Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7018

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-05-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
105.002.224/01
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:2100, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdeling. Waarde appartement in Egypte. Gemeenschapsschulden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector familie

Zaaknummer : 105.002.224/01

Rolnummer rechtbank : 02/1408

Arrest van de familiekamer, d.d. 29 mei 2012

inzake

de man,

wonende te Zoetermeer,

appellant, tevens geïntimeerde in het incidenteel appel,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. P.A.M. Perquin te ’s-Gravenhage,

tegen

de vrouw,

wonende te Zoetermeer,

geïntimeerde, tevens appellante in het incidenteel appel,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel te ’s-Gravenhage.

Procesverloop in hoger beroep

Voor het procesverloop verwijst het hof naar zijn tussenarrest van 31 augustus 2010, waarbij het hof de zaak naar de rol van dinsdag 26 oktober 2010 heeft verwezen voor het nemen van een akte door de man, waarna de vrouw in de gelegenheid zal zijn een akte te nemen. Iedere beslissing is aangehouden.

Op 7 december 2010 en 4 januari 2011 heeft de man een akte genomen.

Op 18 januari 2011 heeft de vrouw een antwoordakte genomen.

Partijen hebben hun procesdossiers overgelegd en arrest gevraagd.

Verdere beoordeling van het hoger beroep

1. Bij het voormelde tussenarrest heeft het hof de man als de meest gerede partij in de gelegenheid gesteld bij akte zijn standpunt - onder overlegging van justificatoire bescheiden - kenbaar te maken inzake de huidige waarde van het tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behorende appartement in Egypte.

2.Bij akte van 7 december 2010 heeft de man twee in het Arabisch gestelde stukken overgelegd, waarin is bijgevoegd een aan zijn raadsman gerichte e-mail van 22 november 2010 van [...] bv die bij deze e-mail de vertaling van de voormelde stukken voegt. Bij akte van 4 januari 2011 heeft de man een gecorrigeerde vertaling in het geding gebracht.

3. De vrouw heeft bij akte erop gewezen dat de uit de door de man bij akte van 4 januari 2011 in het geding gebrachte vertaling een andere naam dan die van de man als eigenaar wordt genoemd. Volgens haar moet daaruit worden geconcludeerd dat de man het appartement heeft verkocht en dat hij geen inzicht geeft in de verkoopopbrengst.

4. De door de man overgelegde vertalingen zijn in beide gevallen ongetekende en niet gedagtekende vertalingen, terwijl daaruit evenmin kan worden opgemaakt dat deze vertalingen zijn gedaan door een beëdigd vertaler. Bovendien ontbreekt in de akten van de man een duidelijk standpunt over de in aanmerking te nemen waarde. In de vertalingen worden waarden vermeld van 180.000,- 185.000,- en 190.000,- Egyptische ponden. Welke waarde de man als uitgangspunt neemt, wordt in zijn akten niet duidelijk. In de gecorrigeerde vertaling wordt als vraagprijs bij verkoop genoemd 190.000,- Egyptische ponden. Om die redenen kunnen deze stukken niet als justificatoire bescheiden worden aangemerkt en kunnen zij niet dienen ter ondersteuning van het kennelijke standpunt van de man dat de waarde van het in de verdeling te betrekken appartement in Egypte tussen de 180.000,- en 190.000,- Egyptische ponden zou moeten liggen.

5. De vrouw heeft naar aanleiding van de door de man bij akten in het geding gebrachte bescheiden gemotiveerd een waarde bepleit van (i) primair € 50.000,- (ii) subsidiair € 32.500,- en (iii) meer subsidiair € 24.515,73. Voor haar primaire standpunt beroept de vrouw zich echter op een waardering uit 2007. Zoals in het tussenarrest is overwogen dient als waarderingspeildatum echter de datum van verdeling te worden genomen. De vrouw weerspreekt dat de waarde van het onderhavige appartement sinds 2007 met een percentage van 25 tot 35% is gedaald. Zelfs indien een waardedaling van 25 % zou worden aangenomen, dan nog zou de waarde € 37.500,- bedragen volgens de vrouw.

6.In het meervermelde tussenarrest heeft het hof overwogen dat het hof aan het uitblijven van de verzochte gegevens de consequenties zal verbinden die het hof geraden acht. Op grond van de gewisselde stukken is geen eenduidige waarde van het appartement vast te stellen op de datum van taxatie van de zijde van de man. Het hof zal - rekening houdend naar billijkheid met de belangen van beide partijen op de voet van artikel 3:185 BW - de voor de verdeling in aanmerking te nemen waarde stellen op het gemiddelde van € 37.500,- en ca. € 24.500,- (afgerond 190.000,- Egyptische ponden), zijnde € 31.000,-.

7. De man heeft geen grieven aangevoerd tegen de wijze van verdeling van de gemeenschapsgoederen door de rechtbank, maar heeft de door de rechtbank bij de verdeling in aanmerking genomen waarden bestreden, alsmede de door de rechtbank vastgestelde omvang van de ontbonden huwelijksgemeenschap. Hij heeft geen andere wijze van verdeling van de gemeenschapsgoederen gevorderd. Hetzelfde geldt voor de vrouw.

8. Op grond van het tussenarrest van het hof en het in dit eindarrest overwogene kan de door de rechtbank vastgestelde wijze van verdeling (toedeling) van de gemeenschapsgoederen worden bekrachtigd met dien verstande dat:

(i) de bij de verdeling in aanmerking te nemen waarde van het appartement in Egypte een bedrag van € 31.000,- bedraagt;

(ii) de vastgestelde verdeling moet worden aangevuld met de nadere verdeling van het spaarloon van de vrouw ad € 2.320,27 dat aan de vrouw zal worden toegedeeld; en

(iii) de restschuld aan [een derde] ten bedrage van € 15.727,36 bij de verdeling in aanmerking moet worden genomen.

Bovendien heeft de vrouw ter zake van de afwikkeling van de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk van partijen een vergoedingsvordering op de man van € 9.525,06 (r.o. 10 van het tussenarrest).

9. Gemeenschapsschulden - zoals de schuld aan [een derde] - kunnen niet worden verdeeld. Ieder van partijen is daarvoor op grond van artikel 1:94 lid 2 BW voor de helft draagplichtig. De rechtbank heeft echter de hypothecaire schuld waarmee de aan de vrouw toegedeelde voormalige echtelijke woning is bezwaard “verdeeld” in die zin dat de vrouw die geheel voor haar rekening neemt. Geen partijen heeft daartegen een grief aangevoerd, zodat het hof zich daarbij aansluit.

10. Het vorenstaande voert tot de conclusie dat de waarde van de aan de vrouw toegedeelde goederen per saldo € 10.493,13 bedraagt en het aan de man toegedeelde appartement voor een waarde van € 31.000,- in de verdeling moet worden betrokken, zodat de man is overbedeeld met een bedrag van € 10.253,44.

11. Het hof zal als te doen gebruikelijk in familierechtelijke zaken - in dit geval ex-echtgenoten - de kosten van het hoger beroep compenseren.

Beslissing

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis van 30 juni 2004 voor zover het de waardering van het appartement in Egypte betreft en neemt dit gemeenschapsgoed bij de verdeling in aanmerking voor een waarde van € 31.000,-;

stelt als nadere verdeling vast dat het spaarloon van de vrouw ad € 2.320,37 aan haar wordt toegedeeld voor die waarde;

veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw van een bedrag van € 10.253,44 ten titel van overbedeling en tot betaling aan de vrouw van haar vergoedingsvordering ad € 9.525,06;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat ieder van de partijen voor de helft de gemeenschapsschulden draagt;

bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

bekrachtigt de vonnissen van 17 september 2003 en van 30 juni 2004 van de rechtbank ’s-Gravenhage voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mrs. van Nievelt, Husson en Stollenwerck en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2012 in aanwezigheid van de griffier.