Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW5074

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-04-2012
Datum publicatie
08-05-2012
Zaaknummer
22-000128-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan wederspannigheid en belediging van een ambtenaar in functie.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000128-12

Parketnummer: 10-741002-12

Datum uitspraak: 18 april 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 3 januari 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1990,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 4 april 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken, met aftrek van voorarrest, waarvan vier weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met een bijzondere voorwaarde zoals nader omschreven in het vonnis. Voorts is de vordering van de benadeelde partij toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 01 januari 2012 te Rotterdam toen de aldaar dienstdoende opsporingsambtena(a)r(en) van de politie Rotterdam-Rijnmond, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 267 Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het bureau van politie, gelegen aan het Doelwater, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig

- te rukken en/of trekken in een andere richting dan die waarin de opsporingsambtena(a)r(en) hem, verdachte, trachtte(n) te bewegen en/of

- zijn, verdachte's, spieren te spannen en/of

- (met kracht) een vinger van die [benadeelde partij 1] (naar buiten) te buigen,

tengevolge waarvan de opsporingsambtenaar [benadeelde partij 1] enig lichamelijk letsel ( een lichte zwelling van en/of een open wondje aan de rechter wijsvinger) bekwam;

2. hij op of omstreeks 01 januari 2012 te Rotterdam opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde partij 2], opsporingsambtenaar van de politie Rotterdam-Rijnmond, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "flikker, jij bent een kankerflikker, fuck you", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Verweer

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep zich op het standpunt gesteld dat, nu uit het dossier niet blijkt dat [benadeelde partij 2] zich naar aanleiding van de door de verdachte gedane uitlatingen in zijn eer en goede naam aangetast voelde, de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Het hof verwerpt dit verweer, nu de door de verdachte gedane uitlatingen de strekking hadden verbalisant [benadeelde partij 2] in zijn eer en goede naam aan te tasten en de woorden "je bent een kankerflikker, fuck you" op zichzelf genomen een beledigend karakter hebben. Het hof neemt voorts in overweging dat de verdachte de uitlatingen heeft gedaan terwijl hij [benadeelde partij 2] aankeek op de openbare weg in de aanwezigheid van omstanders, voor wie de uitlatingen duidelijk hoorbaar moeten zijn geweest. Daarbij komt dat [benadeelde partij 2] in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2012 heeft opgenomen dat hij samen met zijn collega besloot de verdachte aan te houden ter zake van belediging van een ambtenaar in functie, hetgeen genoemde aantasting impliceert.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op 01 januari 2012 te Rotterdam toen de aldaar dienstdoende opsporingsambtenaren van de politie Rotterdam-Rijnmond, [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 267 Wetboek van Strafrecht, op heterdaad ontdekt, hadden aangehouden en vastgegrepen, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig

- te rukken en/of trekken in een andere richting dan die waarin de opsporingsambtenaren hem, verdachte, trachtten te bewegen en

- zijn, verdachte's, spieren te spannen en

- (met kracht) een vinger van die [benadeelde partij 1] te buigen,

tengevolge waarvan de opsporingsambtenaar [benadeelde partij 1] enig lichamelijk letsel (een lichte zwelling van en een open wondje aan de rechter wijsvinger) bekwam;

2. hij op 01 januari 2012 te Rotterdam opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [benadeelde partij 2], opsporingsambtenaar van de politie Rotterdam-Rijnmond, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "flikker, jij bent een kankerflikker, fuck you".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan wederspannigheid en belediging van een ambtenaar in functie. De verdachte heeft daarmee blijk gegeven van gebrek aan respect voor het openbaar gezag, dat gezag ondermijnd en de politiemensen in hun taakuitoefening dwars gezeten. Dat rekent het hof de verdachte zwaar aan. Tevens brengen dergelijke feiten gevoelens van onbehagen in de samenleving teweeg. Voorts houdt het hof rekening met de omstandigheid dat de feiten zijn gepleegd ten overstaan van een menigte en gedurende de feestelijkheden rond oud en nieuw.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 maart 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 100,--.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 100,--.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist. Ter zitting in hoger beroep is namens de benadeelde partij aangevoerd dat de genezing van de vinger 2,5 week heeft geduurd en dat er een littekentje op de plaats van het schaafwondje is achtergebleven. De verdachte heeft dit niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij naar maatstaven van redelijkheid voldoende aannemelijk gemaakt dat tot een bedrag van € 50,-- immateriële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen.

Het hof is van oordeel dat de benadeelde partij naar maatstaven van redelijkheid niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt voor het overige immateriële schade te hebben geleden. De vordering zal derhalve voor dat deel worden afgewezen.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 50,-- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 181, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich op 31 december 2012 te 23:30 uur tot

1 januari 2013 te 01:00 uur te melden bij het politiebureau aan de Slotlaan te Capelle aan den IJssel.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] terzake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 50,00 (vijftig euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 50,00 (vijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Mos-Verstraten,

mr. G. Dulek-Schermers en mr. J.M. van de Poll, in bijzijn van de griffier mr. J.J. Prins.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 april 2012.

Mr. J.M. van de Poll is buiten staat dit arrest te ondertekenen.