Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0319

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-06-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
22-005158-09
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9310, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van overvallen op café’s, een eetgelegenheid en een supermarkt waarbij geld en goederen zijn buit gemaakt. Ook heeft de verdachte met zijn mededader onder bedreiging met geweld een scooter gestolen. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een overval. Ook heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan groepsverkrachting van een jonge vrouw. Tevens heeft de verdachte samen met zijn mededaders vuurwapens en munitie voorhanden gehad.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) jaren.

Wetsverwijzingen
Wet wapens en munitie 26
Wet wapens en munitie 31
Wet wapens en munitie 55
Wetboek van Strafrecht 242
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005158-09

Parketnummers: 10-610159-08 en 10-613132-08

Datum uitspraak: 14 juni 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 oktober 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortejaar] 1989,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Middelburg, locatie Torentijd.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 28 september 2010, 11 januari 2011, 15 maart 2011, 7 juni 2011 en 31 mei 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 14 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 tot en met 13 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest. Ter zake van de vorderingen van de respectieve benadeelde partijen is beslist zoals nader in het vonnis is omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen met parketnummers 10-610159-08 en 10-613132-08. Het hof heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen van een doorlopende nummering voorzien. Het zal die nummering in dit arrest aanhouden. Het ten laste gelegde - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - houdt in dat:

1.

hij op of omstreeks 13 mei 2008 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk één of meer vuurwapen(s) en/of (daarbij behorende) munitie en/of een (zak)mes en/of een auto (merk: Volkswagen, type: Golf, kenteken [kentekennummer]) en/of een pantykous en/of (een) handschoen(en) en/of dikke/verhullende kleding, (kennelijk) bestemd tot het (in vereniging) begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 13 mei 2008 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II, onder 3° en/of Categorie III, onder 1° en/of onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet, nl een vuurwapen dat zodanig is vervaardigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is, te weten een (verkort) vuurwapen (een (hagel)geweer van het merk SAVAGE, model 940 E) en/of

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool van het merk Tanfoglio, model Gt-2888, kaliber 8 mm (oorspronkelijk) (gewijzigd in 6,35 mm) en/of

- een alarm- c.q. startpistool (merk KIMAR, model Lady K, 8 mm),

en/of

munitie in de zin van artikel 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III te weten

- vier hagelpatronen, kaliber 20 Gauge en/of

- zeventien kogelpatronen, kaliber .25 AUTO (gelijk aan 6,35 mm) en/of

- drie alarm- c.q. knalpatronen, kaliber 8 mm

voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 24 april 2008 te Vlaardingen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en/of een of meerdere portemonnee(s) (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of

[benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] voornoemd en/of (een) andere (in café Westwijk aanwezige) perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of een of meerdere portemonnee(s) (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] voornoemd, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het tonen van een of meerdere vuurwapen(s) en/of van (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of

- het richten van dat/die vuurwapen(s) en/of dat/die daarop gelijkend(e) voorwerp(en) op genoemde [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of (een) andere (in café Westwijk aanwezige) perso(o)n(en) en/of

- het (met een vuurwapen) slaan (tegen het hoofd en/of het lichaam) van die [benadeelde partij 3] en/of

- (daarbij) de woorden toevoegen "liggen en je geld" en/of "je portemonnee" en/of "alles afgeven" en/of "allemaal rustig blijven", "geld, geld, portemonnees erin" en/of "op de grond liggen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

4.

hij in of omstreeks de periode van 24 april 2008 tot en met 25 april 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en/of een telefoon/telefoons en/of een horloge en/of een (gouden) bril, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5] en/of [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of café Meineszcorner, in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 5] en/of die [benadeelde partij 6] en/of die [benadeelde partij 7] voornoemd en/of (een) andere (in genoemd café aanwezige) perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 5] en/of [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of een telefoon/telefoons en/of een horloge en/of een (gouden) bril, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] voornoemd en/of [benadeelde partij 8] en/of café Meineszcorner, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het tonen van een mes en/of een of meerdere vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of

- het richten van dat/die vuurwapen(s) en/of die/dat op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) op genoemde [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] en/of (een) andere (in genoemd café aanwezige) perso(o)n(en) en/of

- het aan de trui meetrekken van die [benadeelde partij 8] en/of

- (daarbij) de woorden toevoegen "dit is een overval" en/of "mond houden" en/of kassa openmaken, geld geld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

5.

hij op of omstreeks 8 mei 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en/of een hoeveelheid softdrugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] en/of coffeeshop Out of Time, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] voornoemd en/of (een) andere (in genoemde coffeeshop aanwezige) perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of een hoeveelheid softdrugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] voornoemd en/of coffeeshop Out of Time, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het tonen van een of meerdere vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of

- het richten van dat/die vuurwapen(s) en/of die op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) op genoemde [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] en/of (een) andere (in genoemde coffeeshop aanwezige) perso(o)n(en) en/of

- het geven van een klap op het hoofd van die [benadeelde partij 9] en/of

- (daarbij) de woorden toevoegen "draai je om" en/of "waar is de wiet" en/of "blijf rustig, blijf liggen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

6.

hij op of omstreeks 21 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [benadeelde partij 11], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk;

- (telkens) brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis en/of de penis(sen) van zijn mededader(s) in de vagina van die [benadeelde partij 11] en/of

- (telkens) brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis en/of de penis(sen) van zijn mededader(s) in de mond van die [benadeelde partij 11],

waarbij het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het meermalen, althans eenmaal (telkens);

- die [benadeelde partij 11] duwen en/of trekken in de richting van de portiek, althans de woning en/of

- omsingelen van die [benadeelde partij 11] en/of

- betasten van het lichaam van die [benadeelde partij 11] en/of

- tonen/voorhouden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp richten op het hoofd van die [benadeelde partij 11] en/of

- het houden van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de mond van die [benadeelde partij 11] en/of

- die [benadeelde partij 11] dreigend toespreken met de woorden: "doe je t-shirt uit, anders ga ik je slaan met het pistool" en/of "moet ik nu gaan schieten dan" en/of "ik kan je ook vermoorden, dan spat het zo helemaal op de muur, dat bloed vegen we wel weg" en/of "doe je kettingen af", althans woorden van een dergelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes penis en/of de penissen van zijn mededader(s) voor/bij de mond van die [benadeelde partij 11] en/of

- filmen van die [benadeelde partij 11] en/of

- de broek, althans de kleding van die [benadeelde partij 11] uittrekken en/of

- op het lichaam van die [benadeelde partij 11] gaan zitten en/of

- (dreigen) met een riem (te) slaan in de richting van het lichaam van die [benadeelde partij 11] en/of

- houden van een schroevendraaier in/op/tegen het gezicht van die [benadeelde partij 11] en/of

- tezamen met een of meer van zijn, verdachtes, medeverdachte(n) een dusdanig overwicht op die [benadeelde partij 11] uitoefenen, dat zij werd belemmerd in haar mogelijkheden tot verzet;

7.

hij op of omstreeks 18 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (gouden) armband en/of een (gouden) ketting en/of een mobiele telefoon (Samsung E500) en/of een portemonnee en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 12] en/of [benadeelde partij 13] en/of

[benadeelde partij 14] en/of [benadeelde partij 15], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 12] en/of die [benadeelde partij 14] en/of die

[benadeelde partij 15], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 12] en/of [benadeelde partij 14] en/of [benadeelde partij 15] heeft gedwongen tot afgifte van een (gouden) armband en/of een (gouden) ketting en/of een mobiele telefoon (Samsung E500) en/of een portemonnee en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan [benadeelde partij 12] en/of [benadeelde partij 13] en/of [benadeelde partij 14] en/of [benadeelde partij 15], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- tonen van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of

- (hierbij) op dreigende toon de woorden toevoegen: "liggen, dit is een overval", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (met kracht) (met het vuurwapen, althans met het op een vuurwapen gelijkend voorwerp) op het (achter)hoofd van die [benadeelde partij 12] slaan en/of

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [benadeelde partij 15] en/of die [benadeelde partij 14] en/of (vervolgens)

- op dreigende toon toevoegen van de woorden: "maak de kassa open" en/of "liggen, liggen" en/of "open de kassa, open de kassa", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (met kracht) rukken en/of trekken van een ketting en/of armband van het lichaam van die [benadeelde partij 12] en/of een ring van een vinger en/of een armband van die [benadeelde partij 15] en/of

- aftasten van het lichaam van die [benadeelde partij 15];

8.

hij op of omstreeks 20 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geld (te weten een bedrag van 4500 EURO) en/of (een) mobiele telefoon(s) (Nokia, kleur zilver en/of een Nokia 8800, kleur chroom), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 16] en/of café Sfinx en/of [benadeelde partij 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 16] en/of [benadeelde partij 16], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 16] en/of [benadeelde partij 16] heeft gedwongen tot afgifte van geld (te weten een bedrag van 4500 EURO) en/of (een) mobiele telefoon(s) (Nokia, kleur zilver en/of een Nokia 8800, kleur chroom), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan [benadeelde partij 16] en/of café Sfinx en/of [benadeelde partij 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- tonen van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp(en) en/of hierbij

- op dreigende toon toevoegen van de woorden: "overval, ga op de grond liggen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (met kracht) (met het vuurwapen, althans met het op een vuurwapen gelijkend voorwerp) slaan op het (achter)hoofd van die [benadeelde partij 16] en/of die [benadeelde partij 16] en/of

- op dreigende toon toevoegen van de woorden:"maak je zakken leeg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

9.

hij op of omstreeks 21 april 2008 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goederen (van zijn/hun gading), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 18] en/of [benadeelde partij 19] en/of [benadeelde partij 20], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 18] en/of die [benadeelde partij 20], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 18] en/of [benadeelde partij 20] te dwingen tot afgifte van geld en/of goederen (van zijn/hun gading), geheel of ten dele toebehorend aan [benadeelde partij 18] en/of [benadeelde partij 19] en/of [benadeelde partij 20], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- tonen van (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of (vervolgens)

- richten van dat/die vuurwapen(s), althans dat/die op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) op die [benadeelde partij 18] en/of [benadeelde partij 20] en/of (hierbij)

- dreigend de woorden toevoegen:"gaan jullie liggen, allemaal gaan liggen, anders ga ik schieten", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, schieten op die [benadeelde partij 18] en/of die [benadeelde partij 20];

10.

hij op of omstreeks 22 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (gouden) ketting en/of geld en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 21] en/of [benadeelde partij 22] en/of [benadeelde partij 23] en/of [benadeelde partij 24], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 23] en/of [benadeelde partij 24], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 21] en/of [benadeelde partij 23] en/of [benadeelde partij 24] heeft gedwongen tot afgifte van een (gouden) ketting en/of geld en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan [benadeelde partij 21] en/of eetcafé Sidonia en/of [benadeelde partij 23] en/of [benadeelde partij 24], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- tonen van (een) vuurwapen(s), althans van (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of

- (hierbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "kassa, kassa, lopen en openmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

11.

hij op of omstreeks 22 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt Super de Boer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 25], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 25] heeft gedwongen tot afgifte van geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan supermarkt Super de Boer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- tonen van (een) vuurwapen(s), althans van (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of (hierbij)

- richten van dat/die vuurwapen(s), althans dat/die op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) op die Dos Reis Leite en/of

- (hierbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "doe la open, doe la open", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

12.

hij op of omstreeks 9 januari 2008 te Rotterdam, op de Saftlevenstraat, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk/type Gilera/C36) (met kenteken [kentekennummer]), in elk geval enig goed,geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 26] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 26] , gepleegd om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door met geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 26] heeft gedwongen tot de afgifte van een bromfiets (merk/type Gilera/C36) (met kenteken [kentekennummer]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 26] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdache en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal

- die [benadeelde partij 26] beletten weg te rijden door voor hem te gaan staan en/of

- die [benadeelde partij 26] (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "Laat me rijden" en/of

- de (contact)sleutel van die bromfiets uit het contact trekken en/of (hierbij)

- dreigend de woorden toevoegen: "en nu afstappen!" en/of "als je de politie erbij haalt, dan ben je de lul", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

13.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 30 april 2008 te Rotterdam alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een revolver van het merk Smith & Wesson, kaliber .32 voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen aan [medeverdachte 1];

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Voorbereidend onderzoek

De raadsman van de verdachte heeft overeenkomstig zijn overgelegde pleitnotities bepleit dat - kort en zakelijk weergegeven - op basis van de verklaring van getuige [benadeelde partij 11] onvoldoende (specifieke) informatie voorhanden was om te kunnen spreken van een redelijke vermoeden van schuld. Er was dan ook op dat moment geen basis voor het afluisteren van zijn telefoon en ook niet voor observatie. De aanhouding die hierop is gevolgd is eveneens onrechtmatig. Derhalve behoren alle belastende resultaten die als gevolg hiervan zijn verkregen, van het bewijs te worden uigesloten, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Op grond van de zich in het dossier bevinden stukken en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof vast dat [benadeelde partij 11] op 7 mei 2008 tegenover de politie een verklaring heeft afgelegd waarin zij personen noemt die overvallen zouden hebben gepleegd, onder meer in Schiedam. Zij beschrijft personen en noemt bijnamen waaronder " [verdachte]" alias "commandant" en "[medeverdachte 2]" alias "chief". Tevens noemt zij uiterlijke kenmerken en verklaart zij dat de personen deel uitmaken van twee groepen, "Tru" of "MOB" waarbij zij eveneens opmerkt dat de leden van "MOB" te herkennen zijn aan rode kleding en/of sjaaltjes. Voorts noemt zij telefoonnummers van door haar beschreven personen en verklaart zij dat die personen zich onder andere verplaatsen met brommers. Ook geeft zij aan dat zij aanwezig is geweest bij de verkoop van een wapen door "[verdachte]". [benadeelde partij 11] verklaart dat zij een clip heeft gezien die op internet staat waarin enkele van de door haar aangewezen personen te zien zijn met vuurwapens. Tijdens haar verhoor heeft zij de politie een usb-stick overhandigd waarop deze clip stond. De politie heeft haar tijdens het verhoor prints van de clip getoond waarop zij onder andere "[verdachte]" heeft herkend. Op de prints is ook een vuurwapen te zien.

Naar aanleiding van de door [benadeelde partij 11] verstrekte gegevens is vervolgens door de politie een onderzoek ingesteld naar de identiteit van deze personen. De persoon die [benadeelde partij 11] had aangeduid als "[verdachte]" bleek [verdachte] te zijn en de persoon die zij heeft aangeduid als "[medeverdachte 2]" bleek [medeverdachte 2] te zijn; de verdachte en één van de medeverdachten. Van de Misdaadanalist van de Regionale Informatie Organisatie Onderzoek en Analyse kwam informatie beschikbaar dat [verdachte] in een eerder onderzoek naar een overval betrokken was geweest.

Tenslotte blijkt uit het dossier dat de politie vanaf 2 februari 2008 onderzoek deed naar aanleiding van een serie overvallen in de regio Rotterdam West, Schiedam en Vlaardingen die nagenoeg dezelfde modus operandi kenden en waarvan de signalementen van de daders overeen kwamen. Bij deze overvallen werden vuurwapens gebruikt. Het waren steeds twee daders waarvan de één qua lichaamslengte groter was dan de andere. Daarbij droegen de daders of één van de twee een rode bandana en werd gebruik gemaakt van een scooter als vervoermiddel.

Naar aanleiding hiervan heeft de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam ter zake van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] op 7 mei 2009 een mondelinge machtigingen tot het opnemen van telecommunicatie door middel van een technisch hulpmiddel gegeven. Tevens heeft de officier van justitie het bevel gegeven voor de inzet van het Observatie team van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, eveneens betrekking hebbend op de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2]. Bij deze start van het onderzoek was naar het oordeel van het hof voldoende redelijk vermoeden van schuld zoals bedoeld in artikel 27 Wetboek van strafvordering tegen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2]. De telefoontaps en observaties die hierna zijn gevolgd zijn dan ook rechtmatig geweest.

Op 13 mei 2008 wordt vervolgens aan de hand van opgenomen telefoongesprekken opgemaakt dat de verdachte, medeverdachte [medeverdachte 2] en - naar later gebleken is - medeverdachte [medeverdachte 3] telefoongesprekken voeren en berichten sturen waarbij wordt gerept over het regelen van een auto voor werk, een 'torrie' doen en waarbij de verdachte herhaaldelijk zegt dat hij op missie is, aan het werk is, en niet kan bellen. Tegelijkertijd wordt door het observatieteam waargenomen dat de verdachte, medeverdachte [medeverdachte 2] en onbekende personen in een Volkwagen met kenteken [kentekennummer[ stappen en wegrijden. Ook stelt de politie vast dat de verdachte een sms ontvangt met de tekst "Ze hebben een knop om te verbinden met andere bar'.

Het hof is van oordeel dat er op grond van de informatie die op 13 mei 2008 direct voorafgaand aan de aanhouding van de inzittenden van de Volkwagen bij de politie voorhanden was zoals hiervoor weergegeven, in onderling verband en samenhang bezien met de overige reeds bekende feiten en omstandigheden en de reeds bestaande verdenking met betrekking tot twee van de vier inzittenden - te weten de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] - voldoende aanwijzingen bestonden voor de verdenking dat de zich in de auto bevindende personen een overval voorbereidden. Derhalve was er ook voldoende grond om tot aanhouding van de zich in de auto bevindende personen - waaronder de verdachte - over te gaan.

Het hof dan ook van oordeel dat geenszins sprake is van onrechtmatigheden tijdens het voorbereidend onderzoek en verwerpt het verweer van de raadsman.

Verzoeken tot het horen van observanten

Ter terechtzitting in hoger beroep van 31 mei 2012 heeft de raadsman van de verdachte het verzoek gedaan om - wanneer het proces-verbaal van observatie als bewijsmiddel wordt gebezigd - alle bij het onderhavige onderzoek betrokken observanten van het Observatieteam Rotterdam-Rijnmond te horen over - kort gezegd - de tegenstrijdigheden die de raadsman heeft geconstateerd met betrekking tot de bevindingen op 13 mei 2008 ten aanzien van het aantrekken van dikke jassen door de zich in de auto bevindende personen. Daarbij stelt de raadsman dat op dit verzoek weliswaar het zogenoemde noodzakelijkheidscriterium van toepassing is, doch in casu behoort te worden beoordeeld aan de hand van het verdedigingscriterium nu de raadsman dit verzoek op 28 september 2010 - kort nadat hij de zaak heeft overgenomen - aan het hof kenbaar heeft gemaakt.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Op 6 augustus 2010 heeft de huidige raadsman zich in hoger beroep gesteld als nieuwe raadsman van de verdachte. Het verzoek van de raadsman om de observanten te horen is op 28 september 2010 voor de eerste maal kenbaar gemaakt. Gelet op het tijdstip waarop het verzoek is gedaan behoort dit in beginsel te worden beoordeeld aan de hand van artikel 418, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het zogenoemde noodzakelijkheidscriterium.

Onder de gegeven omstandigheden ziet het hof in het enkele feit dat de verdachte er voor heeft gekozen om zich na het instellen van hoger beroep door een andere raadsman te laten bijstaan, geen aanleiding om ter beoordeling van het verzoek bij concrete toepassing van het noodzakelijkheidscriterium feitelijk de maatstaf die is neergelegd in artikel 414, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering - het verdedigingscriterium - te hanteren.

Naar het oordeel van het hof is het horen van bedoelde observanten - gelet op de gegeven onderbouwing - niet noodzakelijk. Het hof wijst het verzoek af.

Vrijspraak feit 3, 4 en 5

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 3, 4 en 5 tenlastegelegde. De verdediging heeft primair aangevoerd dat de verklaringen van getuige [getuige 1]onbetrouwbaar zijn en daarom uitgesloten dienen te worden van het bewijs. Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken omdat er onvoldoende steunbewijs is voor de verklaringen van getuige [getuige 1].

Het hof overweegt naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en op grond van het strafdossier van de verdachte het volgende.

Met betrekking tot de feiten 3, 4 en 5 overweegt het hof het volgende. Getuige [getuige 1] heeft op 27 mei 2008 tegenover de politie verklaard dat hij ongeveer drie tot vier weken daarvoor de hem bekende [verdachte] - de verdachte [verdachte] - op diens verzoek drie keer heeft gebracht naar door de verdachte opgegeven bestemmingen. De verdachte werd telkens vergezeld door twee personen. Eén van die personen werd "chief" genoemd. Aan de hand van door de politie getoonde foto's heeft hij vervolgens [medeverdachte 2] - de medeverdachte - herkend als "chief" en medeverdachte [medeverdachte 3] als de derde persoon die door hem was weggebracht.

Getuige [getuige 1 ]kon zich geen exacte data herinneren waarop de ritten hebben plaatsgevonden. Hij heeft verklaard dat door de drie verdachten in geen van de drie gevallen onderweg iets gezegd is over een overval. Hij heeft voorts verklaard dat de verdachten de auto verlieten nadat de plaats van bestemming bereikt was en dat zij in alle drie de gevallen na ongeveer tien minuten tot een kwartier terugkwamen. Bij hun terugkomst waren ze gestrest. Hij heeft niet gezien dat ze bij hun terugkomst iets bij zich hadden.

De politie heeft vastgesteld dat in alle drie de gevallen waarin getuige [getuige 1] de drie verdachten heeft weggebracht, in de buurt van de plek waar hij ze had afgezet een overval heeft plaatsgevonden, namelijk de overvallen op café Westwijk in Vlaardingen, café Meineszcorner in Rotterdam en coffeeshop Out of Time in Rotterdam (de onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten). De politie heeft voorts vastgesteld dat de telefoon van de verdachte rond het tijdstip van de overval op café Westwijk (feit 3) een zendmast aanstraalde die zich in de onmiddellijke nabijheid van café Westwijk bevond en dat diezelfde telefoon rond het tijdstip van de overval op café Meineszcorner (feit 5) een zendmast aanstraalde in de onmiddellijke nabijheid van café Meineszcorner. Uit de aangiftes blijkt dat de overvallers in alle drie de gevallen een tas bij zich hadden waarin de buit werd gedaan.

Het hof stelt vast dat de politie aan geen enkele aangever of getuige van één van de overvallen een foto van de verdachten heeft getoond, hoewel het dossier verschillende verklaringen van getuigen en aangevers bevat waarin zij zeggen één of meer overvallers te zullen herkennen.

Conclusie

Uit de verklaringen van getuige [getuige 1] gecombineerd met de zendmastgegevens en de aangiftes van de overvallen kan uitsluitend met betrekking tot de feiten 3 en 4 worden afgeleid dat hij de verdachten heeft afgezet op een plek die in de buurt ligt van een pand waar rond dat tijdstip een overval is gepleegd. Met betrekking tot feit 5 ontbreken zendmastgegevens waaruit blijkt dat de telefoon van getuige [getuige 1] of één van de verdachten rond het tijdstip van de overval in de buurt was. Wat betreft deze overval kan dan ook niet worden vastgesteld dat de verdachten rond het tijdstip van de overval door getuige [getuige 1] in de buurt zijn afgezet.

Gelet hierop en gezien het feit dat getuige [getuige 1] geen van de verdachten één van de overvallen locaties heeft zien binnengaan of heeft zien verlaten, hij bij geen van de gelegenheden gezien heeft dat de verdachten bij terugkomst een tas bij zich hadden, hij verklaard heeft dat door de verdachten op geen enkel moment is gesproken over een overval en er geen enkele confrontatie heeft plaatsgevonden tussen aangevers/getuigen van de overvallen en de verdachten, is er naar het oordeel van het hof geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden voor het oordeel dat de verdachte en zijn medeverdachten de feiten 3, 4 en 5 hebben gepleegd.

De verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder 3, 4 en 5 tenlastegelegde. Gelet hierop behoeft het verweer van de raadsman met betrekking tot de betrouwbaarheid van getuige [getuige 1] geen bespreking.

Vrijspraak feit 9

De raadsman van de verdachte heeft overeenkomstig hetgeen in zijn pleitnota is weergegeven betoogd dat - verkort en zakelijk weergegeven - de verdachte behoort te worden vrijgesproken van het onder 9 ten laste gelegde nu de verklaringen van getuige [getuige 5] en getuige [benadeelde partij 11] uitsluiten dat hij op de plek van de overval aanwezig was omdat hij zich op de avond van 21 april 2010 in de woning aan de [adres] te Rotterdam bevond.

Het hof overweegt dienaangaande dat op grond van de zich in het dossier bevindende stukken niet kan worden vastgesteld dat de verdachte op het tijdstip van de overval op de [benadeelde partij 19] op 21 april 2008 tussen 23.30 en 0.00 uur, aldaar aanwezig is geweest. De verklaring van getuige [getuige 2] over de overval op een avondwinkel is weinig specifiek; hij verklaart niets over waarnemingen met betrekking tot de daadwerkelijke overval en bovendien verklaart hij dat hij achteraf heeft begrepen dat hij kennelijk bij de verkeerde avondwinkel op de uitkijk had gestaan. Het hof is van oordeel dat op basis van de verklaringen van [benadeelde partij 11], [getuige 3] en [getuige 4] alsmede de telecomgegevens bepaald niet uitgesloten is dat de verdachte op het tijdstip van de overval in de woning aan de [adres] te Rotterdam was. Nu [getuige 2] geen getuige is geweest van de overval en de verdachte daar dus ook niet heeft gezien, bevat zijn verklaring onvoldoende specifieke aanknopingspunten om te kunnen concluderen dat het de verdachte is die deze overval heeft gepleegd. Het hof is dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 9 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Verzoek tot het horen van getuige [getuige 5]

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht opnieuw getuige [getuige 5] te horen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat - kort gezegd - de verklaring van getuige [getuige 5] zoals weergegeven in het proces-verbaal van de ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 11 januari 2011 onjuist is en afwijkt van zijn eerdere verklaring tegenover de politie. De raadsman wenst de getuige nogmaals te bevragen over de aanwezigheid van de verdachte in de slaapkamer van de woning aan de [adres] te Rotterdam. Het belang van de verdachte hierbij is dat op grond van de verklaring van getuige [getuige 5] tegenover de politie - die bovendien wordt ondersteund door de verklaring van getuige [benadeelde partij 11] - kan worden vastgesteld dat de verdachte zich op het tijdstip van de onder 9 ten laste gelegde overval zich in de slaapkamer van de woning aan de [adres] te Rotterdam bevond. Hij kan zich dan dus onmogelijk schuldig hebben gemaakt aan het onder 9 ten laste gelegde. De verklaring van getuige [getuige 5] ter terechtzitting in hoger beroep maakt een ander - voor de verdachte ongunstiger - scenario mogelijk.

Nu het verzoek om deze getuige te horen uitsluitend betrekking heeft op het onder 9 tenlastegelegde feit en de verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, heeft de verdachte geen belang bij het horen van deze getuige. Het verzoek wordt afgewezen nu de noodzaak voor het horen van deze getuige ontbreekt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 6, 7, 8, 10, 11, 12 en 13 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 13 mei 2008 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdamtezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk vuurwapens en daarbij behorende munitie kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf/die misdrijven, voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 13 mei 2008 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen,

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II, onder 3° en een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III, onder 1° en een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet, nl een vuurwapen dat zodanig is vervaardigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is, te weten een verkort vuurwapen (een hagelgeweer van het merk SAVAGE, model 940 E) en

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool van het merk Tanfoglio, model Gt-28, kaliber 8 mm oorspronkelijk (gewijzigd in 6,35 mm) en/of

- een alarm- c.q. startpistool (merk KIMAR, model Lady K, 8 mm),

en

munitie in de zin van artikel 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III te weten

- vier hagelpatronen, kaliber 20 Gauge en

- zeventien kogelpatronen, kaliber .25 AUTO (gelijk aan 6,35 mm) en

- drie alarm- c.q. knalpatronen, kaliber 8 mm

voorhanden heeft gehad;

6.

hij op of omstreeks 21 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, door geweld en andere feitelijkheden en door bedreiging met geweld iemand, te weten [benadeelde partij 11], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk;

- (telkens) brengen van zijn, verdachtes, penis en de penissen van zijn mededaders in de vagina van die [benadeelde partij 11] en

- (telkens) brengen van zijn, verdachtes, penis en/of de penissen van zijn mededaders in de mond van die [benadeelde partij 11],

waarbij het geweld en de andere feitelijkheden en de bedreiging met geweld hebben bestaan uit;

- die [benadeelde partij 11] duwen en/of trekken in de richting van de portiek, althans de woning en

- omsingelen van die [benadeelde partij 11] en

- betasten van het lichaam van die [benadeelde partij 11] en

- tonen/voorhouden van een vuurwapen en

- dat vuurwapen richten op het hoofd van die [benadeelde partij 11] en

- het houden van dat vuurwapen in de mond van die [benadeelde partij 11] en

- die [benadeelde partij 11] dreigend toespreken met de woorden: "doe je t-shirt uit, anders ga ik je slaan met het pistool" en "moet ik nu gaan schieten dan" en "ik kan je ook vermoorden, dan spat het zo helemaal op de muur, dat bloed vegen we wel weg" en "doe je kettingen af", althans woorden van een dergelijke (dreigende) aard en/of strekking en

- filmen van die [benadeelde partij 11] en

- de broek, althans de kleding van die [benadeelde partij 11] uittrekken en

- op het lichaam van die [benadeelde partij 11] gaan zitten en

- dreigen met een riem te slaan in de richting van het lichaam van die [benadeelde partij 11] en

- houden van een schroevendraaier in/op/tegen het gezicht van die [benadeelde partij 11] en

- tezamen met een of meer van zijn, verdachtes, medeverdachten een dusdanig overwicht op die [benadeelde partij 11] uitoefenen, dat zij werd belemmerd in haar mogelijkheden tot verzet;

7.

hij op of omstreeks 18 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (gouden) armband en een (gouden) ketting en een mobiele telefoon (Samsung E500) en een portemonnee en geld, toebehorende aan [benadeelde partij 12] en/of [benadeelde partij 13] en/of

[benadeelde partij 14] en/of [benadeelde partij 15], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 12] en/of die [benadeelde partij 14] en die [benadeelde partij 15], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- tonen van vuurwapens, en

- (hierbij) op dreigende toon de woorden toevoegen: "liggen, dit is een overval", en

- met het vuurwapen op het hoofd van die [benadeelde partij 12] slaan en

- richten van een vuurwapen op het hoofd van die [benadeelde partij 15] en die [benadeelde partij 14] en (vervolgens)

- op dreigende toon toevoegen van de woorden: "maak de kassa open" en "liggen, liggen" en/of "open de kassa, open de kassa",

- rukken en trekken van een ketting en armband van het lichaam van die [benadeelde partij 12] en een armband van die [benadeelde partij 15] en

- aftasten van het lichaam van die [benadeelde partij 15];

8.

hij op of omstreeks 20 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geld (te weten een bedrag van 4500 EURO) en mobiele telefoons (Nokia, kleur zilver en/of een Nokia 8800, kleur chroom, toebehorende aan [benadeelde partij 16] en/of café Sfinx en/of [benadeelde partij 16], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 16] en [benadeelde partij 16], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- tonen van vuurwapens, en hierbij

- op dreigende toon toevoegen van de woorden: "overval, ga op de grond liggen", en

- met het vuurwapen, slaan op het (achter)hoofd van die [benadeelde partij 16] en/of die [benadeelde partij 16] en/of

- op dreigende toon toevoegen van de woorden:"maak je zakken leeg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

10.

hij op 22 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (gouden) ketting en geld en een mobiele telefoon,

toebehorende aan [benadeelde partij 21] en [benadeelde partij 22], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 23] en [benadeelde partij 24], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 24] heeft gedwongen tot afgifte van geld toebehorend aan [benadeelde partij 24]

welke bedreiging met geweld bestond uit het

- tonen van vuurwapens en

- (hierbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "kassa, kassa, lopen en openmaken",

11.

hij op 22 april 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan supermarkt Super de Boer, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 25], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welke bedreiging met geweld bestonduit het

- tonen van vuurwapens en (hierbij)

- richten van die vuurwapens op die [benadeelde partij 25] en

- (hierbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "doe la open, doe la open";

12.

hij op 9 januari 2008 te Rotterdam, op de Saftlevenstraat, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk/type Gilera/C36) (met kenteken [kentekennummer]), toebehorende aan [benadeelde partij 26] welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 26] , gepleegd om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- die [benadeelde partij 26] beletten weg te rijden door voor hem te gaan staan en

- die [benadeelde partij 26] (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "Laat me rijden" en

- de (contact)sleutel van die bromfiets uit het contact trekken en (hierbij)

- dreigend de woorden toevoegen: "en nu afstappen!" en "als je de politie erbij haalt, dan ben je de lul";

13.

hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 30 april 2008 te Rotterdam een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een revolver van het merk Smith & Wesson, kaliber .32 heeft overgedragen aan [medeverdachte 1];

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverweging ter zake van feit 1 en 2

De raadsman van de verdachte heeft betoogd - verkort en zakelijk weergegeven - dat bewijs ontbreekt voor een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verschillende aangehouden verdachten en dat er evenmin voldoende bewijs is voor betrokkenheid van zijn cliënt bij het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof vast dat de verdachte op 13 mei 2008 samen met [verdachte] en medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2], in een Volkswagen met kenteken [kentekennummer] in Rotterdam reed. Uit het afgeluisterde telefoonverkeer, de waarnemingen van het observatieteam, de in de Volkswagen aangetroffen goederen en de verklaring van [verdachte] tegenover de politie in onderling verband en samenhang bezien - volgt naar het oordeel van het hof dat de gedragingen van de verdachte en zijn medepassagiers naar hun uiterlijke verschijningsvorm waren gericht op het plegen van een overval. Derhalve acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] een overval heeft voorbereid.

Gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden, bezien in het licht van de voorbereidingen die werden getroffen voor een te plegen overval, is het hof voorts van oordeel dat - anders dan de raadman heeft betoogd - sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking van de verdachte en zijn medeverdachten ter zake van het voorhanden hebben van alle in de auto waarin de verdachte is aangehouden, aangetroffen vuurwapens en munitie.

Betrouwbaarheid getuigenverklaringen [getuige 2] en Boldewijn

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verklaringen van getuige [getuige 2] niet betrouwbaar en ongeloofwaardig zijn. [getuige 2] heeft reden om de verdachte te belasten nu er onenigheid bestond tussen hen over een meisje aangeduid als [meisje]. Het feit dat de verdachte een alibi heeft ter zake van het onder 9 ten laste gelegde terwijl [getuige 2] heeft verklaard dat de verdachte wel degelijk bij deze overval betrokken is, bevestigt de onbetrouwbaarheid van de verklaring van [getuige 2], aldus de raadsman.

Naar het oordeel van het hof zijn de verklaringen van getuige [getuige 2] ter zake van de onder 7, 8, 10 en 11 ten laste gelegde overvallen gedetailleerd en consistent. Deze verklaringen zijn tevens belastend voor hemzelf. De verklaringen vinden steun in andere zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen zoals aangiftes, getuigenverklaringen en telefoongegevens.

Het enkele feit dat er onenigheid zou bestaan tussen [getuige 2] voornoemd en de verdachte over bedoelde [meisje], rechtvaardigt naar het oordeel van het hof niet zonder meer de conclusie dat [getuige 2] daarom in strijd met de waarheid belastend zou hebben verklaard over de verdachte. Naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is dat ook overigens niet aannemelijk geworden.

Wat betreft hetgeen [getuige 2] heeft verklaard over betrokkenheid van de verdachte bij feit 9 merkt het hof op dat hieruit blijkt dat [getuige 2] niet gezien heeft dat de verdachte dit feit gepleegd heeft. De betrokkenheid van de verdachte wordt door [getuige 2] afgeleid uit gevoerde telefoongesprekken. Om die reden is het hof van oordeel dat de vrijspraak van de verdachte voor dit feit niets afdoet aan de betrouwbaarheid van de waarnemingen en de daarop gebaseerde verklaringen van getuige [getuige 2] ter zake van de overige overvallen. Het verweer wordt derhalve verworpen.

Ter zake van het onder 12 ten laste gelegde heeft de raadsman - overeenkomstig zijn overlegde pleitnotities - aangevoerd dat de verklaring van getuige Boldewijn onbetrouwbaar is en derhalve moet worden uitgesloten van het bewijs.

Naar het oordeel van het hof is de verklaring van Boldewijn consistent en gedetailleerd. Bovendien heeft hij hierbij zijn eigen rol bij de afpersing niet gemarginaliseerd. Zijn verklaring over de gang van zaken vindt bovendien steun in de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Het verweer wordt op grond hiervan verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

De voortgezette handeling van

medeplegen van voorbereiding van diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerde lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van verkrachting.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 10 bewezen verklaarde levert op:

De voortgezette handeling van

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 11 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 12 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 13 bewezen verklaarde levert op:

Handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, zo nodig met aanvulling van gronden.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in de periode april en mei 2008 schuldig gemaakt aan het medeplegen van overvallen op café's, een eetgelegenheid en een supermarkt waarbij geld en goederen zijn buit gemaakt. Hierbij hebben hij en zijn mededader het aanwezige personeelsleden en klanten telkens op zeer gewelddadige wijze bedreigd waarbij gebruik is gemaakt van vuurwapens. Ook heeft de verdachte met zijn mededader onder bedreiging met geweld een scooter gestolen. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een overval. Dit zijn zeer ernstige en voor de rechtsorde schokkende feiten en daarnaast een bijzonder beangstigende ervaring voor de slachtoffers die mogelijk nog geruime tijd de gevolgen zullen ondervinden van dat wat hen door de verdachte en zijn mededader(s) is aangedaan.

Ook heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan groepsverkrachting van een jonge vrouw. Zij is door de verdachte met geweld en onder bedreiging met geweld naar een woning gevoerd alwaar door de daar aanwezige mannen - waaronder de verdachte - zowel vaginaal als oraal seksuele handelingen met haar zijn verricht. Hierbij is zij bedreigd met een vuurwapen, een riem en een schroevendraaier. Het vuurwapen is niet alleen aan haar getoond, het is eveneens tegen haar hoofd en in haar mond gebracht. Ook zijn door de verdachte en zijn mededaders uiterst indringende bedreigingen geuit. De verdachte heeft hierbij een leidende rol gehad. Het bewezen verklaarde getuigt van manipulatief handelen waarbij geld, lust en macht drijfveren lijken te zijn.

Door aldus te handelen heeft de verdachte op bijzonder brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van een jonge vrouw, voor wie het bewezen verklaarde buitengewoon vernederend en traumatisch moet zijn geweest. Dergelijke feiten veroorzaken bovendien gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.

Voorts heeft de verdachte samen met zijn mededaders vuurwapens en munitie voorhanden gehad. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het overgedragen van een vuurwapen aan een ander. Illegale vuurwapens en munitie vormen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. De onderhavige zaak maakt duidelijk waarom tegen het ongecontroleerde bezit hiervan streng opgetreden dient te worden.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 mei 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Namens de verdachte is op 13 oktober 2009 hoger beroep ingesteld. De behandeling van de zaak in hoger beroep is op 14 juni 2012 afgerond. Deze fase van de rechtsgang heeft langere tijd genomen dan daarvoor redelijk wordt geacht, nu deze niet is afgerond binnen een termijn van zestien maanden. Het tijdsverloop van ruim tweeëndertig maanden kan naar het oordeel van het hof - ook wanneer rekening wordt gehouden met de ingewikkeldheid van de zaak - niet als redelijk worden aangemerkt in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het hof zal de overschrijding van bedoelde termijn verdisconteren in de strafmaat.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren een passende en geboden reactie vormt. Evenwel, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal het hof de duur van deze straf matigen en de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 11 jaren.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 23]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 23] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 10 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.693,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis met inbegrip van hetgeen ter zake van de benadeelde partij is beslist.

De vordering van de benadeelde partij is door of namens de verdachte niet betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 10 bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 1.000,-

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is in de vordering. Deze vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 23]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 23].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 14]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 14] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het onder 7 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 350,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot een bedrag van € 350,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis met inbegrip van hetgeen ter zake van de benadeelde partij is beslist.

De vordering van de benadeelde partij is door of namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade tot een bedrag van € 350 is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 7 bewezen verklaarde.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 14]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 350,-aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 14].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 11]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 11] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 6 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 10.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis met inbegrip van hetgeen ter zake van de benadeelde partij is beslist.

De vordering van de benadeelde partij is door of namens de verdachte niet betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 6 bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 8.000,-

Nu de verdachte het bewezen verklaarde feit samen met anderen heeft gepleegd, zal het hof bepalen dat indien en voor zover die mededader(s) de benadeelde partij geheel of gedeeltelijk betaalt, de verdachte daarvan in zoverre is bevrijd.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is in de vordering. Deze vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 11]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van €8.000,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 11].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 46, 47, 56, 57, 63, 242, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 31 en 55 en van de Wet wapens en munitie, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3, 4, 5 en 9 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 6, 7, 8, 10, 11, 12 en 13 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

11 (elf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 23] ter zake van het onder 10 bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 1.000,00 (duizend euro)

ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 23], een bedrag te betalen van € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 14], ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 350,00 (driehonderdvijftig euro)

materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 14], een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 11] ter zake van het onder 6 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 8.000,00 (acht duizend euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 11], een bedrag te betalen van € 8.000,00 (acht duizend euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,

mr. A.M.P. Gaakeer en mr. G. Knobbout, in bijzijn van de griffier mr. F.L.C. Schoolderman.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 juni 2012.