Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8029

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
11-06-2012
Zaaknummer
BK-11/00122 en BK-11/00138
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. De inspecteur heeft zich ter zitting alsnog verenigd met het standpunt van belanghebbende dat de naheffingsaanslagen niet in stand kunnen blijven. Het Hof sluit zich aan bij het thans eenstemmige oordeel van partijen. In dit oordeel ligt besloten dat de beslissing van de rechtbank, wat er zij van de gebezigde motivering, op zichzelf juist is, maar onvolledig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2012-1607
V-N Vandaag 2012/1490
Belastingblad 2012/379
V-N 2012/40.19.28

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

nummers BK-11/00122 en BK-11/00138

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer van 20 april 2012

in het geding tussen:

mevrouw [X] te [Z], belanghebbende,

en

de directeur der Gemeentebelastingen van de gemeente Den Haag, de Inspecteur,

op het hoger beroep van belanghebbende en het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 26 januari 2011, nummer AWB 10/5824 PARKBL, betreffende de hierna vermelde naheffingsaanslagen.

Naheffingsaanslagen, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Aan belanghebbende zijn, onderscheidenlijk met dagtekening 12 juli 2010, 13 juli 2010, 18 juli 2010, 24 juli 2010 en 14 augustus 2010 naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting van de gemeente Den Haag opgelegd. De naheffingsaanslagen belopen elk € 53,10 (€ 2,10 aan belasting en € 51 aan kosten).

1.2. Belanghebbende heeft tegen de eerste vier van de vijf genoemde naheffingsaanslagen een bezwaarschrift ingediend bij de Inspecteur.

1.3. Bij vier uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaren afgewezen.

1.4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken van de Inspecteur en tegen de hiervoor als vijfde vermelde naheffingsaanslag beroep bij de rechtbank ingesteld. Een griffierecht van € 41 is geheven.

1.5. De rechtbank heeft het beroep betreffende de naheffingsaanslag van 12 juli 2010 gegrond verklaard, de desbetreffende uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag vernietigd en de Inspecteur gelast het griffierecht van € 41 aan belanghebbende te vergoeden.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1. Beide partijen zijn van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Van belanghebbende is een griffierecht van € 112 geheven.

2.2. Beide partijen hebben een verweerschrift ingediend.

2.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 9 maart 2012, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen.

Strekking van het hoger beroep van elk der partijen

3.1. Het hoger beroep van belanghebbende houdt in dat de rechtbank niet volledig op het beroep heeft beslist en alle vijf naheffingsaanslagen had moeten vernietigen.

3.2. Het hoger beroep van de Inspecteur houdt in dat de uitspraak op bezwaar betreffende de naheffingsaanslag van 12 juli 2010 juist is en dat de rechtbank het beroep van belanghebbende ongegrond had moeten verklaren.

Beoordeling van het hoger beroep

4.1. Uit de uitspraak van de rechtbank noch uit de gedingstukken blijkt dat belanghebbende het beroep heeft beperkt tot de naheffingsaanslag van 12 juli 2010. In hoger beroep is komen vast te staan dat van zodanige beperking geen sprake is of is geweest. Het beroep bij de rechtbank ziet derhalve op alle in 1.1 vermelde naheffingsaanslagen. Nu in de uitspraak van de rechtbank alleen is beslist op het beroep voor zover het de naheffingsaanslag van 12 juli 2010 betreft en voor het overige niet op het beroep is beslist, is die uitspraak onvolledig.

4.2. Dit betekent dat het hoger beroep van belanghebbende slaagt. In verband met het hierna overwogene, kan het Hof de omissie van de rechtbank herstellen en bestaat geen reden voor terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.

4.3. De Inspecteur heeft onweersproken gesteld dat tegen de naheffingsaanslag van 14 augustus 2010 geen bezwaarschrift is ingediend en dat daarom dienaangaande geen uitspraak op bezwaar is gedaan. Ook heeft de Inspecteur belanghebbende geen toestemming verleend rechtstreeks tegen de naheffingsaanslag beroep in te stellen. Een en ander betekent dat het beroep van belanghebbende bij de rechtbank in zoverre niet-ontvankelijk is.

4.4. De Inspecteur heeft zich ter zitting, onder verwerping van hetgeen de rechtbank omtrent de toepassing van het vertrouwensbeginsel heeft overwogen doch verder de bijzondere omstandigheden van dit geval in aanmerking nemende, alsnog verenigd met het standpunt van belanghebbende dat de naheffingsaanslagen niet in stand kunnen blijven. Daarbij heeft hij toegezegd dat de naheffingsaanslag van 14 augustus 2010 en alle naheffingsaanslagen die nadien om dezelfde reden zijn opgelegd, ambtshalve zullen worden ingetrokken.

4.5. Het Hof sluit zich aan bij het thans eenstemmige oordeel van partijen. In dit oordeel ligt besloten dat de beslissing van de rechtbank, wat er zij van de gebezigde motivering, op zichzelf juist is, maar onvolledig, en dat moet worden beslist als hierna is vermeld.

Proceskosten en griffierecht

5.1. Belanghebbende heeft niet verzocht om een proceskostenvergoeding. Uit de stukken blijkt niet dat belanghebbende voor vergoeding in aanmerking komende kosten heeft gemaakt. Daarom heeft het Hof geen reden de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.2. De Inspecteur dient het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 112 aan belanghebbende te vergoeden.

5.3. Nu de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, wordt - wegens het door de Inspecteur ingestelde hoger beroep - van de gemeente Den Haag een griffierecht geheven van € 454.

Beslissing

Het Gerechtshof:

- op het hoger beroep van de Inspecteur:

- verwerpt het hoger beroep,

- bevestigt de uitspraak van de rechtbank,

- op het hoger beroep van belanghebbende en beslissend in aanvulling op de uitspraak van de rechtbank:

- verklaart het hoger beroep gegrond,

- verklaart het beroep gegrond voor zover het betreft de naheffingsaanslagen van 13 juli 2010, 18 juli 2010 en 24 juli 2010,

- vernietigt de desbetreffende uitspraken van de Inspecteur, alsmede die naheffingsaanslagen,

- verklaart het beroep voor zover het is gericht tegen de naheffingsaanslag van 14 augustus 2010 niet-ontvankelijk,

- gelast de Inspecteur het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 112 aan belanghebbende te vergoeden.

De uitspraak is vastgesteld door mrs. U.E. Tromp, J.J.J. Engel en P.M. Verhagen, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.W. Otto. De beslissing is op 20 april 2012 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.