Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX6822

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-08-2012
Datum publicatie
07-09-2012
Zaaknummer
22-005729-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met een of meer anderen op klaarlichte dag in een woning een gewapende overval gepleegd.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 317, geldigheid: 2012-08-30
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-005729-11

Parketnummer 10-661127-11

Datum uitspraak: 30 augustus 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 november 2011 in de strafzaak tegen de verdachte, volgens eigen verklaring ter terechtzitting genaamd:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortejaar] 1974,

thans gedetineerd in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 16 augustus 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van voorarrest. Tevens zijn de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 april 2011 te Krimpen aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en/of sieraden en/of een laptoptas (koffer), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of

[benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van geld en/of sieraden en/of een laptoptas (koffer), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 1] en/of

[benadeelde partij 2], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- binnendringen in/van de woning van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2] en/of

[benadeelde partij 2] en/of

- (met kracht) bij de keel beetpakken/vastpakken van die [benadeelde partij 1] en/of

- tonen en/of voorhouden van een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2] en/of

- richten van een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen op die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2] en/of

- (daarbij) naar de grond duwen/werken van die [benadeelde partij 1] en/of

- (daarbij) die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2], onder bedreiging van een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, gebieden om op de grond te gaan zitten/liggen en/of

- trachten om de polsen en/handen van die [benadeelde partij 1] (middels een sok en/of snoer) bijeen te binden en/of - dreigend aan die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2] toevoegen van de woorden: "Geld, Geld" en/of "Gold, gold" en/of "ssh, ssh stil, stil" en/of "Boven, boven" en/of "Hier bleiben, hier bleiben" en/of "We hebben niets tegen jou. Wel tegen je man. Ik doe mijn werk. Ik hoor bij een organisatie en we zijn met 50 man. Wij twee en er zijn nog 48 man. Als je naar de politie gaat, dan vinden we je wel. We kennen je en we gooien granaten in je huis"

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 30 april 2011 te Krimpen aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en sieraden en een laptoptas (koffer), toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of

[benadeelde partij 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en sieraden toebehorende aan die [benadeelde partij 1] en

[benadeelde partij 2], welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

- binnendringen in/van de woning van die [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 2] en

[benadeelde partij 2] en

- bij de keel beetpakken/vastpakken van die [benadeelde partij 1] en

- tonen en voorhouden van vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 2] en

- richten van vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen op die [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 2] en

- naar de grond duwen/werken van die [benadeelde partij 1] en

- die [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 2], onder bedreiging van vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, gebieden om op de grond te gaan zitten/liggen en

- trachten om de polsen van die [benadeelde partij 1] (middels een sok en snoer) bijeen te binden en

- dreigend aan die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2] toevoegen van de woorden: "Geld, Geld" en/of "Gold, gold" en/of "ssh, ssh stil, stil" en/of "Boven, boven" en/of "Hier bleiben, hier bleiben" en/of "We hebben niets tegen jou. Wel tegen je man. Ik doe mijn werk. Ik hoor bij een organisatie en we zijn met 50 man. Wij twee en er zijn nog 48 man. Als je naar de politie gaat, dan vinden we je wel. We kennen je en we gooien granaten in je huis"

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

de voortgezette handeling van

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met een of meer anderen op klaarlichte dag in een woning een gewapende overval gepleegd. In de woning waren ten tijde van de overval een moeder en haar twee zonen aanwezig. Bij de moeder is letsel veroorzaakt. De verdachte en zijn mededader hebben ernstige bedreigingen geuit en hebben met hun handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van geweldsmisdrijven daar, naast het lichamelijke letsel, nog lang de psychische gevolgen van kunnen ondervinden. Het in dit concrete geval gebruikte geweld en bedreiging met geweld richtten zich bovendien op kwetsbare slachtoffers, onder wie een kind en een jongere met een autistische stoornis. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is verder in aanmerking genomen dat de verdachte weliswaar blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 1 augustus 2012 in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, maar dat ter zitting is gebleken dat de verdachte in Duitsland een aantal jaren gedetineerd is geweest voor een andersoortig strafbaar feit.

Het hof komt tot een enigszins lagere straf dan door de advocaat-generaal is gevorderd omdat aansluiting is gezocht bij in soortgelijke zaken opgelegde straffen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.750,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van € 1.750,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.750,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 1].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.750,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van € 1.750,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.750,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 2].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.750,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van € 1.750,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder bewezen verklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.750,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 2].

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 56 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] terzake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij V.[benadeelde partij 2] terzake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2], een bedrag te betalen van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] terzake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2], een bedrag te betalen van € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht,

mr. A.A. Schuering en mr. C.M. le Clercq-Meijer, in bijzijn van de griffier M. van der Mark.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 augustus 2012.

Mr. A.A. Schuering is buiten staat dit arrest te ondertekenen.