Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0764

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
09-07-2012
Zaaknummer
200.101.162-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verwerping van beroep tegen een niet langer door Jeugdzorg gebruikte machtiging tot uithuisplaatsing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 21 maart 2012

Zaaknummer : 200.101.162/01

Rekestnr. rechtbank : JE RK 11-1018

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. H.W. Lagraauw te Leiden,

tegen

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland,

gevestigd te Leiden,

kantoorhoudende te Leiden,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[man],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de man.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming te ‘s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De man is op 27 januari 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 1 november 2011 van de kinderrechter in de rechtbank ‘s-Gravenhage.

Jeugdzorg heeft op 29 februari 2012 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de raad is bij het hof op 23 februari 2012 een brief van 22 februari 2012 ingekomen, waarbij is medegedeeld dat de raad niet ter terechtzitting zal verschijnen.

De zaak is op 1 maart 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de heer P.G. Ziedses des Plantes en de heer R. Janssen (gezinsvoogd) namens Jeugdzorg;

- de man.

Voorts is aan de zijde van de man verschenen de heer A. Cevikcan, beëdigd tolk in de Turkse taal.

De advocaat van de moeder heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

De hierna te noemen minderjarige is in raadkamer gehoord.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank Jeugdzorg gemachtigd de hierna te noemen minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de man van 1 november 2011 tot 6 oktober 2012, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige:

[minderjarige] geboren [in] 1996 te [geboorteplaats], hierna verder: de minderjarige.

2. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat het verzoek van Jeugdzorg tot verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt afgewezen, met compensatie van de proceskosten.

3. Jeugdzorg bestrijdt haar beroep en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en mitsdien het verzoek in hoger beroep af te wijzen.

4. Uit het beroepschrift van de moeder blijkt dat de minderjarige momenteel bij zijn grootouders van moederszijde woont en dat door Jeugdzorg geen gebruik wordt gemaakt van de machtiging tot uithuisplaatsing. Jeugdzorg heeft het vorenstaande in haar verweerschrift bevestigd. Ter zitting heeft Jeugdzorg nogmaals bevestigd dat geen gebruik meer wordt gemaakt van de door de rechtbank bij de bestreden beschikking verleende machtiging tot uithuisplaatsing bij de man. Een plaatsing van de minderjarige bij de man acht zij thans ook niet haalbaar meer. Jeugdzorg is voornemens om op korte termijn een nieuw verzoekschrift bij de rechtbank in te dienen voor een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een observatiegroep.

5. Gelet op het bovenstaande overweegt het hof als volgt. De moeder komt in hoger beroep van een beschikking waarbij Jeugdzorg met ingang van 1 november 2011 tot 6 oktober 2012 is gemachtigd om de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de man. Van deze machtiging wordt door Jeugdzorg geen gebruik meer gemaakt. De minderjarige verblijft immers na een verblijf van slechts enkele weken bij de man, sinds 12 januari 2012 bij zijn grootouders van moederszijde. Omdat Jeugdzorg de plaatsing van de minderjarige bij de man niet realiseerbaar meer acht gaat het hof er, mede gezien het tijdsverloop van uit dat de bestreden machtiging is vervallen (artikel 1: 262 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek). Gelet hierop en in aanmerking nemende dat niet is gesteld of gebleken dat de moeder nog een belang heeft bij de beoordeling van haar hoger beroep, zal het hof het hoger beroep van de moeder verwerpen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verwerpt het hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, De Haan-Boerdijk en Van Montfoort, bijgestaan door mr. Wittich-de Ridder als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2012.