Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX6305

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-08-2012
Datum publicatie
06-09-2012
Zaaknummer
200.104.277-01 en 200.104.278-01
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:787, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoofdverblijfplaats minderjarigen na echtscheiding. Verdeling huwelijksgemeenschap. Nu partijen geen uitsluitsel kunnen geven over de vraag of de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven, komt het hof aan een verdeling niet toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 8 augustus 2012

Zaaknummer : 200.104.277/01 en 200.104.278/01

Rekestnummer rechtbank : FA RK 11-1680 (echtscheiding) en FA RK 11-8909 (verdeling)

[de man],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. M. de Boorder te ’s-Gravenhage,

tegen

[de vrouw],

wonende te [woonplaats buitenland],

verweerster in hoger beroep

hierna te noemen: de vrouw.

In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De man is op 21 maart 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 20 februari 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de man:

- op 16 april 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen;

- op 25 april 2012 een brief van diezelfde datum met bijlage.

Op 11 juli 2012 is bij het hof een brief van de vrouw van 9 juli 2012 ingekomen, waaruit blijkt dat zij niet ter zitting zal verschijnen en waarin de vrouw het hof verzoekt zo nodig contact met de oudste minderjarige op te nemen zodra hij schoolvakantie heeft.

Op 6 juli 2012 is bij het hof een brief van diezelfde datum ingekomen van de advocaat van de man, met de mededeling dat mr. E.A. Kazzaz-de Hoog in verband met vakantie voor hem waarneemt ter zitting.

De zaak is op 13 juli 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de man, bijgestaan door mr. Kazzaz-de Hoog.

De vrouw is, zoals aangekondigd, niet verschenen. De raad is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, evenmin verschenen.

De hierna nader te noemen minderjarige [naam] heeft geen gebruik gemaakt van de door het hof geboden gelegenheid om mondeling zijn mening kenbaar te maken.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Voorts heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen:

- [naam], geboren op [geboortedatum in] 1998 te [geboorteplaats], en

- [naam], geboren op [geboortedatum in] 2008 te [geboorteplaats], hierna: de minderjarigen.

Het meer of anders verzochte is afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil zijn de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

2. De man verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, alsnog te bepalen dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij hem zullen hebben. Voorts verzoekt de man de huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen conform punt 9 van het inleidende verzoekschrift en deze te verdelen door de verkoop van alle bezittingen te gelasten, met verdeling bij helfte van de waarde, dan wel in zoverre te beslissen als het hof vermeent te behoren.

Hoofdverblijfplaats minderjarigen

3. Met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen verenigt het hof zich met het oordeel van de rechtbank en de gronden waarop dat berust. Weliswaar benadrukt de man dat de vrouw de afspraak, dat het gehele gezin na een proefperiode in [buitenland] weer terug zou keren naar Nederland, niet is nagekomen, maar daargelaten de inhoud van de afspraken die tussen partijen gemaakt zijn, verblijven de vrouw en de kinderen feitelijk sinds 2008 onafgebroken in [buitenland] terwijl de vrouw geen voornemen heeft naar Nederland terug te keren, zodat de rechtbank zich naar het oordeel van het hof terecht onbevoegd heeft verklaard van het verzoek omtrent het hoofdverblijf van de minderjarigen kennis te nemen. Dat de minderjarigen, in het bijzonder de oudste zoon, het volgens de man in [buitenland] niet naar hun zin hebben en graag terug willen naar Nederland, zoals ter zitting is gesteld, doet aan het vorenstaande niet af.

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap

4. Ten aanzien van de omvang en samenstelling van de te verdelen huwelijksgemeenschap geldt als hoofdregel dat als peildatum dient te worden gehanteerd de datum van de ontbinding van het huwelijk, zijnde de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

5. Ter terechtzitting heeft het hof expliciet geïnformeerd naar de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, maar de man heeft daarover geen uitsluitsel kunnen geven. Aangezien niet bekend is of de echtscheidingsbeschikking inmiddels is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en zo ja, wanneer, gaat het hof er vooralsnog van uit dat het huwelijk nog niet is ontbonden en is de omvang van de te verdelen huwelijksgemeenschap om die reden niet vast te stellen. Het hof komt derhalve aan een verdeling niet toe. In zoverre dient het verzoek van de man te worden afgewezen.

6. Het vorenstaande leidt ertoe dat de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, dient te worden bekrachtigd, met verbetering van gronden .

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Lückers en Mertens-de Jong, bijgestaan door Suderée als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2012.