Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0376

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
22-000411-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich door middel van een zogenaamde babbeltruc schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000411-12

Parketnummer: 09-290576-11

Datum uitspraak: 27 juni 2012

VERSTEK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 24 januari 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Ierland) op [geboortejaar] 1986,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 13 juni 2012.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks 16 t/m 17 december 2011 te Leiden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij] te bewegen tot de afgifte van geld van E.8650,-, althans enig geld bedrag, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (meerdere malen) begeven naar de woning van die [benadeelde partij] en/of zich voorgedaan als medewerker van "Immigration" en/of een clip met pas getoond en/of die [benadeelde partij] heeft aangesproken over een illegale verbouwing (door een klusbedrijf) en/of werknemers van dat klusbedrijf inmiddels in verzekering waren genomen en/of hij, [benadeelde partij], proceskosten moest betalen en/of hij dan als benadeelde gezien kon worden en/of hij bij dat proces aanwezig moest zijn en/of hij een gevangenisstraf van 2 jaar kon riskeren en/of het geld (E.8650,-) op zaterdag 17 december 2011 ter beschikking moest stellen/hebben, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan. De reden voor het laatste is gelegen in de omstandigheid dat de eerste rechter ten onrechte acht heeft geslagen op een met de verdachte gesloten transactie, terwijl het de rechter bij de nadere uitwerking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte uitsluitend is toegestaan rekening te houden met onherroepelijke veroordelingen.

Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich door middel van een zogenaamde babbeltruc schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting. Dit is een kwalijk feit, waartegen streng dient te worden opgetreden. Het hof is derhalve van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt, dat een op 1 (één) maand bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Borgesius,

mr. J.M. Reinking en mr. G. Dulek-Schermers, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 juni 2012.