Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0632

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
09-07-2012
Zaaknummer
200.099.477-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verhaalsbijdrage wegens verleende bijstand aan de vrouw ten behoeve van haar en de minderjarigen en de duur daarvan. Rekening houden met schulden uit het verleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 27 juni 2012

Zaaknummer : 200.099.477/01

Rekestnummer rechtbank : F1 RK 11-2527

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat voorheen mr. M.C.G. Stut te Rotterdam, thans mr. S.H.M. van Woerkom te Rotterdam,

tegen

de GEMEENTE ROTTERDAM,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de gemeente,

gemachtigde: [de gemachtigde].

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De man is op 27 december 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 28 september 2011 van de rechtbank Rotterdam.

De gemeente heeft op 16 maart 2012 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de man:

- op 12 april 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen.

De zaak is op 26 april 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de man, bijgestaan door zijn advocaat;

- namens de gemeente is, onder overlegging van een volmacht, verschenen: de heer [X] namens [de gemachtigde].

Partijen zijn ter zitting in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de datum van de mondelinge behandeling (ofwel tot en met 10 mei 2012) nadere stukken te overleggen.

Van de gemeente is bij het hof op 16 mei 2012 een brief van 14 mei 2012 ingekomen. Nu deze buiten de door het hof ter zitting gestelde termijn is ingekomen, heeft het hof deze als zijnde in strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank het door de man aan de gemeente te betalen verhaalsbedrag met ingang van 1 februari 2011 vastgesteld op € 740,- per maand, zolang de bijstandverlening voortduurt. Het verhaalsbedrag is vastgesteld wegens verleende bijstand ten behoeve van zijn echtgenote [de vrouw] (verder: de vrouw) en de minderjarigen:

- [de minderjarige 1], geboren [in 2005] te [geboorteplaats], en

- [de minderjarige 2], geboren [in 2008] te [geboorteplaats],

(hierna verder: de minderjarigen).

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. In hoger beroep is voorts het volgende komen vast te staan:

- De man is van 13 mei 2005 tot 3 augustus 2011 gehuwd geweest met de vrouw. Gedurende dit huwelijk zijn uit de vrouw de minderjarigen geboren. Zij verblijven bij de vrouw.

- Sinds 18 oktober 2010 verleent de gemeente aan de vrouw een bijstandsuitkering.

- Bij brief van 27 januari 20011 heeft de gemeente de man verzocht inlichtingen te verstrekken, zodat de verhaalsbijdrage over de periode vanaf 1 februari 2011 zou kunnen worden vastgesteld. De gemeente heeft in die brief, onder meer, meegedeeld dat de verhaalsbijdrage ambtshalve zou worden vastgesteld op de volledige bruto bijstandskosten.

- De man heeft aan het verzoek van de gemeente niet voldaan.

- Op 1 maart 2011 heeft de gemeente de man een verhaalsbesluit gezonden waarin de verhaalsbijdrage voor de man met ingang van 1 februari 2011 is vastgesteld op € 740,- per maand.

- Omdat de man niet uit eigen beweging wilde betalen, heeft de gemeente tot verhaal in rechte besloten en daartoe de onderhavige procedure aangespannen. Dat gebeurde door middel van een op 4 augustus 2011 bij de rechtbank ingediend verzoekschrift.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de verhaalsbijdrage ten laste van de man wegens verleende bijstand aan de vrouw ten behoeve van haar en de minderjarigen.

2. De man verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de verhaalsbijdrage vanaf een ingangsdatum zoals het hof juist acht doch niet eerder dan 1 februari 2011, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw mede ten behoeve van de minderjarigen duurt doch uiterlijk tot en met 3 augustus 2023, te bepalen op nihil, althans een zodanig later bedrag dan € 740,- als het hof juist acht, met veroordeling van de gemeente in de kosten van de procedure in beide instanties.

3. De gemeente bestrijdt zijn beroep en verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

Draagkracht man

4. In zijn eerste grief stelt de man dat hij over onvoldoende draagkracht beschikt om de verzochte verhaalsbijdrage te voldoen.

Inkomen

5. Ter zitting is vast komen te staan dat partijen overeenstemming hebben bereikt over het inkomen waarvan dient te worden uitgegaan bij de bepaling van de draagkracht van de man, en wel als volgt:

- met ingang van 1 februari 2011 tot en met 31 december 2011 wordt uitgegaan van het bruto jaarinkomen van € 37.687,-;

- met ingang van 1 januari 2012 wordt uitgegaan van een bruto jaarinkomen van € 40.285,-

6. Vast staat dat de man nog de woonlasten voldoet voor de voormalige echtelijke woning van hem en de vrouw. Niet ter discussie staat dat de hypothecaire woonlast voor de voormalige echtelijke woning € 248,68 per maand bedraagt en dat die met ingang van 1 februari 2012 niet meer fiscaal aftrekbaar is, zodat het hof hiervan uit zal gaan. Voorts gaat het hof uit van - onbestreden - eigen woningforfait, uitgaande van de WOZ waarde van de woning van € 60.000,-.

7. Verder houdt het hof rekening met de op de voor de man van toepassing zijnde heffingskortingen.

Lasten

8. De gemeente heeft ter zitting er mee ingestemd dat met de navolgende maandelijkse lasten bij de bepaling van draagkracht van de man rekening wordt gehouden:

- hypotheekrente voormalige echtelijke woning ad € 248,68;

- forfait overige eigenaarslasten ad € 97,50;

- ziektekosten in 2011 ad € 104,50;

- ziektekosten in 2012 ad € 107,80;

- eigen risico in 2011 ad € 14,17;

- eigen risico in 2012 ad € 18,33;

- echtscheidingsadvocaat tot 1 februari 2012 ad € 100,00;

- aflossing flexibel krediet ad € 189,51;

- kosten zorgregeling ad € 62,50.

9. Nu ter zitting door de man naar voren is gebracht dat het loonbeslag ten behoeve van CVZ niet langer als last dient te worden meegenomen, zal het hof hier geen rekening mee houden.

10. Gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de gemeente, staan de volgende door de man opgevoerde maandelijkse lasten ter discussie:

- huur ad € 169,41;

-schuld aan de werkgever ad € 300,00;

- rente flexibel krediet ad € 185,49;

- schuld belastingdienst ad € 111,00;

- advocaatkosten ad € 114,00;

- Eneco en Evides ad € 173,00.

Huur

11. Het hof acht het redelijk om rekening te houden met een maandelijkse huur van € 169,41, te verminderen met de gemiddelde basishuur welk wordt geacht te zijn inbegrepen in de voor de man toepasselijke bijstandsnorm.

Schuld aan werkgever

12. Ten aanzien van de door de man opgevoerde schuld aan de werkgever van € 300,- per maand overweegt het hof als volgt. Hoewel de gemeente zich heeft verweerd en aangevoerd dat de man de noodzaak van de lening niet heeft aangetoond en hij op de hoogte was van de onderhoudsverplichting ten opzichte van de vrouw en de minderjarigen, acht het hof het redelijk om met deze last rekening te houden. Het hof overweegt daartoe als volgt. De man heeft na de echtscheiding de lasten van de voormalige echtelijke woning, waar de vrouw en de kinderen nog steeds verblijven, voldaan. Dit kan deels worden aangemerkt als een voldoening in natura van de onderhoudsverplichting. Niet ter discussie staat dat de man ook in staat moet worden geacht eigen woonruimte te hebben, zodat het hof het redelijk acht om rekening te houden met de door de man aangegane schuld bij zijn werkgever ten behoeve van het verkrijgen van de huurwoning en de aansluitingen voor gas, water en elektra. Het hof gaat er evenwel van uit dat de man met ingang van 1 oktober 2012 de lening bij zijn werkgever heeft afgelost en zal met ingang van die datum geen rekening meer houden met die schuld.

Rente flexibel krediet

13. Nu niet is gesteld of gebleken dat de schuld onnodig is aangegaan dan wel anderszins onredelijk zijn jegens de vrouw en de kinderen, zal het hof rekening houden met een renteaflossing van € 185,49 per maand.

Schuld belastingdienst

14. Het hof houdt geen rekening met de aflossing van de man op schulden bij de Belastingdienst. Immers, vast staat dat het gaat om terugbetaling van teveel door de man ontvangen zorgtoeslag. Het hof is van oordeel dat deze aflossingen niet ten laste van de draagkracht gebracht mogen worden, nu de man deze schuld aan zichzelf heeft te wijten en het onredelijk zou zijn als deze aflossingen ten laste van de vrouw en de kinderen zouden komen.

Advocaatkosten

15. Gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de gemeente, zal het hof geen rekening houden met de door de man opgevoerde advocaatkosten van € 114,- per maand. Het had op de weg van de man gelegen zijn financiële positie al veel eerder kenbaar te maken aan de gemeente, zodat deze procedure voorkomen had kunnen worden. Daar komt bij dat deze kosten geen voorrang verdienen boven zijn onderhoudsverplichtingen.

Eneco en Evides

16. Vast staat dat de man de lasten voor de voormalige echtelijke woning van Eneco en Evides heeft voldaan tot 1 april 2012. Nu de vrouw met de kinderen woonachtig is in die woning, zijn deze bedragen ten goede gekomen aan hen. Derhalve acht het hof het redelijk om tot 1 april 2012 rekening te houden met het door de man opgevoerde bedrag van € 173,- per maand. Met ingang van 1 april 2012 wordt geen rekening meer gehouden met dit bedrag, nu de man ter zitting heeft verklaard dat de vrouw met ingang van die datum deze lasten zelf zal betalen.

17. Uit het voorgaande volgt dat de draagkracht van de man:

- in de periode vanaf 1 februari 2011 tot 1 april 2012 geen verhaalsbijdrage toelaat, zodat de eerste grief van de man in zoverre slaagt;

- met ingang van 1 april 2012 tot 1 oktober 2012 een verhaalsbijdrage van € 85,- per maand toelaat;

- met ingang van 1 oktober 2012 een verhaalsbijdrage van € 300,- per maand toelaat.

Verdiencapaciteit vrouw

18. In de tweede grief stelt de man de verdiencapaciteit van de vrouw aan de orde. De man betwist dat de vrouw in redelijkheid niet in haar eigen levensonderhoud zou kunnen voorzien. Hij meent dat de vrouw voldoende verdiencapaciteit heeft om zelf in de kosten van haar levensonderhoud en in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen te voorzien. Het is aan de gemeente om haar standpunt nader te onderbouwen.

19. De gemeente bestrijdt de stelling van de man.

20. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 62 Wet Werk en Bijstand kunnen kosten van bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht, bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek worden verhaald. Daaruit volgt dat bij de vaststelling van het bedrag van het verhaal de grens wordt bepaald door behoefte en draagkracht. De rechter zal zich derhalve een oordeel vormen over de behoefte van degene aan wie bijstand wordt verleend, ook al is deze geen partij in de verhaalsprocedure. Het hof is van oordeel dat - ongeacht de eventuele verdiencapaciteit van de vrouw - zij en de minderjarigen in ieder geval behoefte hebben aan een bijdrage die gelijk is aan de draagkracht van de man. Het hof neemt daarbij het volgende in aanmerking. De man heeft ter zitting erkend dat de vrouw niet werkzaam is en geen inkomsten geniet. Zij draagt de zorg voor de minderjarigen. De Wet Werk en Bijstand is complementair van karakter. De vrouw kan pas een beroep op die wet hebben gedaan indien haar eigen middelen of andere publiekrechtelijke en privaatrechtelijke inkomensvoorzieningen ontoereikend zijn. De draagkracht van de man laat een beperkte bijdrage ten behoeve van de vrouw en de twee kinderen toe. De tweede grief van de man faalt dan ook.

Duur verhaalsbijdrage

21. De derde grief van de man richt op de duur van de verhaalsbijdrage. De man stelt dat deze beperkt is tot twaalf jaar.

22. Het hof overweegt als volgt. De verhaalsbijdrage wordt zowel ten behoeve van de vrouw als ten behoeve van de minderjarigen verleend, zodat niet gesteld kan worden dat de duur beperkt is tot twaalf jaar. Daar komt bij dat de verhaalsbijdragen van rechtswege zijn gelimiteerd conform het bepaalde in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zodat derde grief van de man faalt bij gebrek aan belang.

De door de vrouw ontvangen verhaalsbijdrage

23. Het hof gaat aan de vierde grief van de man waarin hij, bij gebrek aan wetenschap stelt dat de vrouw een lager bedrag aan bijstand ontvangt dan € 740,- per maand, voorbij, nu de gemeente ter zitting - onweersproken - heeft verklaard dat de vrouw de bijstandsnorm voor een alleenstaande ontvangt, hetgeen het hof - gelet op de omstandigheid dat de vrouw geen inkomsten uit arbeid ontvangt en de verzorgende ouder is van de minderjarigen - aannemelijk voorkomt.

Ingangsdatum verhaalsbijdrage

24. De vijfde grief - waarin de man de door de rechtbank vastgestelde ingangsdatum aan de orde stelt - behoeft naar het oordeel van het hof geen nadere bespreking, nu de draagkracht van de man pas met ingang van 1 april 2012 een verhaalsbijdrage toelaat.

Bewijsaanbod

25. Het overweegt voorts dat het bewijsaanbod van de man, inhoudende dat hij aanbiedt zijn stellingen te bewijzen door het horen van getuigen en het overleggen van bescheiden, onvoldoende is gespecificeerd. Het hof gaat hier dan ook aan voorbij.

Proceskosten

26. Gelet op de aard van de procedure zal het hof de proceskosten in beide instanties compenseren.

27. Het hof zal als volgt beslissen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw beschikkende:

bepaalt dat de man aan de gemeente moet voldoen ten aanzien van verhaal ter zake van - ten behoeve van de vrouw en de kinderen - gemaakte kosten van bijstand, en nog te maken kosten van bijstand:

- met ingang van 1 april 2012 tot 1 oktober 2012 een bedrag van € 85,- per maand;

- met ingang van 1 oktober 2012 een bedrag van € 300,- per maand zolang deze bijstandsverlening voortduurt;

compenseert de proceskosten in beide instanties in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. van Nievelt, Van Leuven en Mollema-de Jong,

bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

27 juni 2012.