Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2114

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-03-2012
Datum publicatie
19-07-2012
Zaaknummer
22-004777-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-004777-09

Parketnummer: 09-900384-09

Datum uitspraak: 22 maart 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 september 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1985,

[adres].

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw bij wijze van preliminair verweer de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep bepleit. Ter adstructie heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte een "Intrekking dagvaarding hoger beroep" d.d. 3 december 2010 heeft ontvangen, inhoudende de mededeling dat de dagvaarding om als verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2011 te verschijnen door de advocaat-generaal wordt ingetrokken, vanwege het feit dat het hoger beroep in deze zaak is ingetrokken, hetgeen bij de verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat het hoger beroep tegen hem was ingetrokken. De raadsvrouw voert voorts aan dat de verdachte weliswaar op 22 december 2010 een "Intrekking dagvaarding" heeft ontvangen welke inhoudt dat hij nog een nieuwe dagvaarding zal ontvangen, doch eerst nadat zij, enkele weken na ontvangst van de Intrekking dagvaarding hoger beroep d.d. 3 december 2010, bij het arrondissementsparket heeft geïnformeerd naar de status van de zaak en haar werd medegedeeld dat op 3 december 2010 abusievelijk de verkeerde brief was verzonden.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer dient te worden verworpen, nu -niettegenstaande de mededeling in de brief d.d. 3 december 2010 - de raadsvrouw na 22 december 2010 een verzoek betreffende een onderzoekswens bij de rechter-commissaris heeft neergelegd, uit welke handeling afgeleid kan worden dat de verdachte niet in de veronderstelling verkeerde dat zijn zaak geen doorgang zou vinden.

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

Het hof stelt met de raadsvrouw vast dat zich in het dossier een Intrekking dagvaarding hoger beroep d.d. 3 december 2010 bevindt, inhoudende onder meer de mededeling dat het hoger beroep tegen de verdachte is ingetrokken. Naar 's hofs oordeel mocht de verdachte aan dit processtuk het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat het door het openbaar ministerie ingestelde appel was ingetrokken.

Dat de raadsvrouw vervolgens bij het arrondissementsparket heeft geïnformeerd naar de status van de zaak, dat het parket zich nadien op het standpunt stelde dat er een vergissing was gemaakt en dat zij daarna bij de rechter-commissaris om onderzoekshandelingen heeft verzocht om de rechten van de verdachte te sauveren in geval het toch zou komen tot behandeling van het hoger beroep, doet hier niets aan af.

Derhalve zal het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J.G. Göbbels,

mr. R.M. Bouritius en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 maart 2012.