Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0059

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
02-07-2012
Zaaknummer
200.049.049-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

arrest na cassatie; derdenbeslag door ontvanger; na alsnog toelating tot tegenbewijs door het doen horen van getuigen is het voorlopig oordeel van het hof niet ontkracht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.049.049/01

Rolnummer Hoge Raad : C07/159HR

Arrest van 26 juni 2012

inzake

[appellant]

wonende te Amsterdam,

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. J.L. Pit te ’s-Gravenhage,

tegen

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de Ontvanger,

advocaat: mr. H.M. ten Haaft te Amsterdam.

Het geding

Het hof heeft in deze zaak op 15 november 2011 een tussenarrest gewezen. Het verwijst daarnaar voor het procesverloop tot die dag. Vervolgens heeft een getuigenverhoor plaats gevonden, waarna partijen onderscheidenlijk een akte uitlating enquête en een antwoord-akte uitlating enquête hebben genomen. Ten slotte hebben partijen stukken gefourneerd en arrest gevraagd.

Verdere beoordeling van het hoger beroep na verwijzing

1. Het hof heeft bij voormeld tussenarrest [appellant] toegelaten door het doen horen van getuigen tegenbewijs te leveren tegen het op het door de Ontvanger geleverde bewijs gegronde voorlopig oordeel van het hof dat (een zekere) A. uit hoofde van de afkoop van een optierecht (ook) een vordering op [appellant] persoonlijk had. [appellant] heeft daartoe zichzelf en [getuige] (verder: [getuige]) doen horen.

2. Uit de getuigenverklaringen van [appellant] en [getuige] komt het volgende naar voren. De Kroonenberg Groep was aan A. uit hoofde van de afkoop van een optierecht ƒ 1.450.000,- (€ 657.981,31) verschuldigd. Zij heeft dat bedrag op een privérekening van [appellant] gestort met de opdracht dat bedrag aan A. door te betalen, omdat zij geen grote rechtstreekse contante betalingen aan A. wilde doen en [getuige] op generlei wijze contact met A. wilde hebben. De Kroonenberg Groep heeft die betaling direct en in één keer in de boekhouding verwerkt. [appellant] heeft vervolgens het gehele bedrag gestort op een voor dat doel door hem in Zwitserland geopende bankrekening, waarover hij persoonlijk de beschikking had. Hij heeft op zich genomen dat bedrag op instructie van A. van die rekening op te nemen en het aan A. uit te betalen. In een (na de overmaking van het bedrag op de privérekening van [appellant] verzonden) brief op briefpapier van de Kroonenberg Groep van 7 maart 2003, die door [appellant] is geparafeerd en door A. voor akkoord is getekend, is bevestigd dat A. aanspraak had op genoemd bedrag en dat [appellant] de betalingsinstructies van A. afwachtte. [appellant] heeft vervolgens, na instructie zijdens A., geldsommen van de Zwitserse rekening afgehaald en deze aan A. contant uitbetaald. Ten tijde van het leggen van derdenbeslag door de Ontvanger was nog niet het hele bedrag aan A. uitbetaald.

3. Het hof begrijpt de bovenomschreven gang van zaken aldus, dat [appellant] met de Kroonenberg Groep is overeengekomen dat hij, teneinde te voorkomen dat de Kroonenberg Groep grote contante betalingen zou moeten doen aan A., en dat [getuige] met A. in contact zou moeten treden, persoonlijk de verplichting jegens A. tot betaling van bovenbedoelde geldsom aan A. op diens afroep op zich heeft genomen. A. is vervolgens bekend gemaakt met [appellant] als degene tot wie hij zich voor de betaling moest wenden. Hieruit volgt dat [appellant] persoonlijk de betreffende geldsom aan A. verschuldigd was, hetgeen omgekeerd betekent dat A. een vordering had op [appellant] persoonlijk. Daaraan doet niet af dat aan A. niet is medegedeeld dat hij een vordering op [appellant] persoonlijk had.

4. Het boven overwogene leidt tot de slotsom dat [appellant] er niet in is geslaagd het voorlopig oordeel van het hof te ontkrachten. De door [appellant] tegen de beroepen vonnissen van de rechtbank Amsterdam gerichte grieven falen alle. Het hof zal de vonnissen waarvan beroep bekrachtigen. Daarbij pas een veroordeling van [appellant] in de proceskosten van de Ontvanger in het hoger beroep, zowel bij het hof Amsterdam als bij het hof 's Gravenhage.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2004 en van 27 oktober 2004;

- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Ontvanger tot op heden vastgesteld op € 5.731,- aan verschotten en € 11.685,- aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.A. Boele, A.V. van den Berg en A.E.A.M. van Waesberghe en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2012, in aanwezigheid van de griffier.