09 voorwaardelijk opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair.

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 2 januari 2011 tot en met 12 januari 2011 te Nieuwerkerk ad IJssel, gemeente Zuidplas en/of te Zoetermeer, gemeente Zoetermeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Subsidiair.

hij op of omstreeks 12 januari 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een (personen)auto heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Verweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep, overeenkomstig zijn aan het hof overgelegde en aan het proces-verbaal gehechte pleitaantekeningen, betoogd - zakelijk weergegeven - dat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van het hem primair ten laste gelegde. Uitgaande van de verklaring van de verdachte en het proces-verbaal van bevindingen opgenomen in het dossier is er strikt genomen geen sprake van diefstal en wel van het op onrechtmatige wijze gebruikmaken van een aan een ander toebehorend motorrijtuig, hetgeen te kwalificeren is als joyriding.

Het hof overweegt hieromtrent naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en op grond van gebezigde bewijsmiddelen als volgt.

De verdachte heeft bij zijn politieverhoor - verkort en zakelijk weergegeven - verklaard dat hij op 12 januari 2011 naar Amsterdam zou gaan. Het was een koude en regenachtige dag en de verdachte zag dat de Toyota die hij de dag ervoor in Zoetermeer op de parkeerplaats had zien staan, daar nog stond. De verdachte had de dag ervoor in de auto gekeken en gezien dat de bijrijdersportier niet helemaal dicht zat en de sleutel in het contact van dit voertuig zat. Op 12 januari 2011 was dat nog steeds het geval. De verdachte besloot met de Toyota naar Amsterdam te rijden en heeft daarnaar gehandeld. Onderweg is de verdachte in de auto aangehouden op de A10 bij Amsterdam.

Naar het oordeel van het hof dienen voornoemde gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvormen te worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op het wederrechtelijk toe-eigenen van de personenauto dat het niet anders kan zijn dat het oogmerk van de verdachte daarop ook was gericht, waaraan niet kan afdoen wat door de raadsman in dit verband voor het overige naar voren is gebracht.

Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan. Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 januari 2011 te Zoetermeer, gemeente Zoetermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, toebehorende aan [benadeelde partij].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een auto. Dit is een vervelend feit dat naast overlast ook financiële schade voor het slachtoffer met zich meebrengt.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 11 mei 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 6 mei 2010 onder parketnummer 09-070955-09 is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met bevel dat die taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie op de grond dat de verdachte de hierdoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 6 mei 2010, parketnummer 09-070955-09, te weten van:

een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,

mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. A. Kuijer, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 juni 2012.