Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6566

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
200.099.200-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Spreektijd ter zitting. Gezag na scheiding en vaststelling zorgregeling. Uitvoerige motivering waarom het gezag in dit geval alleen aan de vader wordt opgedragen. Internationale aspecten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 25 april 2012

Zaaknummer : 200.099.200/01

Rekestnrs. rechtbank : FA RK 10-2274 en FA RK 11-1701

[verzoeker],

wonende te [adres],

verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. T. van den Bout te [adres]

tegen

[verweerster]

wonende te [adres]

verweerster, tevens incidenteel verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.K. Menthon Bake te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende is aangemerkt:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden,

gevestigd te [adres]

kantoorhoudende te [geboorteplaats].

locatie Den Haag Zuid/Rijswijk.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming,

regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord,

locatie Den Haag,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 20 december 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 27 oktober 2011 van de rechtbank ‘s-Gravenhage.

De moeder heeft op 13 februari 2012 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend.

De vader heeft op 12 maart 2012 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de vader:

- op 25 januari 2012 een brief van 24 januari 2012 met bijlagen;

- op 10 februari 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen;

- op 13 februari 2012 faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;

- op 12 maart 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen;

- op 15 maart 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen;

van de zijde van de moeder:

- op 5 maart 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen;

- op 9 maart 2012 een brief van diezelfde datum; - op 14 maart 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen;

van de zijde van de raad:

- op 10 januari 2012 een brief van 6 januari 2012 met bijlagen;

van de zijde van Jeugdzorg:

- op 14 februari 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen.

- op 13 maart 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen.

Van de zijde van de raad is bij het hof op 23 februari 2012 een brief van diezelfde datum ingekomen, waarbij is meegedeeld dat de raad ter terechtzitting zal verschijnen.

De zaak is op 15 maart 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- [belanghebbende] namens Jeugdzorg;

- [belanghebbende] namens de raad.

Voorts is aan de zijde van de moeder verschenen: mevrouw K, Campman, tolk in de Engelse taal.

De beide advocaten hebben ter zitting pleitnotities overgelegd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank:

- bepaald dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige);

- bepaald dat de minderjarige de hoofdverblijfplaats heeft bij de vrouw;

- met ingang van 1 januari 2012 een omgangsregeling vastgesteld waarbij de minderjarige bij de vader verblijft; een keer per veertien dagen van donderdag na de kinderopvang/uit school dan wel vanaf 17.30 uur als de minderjarige niet naar de kinderopvang gaat, tot maandag naar de kinderopvang/school, waarbij de vader haalt en brengt, alsmede de helft van de schoolvakanties en feestdagen, waarvan niet langer dan twee weken aaneengesloten en heeft deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad bepaald;

- bepaald dat de ouder bij wie de minderjarige verblijft in incidentele gevallen mag bepalen het kind niet naar de kinderopvang te laten gaan;

- bepaald dat de moeder gehouden is om, indien zij met de minderjarige naar de Verenigde Staten van Amerika is, de minderjarige uiterlijk om 13.30 uur op de einddatum van elke zodanige periode – indien dat een dag is waarop de minderjarige bij de vader zal zijn ingevolge de omgangsregeling – af te geven aan de man, zulks met straffe van een door de moeder aan de vader te verbeuren onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 100.000,- per reis, tot een maximum van € 1.500.000,- en heeft deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad verklaard;

- bepaald dat de moeder minimaal een week voor zij met de minderjarige naar de Verenigde Staten van Amerika vertrekt controleerbare ticketinformatie dient te verschaffen aan de vader en heeft deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad verklaard;

- toestemming aan de vader verleend, welke de toestemming van de moeder vervangt, om de minderjarige in te schrijven op de basisschool te en heeft deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad verklaard;

- bepaald dat:

o de moeder de helft van de kosten van de kinderopvang/BSO aan de vader zal betalen, inclusief kostenverhogingen als deze schriftelijk door de vader worden onderbouwd;

o de moeder de achterstallige betalingen over 2011 ter hoogte van € 417,87 vóór 1 december 2011 aan de vader zal betalen;

o partijen nacalculaties in kinderopvangtoeslag bij helfte zullen verdelen (terugbetalingen door dan wel nabetalingen aan de belastingdienst) alsmede dat de moeder de navordering ten bedrage van € 559,- vóór 1 december 2011 aan de vader zal betalen;

en heeft deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil zijn het gezag ten aanzien van de minderjarige, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige en de toedeling van de zorg- en toedelingstaken.

2. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking, voor zover daarvan hoger beroep is ingesteld, te vernietigen, zulks met bekrachtiging van de beslissingen van de rechtbank in de beschikking a quo, en opnieuw beschikkende, voor zover wettelijk toelaatbaar bij voorraad;

I. te bepalen dat voortaan alleen aan de vader het eenhoofdig (ouderlijk) gezag zal toekomen over de minderjarige;

II. te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige zal zijn bij de vader;

III. vast te stellen, met ingang van 1 januari 2012, een omgangsregeling waarbij de minderjarige gemiddeld drie dagen per week bij de moeder verblijft, een en ander uit te werken in een ‘week op/week af’ schema, met een cyclus van 7 weken, waarbij voorts de minderjarige de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij moeder zal verblijven, een en ander overeenkomstig het door de vader opgestelde schema voor 2012, zoals omschreven in productie 53, dan wel een zodanig schema c.q. een zodanige regeling als het hof juist en redelijk zal achten in het belang van de minderjarige, welk schema op inhoudelijk mutatis mutandis gelijke wijze zal hebben te gelden in elk opvolgend kalenderjaar na 2012, en zulks alles steeds met een overdrachtsregeling, zoals door de rechtbank reeds tussen partijen is bepaald bij (echtscheidings)beschikking van 4 november 2010;

IV. indien het hof van oordeel mocht zijn dat, alvorens te beslissen over en met betrekking tot hiervoor door de vader aan het hof verzochte beslissingen sub I t/m III, eerst forensisch onderzoek noodzakelijk is, alsdan aan partijen op te dragen forensisch diagnostisch onderzoek te laten uitvoeren door Fora de Bascule dan wel een andere deskundige instelling om het hof te rapporteren en adviseren of in het belang van de minderjarige:

- gezamenlijk of eenhoofdig gezag over en in het belang van de minderjarige geboden is;

- voorts, indien eenhoofdig gezag over en in het belang van de minderjarige geboden is, wie alsdan van de beide partijen met het eenhoofdig gezag over en in het belang van de minderjarige moet worden opgedragen en welke omgangsregeling dan heeft te gelden tussen de minderjarige en de partij die dan niet wordt belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige;

V. de beslissing in de bestreden beschikking, waarbij bepaald is aan de vader vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige in te schrijven voor basisschool te bekrachtigen en vervolgens daarop aanvullend te bepalen dat indien de moeder mocht worden belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige, zij alsdan zonder de voorafgaande schriftelijke instemming van de vader de minderjarige niet kan en/of mag inschrijven bij een andere (basis)school, en zulks met uitvoer bij voorraad verklaring van deze bepaling;

VI. de beslissing in de bestreden beschikking waarbij uitvoerbaar bij voorraad is bepaald dat de moeder minimaal een week voor zij met de minderjarige naar de Verenigde Staten van Amerika vertrekt controleerbare ticketinformatie dient te verschaffen aan de vader te bekrachtigen en vervolgens daarop aanvullend te bepalen dat zulks heeft te geschieden op straffe van een door de moeder aan de vader te verbeuren dwangsom van € 100.000,- per reis, dat de moeder dit mocht nalaten dan wel niet juist mocht uitvoeren, en zulks tot een maximum van € 1.500.000,- en met uitvoerbaar verklaring van deze bepaling;

VII. de moeder te veroordelen om aan de vader te vergoeden alle juridische kosten, die hij heeft moeten betalen voor (onnodige en nutteloze) gerechtelijke procedures, zoals omschreven in de pleitnota van de advocaat van de man d.d. 25 augustus 2011 en onderhavig verzoekschrift en financieel onderbouwd in productie 53, dan wel subsidiair zodanig bedrag al het hof in goede justitie juist en redelijk acht.

VIII. en zulks met veroordeling van de moeder in de proceskosten in eerste aanleg en/of in de proceskosten in deze procedure in hoger beroep.

3. De moeder bestrijdt zijn beroep en verzoekt het hof principaal bij beschikking de vader niet-ontvankelijk te verklaren, althans zijn verzoeken af te wijzen, zo nodig met verbetering en/of aanvulling van de gronden, met veroordeling van de vader in de kosten van het hoger beroep.

Voorts verzoekt de moeder het hof in incidenteel appel de bestreden beschikking te vernietigen met betrekking tot de vastgestelde omgangsregeling, de opgelegde dwangsom en de door de moeder te verstrekken controleerbare ticketinformatie en de toestemming inschrijving basisschool en, opnieuw beschikkende, met wijziging van verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Omgangsregeling:

- primair, te bepalen dat de vader en de minderjarige gedurende een weekend per veertien dagen van zaterdagochtend 10.00 uur tot zondagavond 18.00 uur contact hebben onder begeleiding van zijn grootouders van vaderszijde;

- subsidiair, indien en voor zover het hof geen aanleiding ziet om slechts begeleid contact tussen de vader en de minderjarige te laten plaatsvinden, een omgangsregeling vast te stellen waarbij de minderjarige bij de vader verblijft eenmaal per veertien dagen van donderdag uit school, dan wel vanaf 17.30 uur als de minderjarige niet naar school gaat, tot maandag naar school, dan wel tot 08.00 uur als de minderjarige niet naar school gaat, waarbij op dagen dat de minderjarige niet naar school gaat de vader haalt en brengt, alsmede de eerste twee weken van de zomervakantie, de herfst- en voorjaarsvakantie, alsmede te bepalen dat de minderjarige vier aaneengesloten weken in de zomervakantie en twee aaneengesloten weken in de kerstvakantie met de moeder naar de Verenigde Staten van Amerika kan reizen, alsmede te bepalen dat de mei- en/of Pinkstervakantie en de overige Nederlandse nationale feestdagen 50:50 tussen partijen worden gedeeld.

Dwangsom:

- subsidiair, indien en voor zover het hof de dwangsom handhaaft, het tijdstip waarop de minderjarige moet worden afgegeven te bepalen op 17.30 uur, alsmede aanvullend te bepalen dat geen dwangsom is verschuldigd in geval van overmacht of noodtoestand, althans gebeurtenissen waarop de moeder geen invloed kan uitoefenen (vertraging, familie noodsituaties, ziekte en dergelijke), alsmede aanvullend te bepalen dat de vader een dwangsom verbeurt als hij de minderjarige niet tijdig afgeeft aan de moeder, een en ander op dezelfde voorwaarden als de moeder, alsmede de hoogte van de dwangsom vast te stellen op € 1.000,- per reis, tot een maximum van € 15.000,- alsmede te bepalen dat eventueel verbeurde dwangsommen ten goede komen van de minderjarige.

Ticketinformatie:

- te bepalen dat onder de door de moeder te verstrekken controleerbare ticketinformatie moet worden verstaan een opgave van vluchttijden, vluchtnummers, data en bestemming, alsmede te bepalen dat de vader de moeder op gelijke wijze moet informeren als hij met de minderjarige een vliegreis gaat maken.

Basisschool:

- de moeder vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om de minderjarige in te schrijven op de Britse School op voorwaarde dat de moeder de schoolkosten voor haar rekening neemt.

Een en ander met veroordeling van de vader in de kosten van het hoger beroep.

4. De vader verzet zich daartegen.

5. Bij faxbericht van 9 maart 2012 heeft de moeder haar zelfstandig verzoek ten aanzien van de omgangsregeling gewijzigd, als volgt:

primair, te bepalen dat de vader en de minderjarige onder begeleiding van de grootouders vaderszijde van de minderjarige contact met elkaar zullen hebben gedurende een weekend per veertien dagen van zaterdagochtend 10.00 uur tot zondagavond 18.00 uur, met uitzondering van de eerste vier aaneengesloten weken van de zomervakantie en twee aaneengesloten weken in de kerstvakantie, gedurende welke weken de minderjarige met de moeder in de Verenigde Staten van Amerika zal verblijven;

subsidiair, indien en voor zover het hof geen aanleiding ziet om slechts begeleid contact tussen de vader en de minderjarige te laten plaatsvinden, een omgangsregeling vast te stellen waarbij de minderjarige bij de vader verblijft eenmaal per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school of, als de minderjarige die dag niet naar school gaat, vanaf 17.30 uur tot maandagochtend naar school of, indien de minderjarige die dag niet naar school gaat, tot 08.00 uur, waarbij op dagen dat de minderjarige niet naar school gaat de vader de minderjarige respectievelijk bij de moeder ophaalt of naar de moeder terugbrengt, met dien verstande dat de minderjarige gedurende de eerste vier aaneengesloten weken van de zomervakantie en twee aaneengesloten weken in de kerstvakantie, bij de moeder zal verblijven, dat de minderjarige gedurende de laatste twee aaneengesloten weken van de zomervakantie bij de vader zal verblijven, dat de resterende schoolvakanties van een week uiterlijk op 1 december van het voorafgaande jaar tussen de ouders worden verdeeld in die zin dat de vader eerst een week mag kiezen, dan de moeder, enzovoorts, en waarbij een week vakantie slechts één weekend omvat, alsmede dat de nationale feestdagen in gelijke zin worden verdeeld.

6. De vader voert het volgende aan.

Algemeen

In het kader van de voorlopige voorzieningen is de minderjarige voorlopig toevertrouwd aan de vader. De vader zorgt al vanaf de geboorte voor het merendeel van de tijd voor de minderjarige en heeft de afgelopen twee jaar ruim de helft van de zorg op zich genomen. Tussen de vader en de minderjarige is een zeer veilige gehechtheid en geborgenheid ontstaan. In de opvoedingssituatie bij de vader zijn geen problemen geconstateerd. Alle objectieve bronnen beschrijven hem als een goede en betrokken vader. Alleen de moeder diskwalificeert hem.

De moeder misbruikt het feit dat vader rond zijn twintigste seksueel misbruik pleegde nadat hij zelf misbruikt was als kind. De moeder was vanaf het begin van de relatie daarvan op de hoogte. Zij probeert er nu met leugens en bedrog een actueel probleem van te maken. Expertisecentra als De Waag schatten het risico op recidive al meer dan 16 jaar op minimaal. De vader zelf stelt de kans op recidive op nul. Hij heeft op vrijwillige basis al 16 jaar contact met De Waag en vrijwel al zijn vrienden en zijn hele familie zijn volledig op de hoogte van zijn verleden. Dat zijn additionele beschermende factoren. De vader schaamt zich voor zijn denkwijze en misdaden van twintig jaar geleden. De moeder heeft zijn vertrouwen misbruikt door zijn persoonlijke therapieaantekeningen uit de jaren ’90 uit zijn computer te halen en in te brengen in deze procedure. Het AMK en de raad zien geen enkel gevaar voor de minderjarige. Voor geen van de aangiftes die de moeder jegens de vader heeft gedaan wegens mishandeling, ontucht en kinderporno bleek wettig en overtuigend bewijs aanwezig. De zaken zijn onlangs geseponeerd. De moeder heeft de laatste jaren een groot aantal civiele procedures tegen de vader aangespannen. De vader is ten einde raad en zit financieel en emotioneel aan de grond, maar zal niet toestaan dat het leven van de minderjarige slechts in dienst zal staan van de behoeften van de moeder omdat dit in zijn ogen beschadigend zal zijn voor de minderjarige en omdat de minderjarige recht heeft op een verzorgende vader in zijn leven.

Van belang is ook dat de moeder niet de genetische moeder van de minderjarige is en thans 54 jaar oud is. De moeder is niet goed in staat de minderjarige met inachtneming van zijn belangen op te voeden en te verzorgen. Zij zal niet rusten voordat zij met de minderjarige in de Verenigde Staten is.

Gezag en verblijfplaats

De moeder handelt in strijd met artikel 1:247 BW door de ontwikkeling van de banden van de minderjarige met de vader niet te bevorderen. Zij ziet voor de vader slechts een rol op afstand. Alleen al om die reden kan de moeder niet worden belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag. In plaats daarvan dient de vader daarmee te worden belast. De rechtbank had het advies van de raad niet mogen negeren en had ook de verzoeken van de ouders tot nader onderzoek niet mogen passeren. Onderzoek had de verstandhouding tussen partijen kunnen verbeteren dan wel had informatie kunnen opleveren over de oorzaken van de slechte verstandhouding. Dat de minderjarige klem en verloren is geraakt, is een gevolg van de opstelling van de moeder. Zij frustreert al twee jaar het gezamenlijk gezag en het co-ouderschap. Zij werkt elke afspraak over de minderjarige en het contact tussen de vader en de minderjarige structureel tegen. Dat de vader in het verleden (ongeveer twintig jaar geleden) twee keer is veroordeeld voor het plegen van ontucht met minderjarigen mag niet doorslaggevend zijn. Ook heeft de rechtbank niet kunnen meewegen dat de moeder een goede moeder is geweest voor haar oudere kinderen. Er is niets aangevoerd waaruit dat blijkt. De moeder toont zich ook een slechte moeder naar de minderjarige toe, door haar gedrag jegens de vader en omdat het belang van de minderjarige bij haar niet voorop staat. Er zijn contra-indicaties om de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over de minderjarige en zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder te bepalen. Zij toont zich telkens weer onplooibaar. Het gedrag van leugens bij de moeder wijst op psychopathisch gedrag. Ook om die reden moet het onverantwoord worden geacht haar zonder onderzoek naar haar psychische gesteldheid te belasten met het eenhoofdig gezag over de minderjarige .

Van belang is voorts dat de moeder nooit haar medewerking zal geven aan gezamenlijk gezag, terwijl de vader daar altijd om heeft gevraagd.

Omgang

De omgangsregeling die de rechtbank heeft vastgesteld is veel te beperkt. Het week-op/week-af-schema functioneerde goed. Door een weekendregeling zal de tussen de vader en de minderjarige ontstane gehechtheid en de geborgenheid wijzigen. Ook zal door die regeling schade worden toegebracht aan de ontwikkeling van de minderjarige in de Nederlandse cultuur. De moeder spreekt nauwelijks Nederlands en staat een Amerikaanse ontwikkeling voor. De minderjarige is door de vastgestelde regeling een stap dichter bij het geheel verliezen van zijn biologische vader en familie gekomen. De argumenten voor minimalisering van het contact met de vader lijken te zijn gebaseerd op het verleden. De vader vindt dit fundamenteel onjuist. De recente verzoeken van de moeder in incidenteel appel ondersteunen de stelling van de vader dat de moeder slechts uit is op het elimineren van de zorg door de vader. Het is niet noodzakelijk bij eenhoofdig gezag de omgang te minimaliseren. Wanneer de vader het gezag heeft, is hij in staat de omgang van de minderjarige met de beide ouders min of meer gelijk te verdelen.

Juridische kosten

De vader is van mening dat zijn verzoek met betrekking tot de juridische kosten zonder inhoudelijke argumenten is afgewezen. Hij heeft zijn verzoek voldoende onderbouwd. Van alle kosten zijn facturen overgelegd en hij heeft beargumenteerd en onderbouwd waarom enkele procedures als nodeloos en zinloos kunnen worden aangemerkt. Het verzoek van de vader had dan ook moeten worden toegewezen.

Overige verzoeken

Indien de moeder belast wordt met het eenhoofdig ouderlijk gezag, moet worden bepaald dat de minderjarige niet bij een andere (basis)school kan worden ingeschreven zonder de instemming van de vader. De toestemming voor inschrijving van de minderjarige op is terecht verleend. Op een Britse school zal de minderjarige geen Nederlands leren. Een goede Nederlandse basis is belangrijk voor hem. Daarnaast zijn aan de Britse school hoge kosten verbonden. De vader verwacht daarover een geschil met de moeder.

Aan het verstrekken van ticketinformatie moet een dwangsom van € 100.000,- per reis worden verbonden.

Reactie op incidenteel hoger beroep van de moeder.

Het door de moeder geïmpliceerde verband tussen eenhoofdig gezag en een verhoging van het risico van incest wordt nergens onderbouwd. Eenhoofdig gezag van de moeder zal haar in staat stellen haar valse beschuldigingen over de vader ongecontroleerd verder uit te werken met gebruikmaking van de minderjarige en deskundigen die de moeder nu reeds inhuurt. Zo trachtte de moeder de minderjarige in het verleden te positioneren als een gedragsgestoord agressief kind. Onlangs heeft de moeder weer opnieuw bij Jeugdzorg laten aandringen op therapie voor de minderjarige, terwijl het al jarenlang erg goed gaat met de minderjarige.

De moeder verzoekt thans omgang onder begeleiding van de grootouders. Dat is onnavolgbaar omdat de moeder de grootouders de afgelopen jaren hebben gekwalificeerd als zeer ongeschikt om op te passen. Het doel van de moeder is helder. Zij wil elke normale omgang met de vader blokkeren, zodat zij naar de Verenigde Staten kan vertrekken. Zij strijdt nu al voor een verdere vermindering van de omgang. Voor begeleiding van de omgang en voor vermindering van de omgang bestaat geen grond.

De door de rechtbank bepaalde dwangsom van € 100.000,- ter borging van terugkeer van de minderjarige bij de vader moet in stand blijven. Een dwangsom van € 1.000,- is niet voldoende om een ontvoering te voorkomen. De overdrachtstijd van 13.30 uur op de dag van terugkeer uit de Verenigde Staten is eveneens terecht.

Ten aanzien van de schoolkeuze heeft de moeder geen nieuwe argumenten naar voren gebracht. Ook vader ziet een meerwaarde in een multiculturele omgeving voor de minderjarige. Hij heeft de moeder diverse malen uitgenodigd om te overleggen over manieren om de verbinding met de internationale gemeenschap en Engelse taalontwikkeling buiten school te borgen. De moeder wekt de indruk dat zij de kosten van de school zonder strijd zelf wil dragen, maar vindt ook dat de vader moet meebetalen. Dit zal weer nieuwe juridische procedures veroorzaken.

De moeder dient in de proceskosten van het incidenteel appel te worden veroordeeld.

Bewijsaanbod

De vader biedt bewijs aan van al zijn stellingen.

7. De moeder verweert zich als volgt.

Algemeen

Het is niet juist dat de vader de primaire verzorger van de minderjarige was en is.

De agressie, de pedofilie en het manisch controlerende gedrag aan de zijde van de vader vormen een risico voor de minderjarige. Dit risico moet tot een minimum worden beperkt. Uit onderzoek blijkt dat de grens tussen partnergeweld en kindermishandeling niet eenvoudig te trekken is. De vader schuwt huiselijk geweld niet. De minderjarige is al slachtoffer geworden van de gedragingen van de vader doordat hij aanwezig was bij het slaan en spugen door de vader en is mogelijk getraumatiseerd daardoor.

De vader is tot tweemaal toe veroordeeld voor pedofilie, in 1990 en 1997. Hij is in 2004 voor mishandeling veroordeeld. De moeder is in 2008, 2009 en 2010 door hem mishandeld. Weliswaar zijn de door de moeder gedane aangiften deels geseponeerd, maar een sepot betekent niet dat de feiten niet hebben plaatsgevonden. De moeder is er geenszins van overtuigd dat de vader thans niet (meer) toegeeft aan zijn pedofiele neigingen. Tijdens de relatie van partijen liet de vader duidelijk een actieve seksuele belangstelling zien naar jonge jongetjes. Dat de vader ook een gevaar is voor de minderjarige blijkt uit incidenten die zich op 16 maart 2011 en 14 april 2011 hebben voorgedaan. De moeder heeft van deze incidenten aangifte gedaan.

Het is niet juist dat de moeder vanaf het begin van de relatie op de hoogte is geweest van het verleden van de vader. De vader heeft haar niet volledig geïnformeerd.

Het rapport van de raad is een onbruikbaar rapport omdat volledig wordt voorbijgegaan aan de problematiek van agressie en pedofilie en het risico daarvan voor de minderjarige. Een risicotaxatie is noodzakelijk. Het belang van de minderjarige vergt dat geen enkel risico wordt genomen. De raad heeft ook onvoldoende gekeken naar de opvoedkwaliteiten van de ouders en heeft in dit verband op geen enkele wijze het risico meegenomen dat de vader vormt voor de minderjarige. Een ouderschapsonderzoek is niet het geëigende middel voor een dergelijke risicotaxatie.

Ook overigens stelt de vader een aantal zaken onjuist voor. De moeder betwist onder meer dat zij nutteloze procedures heeft aangespannen. Als dat zo was, zouden de proceskosten niet zijn gecompenseerd.

Het is niet relevant dat de moeder niet de biologische moeder is. Zij is de juridische en sociale moeder van de minderjarige. Ook de leeftijd van de moeder is niet van belang.

Van belang is wel dat alleen de vader geen uitvoering heeft gegeven aan een rechterlijke uitspraak. De moeder heeft zich aan iedere uitspraak gehouden.

Gezag en verblijfplaats

Gezamenlijk gezag is volgens de moeder niet mogelijk, onwerkbaar en niet in het belang van de minderjarige. Partijen diskwalificeren elkaar als ouders en de verstandhouding tussen partijen is alleen maar verslechterd. De minderjarige komt klem te zitten bij gezamenlijk gezag. Bij het in stand houden van het gezamenlijk gezag is te verwachten dat de vader zich zal blijven opdringen en binnendringen in het gezinsleven van de moeder.

De vader vormt een gevaar voor de minderjarige. Daarom verzet de moeder zich tegen gezamenlijk gezag. Zij werkt het gezamenlijk gezag niet tegen om naar de Verenigde Staten te kunnen gaan. Dat bewijs van seksueel misbruik of kinderporno ontbreekt, wil niet zeggen dat de vader zich hieraan niet schuldig heeft gemaakt. Sepot wegens gewijzigde omstandigheden of wegens de beperkte kring waarbinnen het feit zich heeft voltrokken, betekent ook niet dat de mishandelingen niet zijn gepleegd.

De moeder betwist dat zij al twee jaar aan het frustreren en terroriseren is en dat zij elke afspraak over de minderjarige structureel tegenwerkt. Ook bestrijdt zij dat zij het contact met de vader blokkeert en dat de vader niet weet waar de minderjarige is als hij in de Verenigde Staten is. De vader daarentegen schroomt niet zonder enig voorafgaand overleg met de moeder afspraken van de moeder met de school van de minderjarige te wijzigen. De moeder wordt door de vader ook niet of niet zinvol voorzien van schoolinformatie. De vader wantrouwt informatie die de moeder geeft en acties die de moeder onderneemt. Hij gaat ervan uit dat de moeder hem bewust onjuist informeert. Feit is dat de moeder de vader nooit naar zijn tevredenheid zal kunnen informeren. Welke informatie de moeder de vader ook verstrekt, de vader zal twijfelen aan het waarheidsgehalte van de verstrekte informatie. Vaststaat dat de minderjarige klem of verloren is geraakt tussen partijen. De heftige conflicten en het wantrouwen tussen partijen maken minimaal dat de emotionele veiligheid van de minderjarige bij beide ouders in het geding is. Het belang van de minderjarige is het best gediend met eenhoofdig ouderlijk gezag. Het is de moeder die daarmee moet worden belast. De minderjarige is uiteindelijk het beste af bij de moeder.

Omgangsregeling

Een ‘week op/week af’- schema functioneert niet goed omdat de vader het schema bepaalt en omdat de minderjarige in dat schema veel onbegeleid contact met de vader heeft. De door de rechtbank vastgelegde zorgregeling schept duidelijkheid, rust en veiligheid voor de minderjarige. De moeder probeert niet het contact tussen de vader en de minderjarige te verbreken. Zij wil alleen dat het veilig plaatsvindt. Daarom is zij van mening dat de omgang onder begeleiding dient plaats te vinden.

Inschrijving op andere school

Het is een niet op de wet gegronde inbreuk op het eenhoofdig ouderlijk gezag van de moeder, wanneer zij toestemming van de vader nodig zou hebben voor inschrijving van de minderjarige op een andere school. De moeder heeft goede gronden om de voorkeur te geven aan een Engelstalige school. De minderjarige is een kind van een expatmoeder. Het gaat niet alleen om de taal maar ook om het functioneren in een multiculturele omgeving. Een internationale school is ook beter voor het sociale netwerk van de moeder en voor haar communicatie met de school. Dat laatste is ook in het belang van de minderjarige. Het is ook in het belang van de minderjarige dat hij naar een school gaat waar tweetalig onderwijs wordt geboden. Op Nederlandse scholen zal hij pas Engels leren als hij veel ouder is. De Britse school is dichtbij zowel de woning van de moeder als die van de vader gelegen. Zo nodig draagt de moeder de kosten van de Engelstalige school volledig zelf.

Proceskosten

De vader heeft geen rechtsgrond gesteld voor een proceskostenveroordeling die zo ver gaat als de vader wenst. Het staat niet vast dat hij de door hem opgevoerde kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. Een proceskostenveroordeling van de moeder is in ieder geval niet mogelijk ten aanzien van de procedures waarvan de rechtbank heeft bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt, te weten de kort-gedingvonnissen van 27 augustus 2010, 4 maart 2011 en 31 mei 2011 en de tussenbeschikking van 4 november 2010 voor zover betrekking hebbende op de voorlopige voorzieningen. De moeder ontkent dat de door haar aanhangig gemaakte procedures overbodig en/of nodeloos zijn voortgezet, onnodig ingewikkeld zijn gemaakt en/of dat haar houding onwaarachtig was. De moeder heeft de rechtbank ook niet voorgelogen.

Incidenteel hoger beroep

De moeder herhaalt dat slechts begeleid contact tussen de vader en de minderjarige behoort plaats te vinden. Er mag geen enkel risico worden genomen. Als wel onbegeleid contact wordt toegestaan, dient het risico zo klein mogelijk te zijn door een aanzienlijk groter deel van de zorg bij de moeder te leggen. De regeling die de moeder verzoekt is het meest in het belang van de minderjarige en biedt ruimte voor zowel de minderjarige als de moeder om contact te onderhouden met de Amerikaanse familie en de Amerikaanse cultuur.

Een dwangsom om te waarborgen dat de minderjarige uit de Verenigde Staten terugkomt is niet nodig. De moeder heeft daar geen aanleiding toe gegeven. De dwangsom is niet nodig om vluchten te voorkomen. De dwangsom is verder te hoog. Met een dwangsom van € 1.000,- per overtreding wordt hetzelfde bereikt.

Ook de vader dient een dwangsom te verbeuren als hij de minderjarige niet tijdig afgeeft aan de moeder.

Het afgeven van de minderjarige om 13.30 uur op de dag van terugkeer uit de Verenigde Staten is onnodig kostenverhogend en stressvol. Het gebruikelijke tijdstip van 17.30 uur is beter.

De moeder heeft bezwaar tegen het aan de vader verstrekken van informatie die vertrouwelijke gegevens onthult, zoals bevestigingen en ticketnummers die de vader de toegang geven tot de persoonlijke gegevens van de moeder.

Aan de vader dient geen toestemming te worden verleend voor inschrijving van de minderjarige op de Paradijsvogel te Ypenburg. Het belang van de minderjarige is beter gediend met een internationale school.

8. Jeugdzorg stelt zich op het standpunt dat het met de minderjarige, ondanks de voortdurende en hevige strijd tussen de ouders, goed gaat. Er is geen verschil in reactie bij de minderjarige te zien wanneer hij opgehaald/gebracht wordt door de vader of de moeder. Hij lijkt even loyaal te zijn naar beide ouders en reageert hetzelfde op beide ouders. Hij lijkt gewend te zijn aan de situatie. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen die duiden op kindfactoren bij de minderjarige. Het risico dat hij door de voortdurende strijd loopt is om in een loyaliteitsconflict te raken. Dit zal de komende tijd nauwlettend in de gaten gehouden worden. Jeugdzorg wenst geen advies te geven over het ouderlijk gezag en refereert zich aan het oordeel van het hof met betrekking tot de omgang. De beslissing van het hof over het eenhoofdig gezag zal de inhoud en koers bepalen die Jeugdzorg zal volgen met betrekking tot de verdere uitvoering van de ondertoezichtstelling van de minderjarige.

9. De raad heeft ter zitting verklaard dat het een trieste situatie is dat de ouders elkaar over en weer blijven beschuldigen. Ondanks de hevige strijd tussen de ouders ontwikkelt de minderjarige zich gelukkig goed. De raad neemt geen standpunt in over de geschilpunten en refereert zich aan het oordeel van het hof.

Het hof overweegt als volgt.

10. Ter zitting heeft de advocaat van de moeder bezwaar gemaakt tegen de lange spreektijd die aan de advocaat van de vader is toegestaan ter toelichting van het beroepschrift. Zij stelt zich benadeeld te voelen omdat zij voor haar eigen toelichting is uitgegaan van de gebruikelijke spreektijd van tien minuten. Het hof oordeelt daarover als volgt.

Uitgangspunt is dat partijen in de schriftelijke stukken hun standpunten naar voren brengen. De spreektijd ter zitting is slechts bedoeld om een mondelinge toelichting te geven en zo nodig nog te reageren op stukken waarop niet eerder kon worden gereageerd. Gelet op de omvang van de processtukken in deze zaak, ook aan de zijde van de moeder, gaat het hof ervan uit dat de moeder voldoende gelegenheid heeft gehad haar standpunt aan het hof kenbaar te maken. Het is het hof niet gebleken dat de moeder ter zitting niet alles naar voren heeft kunnen brengen wat zij nog ter kennis van het hof wilde brengen. Van een schending van het beginsel van equality of arms is dan ook naar het oordeel van het hof geen sprake, te meer niet nu de (advocaat van de) moeder in tweede termijn compensatie is geboden en zij desgevraagd door het hof te kennen heeft gegeven alles in voldoende mate naar voren te hebben kunnen brengen wat zij voor de te nemen beslissingen van belang acht. Onder deze omstandigheden gaat het hof voorbij aan het bezwaar van de zijde van de moeder.

Gezag

11. Krachtens het eerste lid van artikel 1:251a BW kan de rechter bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

12. Het hof oordeelt als volgt.

13. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het hof gebleken dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders. Hoewel het hof beide ouders op zich in staat acht om het gezamenlijk gezag uit te oefenen, is de strijd tussen hen al een aantal jaren dermate groot dat zij niet in staat zijn om hun onderlinge relatie als ouders van de minderjarige vorm te geven. Partijen stellen beiden in het belang van de minderjarige te handelen, doch beschuldigen elkaar over en weer en hebben geen enkel vertrouwen meer in elkaar als persoon en als ouder. Er is een voortdurende en zich intensiverende strijd tussen hen, ook over essentiële zaken die de minderjarige betreffen. Gelet op deze - inmiddels als bestendig te beschouwen - situatie is het hof - evenals partijen - van oordeel dat gezamenlijk gezag niet langer uitvoerbaar is. In het belang van de minderjarige acht het hof het noodzakelijk dat één van de ouders met het gezag wordt belast. Zowel de moeder als de vader wordt in staat geacht het gezag over de minderjarige alleen uit te oefenen. De vader staat naar het oordeel van het hof echter meer open voor de invulling van een gelijkwaardig ouderschap en de bevordering van de banden met de andere ouder. Hij wordt door het hof in staat geacht daaraan invulling te geven op een zodanige wijze dat de moeder een belangrijke rol in het leven van de minderjarige blijft vervullen. In de proceshouding van de moeder daarentegen ziet het hof belemmeringen om, bij eenhoofdig gezag van de moeder, de vader een rol van betekenis te laten behouden in het leven van de minderjarige. Bij de afwegingen heeft het hof betrokken dat de vader in het verleden is veroordeeld voor ontucht met minderjarigen, maar dit gegeven acht het hof van onvoldoende gewicht om daaraan thans nog een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Het hof heeft daarbij gelet op de openhartigheid van de vader met betrekking tot zijn verleden, de behandelingen die hij heeft ondergaan, het oordeel van zijn behandelaren en het rapport van de raad. Dat de vader een gevaar vormt voor de minderjarige, zoals de moeder heeft gesteld, kan het hof, gelet op de gemotiveerde betwisting door de vader en bezien in het licht van de uitgebrachte rapportages, niet als vaststaand aannemen. Het hof betrekt daarbij dat al zeer lange tijd sprake is van zeer ruime onbegeleide omgangsregeling van de vader met de minderjarige.

Niet gebleken is dat de verzorging en opvoeding van de minderjarige bij de vader niet in goede handen zou zijn.

Gelet op bovengenoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat het in het belang van de minderjarige noodzakelijk is dat alleen aan de vader met het gezag over de minderjarige wordt belast. Al hetgeen de moeder overigens heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel omdat het hof van doorslaggevende betekenis acht dat de vader beter dan de moeder in staat wordt geacht invulling te geven aan gelijkwaardig ouderschap.

14. Nu de vader met het eenhoofdig gezag zal worden belast komt het hof niet toe aan de beoordeling van zijn voorwaardelijke verzoek om een deskundigenonderzoek te gelasten.

Hoofdverblijfplaats

15. Nu aan de vader het eenhoofdig gezag zal worden toegekend, gaat het hof er van uit dat de minderjarige de hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben. Het is immers de ouder die met het gezag is of wordt belast, in dit geval de vader, om de (hoofd)verblijfplaats van de minderjarige te bepalen. Nu dit uit de wet voortvloeit behoeft hierover niet afzonderlijk te worden beslist.

Omgang

16. Vast staat dat de minderjarige met zowel de moeder als de vader een goede band heeft. Uit de rapportage van de raad van 4 juli 2011 blijkt dat beide ouders, ieder op hun eigen manier en in hun eigen situatie, in het leven van de minderjarige een belangrijke rol spelen als opvoedings- en hechtingspersoon. Het betreft in beide situaties een stabiele en veilige omgeving waar sprake is van veiligheid en duidelijkheid voor de minderjarige. In het licht hiervan acht het hof een omgangsregeling met als uitgangspunt, dat de minderjarige afwisselend een week bij de moeder en een week bij de vader zal verblijven (week-op/week-af schema), het meest in het belang van de minderjarige. Het hof neemt derhalve als uitgangspunt dat beide ouders voor de helft zorg zullen dragen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Indien het door het hof wenselijk geachte schema moet worden doorbroken door afwezigheid van een van de ouders wegens (met name) werkzaamheden in het buitenland, hetgeen zich bij beide ouders naar verwachting zal voordoen, is naar het oordeel van het hof de andere ouder de eerst aangewezene om de opvang van de minderjarige dan te verzorgen. De vader heeft een schema overgelegd, waarbij reeds rekening is gehouden met die omstandigheid. Het hof neemt dit schema voor 2012 tot uitgangspunt, ook omdat de moeder zich niet heeft uitgelaten over een omgangsregeling in de situatie waarin de vader met het eenhoofdig gezag wordt belast.

In hetgeen de moeder met betrekking tot de verdeling van de vakanties en de feestdagen heeft aangevoerd, ziet het hof onvoldoende aanleiding om af te wijken van een verdeling bij helfte. Uiteraard staat het de ouders vrij hierover incidenteel of structureel andere afspraken te maken. Gelet op de moeizame verstandhouding tussen de ouders zal het hof bepalen dat de ouders uiterlijk op 1 december van een jaar voor het volgende jaar een schema maken waarin wordt opgenomen wie, met inachtneming van een gelijke verdeling, wanneer voor de minderjarige zorgt, waarbij het ene jaar de moeder een voorstel doet voor de verdeling van de vakanties en het andere jaar de vader. De overdrachtsregeling zoals bepaald bij de beschikking van 4 november 2010 zal worden gehandhaafd.

Juridische kosten

17. Voor zover het verzoek van de vader met betrekking tot de door hem gemaakte juridische kosten betrekking heeft op andere procedures dan de onderhavige, kan dit niet worden aangemerkt als een verzoek tot een treffen van een nevenvoorziening in de zin van artikel 827 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, terwijl een andere grondslag voor een beslissing op dit verzoek in een verzoekschriftenprocedure als de onderhavige ontbreekt. De vader wordt derhalve in dit verzoek niet-ontvankelijk geacht.

Overige verzoeken

18. Nu de vader met het eenhoofdig gezag belast zal worden, is er naar het oordeel van het hof onvoldoende noodzaak om de moeder een dwangsom op te leggen ter waarborging van terugkeer van de minderjarige uit de Verenigde Staten van Amerika of tot tijdige afgifte van de minderjarige door?/aan de vader. Ook ziet het hof in die situatie geen aanleiding meer de moeder te verplichten tot het verstrekken van (ticket) informatie aan de vader en tot het bepalen van een tijdstip waarop de minderjarige dient te worden afgegeven aan de man bij terugkeer uit de Verenigde Staten van Amerika. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat dit soort maatregelen het normaliseren van de verhouding tussen de ouders in de weg staat. Van de ouders mag worden verwacht dat zij in het belang van de minderjarige de strijd staken en gaan werken aan een situatie waarin een zekere mate van vertrouwen tussen de ouders ontstaat.

19. De moeder heeft nog verzocht toestemming te verlenen om de minderjarige in te schrijven op de Britse school. Nu de vader met het eenhoofdig gezag zal worden belast, is het aan de vader om te beslissen over de schoolkeuze en is er geen wettelijke grond meer aanwezig voor een beslissing van de rechter op dit punt.

Proceskostenveroordeling

20. Het hof ziet geen reden om, zoals partijen over en weer hebben verzocht, de vader dan wel de moeder te veroordelen in de proceskosten van deze procedure en zal deze kosten compenseren, zoals gebruikelijk in dit soort procedures. In ieder geval kan van de onderhavige procedure niet gezegd worden dat deze nodeloos is gevoerd.

Conclusie

21. Het voorgaande leidt tot een vernietiging van de bestreden beschikking voor zover deze de beslissingen betreft met betrekking tot het gezag, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, de omgangsregeling, het tijdstip van afgifte van de minderjarige aan de man met dwangsom en de ticketinformatie met dwangsom. De beschikking zal voor het overige, voor zover in hoger beroep aan het oordeel van het hof onderworpen, worden bekrachtigd. Met betrekking tot het gezag en de omgangsregeling zullen nieuwe beslissingen worden genomen. De overige verzoeken van de vader en de moeder zullen worden afgewezen.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze betreft de beslissingen over het gezag, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, de omgangsregeling, het tijdstip van afgifte van de minderjarige aan de man met dwangsom en de ticketinformatie met dwangsom en, in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt dat het gezag over de minderjarige voortaan alleen aan de vader toekomt;

draagt de griffier van het hof op onverwijld van deze beslissing mededeling te doen aan de griffier van de rechtbank 's-Gravenhage;

bepaalt een omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige met de volgende uitgangspunten:

- de zorg voor de minderjarige wordt bij helfte verdeeld, in die zin dat wordt uitgegaan van een week op/week af schema en een verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte;

- voor 2012 wordt het door de vader opgestelde en aan het hof overgelegde schema aangehouden;

- voor volgende jaren zullen partijen uiterlijk op 1 december van elk jaar een schema opstellen, in de lijn van het schema voor 2012, waarbij het ene jaar de moeder en het andere jaar de vader een voorstel voor de verdeling van de vakanties doet;

- de overdrachtsregeling zoals bepaald door de rechtbank bij de beschikking van 4 november 2010 wordt gehandhaafd;

- indien een ouder wegens verblijf in het buitenland niet voor de minderjarige kan zorgen, neemt de andere ouder de zorg voor de minderjarige voor zijn of haar rekening;

wijst af het verzoek van de vader met betrekking tot het tijdstip waarop de minderjarige op de dag van terugkeer uit de Verenigde Staten van Amerika aan hem moet worden afgegeven, met de daarbij verzochte dwangsom;

wijst af het verzoek van de vader met betrekking tot de door de moeder te verstrekken ticketinformatie, met de daarbij verzochte dwangsom;

verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek alle juridische kosten aan hem te vergoeden als bedoeld in zijn petitum onder VII, voor zover dit verzoek betrekking heeft op andere procedures dan de onderhavige.

compenseert de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan 's hofs oordeel onderworpen voor het overige;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, Van Kempen en De Haan-Boerdijk, bijge¬staan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 april 2012.