Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8732

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-06-2012
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
200.075.424-01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2008:BD9663, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht; aansprakelijkheidsverzekering op claims made-basis; uitleg beurspolis; uitleg vragenformulier en omvang mededelingsplicht; uitleg inloopclausule en uitsluitingsclausule.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.075.424/01

Rolnummer rechtbank : 260755 / HA ZA 06-1322

arrest van 19 juni 2012

inzake

de vennootschap naar buitenlands recht

TRAVELERS INSURANCE COMPANY LIMITED,

voorheen genaamd St.Paul Travelers Insurance Co. Ltd.,

gevestigd te Londen,

appellante,

hierna te noemen: Travelers,

advocaat: mr. A.Ch.H. Franken te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

EQUITY TRUST (JERSEY) LIMITED,

gevestigd te Jersey (Kanaaleilanden),

geïntimeerde,

hierna te noemen: Equity Trust,

advocaat: mr. A.P. van Oosten te Rotterdam.

Het geding

Bij dagvaarding van 18 augustus 2010 is Travelers in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 7 mei 2008 en 19 mei 2010, gewezen tussen Equity Trust als eiseres en Travelers als gedaagde. Travelers heeft bij memorie van grieven drie grieven aangevoerd tegen het vonnis van 7 mei 2008, die Equity Trust bij memorie van antwoord heeft bestreden. Ter terechtzitting van 31 januari 2012 hebben partijen hun standpunten mondeling aan de hand van pleitnotities toegelicht, Travelers bij monde van mr. A.Ch.H. Franken en mr. W.E. van Spanje, beiden advocaat te Amsterdam, en Equity Trust bij monde van mr. A.P. van Oosten en mr. F. Stadermann, beiden advocaat te Rotterdam. Voorafgaande aan de pleidooizitting heeft Equity Trust nog een akte met producties overgelegd. Van de pleidooizitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Tenslotte hebben partijen arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het hof stelt vast dat het op grond van de tussen partijen gesloten verzekeringsovereenkomst bevoegd is van het onderhavige geschil in hoger beroep kennis te nemen, en dat op deze zaak (behoudens ten aanzien van een geschilpunt dat in dit hoger beroep niet meer aan de orde is) Nederlands recht van toepassing is.

2. Het hof gaat uit van de volgende door de rechtbank in haar tussenvonnis van 7 mei 2008 vastgestelde feiten, nu deze in hoger beroep niet zijn bestreden:

Ten aanzien van het geschil over de niet-stemgerechtigde aandelen:

2.1 Equity Trust - eerder ook genaamd: Matheson Trust Company (Jersey) Limited en ook Insinger Trust (Jersey) Limited - is een dochtervennootschap van Insinger (de Beaufort Holdings) S.A (hierna: Insinger).

2.2 Equity Trust oefende en oefent het trustbedrijf uit, (onder meer) via haar dochtervennootschappen CN Limited en CH Limited.

2.3 Opdrachtgever/cliënt van Equity Trust was Ironzar Trust (hierna: Ironzar), een trust ten behoeve van de familie […], vertegenwoordigd door de heer S[…] (hierna: [H]).

2.4 In november 1998 heeft Equity Trust in opdracht van [H] met het oog op een onroerend goedproject via CN Limited en CH Limited de vennootschap Teighmore Limited (hierna: Teighmore) opgericht.

2.5 Directeur van Teighmore was de heer [X], (tevens) executive director bij Insinger.

2.6 In Teighmore participeerden CN Limited, namens Ironzar/[H], […] Properties (London 2) Limited (hierna: [Y]) en New Malden House Limited (hierna: New Malden).

2.7 Directeur / aandeelhouder van [Y] was de heer [Y].

2.8 Directeur / aandeelhouder van New Malden was de heer […].

2.9 CN Limited namens Ironzar, [Y] en New Malden hielden elk 250 gewone aandelen in Teighmore.

2.10 Daarnaast waren 250 niet-stemgerechtigde aandelen uitgegeven, die werden gehouden door CN Limited.

2.11 Op en na 5 april 2001 heeft de heer [Z], als Deputy Managing Director in dienst bij Equity Trust, (tevens) bestuurder van CN Limited en Teighmore, bewerkstelligd dat de 250 niet-stemgerechtigde aandelen - na plaatsing van twee extra aandelen - gelijkelijk werden verdeeld over de drie participanten, met als resultaat dat CN Limited nog maar 84 van de 250 niet-stemgerechtigde aandelen hield.

2.12 Tussen de betrokkenen in het project is discussie ontstaan over de vraag of CN Limited de 250 niet-stemgerechtigde aandelen hield voor Ironzar Trust (de visie van Equity Trust), dan wel dat zij deze hield, althans diende te houden, voor een betrokken financiële instelling, Irish Nationwide Building Society (de visie van [Y] en New Malden).

2.13 In maart 2004 is Equity Trust een procedure gestart tegen Teighmore, [Y] en New Malden, waarin is gevorderd dat de verdeling van niet-stemgerechtigde aandelen ongedaan wordt gemaakt. Deze vordering is niet toegewezen.

2.14 [H]/Ironzar hebben Equity Trust aansprakelijk gesteld en gedagvaard voor de rechtbank te Jersey.

2.15 Dit geschil is beëindigd door een schikking op grond waarvan Equity Trust een bedrag van £ 10 miljoen aan [H]/Ironzar dient te voldoen.

Ten aanzien van de aansprakelijkheidsverzekering:

2.16 Insinger heeft met ingang van 30 oktober 1998 een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten via haar makelaar AON, met een looptijd tot en met 30 oktober 2001. Als verzekeraars hebben hierin deelgenomen AIG (50%), Executive Risk NV (25%) en Chubb Insurance Company of Europe S.A. (25%). Er heeft een verlenging plaatsgevonden tot 8 december 2001.

2.17 Per 8 december 2001 heeft Insinger (onder andere) een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten via AON, met een looptijd tot 8 december 2002, waarin AIG is gaan deelnemen voor 50%, Liberty Mutual Insurance Europe Ltd voor 25% en Travelers voor 25% (hierna gezamenlijk ook: de verzekeraars). Deze verzekering wordt hierna ook aangeduid als: de polis.

2.18 Ten behoeve van het afsluiten van deze verzekering is door Insinger een "Renewal Application Form", gedateerd 5 oktober 2001, ingevuld en afgegeven ten behoeve van de verzekeraars.

2.19 De polis biedt ook dekking aan de dochtermaatschappijen van Insinger, waaronder Equity Trust.

2.20 Op 29 november 2002 heeft Insinger via AON bij de verzekeraars melding gemaakt van een volgens Insinger / Equity Trust onder de aansprakelijkheidsverzekering gedekt evenement, ziende op de aansprakelijkstelling van Equity Trust door [H] / Ironzar.

2.21 Equity Trust heeft ter zake van de aansprakelijkstelling door [H] / Ironzar een schikking getroffen met AIG en Liberty.

2.22 De polis bevat geen "to follow clause", zodat Travelers niet gebonden is aan enig door AIG of Liberty ingenomen standpunt jegens Equity Trust.

3. In deze procedure gaat het, kort en zakelijk weergegeven, om de vraag of de aansprakelijkheid van Equity Trust voor de schade als gevolg van het handelen van de heer [Z] op en na 5 april 2001 als hierboven vermeld onder 2.11, voor welke schade zij aansprakelijk wordt gehouden door de familie [H], is gedekt onder de door Insinger bij Travelers gesloten aansprakelijkheidsverzekering op claims made-basis. De rechtbank heeft de vorderingen van Equity Trust (grotendeels) toegewezen. Travelers is hiervan in hoger beroep gekomen. In dit hoger beroep is het geschil beperkt tot de vragen of Equity Trust haar mededelingsplicht heeft geschonden door bij de totstandkoming van de verzekering op 8 december 2001 geen melding te maken van een mogelijke aankomende claim van [H]/Ironzar, en zo ja, of dit gelet op de polisvoorwaarden in de weg staat aan dekking onder de polis.

4. Vast staat dat partijen niet zelf bij de redactie van de polisvoorwaarden betrokken zijn geweest en dat deze tot stand zijn gekomen op basis van eerder tussen Insinger en (deels) andere verzekeraars opgemaakte polisvoorwaarden, waarbij AON als verzekeringsmakelaar betrokken is geweest. De rechtbank heeft overwogen dat, aansluitend bij de zogenoemde CAO-norm (HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493), in deze omstandigheden een objectieve uitleg van de polisvoorwaarden past, waarbij doorslaggevende betekenis wordt toegekend aan objectief kenbare gegevens, zoals bijvoorbeeld de tekst en systematiek van de voorwaarden, alsmede het Nederlandse branchegebruik. Nu hiertegen in hoger beroep geen grieven zijn gericht, gaat ook het hof uit van deze maatstaf.

5. Het hof gaat eveneens uit van het in hoger beroep niet bestreden oordeel van de rechtbank dat in deze procedure de onderhavige polis dient te worden beschouwd als een nieuwe verzekeringsovereenkomst, zodat op Insinger een mededelingsplicht rustte, welke mededelingsplicht tevens in de vorm van een uitsluitingsgrond tot uitdrukking komt in artikel 3.b van de General Exclusions. Vast staat dat door Insinger op 5 oktober 2001 een vragenformulier ("Renewal Application Form") is ingevuld, dat ten grondslag heeft gelegen aan de acceptatie van de verzekering. Dit vragenformulier was niet afkomstig van Travelers.

6. De grieven richten zich gezamenlijk tegen het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is geweest van een schending door Equity Trust van haar mededelingsplicht bij de totstandkoming van de verzekering op 8 december 2001. De rechtbank heeft haar oordeel gegrond op een uitleg van de vragen 12 en 13 van het door Insinger ingevulde vragenformulier. Deze vragen luiden - voor zover relevant - als volgt:

12. There has not been nor is there now pending any claim(s) against any person proposed for insurance under Section 1 - 4 except as follows: (attach complete details) (if no claims, please confirm NONE)."

Insinger heeft ter beantwoording van deze vraag een aantal claims vermeld.

13. "No Director or Officer has knowledge or information of any act, error or omission which might give rise to a claim under this policy except as follows: (attach complete details) (if they have no such knowledge or information, please confirm NONE)."

Insinger heeft ter beantwoording van deze vraag twee zaken vermeld ("Old Mutual" en "Powerhouse") en vervolgens vermeld: "To the best of the insured's knowledge without making specific enquiries to all directors and officers, only those as disclosed."

7. Bij haar uitleg van vraag 13 heeft de rechtbank doorslaggevende betekenis toegekend aan de indeling van het vragenformulier in een algemeen deel (vragen 1 tot en met 7), een onderdeel secties 1 tot en met 3 (vraag 8) - waarbij sectie 3 "errors and omissions" betreft - en de sectie 4 "directors and officers insurance" (vragen 9 tot en met 14), gevolgd door een onderdeel "computer systems" en een slotverklaring. Op basis van deze indeling van het vragenformulier heeft de rechtbank geoordeeld dat vraag 13 door Insinger redelijkerwijs aldus mocht worden opgevat dat deze vraag uitsluitend betrekking had op de Directors and Officers (D&O)-dekking (sectie 4 van de polis) en niet op de (wat betreft de onderhavige schade relevante) Errors en Omissions (E&O)-dekking (sectie 3 van de polis), zodat Insinger een mogelijke aankomende claim van [H]/Ironzar bij vraag 13 niet hoefde te vermelden. De formulering van vraag 12 op het vragenformulier "(...) is there now pending any claim(s) against any person proposed for insurance under Section 1 - 4" (waaronder derhalve ook begrepen is "section 3. Errors and Omissions") heeft de rechtbank onvoldoende zwaarwegend geacht voor een andere uitleg. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de slotvraag van het vragenformulier geen aanvullende informatieplicht vestigde op dit punt, terwijl er evenmin sprake was van een spontane mededelingsplicht. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling.

8. Het hof is van oordeel dat de grieven terecht zijn voorgesteld. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat Insinger redelijkerwijs moest begrijpen dat in vraag 13 niet uitsluitend wordt gevraagd naar mogelijke aankomende claims die betrekking hebben op de D&O-dekking (sectie 4 van de polis), maar naar alle mogelijke aankomende claims waarvoor een eventuele dekking onder de polis aanwezig is, derhalve ook een mogelijke claim van [H]/Ironzar onder de E&O-dekking (sectie 3 van de polis). Vraag 13 spreekt van "any act, error or omission which might give rise to a claim under this policy", welke (ruime) formulering naar het oordeel van het hof duidelijk is en geen aanleiding geeft te veronderstellen dat hierin slechts wordt gevraagd naar mogelijke claims onder de D&O-dekking. Voor een dergelijke veronderstelling is temeer geen aanleiding nu in de voorafgaande vraag 12 duidelijk wordt gevraagd naar "any claim(s) against any person proposed for insurance under Section 1 - 4", zodat ook reeds daarom Insinger redelijkerwijs moest begrijpen dat Travelers op deze plaats niet uitsluitend informeerde naar claims die betrekking hadden op uitsluitend sectie 4 van de polis. De indeling van het vragenformulier in een algemeen deel (vragen 1 tot en met 7), een onderdeel secties 1 tot en met 3 (vraag 8) en de sectie 4 "directors and officers insurance" (vragen 9 tot en met 14) is naar het oordeel van het hof onvoldoende zwaarwegend voor een andere uitleg. Daarbij acht het hof nog van belang dat Insinger redelijkerwijs moest begrijpen dat voor een verzekeraar de informatie over alle voor de verzekeringsdekking relevante lopende en aankomende claims relevant was, en derhalve niet uitsluitend de claims die betrekking hadden op de D&O-dekking. Als bij de uitleg van vraag 13 doorslaggevende betekenis wordt gehecht aan de indeling van het formulier zou dit betekenen dat met betrekking tot de secties 1-3 van de polis, waaronder begrepen de E&O-dekking, op het formulier in het geheel geen vragen zouden zijn gesteld op dit punt, en dat voor deze secties uitsluitend vraag 8 geldt, die slechts inhoudt of er sprake is van "any changes in activities". Een dergelijke uitleg ligt niet voor de hand, hetgeen Insinger, als professionele partij die werd bijgestaan door AON, redelijkerwijs had moeten begrijpen.

9. Het hof concludeert derhalve dat de grieven terecht zijn voorgesteld. Dit leidt echter niet tot vernietiging van de bestreden vonnissen van de rechtbank. Het hof overweegt hierover het volgende.

10. Nu, gelet op het bovenstaande, aangenomen moet worden dat Insinger een mogelijk aankomende claim van [H]/Ironzar had moeten vermelden bij vraag 13 van het vragenformulier, komt in het kader van de devolutieve werking van het appel allereerst de vraag aan de orde of - zoals Travelers stelt en Equity Trust betwist - daadwerkelijk sprake was van omstandigheden/kennis die (op het vragenformulier dan wel spontaan) hadden moeten worden gemeld. De polisvoorwaarden houden, voor zover hier van belang, het volgende in:

"General definitions, exclusions and conditions applicable to part one

(...)

General exclusions

This Policy does not cover:

(...)

3) Any loss or claim:

(...)

b) arising out of or in connection with any circumstances or occurrences known to the Assured prior to the inception hereon.

(...)".

"General conditions applicable to part one

(...)

2. Discovery.

This policy applies to any loss/claim discovered by the Assured during the Policy Period. "Discovery by the Assured" occurs when the Insurance Manager of Insinger de Beaufort Holding S.A. (hereafter referred to as "The Insurance manager") becomes aware of facts which would cause a reasonable person to assume that a collectable loss/claim covered by the Policy has been or will be incurred, even though the exact amount or details of loss/claim may not then be known. Notice to the Assured when advised to the Insurance Manager of an actual or potential claim by a third party which alleges that the Assured is liable under circumstances which, if true, would create a collectible loss under this Policy constitutes such discovery.

Prior to renewal date the Insurance Manager must make enquiry to establish that no potential losses/claims exist which have not been notified to that division.

3. Notification of loss; proof of loss; legal proceedings

As a condition precedent to the Assured's right to be indemnified under this Policy, the Insurance Manager shall, as soon as possible, give written notice of any discovery of loss/claim and or losses/circumstances which may give rise to a claim to the Underwriters.

(...)"

11. Het hof stelt vast dat in vraag 13 gevraagd wordt naar "knowledge or information of any act, error or omission which might give rise to a claim under this policy" van een "Director or Officer". Nu in vraag 13 uitdrukkelijk wordt gevraagd naar wetenschap van enige "Director or Officer" wordt het betoog van Equity Trust dat slechts de wetenschap van de in artikel 2 van de General Conditions genoemde Insurance Manager relevant is verworpen. Ingevolge artikel 2 van de General Conditions was het de taak van de Insurance Manager om een onderzoek in te stellen teneinde vast te stellen of sprake was van omstandigheden die redelijkerwijs moesten worden gemeld, en om de resultaten daarvan aan verzekeraars mee te delen.

12. Partijen discussiëren vervolgens over de vraag welke feiten of omstandigheden bij de beantwoording van vraag 13 (dan wel spontaan) hadden moeten worden gemeld. Het hof is van oordeel dat een redelijke uitleg van vraag 13 op het vragenformulier, gelezen in samenhang met artikel 2 van de General Conditions, mee brengt dat de zinsnede "knowledge or information of any act, error or omission which might give rise to a claim under this policy" moet worden begrepen als "facts which would cause a reasonable person to assume that a collectable loss/claim covered by the Policy has been or will be incurred, even though the exact amount or details of loss/claim may not then be known" als bedoeld in artikel 2 van de General Conditions. Pas dan is ingevolge dit artikel immers sprake van een "Discovery by the Assured" waarop "this policy applies", en daarmee tevens van een mogelijke "claim under this policy" als vermeld in vraag 13.

13. Partijen twisten voorts over de vraag of de claim van [H]/Ironzar voortvloeit uit feiten en omstandigheden die aan de zijde van Equity Trust bekend waren ten tijde van het aangaan van de verzekeringsovereenkomst, en die, uitgaande van het hierboven onder 11 vermelde criterium, een redelijk handelend persoon het vermoeden zouden hebben gegeven dat een claim zou kunnen worden ingediend. Travelers concludeert aan de hand van de overgelegde stukken dat er vóór 8 december 2001 concrete aanwijzingen bestonden voor een potentieel geschil tussen Equity Trust enerzijds en één van de aandeelhouders in Teighmore anderzijds, en niet (slechts) tussen de aandeelhouders onderling. Travelers voert aan dat Equity Trust deze aanwijzingen vóór de ingangsdatum van de verzekering had moeten melden.

14. Het hof is op basis van de overgelegde stukken van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat er op het moment van het invullen van het vragenformulier op 5 oktober 2001 bij een "Director or Officer" van Insinger/Equity Trust feiten of omstandigheden bekend waren die een redelijk handelend persoon het vermoeden zouden hebben gegeven dat door [H]/Ironzar (of door een van de andere betrokkenen bij de Teighmore-kwestie) een claim jegens Equity Trust zou kunnen worden ingediend. De brief van [H] aan de heer [X] waarin hij meedeelt op de hoogte te zijn geraakt van de verdeling van de niet-stemgerechtigde aandelen, en waarin hij een meeting voorstelt met [Z] om te bespreken hoe één en ander kan worden gerectificeerd, dateert pas van 16 oktober 2001 (productie 24 bij conclusie van antwoord). Dit brengt mee dat vraag 13 op het vragenformulier door (de Insurance Manager van) Insinger niet onjuist of onvolledig is beantwoord.

Wat betreft de periode tussen het invullen van het vragenformulier op 5 oktober 2001 en het ingaan van de verzekeringsovereenkomst op 8 december 2001 overweegt het hof dat redelijkerwijs niet van de Insurance Manager verwacht kon worden dat deze zijn onderzoek op basis waarvan hij het vragenformulier had ingevuld (geheel of gedeeltelijk) nogmaals zou uitvoeren. Wel rustte op de Insurance Manager, gegeven zijn bekendheid met de vragen in het vragenformulier, in deze periode een mededelingsplicht, indien en voor zover hij in die tijd bekend zou worden met nog niet op het vragenformulier vermelde relevante feiten of omstandigheden. Het hof stelt echter vast dat, voor zover al geoordeeld moet worden dat er in de periode tussen 5 oktober 2001 en 8 december 2001 sprake is van feiten of omstandigheden die een redelijk handelend persoon het vermoeden zouden hebben gegeven dat door [H]/Ironzar (of door een van de andere betrokkenen) een claim jegens Equity Trust zou kunnen worden ingediend, gesteld noch gebleken is dat deze feiten en omstandigheden bij de Insurance Manager (op wie ingevolge artikel 2 van de General Conditions de mededelingsplicht rustte) bekend zijn geworden op een zodanig moment dat hij deze nog tijdig, dat wil zeggen voor 8 december 2001, bij verzekeraars had kunnen en moeten melden.

15. Uit het bovenstaande volgt dat het hof van oordeel is dat geen sprake is geweest van een schending van de mededelingsplicht door Insinger/Equity Trust bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst met Travelers. Dit leidt tot de conclusie dat de grieven, hoewel terecht voorgesteld, reeds hierom niet tot vernietiging van de bestreden vonnissen kunnen leiden.

16. Het hof voegt hieraan nog het volgende toe. Equity Trust heeft in dit hoger beroep een beroep gedaan op artikel 4 van de General Conditions applicable to both part one and two. Dit artikel houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

"4. Non-disclosure

Underwriters will not exercise the right to void this Policy where it is alleged there has been non-disclosure or misrepresentation of facts or untrue statements in the Proposal Form or failure to notify a circumstance which may give rise to a loss under a previous policy, provided always that the Assured shall establish to Underwriters' satisfaction that such alleged non-disclosure, misrepresentation or untrue statement was innocent and free of any fraudulent conduct or intent to deceive.

However, in any case where the Assured should have notified under any preceding insurance a circumstance which may give rise to a loss and the indemnity or cover available under this Policy is greater or wider in scope than the indemnity which the Assured would have been entitled to under any preceding insurance (whether with other Underwriters or not) then Underwriters shall only be liable to indemnify the Assured in respect of that loss to the extent of the indemnity which would have been afforded by such preceding insurance.

Where the Assured's breach of non-compliance with any condition of this Policy has resulted in prejudice to the handling or settlement of any loss the Indemnity afforded by this Policy in respect of such loss (including costs and expenses) shall be reduced to such sum as in Underwriters' opinion would have been payable by them in the absence of such prejudice."

17. Equity Trust heeft aangevoerd dat voormeld artikel 4 moet worden uitgelegd als een inloopbepaling, op grond waarvan zij, ook al zou sprake zijn van het ten onrechte niet melden aan Travelers van relevante feiten of omstandigheden met betrekking tot een mogelijke claim van [H]/Ironzar, aanspraak kan maken op dekking van haar schade onder de polis. Artikel 4 bepaalt immers dat daar, waar de verzekerde verzuimd heeft een omstandigheid of claim te melden onder de vorige polis, de verzekeraars onder de huidige polis dekking zullen verlenen als waren zij verzekeraars onder de vorige polis, maximaal ter hoogte van de dekking zoals die onder de vorige polis bestond. Daarbij merkt Equity Trust onbetwist op dat de dekkingsomvang onder de vorige en huidige polis gelijk was, en dat van kwade trouw aan de zijde van Insinger/Equity Trust geen sprake is geweest.

18. De achtergrond van de General Condition 4 is, aldus Equity Trust, gelegen in het risico dat een verzekerde bij het oversluiten van de verzekering loopt dat zijn claim tussen "wal en schip" raakt. Bij complexe aansprakelijkheidsverzekeringen als de onderhavige, is gebruik dat een dergelijke polis, die op de beurs tot stand komt, om de zoveel jaar en daarmee herhaalde malen wordt overgesloten, en dat daar de ene keer dezelfde en de andere keer deels andere verzekeraars op intekenen. Daarbij kan een gat in de dekking ontstaan, doordat uitloop- en inloopdekking niet op elkaar aansluiten. Een bepaling als General Condition 4 heeft dan ook tot doel de verzekerde te behoeden voor verlies van dekking door dergelijke vernieuwingen.

19. Travelers heeft ter betwisting van het beroep van Equity Trust op artikel 4 van de General Conditions applicable to both part one and two het volgende aangevoerd:

- De General Exclusion 3b, die slechts van toepassing is op "part one" van de polis, is een specifieke bepaling die voorgaat boven de algemene en op de gehele polis betrekking hebbende General Condition 4;

- Gelet op de toepasselijkheid van de uitsluiting in General Exclusion 3b is niet voldaan aan het vereiste in artikel 4 van de General Conditions dat er dekking is onder de onderhavige polis;

- Voor de toepasselijkheid van artikel 4 van de General Conditions geldt blijkens de bewoordingen als voorwaarde dat de dekking onder de huidige polis ruimer is dan onder de vorige polis;

- Een andere uitleg ligt niet voor de hand, omdat dit zou meebrengen dat de General Exclusion 3b zonder betekenis zou zijn.

20. Het hof is met Equity Trust van oordeel dat een objectieve uitleg van voormeld artikel 4 van de General Conditions applicable to both part one and two meebrengt dat Equity Trust aanspraak kan maken op dekking onder de polis, ook als er van uit zou moeten worden gegaan dat zij verzuimd heeft om voor 8 december 2001 melding te maken van feiten en omstandigheden die een redelijk handelend persoon het vermoeden zouden hebben gegeven dat één van de betrokkenen in de Teighmore-kwestie een claim tegen [Z] of Equity Trust zou kunnen indienen. Een bepaling als bedoeld artikel 4 is, zoals Equity Trust terecht aanvoert, niet ongebruikelijk bij ingewikkelde verzekeringspolissen als de onderhavige, waarbij de samenstelling van de deelnemende verzekeraars in de loop der jaren kan wisselen. Dergelijke bepalingen beogen de verzekerde te beschermen tegen mogelijke gaten in de dekking die hiervan het gevolg kunnen zijn.

21. Het verweer van Travelers dat de uitsluitingsclausule 3b voorgaat op voormeld artikel 4 van de General Conditions, wordt verworpen. Noch uit de bewoordingen noch uit de strekking van artikel 4 kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat artikel 4, zoals Travelers betoogt, uitsluitend van toepassing zou zijn op de D&O-dekking in sectie 4 van de polis. Een dergelijke uitleg zou de door artikel 4 beoogde bescherming van de verzekerde tegen gaten in de dekking bij de wisseling van één of meer verzekeraars grotendeels teniet doen, en ligt daarmee niet voor de hand. Daarbij wijst het hof er op dat ook voormeld artikel 4 ziet op een specifieke situatie, namelijk het geval dat sprake is van een "previous policy" waaronder een door de verzekerde ten onrechte niet gemeld voorval gedekt zou zijn geweest.

Het verweer van Travelers dat artikel 4 uitsluitend toepassing vindt als de dekking onder de huidige polis ruimer is dan onder de vorige polis, wordt verworpen, nu noch de bewoordingen noch de strekking van artikel 4 aanleiding geven voor een dergelijke enge uitleg. Anders dan Travelers meent brengt een ruime uitleg van artikel 4 naar het oordeel van het hof niet mee dat artikel 3 van de General Exclusions zonder betekenis wordt. Deze bepaling blijft relevant in de gevallen waarin sprake is van een geheel nieuwe verzekering zonder dat sprake is van een "previous policy", en indien en voor zover aan de verzekeringovereenkomst nieuwe polisdekkingen worden toegevoegd.

22. Het hof is van oordeel dat het beroep van Equity Trust op artikel 4 van de General Conditions slaagt. Dit brengt mee dat ook op deze grond het beroep van Travelers op schending van de mededelingsplicht faalt, omdat, ook al zou hiervan sprake zijn geweest, Travelers alsnog dekking moet bieden voor de schade op grond van voormeld artikel 4 van de General Conditions. Vast staat dat er geen sprake is geweest van kwade trouw aan de zijde van de zijde van Insinger/Equity Trust, zodat haar een beroep op artikel 4 toekomt.

23. Uit het bovenstaande volgt dat het hof de bestreden vonnissen van de rechtbank zal bekrachtigen met verbetering en aanvulling van gronden. Travelers zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

24. Het hof passeert het bewijsaanbod van Travelers, nu geen gespecificeerd bewijs is aangeboden van feiten die, indien bewezen, leiden tot een andere beslissing.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 7 mei 2008 en 19 mei 2010;

- veroordeelt Travelers in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Equity Trust tot op heden begroot op € 6.190,- aan verschotten en € 9.633,- aan salaris advocaat;

- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, J.W. van Rijkom en J.C.P. Ekering en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2012 in aanwezigheid van de griffier.