Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2783

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
26-07-2012
Zaaknummer
200.106.441-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uithuisplaatsing. Gedeeltelijke correctie van door rechtbank gegeven beschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 27 juni 2012

Zaaknummer : 200.106.441/01

Rekestnummer rechtbank : 12-170

[verzoeker],

wonende te [woonplaats], thans verblijvende in de penitentiaire inrichting te [woonplaats],

en

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekers in hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

advocaat mr. E.R. Schenkhuizen te 's-Gravenhage,

tegen

de raad voor de kinderbescherming te ’s-Gravenhage,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: Jeugdzorg,

2. de heer [A] en mevrouw [B],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de grootouders.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De ouders zijn op 7 mei 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 7 februari 2012 van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage.

De raad heeft op 8 juni 2012 een verweerschrift ingediend.

Jeugdzorg heeft op 8 juni 2012 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de ouders:

- op 24 mei 2012 een brief van 23 mei 2012 met bijlagen;

- op 30 mei 2012 twee faxberichten van diezelfde datum met bijlagen;

- op 5 juni 2012 twee faxberichten van diezelfde datum met bijlagen.

De zaak is op 14 juni 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de heer F. Cuvalay namens de raad;

- de gezinsvoogd A.W. Kuijpers en de heer D. van der Heijden namens Jeugdzorg.

De vader en de grootouders zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De advocaat van de ouders heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is – voor zover van belang – uitvoerbaar bij voorraad, Jeugdzorg gemachtigd de minderjarigen:

- [minderjarige C], geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats], hierna [C],

- [minderjarige D], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats], hierna [D], en

- [minderjarige E], geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats], hierna [E] en gezamenlijk: de minderjarigen, gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de grootouders van 7 februari 2012 tot 7 augustus 2012.

Het hof gaat uit van de door de kinderrechter vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast:

De ouders hebben het gezamenlijk gezag over de minderjarigen. De minderjarigen verblijven bij de moeder op het adres van de grootouders (moederszijde).

De minderjarigen zijn tot 7 februari 2013 onder toezicht gesteld van Jeugdzorg.

Bij beschikking van 24 februari 2012 heeft de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage aan Jeugdzorg machtiging verleend om de minderjarigen [D] en [E] uit huis te plaatsen van 24 februari 2012 tot 1 maart 2012. Tevens heeft de rechtbank bepaald dat deze machtiging van kracht blijft indien en voor zover een indicatiebesluit binnen vier weken na 24 februari 2012 is afgegeven, strekkende tot uithuisplaatsing van de minderjarigen in dezelfde categorie, en het verzoek om toepassing te geven aan artikel 800 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten aanzien van [C] afgewezen. De beslissing is voor het overige aangehouden tot de zitting van 28 februari 2012.

Aan deze beslissing lag ten grondslag het verzoek van Jeugdzorg om - kort gezegd - de locatie van de machtiging van 7 februari 2012 te wijzigen en machtiging te verlenen om de minderjarigen te plaatsen in Kindertehuis [naam kindertehuis] te [plaatsnaam].

Bij beschikking van 28 februari 2012 heeft de rechtbank ’s-Gravenhage “het verzoek van Jeugdzorg om de minderjarigen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen afgewezen”.

Van deze beschikking is door Jeugdzorg geen hoger beroep ingesteld.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de uithuisplaatsing van de minderjarigen voor de periode van 7 februari 2012 tot 7 augustus 2012.

2. De ouders verzoeken hun beroep tegen de bestreden beschikking gegrond te verklaren en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de bij deze beschikking verstrekte machtigingen om de minderjarigen uit huis te plaatsen, geacht moeten worden te zijn beëindigd wegens het nog langer ontbreken van een wettelijke grond, althans geacht moeten worden te zijn beëindigd per 28 februari 2012 als gevolg van de beslissing van de rechtbank van die datum, althans:

- voor recht te verklaren dat de machtigingen tot uithuisplaatsing per 28 februari 2012 geacht moeten worden te zijn beëindigd en aan de beschikking van 7 februari 2012 thans geen rechten meer kunnen worden ontleend voor voortzetting van de uithuisplaatsing tot 7 augustus 2012 en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de verstrekte machtigingen tot uithuisplaatsing geacht moeten worden te zijn beëindigd per 28 februari 2012, althans met ingang van een zodanige datum als dit hof in goede justitie zal vermenen te behoren, althans

- in deze te beslissen als dit hof op de gronden als gemeld in goede justitie zal vermenen te behoren.

3. De ouders stellen dat de vader noch over de ondertoezichtstelling noch over de uithuisplaatsing vooraf is geïnformeerd en dat er niet met hulp van een advocaat verweer is gevoerd. Verder stellen de ouders dat op het moment van het nemen van de beslissing door de rechtbank op 7 februari 2012 de situatie al zo was dat de minderjarigen verbleven op het adres van de grootouders. Op 24 februari 2012 heeft Jeugdzorg een verzoek ingediend bij de rechtbank 's-Gravenhage strekkende tot machtiging uithuisplaatsing van de minderjarigen. Volgens Jeugdzorg waren er vermoedens van huiselijk geweld in het gezin, was er sprake van onbewoonbaarverklaring van het huis van de ouders vanwege ernstige vervuiling en het gebrek aan inkomsten bij de ouders. Ook zouden de minderjarigen er onfris en onverzorgd uitzien. Volgens de ouders ontbraken de gronden op het moment van indienen van het verzoekschrift van Jeugdzorg. De rechtbank 's-Gravenhage heeft de verzoeken dan ook afgewezen.

Jeugdzorg en de raad stellen dat ondanks deze beslissing van 24 februari 2012 de minderjarigen en de moeder niet mogen terugkeren naar de door hen bewoonde woning aan de [straatnaam] te [woonplaats] doch dienen te verblijven op het adres van de grootouders, nu zij enkel ziet op de verzochte wijziging van de verblijfplaats. Volgens de ouders is de beslissing van de rechtbank 's-Gravenhage van 28 februari 2012 in de plaats gekomen van de beslissing van 7 februari 2012.

4. De raad verweert zich daartegen en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en het verzoek in hoger beroep af te wijzen.

5. De raad stelt dat uit het raadsonderzoek is gebleken dat er ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van de minderjarigen. Dit vormde de aanleiding om een verzoek in te dienen bij de rechtbank, dat voerde tot de beschikking van 7 februari 2012. Op de ochtend voorafgaande aan de zitting van 7 februari 2012 is er nog informatie ontvangen van het AMK waarin werd aangegeven dat er ernstige zorgen waren over de thuissituatie van de minderjarigen. De politie trof een ernstig vervuilde woning aan en vond dat de minderjarigen daar niet konden blijven. Afgesproken is toen dat de moeder met de minderjarigen naar de grootouders zou gaan. Naar aanleiding hiervan heeft de raad zijn verzoek aangepast en ter zitting bij de rechtbank tevens verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing. Deze machtiging is, naar de mening van de raad, terecht verleend. De vader was op de juiste wijze opgeroepen voor de zitting bij de rechtbank en de moeder heeft er zelf voor gekozen om zich niet bij te laten staan door een advocaat.

Volgens de raad is de beschikking van 7 februari 2012 nog steeds geldig omdat in de beschikking van 28 februari 2012 het verzoek van Jeugdzorg om de minderjarigen op een andere plek te plaatsen, is afgewezen.

6. Volgens Jeugdzorg heeft zij in de zaak welke voerde tot de beschikking van 28 februari 2012 verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen in een residentiële instelling en heeft de rechtbank bij beschikking van 28 februari 2012 ten onrechte het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing in algemene zin afgewezen, terwijl dát verzoek niet aan de rechtbank voorlag, maar slechts een wijziging van de verblijfplaats. De rechtbank heeft tevens nagelaten om aan te geven of de machtiging tot uithuisplaatsing zoals afgegeven op 7 februari 2012 is komen te vervallen of niet.

Jeugdzorg is van mening dat de uithuisplaatsing van de minderjarigen noodzakelijk is en de plaatsing bij de grootouders dient te worden gecontinueerd.

7. Het hof overweegt als volgt. Voor zover de ouders met de stelling dat de vader noch over de ondertoezichtstelling noch over de uithuisplaatsing vooraf is geïnformeerd en dat niet met hulp van een advocaat verweer is gevoerd in eerste aanleg bedoelen dat sprake is van schending van het beginsel van hoor en wederhoor, overweegt het hof dat indien en voor zover er al van uit moet worden gegaan dat sprake is van een schending van het beginsel van hoor- en wederhoor, dit gebrek in hoger beroep is hersteld nu de vader zelf, samen met de moeder, in hoger beroep is gekomen en de moeder ter zitting bij het hof, bijgestaan door een advocaat, het woord heeft kunnen voeren.

8. Het hof begrijpt het hoger beroep van de ouders aldus dat zij verzoeken om de beschikking van 7 februari 2012 te vernietigen met ingang van 28 februari 2012; grieven tegen de uithuisplaatsing met ingang van 7 februari 2012 tot 28 februari 2012 zijn niet aangevoerd.

9. Bij beschikking van 28 februari 2012 van de rechtbank 's-Gravenhage is in het dictum bepaald:

“wijst af het verzoek tot machtiging de minderjarigen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.”

met als dragende overweging dat: “de in artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijke Wetboek genoemde gronden voor uithuisplaatsing thans onvoldoende aanwezig zijn.”

10. Naar het oordeel van het hof kan deze beslissing niet anders begrepen en uitgelegd worden dan dat bij deze beschikking een einde is gemaakt aan de uithuisplaatsing van de minderjarigen. Daaraan doet niet af, dat Jeugdzorg in het inleidend verzoek slechts had verzocht om machtiging te verlenen om de minderjarigen te plaatsen in Kindertehuis [naam kindertehuis] te [plaatsnaam].

Dit brengt met zich dat het hoger beroep van de ouders tegen de bestreden beschikking van 7 februari 2012 niet inhoudelijk besproken hoeft te worden. Het hoger beroep van de ouders slaagt ten dele, namelijk voor de periode ingaande 28 februari 2012. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 28 februari 2012 en het inleidende verzoek van de raad betreffende de uithuisplaatsing overigens afwijzen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking ten aanzien van de uithuisplaatsing van de minderjarigen voor zover het de periode tot 28 februari 2012 betreft;

wijst af hetgeen overigens en in hoger beroep meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, van Nievelt en Husson, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2012.