Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7534

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
07-06-2012
Zaaknummer
200.084.002-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gezag na scheiding. Beoordeling van het ouderschap na deskundigenonderzoek (ouderschapsonderzoek). Lichte verbetering in de verhoudingen. Anders dan rechtbank: gezamenlijk gezag levert geen onaanvaardbaar risico op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 25 april 2012

Zaaknummer : 200.084.002/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 09-8216 & 10-1562

[de vader],

wonende te [woonplaats in Frankrijk],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. A.B. Sluijs te Leiden,

tegen

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.C. Reichmann te Leiden.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 6 juli 2011, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Bij die beschikking is mevrouw drs. O.B. Koppens tot deskundige benoemd (hierna: de deskundige) in het door haar uit te voeren ouderschapsonderzoek. Iedere verdere beslissing is daarbij aangehouden.

Op 31 januari 2012 is bij het hof het rapport van de deskundigen (hierna: het deskundigenbericht) ingekomen.

Het hof heeft partijen bij brief van 8 februari 2012 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het deskundigenbericht.

Van de zijde van de vader is bij het hof op 29 februari 2012 een faxbericht van diezelfde datum ingekomen.

Van de zijde van de moeder is bij het hof op 29 februari 2012 een faxbericht van diezelfde datum ingekomen.

Het hof heeft daarop de beschikking op heden bepaald.

VERDERE BEOORDELING

1. Het hof handhaaft al hetgeen het in zijn tussenbeschikking heeft overwogen en beslist.

Ter beoordeling liggen in deze procedure aan het hof voor:

- het gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren [in 2007] te [geboorteplaats] (hierna te noemen: de minderjarige);

- de vakantieregeling van de vader met de minderjarige tot 2012 binnen Europa en met ingang van 2012 met de mogelijkheid naar Australië.

De minderjarige is door de vader erkend.

2. De deskundige heeft op grond van de door het hof in de tussenbeschikking van 6 juli 2011 geformuleerde vragen haar onderzoek verricht. Uit het deskundigenbericht blijkt dat de ouders onderling afspraken hebben gemaakt over de omgangsregeling, inhoudende dat de huidige regeling gehandhaafd blijft, en over de vakantieregeling van de vader met de minderjarige.

Voorts heeft de deskundige onder meer, kort samengevat, geconcludeerd dat het voor de emotionele ontwikkeling van de minderjarige van belang is dat er een evenwicht is binnen het oudersysteem. Dit evenwicht is nog onvoldoende aanwezig. De minderjarige wordt grotendeels door de moeder opgevoed. De ouders zullen de komende periode moeten werken aan dit evenwicht en het feit dat de vader in Frankrijk woont, mag dit niet belemmeren. De vader kan op afstand betrokken zijn bij het leven van de minderjarige. In het verleden hebben beide ouders het gezag gebruikt als machtsmiddel. De minderjarige raakte klem en verloren tussen zijn ouders. De ouders zijn zich ervan bewust dat dit niet meer mag gebeuren en de situatie is in die zin aanzienlijk verbeterd. De minderjarige zit niet meer klem tussen zijn ouders. Evenwel is het vertrouwen van de moeder in de vader nog verre van hersteld. Zij is bang dat bij een uitspraak van dit hof over het gezag de vader dit weer als machtsmiddel zal gaan inzetten. De wensen van de ouders – meer betrokkenheid bij de opvoeding van de minderjarige door de vader en betere aansluiting van de vader bij de behoeften van de minderjarige van de moeder – kunnen worden vervuld door onderlinge communicatie van de ouders; informeren en ervaringen delen. De deskundige laat het aan het hof over een beslissing te nemen met betrekking tot het gezag.

3. De vader verzoekt om beide ouders met het gezag over de minderjarige te belasten en de tussen partijen gemaakte afspraken over de omgangsregeling in de beschikking op te nemen. Voorts verzoekt de vader te bepalen dat de minderjarige bij de bruiloft van de vader kan zijn. Het hof verstaat dit verzoek aldus dat, nu slechts de vakantieregeling in hoger beroep aan het hof voorligt, de vader verzoekt de overeengekomen vakantieregeling in de beschikking op te nemen.

4. De vader vertrouwt erop dat partijen het verleden achter zich kunnen laten en naar de toekomst kunnen kijken. De huidige contactregeling loopt goed en het gaat ook goed met de minderjarige. De vader respecteert de dagelijkse zorg door de moeder en ook de wens om haar woonplaats privé te houden. Er is – kort samengevat – geen reden om de vader niet te belasten met het gezamenlijk gezag, aldus de vader.

5. De moeder handhaaft haar standpunt inhoudende dat het verzoek van de vader met betrekking tot het gezag wordt afgewezen. Zij heeft daartoe het volgende naar voren gebracht. Dat de minderjarige niet klem of verloren zit tussen partijen is gelegen in de omstandigheid dat er geen direct contact is tussen partijen. De contacten tussen de vader en de minderjarige verlopen via de grootouders moederszijde. Op het moment dat de ouders gezamenlijk met het gezag over de minderjarige worden belast, vermoedt de moeder dat partijen wederom in de conflictsfeer terechtkomen. De ouders zijn niet in staat om zelfstandig afspraken te maken. Het wantrouwen van de moeder jegens de vader is zo diep geworteld dat zij niet verwacht dat er binnen afzienbare tijd een wijziging zal optreden. De moeder heeft aan de vader voorgesteld om de komende twee jaar, waarbij er geen advocaten of derden betrokken zijn bij partijen, te bezien of haar vertrouwen in de vader kan worden teruggewonnen. Indien dat het geval is, is de moeder bereid om alsdan gezamenlijk met de vader het gezag uit te oefenen. De moeder merkt uitdrukkelijk op dat zij het gevoel heeft dat het de vader met name te doen is om het feit dat hij de minderjarige wil meenemen naar het buitenland.

Gezag

6. Het hof stelt het volgende voorop. Gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag vereist dat de beide ouders het mogelijk maken dat beslissingen over de verzorging en opvoeding van het kind tot stand komen op een wijze die niet belastend is voor het kind en zijn veiligheid niet in gevaar brengt. In het geval ouders niet (meer) samenleven en moeizaam of niet communiceren kan dat betekenen dat, waar nodig, de verzorgende ouder die beslissingen kan nemen die voor het dagelijkse leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn voor het kind en dat de niet-verzorgende ouder deze beslissingen niet blokkeert. Ook is het van belang dat ouders die niet in staat zijn de strijd met elkaar te staken, ten minste in staat zijn het kind buiten die strijd te houden. Indien bovengenoemde omstandigheden aanwezig zijn, zal er geen onaanvaardbaar risico zijn dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Andere redenen kunnen evenwel een wijziging van het gezag noodzakelijk maken.

7. Vast staat dat de ouders beiden zeer betrokken zijn bij de minderjarige en het beste met hem voor hebben. De raad heeft in zijn rapport van 11 oktober 2010 in het belang van de minderjarige geacht dat, gezien de frequente contacten tussen de vader en de minderjarige, de vader op gelijke wijze als de moeder wordt betrokken in belangrijke beslissingen betreffende de minderjarige. In de onderhavige situatie bestaat voor het hof, mede gezien het deskundigenbericht, aanleiding om, anders dan de rechtbank, aan te sluiten bij het door de raad gegeven advies, inhoudende dat beide ouders met het gezamenlijk gezag worden belast.

Hoewel de raad in voormeld rapport constateerde dat de communicatie tussen beide ouders was verstoord, achtte de raad het niet ondenkbaar dat die verstoorde communicatie tussen partijen binnen afzienbare tijd zou verbeteren. Thans is naar het oordeel van het hof vast komen te staan dat inderdaad sprake is van de door de raad verwachtte verbetering van de communicatie tussen de ouders, nu zij - weliswaar onder begeleiding - in staat zijn geweest onderling overeenstemming te bereiken over de contacten tussen de vader en de minderjarige.

Ook gezien de woonplaats van de vader in Frankrijk lag het volgens de raad voor de hand dat de moeder alle beslissingen aangaande de dagelijkse zorg en opvoeding zou nemen en dat de vader dit zou respecteren en zich terughoudend zou opstellen. De vader heeft dit onderschreven, zo blijkt uit zijn faxbericht van 29 februari 2012, waarin de vader te kennen heeft gegeven dat hij de dagelijkse zorg door de moeder respecteert. Het hof gaat er daarbij van uit dat de vader de moeder in staat zal stellen beslissingen te nemen die voor het dagelijkse leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn voor de minderjarige zonder dat hij deze beslissingen zal blokkeren.

Het hof neemt voorts in aanmerking dat de contacten tussen de vader en de minderjarige goed verlopen en het met de minderjarige thans ook goed gaat.

8. Het hof is dan ook van oordeel dat er thans geen onaanvaardbaar risico meer bestaat dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders indien de vader mede met het gezag zal worden belast. Ook is niet gebleken dat afwijzing van het verzoek van de vader anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. De gronden om de moeder met het eenhoofdig gezag belast te laten blijven, doen zich derhalve niet voor. Het hof is van oordeel dat op deze wijze het vertrouwen van de moeder in de vader kan groeien.

9. Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking in zoverre vernietigen en bepalen dat de vader en de moeder het ouderlijk gezag over de minderjarige voortaan gezamenlijk uitoefenen.

Vakantieregeling

10. Partijen hebben, zo volgt uit het deskundigenbericht, overeenstemming bereikt over de verdeling van de vakanties en wel als volgt:

- tot 2015 zal de minderjarige in de zomervakanties twee weken met de vader doorbrengen, de ene week in Frankrijk (of een ander Europees land), de andere week in Nederland. De kerstvakanties worden gedeeld. De vader kan in de kerstvakantie een week met de minderjarige naar de vader gaan;

- vanaf 2015 zal de minderjarige om het jaar twee weken met de vader op vakantie gaan naar Australië.

11. Nu partijen het bovenstaande zijn overeengekomen, zal het hof dienovereenkomstig beslissen.

12. Het hof gaat er van uit dat de moeder de minderjarige op 28 juni 2012 in de gelegenheid stelt om bij het huwelijk van zijn vader aanwezig te kunnen zijn.

Kosten deskundigenonderzoek

13. Gelet op de door de deskundige overgelegde rekening ter zake van het ouderschapsonderzoek, zal het hof de vergoeding van de deskundige vaststellen op € 3.819,90 (inclusief BTW) zoals door haar is verzocht. De kosten blijven ten laste van ’s Rijks kas.

14. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en, in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt dat de vader en de moeder het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren [in 2007] te [geboorteplaats], gezamenlijk uitoefenen;

draagt de griffier van het hof op onverwijld van deze beslissing mededeling te doen aan de griffier van de rechtbank te ’s-Gravenhage;

bepaalt in aanvulling op de bestreden beschikking in het kader van de regeling inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag, een verdeling van de vakanties als volgt:

- tot 2015 zal de minderjarige in de zomervakanties twee weken met de vader doorbrengen, de ene week in Frankrijk (of een ander Europees land), de andere week in Nederland. De kerstvakanties worden gedeeld. De vader kan in de kerstvakantie een week met de minderjarige naar de vader gaan;

- vanaf 2015 zal de minderjarige om het jaar twee weken met de vader op vakantie gaan naar Australië;

bepaalt dat de kosten verbonden aan het deskundigenonderzoek, tot een bedrag van € 3.819,90 (inclusief BTW) inclusief BTW en verschotten, ten laste van het Rijk blijven;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, van Nievelt en van der Kuijl, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 april 2012.