Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX4944

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-08-2012
Datum publicatie
20-08-2012
Zaaknummer
22-006453-10
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:2959, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich naar aanleiding van een drugsruzie een koffer van het slachtoffer toegeëigend, waarin zich diverse waardevolle goederen bevonden. De verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan twee berovingen op de openbare weg, waarbij hij een geldbedrag en een telefoon heeft buitgemaakt.

Daarnaast heeft de verdachte, nadat hij betrokken was geraakt bij een verkeersongeval, de plaats van het ongeval verlaten terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat daardoor letsel en schade bij een ander daarbij betrokken persoon was veroorzaakt.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 302
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 352
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2012, 344
NBSTRAF 2012/344

Uitspraak

Rolnummer: 22-006453-10

Parketnummers: 10-730011-10, 10-742192-10 en 10-693633-09

Datum uitspraak: 20 augustus 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 8 december 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats]

(Sierra Leone),

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Utrecht - Huis van Bewaring locatie Nieuwegein te Nieuwegein,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 6 augustus 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het in de zaak met parketnummer 10-730011-10 onder 1 tweede cumulatief/alternatief (afpersing, de dood ten gevolge hebbend) en het in de zaak met parketnummer 10-693633-09 onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken. Ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-730011-10 onder 1 eerste cumulatief/alternatief (diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend) en derde cumulatief/alternatief (mishandeling de dood ten gevolge hebbend), alsmede het in deze zaak onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 10-693633-09 onder 1 tenlastegelegde is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

De benadeelde partij in de zaak met parketnummer 10-693633-09 is in de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Namens de verdachte is bij akte rechtsmiddel

d.d. 16 december 2010 beperkt appel ingesteld tegen het vonnis, in die zin dat het appel, zoals het hof afleidt uit de vermelding in de akte rechtsmiddel van slechts één parketnummer, alleen gericht is tegen de beslissingen in de zaak met parketnummer 10-730011-10.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde - tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks de periode van 30 december 2009 tot en met 3 januari 2010 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en/of één of meerdere mobiele telefoon(s) en/of een laptop en/of een gouden horloge en/of een gouden armband en/of een (blauwe) koffer (met inhoud) en/of een (rood) (heup)tasje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1], in elk geval aaneen ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld iemand zich (ook) noemende

[naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of één of meerdere mobiele telefoon(s) en/of een laptop en/of een gouden horloge en/of een gouden armband en/of een (blauwe) koffer (met inhoud) en/of een (rood) (heup)tasje, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- (onverhoeds) met kracht een arm om de nek/hals van die persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1] slaan en/of klemmen, althans een arm om de nek/hals van die persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1] brengen en/of (vervolgens) houden en/of;

- die persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1] bijten en/of

- de (linker)duim van die persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1] breken,

terwijl dit feit de dood van die persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

en/of

hij op of omstreeks de periode van 30 december 2009 tot en met 3 januari 2010 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten een man zich ook noemende [naam slachtoffer 1])

- (onverhoeds) met kracht een arm om de nek/hals heeft geslagen en/of geklemd, althans een arm om de nek/hals heeft gebracht en/of (vervolgens) gehouden en/of;

- heeft gebeten en/of

- de (linker)duim heeft gebroken,

terwijl dit feit de dood van die persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

parketnummer 742192-10

hij op of omstreeks 01 september 2009 te Rotterdam op of aan de openbare weg, te weten de Anna Paulownastraat, althans een openbare weg met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (totaal 255 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het (onverhoeds) met kracht trekken aan en/of knijpen in de hand van [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) het met kracht omdraaien van de hand van [slachtoffer 2];

3.

hij op of omstreeks 28 september 2009 te Rotterdam op of aan de openbare weg, te weten de Mathenesserlaan, althans een openbare weg met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Nokia, type E71, kleur wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het (onverhoeds) uit de hand van [slachtoffer 3] pakken van genoemde mobiele telefoon en/of

- (vervolgens) het (met kracht) stompen op/tegen het gezicht van [slachtoffer 3];

4.

hij op of omstreeks 20 oktober 2009 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval op de West-Kruiskade, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [slachtoffer 4]) letsel en/of schade was toegebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraakmotiveringen t.z.v. feit 1

Het tenlastegelegde geweld

Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep kan naar het oordeel van het hof niet bewezen worden verklaard dat het tenlastegelegde geweld is gepleegd met het oogmerk de diefstal van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, dan wel om de vlucht mogelijk te maken of het bezit van het gestolene te verzekeren.

Daartoe overweegt het hof het volgende.

Als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte met het slachtoffer naar de woning van het slachtoffer is gegaan om 5 gram cocaïne te halen. Toen hij dat niet van hem kreeg, is de verdachte de woning van het slachtoffer gaan doorzoeken. Daarbij werden door hem echter geen verdovende middelen aangetroffen. Evenzeer kan als vaststaand worden aangenomen dat de verdachte vervolgens geweld tegen het slachtoffer is gaan gebruiken. Wat op basis van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden vastgesteld, is dat bij de verdachte op dat moment het oogmerk bestond (wellicht ter compensatie) iets anders weg te nemen dan de hem beloofde drugs. Het hof acht op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de mogelijkheid dat de verdachte bij de geweldpleging enkel uit rancune handelde niet minder waarschijnlijk dan dat hij daarbij met het tenlastegelegde oogmerk handelde. Het hof acht de tenlastegelegde koppeling tussen de gepleegde geweldshandelingen en de gepleegde diefstal om die reden niet bewezen, zodat de verdachte van het onder 1, eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde voor zover het meer omvat dan een eenvoudige diefstal dient te worden vrijgesproken.

Causaal verband tussen verdachtes handelen en de dood van het slachtoffer

Ten aanzien van de voor de bewezenverklaring van de onder 1, derde cumulatief/alternatief, tenlastegelegde mishandeling met dodelijk gevolg nog relevante vraag of de dood van het slachtoffer redelijkerwijs als gevolg van het tenlastegelegde geweld aan de verdachte kan worden toegerekend overweegt het hof als volgt.

Het hof stelt voorop dat de aan de verdachte tenlastegelegde geweldshandelingen, te weten - kort gezegd - een arm om de nek/hals van het slachtoffer slaan, het bijten van het slachtoffer en het breken van de duim van het slachtoffer, naar het oordeel van het hof op zichzelf beschouwd noch in onderling verband gezien naar hun aard geschikt zijn om de dood van het slachtoffer teweeg te brengen en evenmin het risico op de dood van het slachtoffer in relevante mate verhogen. Daarbij betrekt het hof dat het slachtoffer een man was van 46 dan wel 49 jaar oud.

Bij de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde causaal verband is bewezen, neemt het hof voorts in aanmerking de inhoud van de volgende, zich in het dossier bevindende stukken:

- Een 'voorlopig sectieverslag' d.d. 4 januari 2010 van de afdeling pathologie van het Nederlands Forensisch Instituut, dat is opgesteld en ondertekend door dr. R. Visser, arts-patholoog, betreffende de voorlopige bevindingen van de sectie op het lichaam van het slachtoffer. Dit verslag houdt onder meer in:

"6) Sterk vergroot hart (gewicht: 650 gram; het normale hartgewicht voor een persoon van 173 cm is circa 327 gram).

Het hart was ziek (sub 6). Het is bekend dat bij een dergelijk zwaar hart, bij emotionele omstandigheden, plotse hartdood kan ontstaan.

Het is eveneens mogelijk dat de opvallend donkere verkleuring van het hoofd (in vergelijking met de rest van het lichaam) is gebaseerd op postmortale verkleuring bij stuwing (met bloed) van het hoofd. Deze stuwing zou dan weer kunnen passen bij plotse hartdood."

- Een (definitief) deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 25 mei 2010, betreffende het pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood van het slachtoffer, dat is opgesteld en ondertekend door dr. R. Visser, arts en patholoog, als vast beëdigd deskundige. Dit rapport houdt onder meer in:

"Interpretatie

Het hart was reeds ziekelijk veranderd met een gewicht van 650 gram. Bij een dergelijk gewicht kan volgens de literatuur fataal verlopende hartritmestoornis ontstaan. Bovendien waren er aanwijzingen voor infarcering. Infarcering van het hart kan oorzaak zijn van het intreden van de dood, maar een hartinfarct kan ook overleefd worden. Bovendien kan ook, zoals in het toxicologisch verslag wordt genoemd, de aanwezigheid van cocaïne in het bloed een bijdrage hebben geleverd bij het ontstaan van fataal verlopende hartritmestoornissen. Hartritmestoornissen op zich kunnen bij sectie niet worden vastgesteld.

Conclusie

Het intreden van de dood kon worden verklaard door een combinatie van reeds bestaande hartafwijking (hartvergroting), hartinfarcering en de aanwezigheid van cocaïne in het bloed."

Ter terechtzitting in eerste aanleg is dr. R. Visser als getuige gehoord. Dr. Visser heeft toen onder meer verklaard - zakelijk weergegeven -:

Het is een combinatie van factoren. Het ging dus om een zwaar hart met een infarct. Later bleek ook nog dat het slachtoffer cocaïne had gebruikt. Deze factoren hoeven niet apert tot overlijden te leiden. Er zijn een aantal factoren waarvan bekend is dat ze dodelijk kunnen aflopen. Een te zwaar hart, emotie, cocaïnegebruik en een stressvolle omgeving kunnen een bijdrage hebben.

Het slachtoffer is niet aan de gevolgen van het infarct overleden, maar aan de combinatie met de andere factoren. Je kunt niet substantieel aangeven hoe de combinatie was. Ik kan niet constateren dat het slachtoffer hevig emotioneel is geweest. Het grote hart is een risico, evenals het infarct. Het kan zijn dat hij dat heeft overleefd, maar dat de stress hem gedood heeft. Ik kan daar geen schatting van geven. Stress kan ik niet motiveren. Het hangt ook af van andere factoren. Emotie kan een rol hebben gespeeld.

Het hof constateert op grond van bovenstaande bevindingen van dr. Visser dat de dood van het slachtoffer kan zijn veroorzaakt door een combinatie van de bij het slachtoffer reeds bestaande hartafwijking (hartvergroting), hartinfarcering en de aanwezigheid van cocaïne in het bloed. Stress en/of emotie bij het slachtoffer als gevolg van het handelen van de verdachte kan daarbij eveneens een rol hebben gespeeld, maar niet kan worden vastgesteld of dit daadwerkelijk heeft bijgedragen en zo ja, in welke mate. Het dossier bevat op dat punt ook onvoldoende aanknopingspunten. Naar het oordeel van het hof kan het slachtoffer, gezien zijn leeftijd, niet worden aangemerkt als slachtoffer op leeftijd bij wie, zonder nader bewijs, als feit van algemene bekendheid zeker zou mogen worden aangenomen dat het geweld waarmee hij in de eigen woning werd geconfronteerd, hevige emoties heeft opgeroepen.

Naar het oordeel van het hof dient de conclusie op basis van het voorgaande te luiden dat er een reële mogelijkheid bestaat dat het slachtoffer ook zou zijn overleden als de tenlastegelegde gedragingen van de verdachte waren uitgebleven. In het onderhavige geval, waarin de tenlastegelegde gedragingen van de verdachte, zoals voorop gesteld, naar hun aard en derhalve onafhankelijk van de ziekelijke predispositie van het slachtoffer, niet geschikt zijn om de dood van het slachtoffer teweeg te brengen en niet is gebleken dat zij het risico op de dood van het slachtoffer in relevante hebben verhoogd, kan het overlijden van het slachtoffer

- hoezeer ook tragisch samenvallende met de hem overkomen geweldpleging - dan ook niet redelijkerwijs als gevolg van diens handelen aan de verdachte worden toegerekend, zodat de verdachte van het onder 1 derde cumulatief/alternatief tenlastegelegde voorzover dit de dood van het slachtoffer betreft, eveneens dient te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 30 december 2009 tot en met 3 januari 2010 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en mobiele telefoons en een laptop en een gouden horloge en een gouden armband en een (blauwe) koffer, toebehorende aan een persoon zich (ook) noemende [naam slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en

hij in de periode van 30 december 2009 tot en met 3 januari 2010 te Rotterdam opzettelijk mishandelend een persoon (te weten een man zich ook noemende [naam slachtoffer 1])

- onverhoeds een arm om de nek/hals heeft geslagen en/of geklemd en

- heeft gebeten;

2.

parketnummer 742192-10

hij op 01 september 2009 te Rotterdam aan de openbare weg, de Anna Paulownastraat, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (totaal 255 euro), toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken, welk geweld bestond uit

- het onverhoeds met kracht trekken aan en knijpen in de hand van [slachtoffer 2] en

- (vervolgens) het omdraaien van de hand van [slachtoffer 2];

3.

hij op 28 september 2009 te Rotterdam op de openbare weg, de Mathenesserlaan, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Nokia, type E71, kleur wit), toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit

- het uit de hand van [slachtoffer 3] pakken van genoemde mobiele telefoon en

- (vervolgens) het met kracht stompen op/tegen het gezicht van [slachtoffer 3];

4.

hij op 20 oktober 2009 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval op de West-Kruiskade, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander te weten [slachtoffer 4] letsel en schade was toegebracht.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 eerste cumulatief/alternatief bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en/of vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 1 derde cumulatief/alternatief bewezenverklaarde is niet strafbaar, nu de tenlastelegging niet toeliet bewezen te verklaren dat het slachtoffer pijn of letsel heeft ondervonden.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafbepaling ex artikel 423 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering

Het voorgaande brengt mee, dat het hof - nu in eerste aanleg ter zake van het in de zaak met parketnummer

10-730011-10 en het in de zaak met parketnummer 10-693633-09 bewezenverklaarde één hoofdstraf is uitgesproken - op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering alsnog een hoofdstraf voor het in eerste aanleg in de zaak met parketnummer 10-693633-09 onder 1 bewezenverklaarde zal bepalen.

Gelet op de aard en ernst van het door de rechtbank in de zaak met parketnummer 10-693633-09 onder 1 bewezen- en strafbaarverklaarde feit, gekwalificeerd als schuldheling, en in aanmerking genomen de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, zal hof ten aanzien van dat feit de op te leggen straf bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-730011-10 onder 1 eerste alternatief (diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend) en derde alternatief (mishandeling de dood ten gevolge hebbend) alsmede het in die zaak onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 10-693633-09 onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

De verdachte heeft zich naar aanleiding van een drugsruzie een koffer van het slachtoffer toegeëigend, waarin zich diverse waardevolle goederen bevonden. Dit eigenmachtig gedrag van de verdachte kan niet worden getolereerd. De verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan twee berovingen op de openbare weg, waarbij hij een geldbedrag en een telefoon heeft buitgemaakt.

Bij al deze feiten heeft de verdachte zich uitsluitend laten leiden door zijn hebzucht, zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor de slachtoffers. Voorts veroorzaken dergelijke feiten gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Dit rekent het hof de verdachte aan.

Daarnaast heeft de verdachte, nadat hij betrokken was geraakt bij een verkeersongeval, de plaats van het ongeval verlaten terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat daardoor letsel en schade bij een ander daarbij betrokken persoon was veroorzaakt. Zodoende heeft de verdachte geprobeerd zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer te ontlopen.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 juli 2012, waaruit blijkt dat de verdachte vaker onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder meermalen voor (gekwalificeerde) mishandeling en ook eerder voor een beroving. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf voorts in aanmerking genomen de zich in het dossier bevindende, over de persoon van de verdachte uitgebrachte rapportages Pro Justitia d.d. 12 juli 2010, alsmede de aanvullingen daarop. De deskundigen hebben vanwege de houding van de verdachte tijdens de onderzoeken geen uitspraken kunnen doen over de mate van toerekeningsvatbaarheid of een advies voor een eventuele gedragsinterventie kunnen geven. Beide rapporteurs concluderen dat er bij de verdachte wel sprake lijkt te zijn van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken, dan wel van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische trekken. De psycholoog rapporteert dat de verdachte geneigd is tot het bagatelliseren en externaliseren van zijn justitieel verleden en van het tenlastegelegde. Hij is nauwelijks in staat tot het zich inleven in een ander. De gewetensfunctie van de verdachte toont zich in onvoldoende mate ontwikkeld. De verdachte is krenkbaar en er is sprake van een instrumentele relatievorming. Hij zet anderen voornamelijk in ten voordele van zijn eigen wensen en behoeften, waarbij hij weinig tot geen rekening lijkt te willen houden met de wensen en behoeften van anderen. De impulscontrole is gering en bij oplopende spanningen is de kans op impulsief en mogelijke 'acting out' van agressie groot. Begeleiding bij de resocialisatie van de verdachte achten beide rapporteurs zeer wenselijk. De verdachte heeft er echter geen blijk van gegeven gemotiveerd te zijn om zijn medewerking te verlenen aan welk behandel- c.q. begeleidingstraject dan ook.

Het hof stelt voorts nog vast dat de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden, nu de inzendtermijn van het dossier door de rechtbank na het instellen van hoger beroep op 16 december 2010 met bijna één jaar is overschreden. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de strafmaat.

Alles overwegende is het hof is van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden een passende en geboden reactie vormt.

Echter, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn als hiervoor genoemd, zal het hof de duur van de genoemde gevangenisstraf matigen met één maand en de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van negentien maanden, met aftrek van voorarrest.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, eerste en derde cumulatief/alternatief, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1, tweede cumulatief/alternatief en meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, derde cumulatief/alternatief niet strafbaar en ontslaat de verdachte terzake daarvan van alle rechtsvervolging.

Verklaart het onder 1, eerste cumulatief/alternatief, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor het in de zaak met parketnummer 10-693633-09 onder 1 bewezen en strafbaar verklaarde op een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 19 (negentien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.A. Schuering,mr. Chr.A. Baardman en mr. R.M. Bouritius, in bijzijn van de griffier mr. S.N. Keuning.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 augustus 2012.