Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2791

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
26-07-2012
Zaaknummer
200.103.309-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele. Hoger beroep niet-ontvankelijk: betrokkene heeft toegewezen gekregen hetgeen zij zelf in eerste aanleg heeft verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 27 juni 2012

Zaaknummer : 200.103.309/01

Rekestnummer rechtbank : EJ 11-85392

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat mr. R.N. Baldew te 's-Gravenhage.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. [belanghebbende 1],

kantoorhoudende te [woonplaats],

hierna te noemen: de curatrice,

advocaat mr. M.L. Kleyn te ’s-Gravenhage,

2. [belanghebbende 2],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder,

3. [belanghebbende 3],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende 3],

4. [belanghebbende 4],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende 4],

5. [belanghebbende 5],

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen: [belanghebbende 5],

6. [belanghebbende 6],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende 6]

7. [belanghebbende 7],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende 7],

8. [belanghebbende 8],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende 8],

9. [belanghebbende 9],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende 9],

10. [belanghebbende 10],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [belanghebbende 10].

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De betrokkene is op 7 maart 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 8 december 2011 van de rechtbank 's-Gravenhage.

De curatrice heeft op 3 mei 2012 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de curatrice:

- op 12 juni 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen.

De zaak is op 14 juni 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- de curatrice, bijgestaan door haar advocaat;

- de moeder;

- de (hiervoor onder 8 genoemde) zus van de betrokkene, [belanghebbende 8].

De overige belanghebbenden (hiervoor genoemd onder 3, 4, 5, 6, 7, 9 en 10) zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is de betrokkene onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en is de curatrice benoemd.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Bij bovengenoemd faxbericht van 12 juni 2012 heeft de advocaat van de curatrice het hof verzocht om de betrokkene buiten aanwezigheid van partijen en hun advocaten te horen inzake haar wensen over de curatele. Gelet op de goede procesorde heeft het hof geen gehoor gegeven aan dit verzoek.

2. In geschil is de ondercuratelestelling van de betrokkene.

3. De betrokkene verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende, voor zover de wet het toelaat uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat het eigen verzoek tot ondercuratelestelling wordt afgewezen.

De betrokkene stelt daartoe, kort weergegeven, dat geen sprake is van een zondanige geestelijke stoornis dat zij niet in staat is of bemoeilijkt wordt al dan niet met tussenpozen haar eigen belangen behoorlijk waar te nemen. Zij heeft een beperkte verstandelijke handicap, maar lijdt niet aan een psychiatrische stoornis. Tot de bestreden beschikking heeft zij altijd haar eigen financiële zaken geregeld met behulp van haar moeder, hetgeen altijd goed is gegaan. De stichting MEE heeft het verzoek om een ondercuratelestelling bewerkstelligd omdat door de familie misbruik zou worden gemaakt van de financiën van de betrokkene. De betrokkene betwist dit laatste in hoger beroep en stelt daarnaast dat er geen schulden zijn ontstaan voordat zij onder curatele was gesteld. De vaste lasten van de betrokkene werden voldaan en de betrokkene kreeg van haar moeder € 100,- per week voor eigen boodschappen. Door de ondercuratelestelling heeft de betrokkene nog minder vrijheid om haar eigen zaken te regelen, heeft zij geen zicht op haar financiën en krijgt zij maar € 50,- per week voor eigen boodschappen. De informatie die stichting MEE heeft gegeven over dat de betrokkene een huis voor haar zus zou kopen en dat de verhouding tussen de betrokkene en haar familie slecht is, is niet juist. De betrokkene heeft goed contact met haar familie en aanvaardt de hulp van haar moeder bij haar financiële zaken en begeleiding van stichting MEE. Zij heeft geen curator nodig.

4. De curatrice verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen al dan niet onder aanvulling van de gronden. Volgens de curatrice blijkt uit het psychologisch onderzoek afdoende dat de betrokkene niet in staat is om zelfstandig haar belangen behoorlijk waar te nemen, terwijl tevens blijkt dat het niet verstandig is om de familie de betrokkene te laten helpen bij haar financiële zaken. Sinds haar benoeming heeft de curatrice gemerkt dat de financiën van de betrokkene niet op orde waren en dat er sprake is van misstanden. Zo geven enkele familieleden geld van de betrokkene uit aan zichzelf door een Vodafone abonnement of een HTM abonnement aan te schaffen of nemen zij relatief grote bedragen op van de rekening van de betrokkene. Verder stelt de curatrice dat zij wordt tegengewerkt door de familie, dat er zonder toestemming van de curatrice is beschikt over het geld van de betrokkene en dat de zuster van de betrokkene op hetzelfde adres woont als de betrokkene zonder mee te betalen aan de huur of de kabeltelevisie.

5. De moeder en de zus van de betrokkene hebben ter zitting verklaard dat de ondercuratelestelling niet nodig is. De familie zorgt voor de betrokkene, dat is altijd zo geweest en dat zal in de toekomst ook zo zijn.

6. Het hof overweegt als volgt. De betrokkene komt in hoger beroep tegen een beslissing die de rechtbank heeft genomen op eigen verzoek van de betrokkene. Naar het oordeel van het hof kan de betrokkene in hoger beroep niet worden ontvangen omdat, naar vaste jurisprudentie, het rechtsmiddel van hoger beroep niet is gegeven om aan een partij van wie het verzoek door de eerste rechter is toegewezen, gelegenheid te geven die beschikking ongedaan te maken omdat zij er bij nader inzien de voorkeur aan geeft van het verzoek af te zien.

De betrokkene heeft in dat kader nog expliciet ter zitting bij het hof gesteld dat het verzoek in eerste aanleg bij de rechtbank niet haar eigen verzoek is geweest, maar is geïnitieerd door derden. Voor zover dit als een nieuwe grief moet worden beschouwd, zal het hof hieraan voorbij gaan, te meer nu de betrokkene heeft nagelaten haar stelling dat het niet haar eigen verzoek was te onderbouwen en bovendien in het midden heeft gelaten wat de (juridische) gevolgen (zouden kunnen) zijn van het gestelde voor het onderhavige hoger beroep. Gelet op het voorgaande zal het hof de betrokkene niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. van Nievelt, Husson en Kamminga, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2012.