Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3984

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-07-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
22-003956-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldheling.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003956-11

Parketnummer: 09-074716-11

Datum uitspraak: 13 juli 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 18 augustus 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1950,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 29 juni 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van de impliciet primair ten laste gelegde opzetheling vrijgesproken en ter zake van de impliciet subsidiair ten laste gelegde schuldheling veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 september 2009 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, een voertuig (auto, merk Mercedes, type ML) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat voertuig wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Verweer

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman - overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotitie, verkort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat sprake is van een onrechtmatige uitoefening van de controlebevoegdheid op grond van de Wegenverkeerswet 1994 door opsporingsambtenaren, zodat de verdachte wegens een onrechtmatige aanhouding van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Op grond van het proces-verbaal van aanhouding d.d. 20 september 2009 stelt het hof vast dat de opsporingsambtenaren de verdachte op 20 september 2009 te 's-Gravenhage zagen rijden in een personenauto van het merk Mercedes-Benz, kleur zwart, type ML en voorzien van het Duitse exportkenteken [kentekennr.]. Zij zagen dat het kenteken geldig was tot en met 11 oktober 2009. Aangezien de opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar] bekend was met het feit dat criminele (on)geldige Duitse exportkentekenplaten gebruiken op al dan niet omgekatte gestolen voortuigen, heeft hij de bestuurder een stopteken gegeven, waaraan de bestuurder voldeed. De verdachte werd daarop gevraagd naar zijn rijbewijs en de kentekenpapieren. Vervolgens bleek uit navraag bij de RDW dat de verdachte een volledige ontzegging van de rijbevoegdheid had vanaf 12 juni 2009 tot 5 december 2009. Bovendien bleek dat de auto was voorzien van het VIN-nummer [nr.], dat het kenteken [kentekennr.] in Duitsland was afgegeven voor een zwarte Mercedes met hetzelfde VIN-nummer en voorts dat voor dit VIN-nummer sinds 16 mei 2007 in Nederland het kenteken [kentekennr. 2] was afgegeven, zodat de auto waarin de verdachte reed mogelijk van diefstal afkomstig was.

In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2011 is gerelateerd dat de controle van de verdachte op 20 september 2009, plaatsvond op grond van de Wegenverkeerswet 1994, om te controleren of de bestuurder en het voertuig voldeden aan de bij en krachtens die wet gestelde eisen.

Het hof heeft - anders dan de raadsman - geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van de hiervoor genoemde processen-verbaal. Er zijn geen feiten en omstandigheden naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk geworden die een dergelijke twijfel rechtvaardigen. Naar het oordeel van het hof is bovendien geen sprake van tegenstrijdigheid ten aanzien van genoemde processen-verbaal, nu uit het proces-verbaal van aanhouding blijkt dat de verdachte is gevraagd naar zijn rijbewijs en de kentekenpapieren, welke controle blijkens het proces-verbaal van bevindingen is uitgevoerd op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en dat de opsporingsambtenaren daartoe ingevolge het bepaalde in artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd waren. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de aanhouding van de verdachte rechtmatig was en het verweer dienaangaande wordt mitsdien verworpen.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat - overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal - niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de impliciet primair ten laste gelegde opzetheling heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 20 september 2009 te 's-Gravenhage een voertuig auto, merk Mercedes, type ML voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat voertuig redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en de gebezigde bewijsmiddelen staat vast dat op 17 mei 2009 door [benadeelde partij] aangifte is gedaan van diefstal van een personenauto van het merk Mercedes-Benz ML 320 CDI, kleur zwart met kenteken [kentekennr. 2] met chassisnummer [nr.]. Op 20 september 2009 is bij verdachte een Mercedes-Benz ML 320 CDI, kleur zwart met het Duitse exportkenteken [kentekennr.] aangetroffen en na onderzoek bleek dat er een vals chassisnummer was aangebracht op het voertuig, dat overeenkomt met het chassisnummer van de ontvreemde auto van de aangever [benadeelde partij].

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard - verkort en zakelijk weergegeven - dat hij de auto ongeveer drie tot vier weken vóór 20 september 2009 voor een contant bedrag van € 37.000,- van een onbekende verkoper in Duitsland heeft gekocht, met wie hij via Marktplaats contact had gelegd, dat hij geen gegevens meer heeft van deze verkoper, geen betalingsbewijs van de transactie in zijn bezit heeft, geen concreet adres kan noemen waar hij de auto heeft betaald en in ontvangst heeft genomen en dat hij de auto bovendien wilde importeren in Spanje.

Het hof acht deze verklaring volstrekt ongeloofwaardig, in het bijzonder nu de verdachte de naam noch adresgegevens van de verkoper kan verstrekken en evenmin de plaats waar de koop heeft plaatsgevonden kan noemen. Hetgeen de verdachte in dit verband naar voren heeft gebracht is niet te verifiëren en het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Schuldheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van schuldheling zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldheling en daardoor bijgedragen aan het creëren van een afzetmarkt voor gestolen goederen hetgeen het plegen van soortgelijke diefstallen bevordert en schade toebrengt aan de slachtoffers.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 juni 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van met name overtredingen van de Wegenverkeerwet 1994. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries, mr. M.J.J. van den Honert en mr. J.J.H.M. van Gennip, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 juli 2012.

mrs. M.J.J. van den Honert en J.J.H.M. van Gennip zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.