Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW3474

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-03-2012
Datum publicatie
20-04-2012
Zaaknummer
22-004028-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1282, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met twee minderjarige jongens. Eén van de slachtoffers logeerde bij de verdachte, die fungeerde als gastouder tijdens voor de aangever belangrijke tenniswedstrijden. Naast het plegen van deze ontucht heeft de verdachte ook kinderpornografische foto’s van dit slachtoffer gemaakt en bewaard, waarbij de verdachte aangaf welke poses door het slachtoffer moesten worden aangenomen.

Daarnaast heeft de verdachte een groot aantal kinder-pornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Verder bepaalt het Hof dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De vordering tot schadevergoeding van benadeelde partijen wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-004028-10

Parketnummers: 09-758555-09 en 09-655191-10

Datum uitspraak: 26 maart 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 juli 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1947,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 20 januari 2011 en 12 maart 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09-758555-09 van het onder 1, 3, eerste alternatief/cumulatief, 5, eerste alternatief/cumulatief, en ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09-655191-10 van het onder 1 ten laste gelegde vrijgesproken en ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09-655191-10 van het onder 2, 3, tweede alternatief/cumulatief, 4, 5, tweede alternatief/cumula-tief, 6 en de dagvaarding met parketnummer 09-655191-10 onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevange-nisstraf voor de duur van vierentwintig maanden met aftrek van voorarrest waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met een bijzondere voorwaarde als vermeld in het vonnis. Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en zijn schadevergoedingsmaatregelen opgelegd als vermeld in het vonnis. Tenslotte is beslist omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen als vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken van het bij dagvaarding met parketnummer 09-758555-09 onder 1 ten laste gelegde en van het bij dagvaarding met parketnummer 09-655191-10 onder 1 ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen met parketnummers

09-758555-09 en 09-655191-10, zoals op de terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd. Het hof heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen - voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen - van een doorlopende nummering voorzien. Het zal die nummering in dit arrest aanhouden. Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

feit 2:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 11 november 2007 te Rijswijk, althans in Nederland met [slachtoffer] (geboren op [geboortejaar] 1991), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd en/of die [slachtoffer] tot het plegen of dulden van (een) zodanige handeling(en) buiten echt met een derde heeft verleid, bestaande die ontuchtige handeling(en) (telkens) uit

- het masseren van het (naakte) lichaam van die [slachtoffer] en/of

- het zich, verdachte, laten masseren van zijn lichaam en/of zijn penis door die [slachtoffer] en/of

- het aftrekken van die [slachtoffer] en/of

- het zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en/of

- het pijpen van die [slachtoffer] en/of

- (een) seksueel geladen en/of prikkelend(e) chatge-sprekken te voeren, waardoor (vervolgens) verdachte en die [slachtoffer] elkaar seksueel hebben opgewonden en/of waardoor die [slachtoffer] zich op verzoek van hem, verdachte, heeft uitgekleed en/of waardoor die [slachtoffer] zich (vervolgens) middels een webcamera naakt en/of seksueel opgewonden heeft getoond aan hem, verdachte, en/of die [slachtoffer] zichzelf (vervolgens) heeft afgetrokken;

feit 3:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 november 2007 tot en met 26 augustus 2009 te Rijswijk en/of te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, althans in Nederland en/of te Halle (Duitsland), althans in Duitsland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte een of meerdere ma(a)l(en):

- zijn penis in de anus van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer] (anaal) gepenetreerd en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht/gestopt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- een vertrouwensband/afhankelijkheidsrelatie had opgebouwd met die [slachtoffer], onder ander door hem veelvuldig sms-berichten en/of msn berichten toe te sturen en/of (daarbij) (onder andere) tegen die [slachtoffer] te zeggen "ik mis je" en/of "ik verlang naar je" en/of door die [slachtoffer] duidelijk te maken dat hij altijd bij hem terecht kon en/of door die [slachtoffer] te helpen met schoolwerk en/of die [slachtoffer] mee te nemen naar (een) hotel(s) en/of (een) etentje(s) waarbij hij, verdachte alles betaalde en/of

- met zijn, verdachtes, lichamelijke en/of geestelijke overmacht die [slachtoffer] heeft overrompeld door die [slachtoffer] in een bad plotseling en/of onverhoeds te betasten op zijn naakte lichaam en/of in de schaamstreek en/of door de hand van die [slachtoffer] te leiden naar zijn, verdachtes, geslachtsdeel en/of

- (daarbij) heeft gezegd dat ze dit maar onder ons moesten houden en/of

- met zijn psychisch overwicht dat hij, verdachte (als vertrouwenspersoon en/of door het grote leeftijds-verschil) op die [slachtoffer] had verworven, die [slachtoffer] heeft bewogen tot het aangaan en/of onderhouden van contacten met die [slachtoffer],

zodat die [slachtoffer] niet in staat was zijn vrije wil hieromtrent te bepalen en/of dientengevolge hierdoor niet bij machte was om hieraan weerstand te bieden;

en/of

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 november 2007 tot en met 26 augustus 2009 te Rijswijk en/of te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, althans in Nederland, en/of te Halle, althans in Duitsland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op 12 november 1991, immers heeft hij (telkens)

- het lichaam van die [slachtoffer] gemasseerd en/of

- zijn, verdachtes, lichaam en/of zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten masseren en/of

- die [slachtoffer] afgetrokken en/of

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer] gepijpt en/of

- zijn penis tegen en/of in de anus van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht (tongzoenen)

- (een) seksueel geladen en/of prikkelend(e) chatgesprek(ken) gevoerd, waardoor (vervolgens) verdachte en die [slachtoffer] elkaar seksueel hebben opgewonden en/of (vervolgens) die [slachtoffer] zich op verzoek van hem, verdachte, heeft afgetrokken;

feit 4:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 26 augustus 2009 te Rijswijk en/of te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, in elk geval in Nederland, en/of te Halle, althans in Duitsland, één of meermalen een of meer afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s), te weten een of meer computer(s) en/of (een) diskette(s) en/of (een) harddisk(s) en/of (een) cd-rom(s) en/of dvd(s) en/of mobiele telefoon (s), (telkens) heeft vervaardigd en/of in het bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer) het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en), te weten [slachtoffer] (geboren

[geboortejaar] 1991), die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer [bestandsnaam 1], en/of [bestandsnaam 2] en/of [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] en/of [bestandsnaam 5] en/of [bestandsnaam 6] en/of [bestandsnaam 7]en/of [bestandsnaam 8] en/of [bestandsnaam 9] en/of [bestandsnaam 10] en/of [bestandsnaam 11] en/of [bestandsnaam 12] en/of [bestandsnaam 13] en/of [bestandsnaam 14] en/of [bestandsnaam 15] en/of [bestandsnaam 16] en/of [bestandsnaam 17] en/of [bestandsnaam 18]);

feit 5:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 februari 2009 tot en met 04 oktober 2009 te Rijswijk en/of te Ermelo, althans in Nederland en/of te Mechernich-Kommern, althans in Duitsland ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijk-he(i)d(en), te weten

- het fysieke en/of geestelijke overwicht van verdachte op die [slachtoffer 2] en/of

- het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 2] en/of

- het aangaan van een vertrouwensrelatie met die [slachtoffer 2] (vaderfiguur) en/of

- het betalen van hotelovernachtingen en/of diners

[slachtoffer 2] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] een of meerdere ma(a)l(en) zijn tong in de mond van die [slachtoffer 2] te brengen/te stoppen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 februari 2009 tot en met 04 oktober 2009 te Rijswijk en/of te Ermelo, althans in Nederland en/of te Mechernich-Kommern, althans in Duitsland ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1992, immers heeft hij

- een of meer zoen(en) op de mond van die [slachtoffer 2] gegeven en/of

- het lichaam van die [slachtoffer 2] gemasseerd en/of

- met zijn, verdachtes, hand de penis en/of schaamstreek van die [slachtoffer 2] gestreeld/betast;

feit 6:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2002 tot en met 04 oktober 2009 te Rijswijk, in elk geval in Nederland, en/of te Duitsland, één of meermalen een groot aantal (in ieder geval 1240 multimediabestanden en/of 16 tijdschriften en/of 274 A-4 afdrukken en/of 7 videobanden of daaromtrent) afbeelding(en) (foto's en/of films) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten één of meer computer(s) en/of harddisk(s) en/of tijdschrift(en) en/of videoband(en) en/of us-stick(s) en/of een mobiele telefoon en/of DVD(s) (telkens) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldinge(n) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- een naakte blanke jongen die de billen en penis van een andere blanke jongen vasthoudt en aan de scrotum van die staande naakte jongen likt ([bestandsnaam 18]) en/of

- een naakte blanke jongen die op een stoel zit en met zijn rechterhand zijn stijve penis omvat ([bestandsnaam 19]) en/of

- een naakte blanke jongen die de penis van een ander blanke jongen vasthoudt tussen duim en wijsvinger en die de eikel likt ([bestandsnaam 20]) en/of

- een naakte blanke jongen die op bed ligt en met zijn rechterhand zijn stijve penis vasthoudt ([bestandsnaam 21]) en/of

- een naakte jongen die in een bad met water ligt en met zijn rechterhand zijn stijve penis vasthoudt ([bestandsnaam 22]) en/of

- twee blanke jongens trekken zich af en/of pijpen elkaar en/of (vervolgens) penetreert de ene jongen de andere jongen anaal (Video: [bestandsnaam 23) en/of

- jongens met een stijve penis en/of waarbij anaal een dildo wordt ingebracht (Tijdschrift: [bestandsnaam 24]) en/of

- een blanke jongen zit op bed en heeft zijn benen gespreid en een stijve penis ([bestandsnaam 25]) en/of

- een blanke jongen met een stijve penis en een andere blanke jongen heeft de penis van de eerstgenoemde jongen in zijn mond ([bestandsnaam 26])

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

feit 7:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1997 tot en met 31 juli 1998 te Rijswijk en/of 's Gravenhage, althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 3], geboren op [geboortejaar] 1980, immers heeft hij

- de penis en/of het scrotum van die [slachtoffer 3] betast en/of gemasseerd en/of

- die [slachtoffer 3] afgetrokken en/of

- die [slachtoffer 3] gepijpt.

De geldigheid van de dagvaarding

Ambtshalve komt het hof tot het partieel nietig verklaren van de dagvaarding met betrekking tot hetgeen is ten laste gelegd onder 6. Dat feit is in zoverre onvoldoende feitelijk ten laste gelegd - en dus niet opgesteld overeenkomstig artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering - dat niet voldoende kan komen vast te staan voor welke kinderpornografische afbeeldingen de verdachte zich nu precies moet verantwoorden. Het hof zal de tenlastelegging onder feit 6 op onderdelen nietig verklaren. De nietig verklaarde onderdelen zijn hieronder doorgehaald; alleen in zoverre is de dagvaarding dus nietig, voor het overige zal het hof recht doen op het resterend deel van de tenlastelegging onder punt 6.

feit 6:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2002 tot en met 04 oktober 2009 te Rijswijk, in elk geval in Nederland, en/of te Duitsland, één of meermalen een groot aantal afbeelding(en) (foto's en/of films) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten één of meer computer(s) en/of harddisk(s) en/of tijdschrift(en) en/of videoband(en) en/of us-stick(s) en/of een mobiele telefoon en/of DVD(s) (telkens) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldinge(n) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- een naakte blanke jongen die de billen en penis van een andere blanke jongen vasthoudt en aan de scrotum van die staande naakte jongen likt ([bestandsnaam 18]) en/of

- een naakte blanke jongen die op een stoel zit en met zijn rechterhand zijn stijve penis omvat ([bestandsnaam 19]) en/of

- een naakte blanke jongen die de penis van een ander blanke jongen vasthoudt tussen duim en wijsvinger en die de eikel likt ([bestandsnaam 20]) en/of

- een naakte blanke jongen die op bed ligt en met zijn rechterhand zijn stijve penis vasthoudt ([bestandsnaam 21]) en/of

- een naakte jongen die in een bad met water ligt en met zijn rechterhand zijn stijve penis vasthoudt ([bestandsnaam 22]) en/of

- twee blanke jongens trekken zich af en/of pijpen elkaar en/of (vervolgens) penetreert de ene jongen de andere jongen anaal (Video: [bestandsnaam 23) en/of

- jongens met een stijve penis en/of waarbij anaal een dildo wordt ingebracht (Tijdschrift: [bestandsnaam 24]) en/of

- een blanke jongen zit op bed en heeft zijn benen gespreid en een stijve penis ([bestandsnaam 25]) en/of

- een blanke jongen met een stijve penis en een andere blanke jongen heeft de penis van de eerstgenoemde jongen in zijn mond ([bestandsnaam 26])

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in vervolging

De verdediging heeft zich op gronden als in de pleitnota verwoord en ter terechtzitting betoogd - kort samengevat en zakelijk weergegeven - op het standpunt gesteld, dat de wijze waarop het openbaar ministerie details omtrent de identiteit van haar cliënt en vermeende betrokkenheid in het publieke domein heeft gebracht, zodanig is dat er sprake is van schending van het recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in de artikelen 6 en 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en het openbaar ministerie dientengevolge niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard in de vervolging.

Het hof overweegt het volgende.

Met de rechtbank stelt het hof vast dat het betoog van de raadsvrouw eraan voorbij ziet dat niet het openbaar ministerie, maar de rechtbank heeft besloten in een eerder stadium van het onderzoek de dagvaarding in niet geanonimiseerde vorm ter inzage voor de pers te leggen. Reeds om die reden kan dit niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie leiden.

Bovendien is het landelijke beleid van de rechtbanken dat de dagvaardingen waarmee rechtszaken bij het gerecht worden aangebracht, omwille van de voorbereiding van de pers tijdig voor de zitting aan de pers ter inzage worden gelegd. Met het oog op de openbaarheid als fundamenteel rechtsbeginsel worden deze dagvaardingen in beginsel niet geanonimiseerd en wordt het aan de pers overgelaten om prudent om te gaan met de verstrekte informatie (vergelijk hiervoor de Persrichtlijn uit 2008 (p. 6 onder punt 2.4.)). Overigens is geen (extra) ruchtbaarheid aan de zaak gegeven.

Uit het dossier blijkt voorts dat de correspondentie van de verdachte aan zijn toenmalige raadsman die bij doorzoeking van zijn cel is aangetroffen, niet in het onderzoek van de onderhavige strafzaak is betrokken en derhalve ook niet is toegevoegd aan het dossier. Ook op dit punt heeft het openbaar ministerie niets aan enige openbaarheid prijsgegeven.

Het hof is van oordeel dat bij een dergelijke gang van zaken geen sprake is van een inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3, eerste alternatief/cumulatief, en 5, eerste alternatief/cumulatief, is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan -overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal- behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde is het hof op basis van het dossier en het verhandelde ter terecht-zitting in hoger beroep van oordeel -anders dan de advocaat-generaal- dat in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is, gelet op de ontken-nende verklaring van de verdachte en de niet geheel consistente verklaringen van de aangever over gebeurtenissen, die zich meer dan tien jaar geleden zouden hebben afgespeeld, om ter zake van het ten laste gelegde tot een bewezenverklaring te komen.

De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het onder 7 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, tweede alternatief/cumulatief, 4, 5, tweede alternatief/cumulatief, en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 2:

hij op tijdstippen in de periode van 01 januari 2005 tot en met 11 november 2007 te Rijswijk met [slachtoffer] (geboren op [geboortejaar] 1991), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande die ontuchtige handelingen telkens uit

- het masseren van het lichaam van die [slachtoffer] en

- het aftrekken van die [slachtoffer]

feit 3:

hij op tijdstippen in de periode van 12 november 2007 tot en met 26 augustus 2009 te Rijswijk en te Hoogezand, gemeente Hoogezand-Sappemeer, en te Halle, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortejaar] 1991, immers heeft hij

- het lichaam van die [slachtoffer] gemasseerd en/of

- zijn, verdachtes, lichaam en/of zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] laten masseren en/of

- die [slachtoffer] afgetrokken en/of

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer] gepijpt en/of

- zijn penis tegen en/of in de anus van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht (tongzoenen);

feit 4:

hij op tijdstippen in de periode van 01 januari 2005 tot en met 26 augustus 2009 te Rijswijk en te Hoogezand en te Halle afbeeldingen heeft vervaardigd en in het bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortejaar] 1991), die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden ([bestandsnaam 1], en [bestandsnaam 2] en [bestandsnaam 3] en [bestandsnaam 4] en [bestandsnaam 5] en [bestandsnaam 6] en [bestandsnaam 7]en [bestandsnaam 8] en [bestandsnaam 9] en [bestandsnaam 10] en [bestandsnaam 11] en [bestandsnaam 12] en [bestandsnaam 13] en [bestandsnaam 14] en [bestandsnaam 15] en [bestandsnaam 16] en [bestandsnaam 17] en [bestandsnaam 18]);

feit 5:

hij op tijdstippen in de periode van 01 februari 2009 tot en met 04 oktober 2009 te Rijswijk en te Ermelo en te Mechernich-Kommern, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1992, immers heeft hij

- zoenen op de mond van die [slachtoffer 2] gegeven en/of

- het lichaam van die [slachtoffer 2] gemasseerd en/of

- met zijn, verdachtes, hand de penis en/of schaamstreek van die [slachtoffer 2] gestreeld/betast;

feit 6:

hij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2002 tot en met 04 oktober 2009 te Rijswijk, een groot aantal afbeeldingen (foto's en films) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedraging(en) zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit :

- een naakte blanke jongen die de billen en penis van een andere blanke jongen vasthoudt en aan de scrotum van die staande naakte jongen likt ([bestandsnaam 18]) en

- een naakte blanke jongen die op een stoel zit en met zijn rechterhand zijn stijve penis omvat ([bestandsnaam 19]) en

- een naakte blanke jongen die de penis van een ander blanke jongen vasthoudt tussen duim en wijsvinger en die de eikel likt ([bestandsnaam 20]) en

- een naakte blanke jongen die op bed ligt en met zijn rechterhand zijn stijve penis vasthoudt ([bestandsnaam 21]) en

- een naakte jongen die in een bad met water ligt en met zijn rechterhand zijn stijve penis vasthoudt ([bestandsnaam 22]) en

- twee blanke jongens trekken zich af en pijpen elkaar en (vervolgens) penetreert de ene jongen de andere jongen anaal (Video: [bestandsnaam 23) en

- jongens met een stijve penis en waarbij anaal een dildo wordt ingebracht (Tijdschrift: [bestandsnaam 24]) en

- een blanke jongen zit op bed en heeft zijn benen gespreid en een stijve penis ([bestandsnaam 25]) en

- een blanke jongen met een stijve penis en een andere blanke jongen heeft de penis van de eerstgenoemde jongen in zijn mond ([bestandsnaam 26])

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat haar cliënt dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten, een en ander zoals nader toegelicht in de door haar ter terechtzitting overgelegde pleitnotities.

Het hof overweegt hieromtrent op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep als volgt.

Feit 2, ontucht met minderjarige beneden de 16 jaar

Het hof acht evenals de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ontucht heeft gepleegd met de aangever voordat hij de leeftijd van 16 jaar had bereikt. Hetgeen de aangever heeft verklaard over de eerste keer dat er seksuele handelingen tussen hem en de verdachte plaatsvonden, wordt bevestigd door de verdachte, met dien verstande dat de verdachte het voorval een jaar later, na aangevers zestiende verjaardag, plaatst.

De verdachte is gedurende het gehele onderzoek naar de strafzaak summier en vaag geweest in het geven van verklaringen over de seksuele handelingen die tussen hem en de aangever hebben plaatsgevonden en heeft over veel gebeurtenissen niet willen verklaren of daar pas over verklaard nadat bepaalde bevindingen aan hem werden voorgehouden.

De aangever is daarentegen consistent in zijn verklaring dat het eerste seksuele contact met de verdachte voor zijn zestiende verjaardag plaatsvond en het hof ziet geen aanleiding om aan de verklaring van de aangever hierover te twijfelen. Daarbij wordt de aangifte op dit punt ondersteund door het feit dat er door de verdachte gemaakte foto's zijn aangetroffen van [slachtoffer] in de jacuzzi (gedateerd augustus 2006) en [slachtoffer] op het bed van de verdachte (gedateerd 14 oktober 2007). Ook het msn-contact tussen de verdachte en de aangever dat plaatsvond op 23 oktober 2007 (aangever is dan vijftien jaar oud) waarin de verdachte onder meer aangeeft aangever te missen, en dat hij het top vond met aangever vorig weekend en de hoop uitspreekt weer het rijk alleen te hebben, ondersteunen de verklaring van de aangever ter zake het moment van de eerste seksuele handelingen.

Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Het hof zal de verdachte vrijspreken van de onder feit 2 opgenomen onderdelen in de tenlastelegging die zien op seksuele handelingen die door de aangever bij de verdachte zouden zijn gepleegd en op het voeren van seksueel geladen chatgesprekken. De aangever heeft verklaard dat het aftrekken van de verdachte door hem op zijn vijftiende of op zijn zestiende voor het eerst heeft plaatsgevonden. Over de chatgesprekken tussen hem en de verdachte heeft de aangever verklaard dat hij vijftien jaar was toen deze gesprekken seksueel geladen werden. Het onderzoek naar de msn-contacten tussen de aangever en de verdachte laat zien dat er al gesprekken zijn gevoerd toen de aangever vijftien jaar was, maar dat hij al zestien jaar was toen deze seksueel geladen werden. Er is dan ook onvoldoende wettig bewijs voorhanden voor het oordeel dat voormelde onderdelen in de ten laste gelegde periode door de verdachte zijn gepleegd.

Feit 3, tweede alternatief/cumulatief; ontucht met minderjarige na het 16e, maar voor het 18e jaar

Het hof acht evenals de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met de aangever ontucht heeft gepleegd, terwijl de aangever minderjarig was.

De verdachte heeft de verklaringen van de aangever over de seksuele handelingen tussen hen na zijn zestiende, maar voor zijn achttiende jaar, bevestigd, met uitzon-dering van het anaal penetreren van de aangever.

Het hof acht ook wettig en overtuigend bewezen dat laatstgenoemde handeling gelet op verklaring van de aangever heeft plaatsgevonden.

Anders dan de raadsvrouw van de verdachte heeft betoogd, was de aangever indertijd ook aan de zorg van de verdachte toevertrouwd. Onder degene aan wiens zorg de minderjarige is toevertrouwd in de zin van artikel 249, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, valt ook diegene aan wie de feitelijke zorgplicht tijdelijk of gedeeltelijk is overgedragen. Of die situatie zich voordoet, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Uit de verklaringen van de aangever blijkt dat de aangever in de ten laste gelegde periode een aantal malen door zijn ouders aan de verdachte, in diens hoedanigheid van gastouder dan wel voormalig gastouder in het kader van sportevenementen, was toevertrouwd. Dit geldt zowel voor de momenten dat de seksuele handelingen tussen de aangever en de verdachte bij de verdachte thuis plaatsvonden, als voor het weekend dat hij met de verdachte naar Duitsland is geweest waarbij aangever tegen zijn ouders had gezegd dat hij bij verdachte thuis sliep en niets over het verblijf in het hotel had gezegd.

Het hof is van oordeel dat onder die omstandigheden de aangever aan de zorg van de verdachte was toevertrouwd in de zin van voormeld artikel.

Er kan ook sprake kan zijn van 'aan zijn zorg toevertrouwd zijn' als bedoeld in artikel 249, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als de minderjarige uit eigen beweging zich tot een ander tot wie hij al in een dergelijke zorgrelatie staat, wendt zonder tussenkomst van een ander (bijvoorbeeld een ouder) die de minderjarige onder zijn of haar hoede heeft.

Of die situatie zich voordoet, is mede afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Een rol speelt hier het gegeven dat de verdachte veel ouder is dan de minderjarige, dat de minderjarige gedurende enkele jaren bij de verdachte logeerde tijdens tennistoernooien, maar ook daar tussendoor, en dan dus feitelijk aan de zorg van de verdachte was toevertrouwd. Voorts blijkt dat de verdachte een bepaalde mate van overwicht op aangever had, ook door zijn positie in de tenniswereld en dat aangever erg tegen de verdachte opkeek vanwege zijn rijkdom, status en positie. Gebleken is dat aangever op verzoek van de verdachte vrijwillig en zonder medeweten van zijn ouders de verdachte in het hotel in Hoogezand ontmoette (waar seksuele handelingen tussen hen hebben plaatsgevonden). Maar daarmee is de verhouding van het 'aan de zorg toevertrouwd zijn' van aangever aan de verdachte niet verbroken.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3, tweede alternatief/cumulatief, ten laste gelegde feit heeft begaan

Het hof zal de verdachte vrijspreken van het onder feit 3, tweede alternatief/cumulatief, opgenomen onderdeel in de tenlastelegging dat ziet op het voeren van seksueel geladen chatgesprekken. Op grond van vorenstaande verklaringen en bevindingen is het hof er weliswaar van overtuigd dat die gesprekken tussen aangever en verdachte hebben plaatsgevonden, maar omdat de aangever zich ten tijde van die gesprekken thuis bevond en niet in de directe aanwezigheid van verdachte is het hof van oordeel dat de aangever op die momenten niet aan de zorg van verdachte was toevertrouwd.

Feit 4, vervaardigen en bezit van kinderpornografische afbeeldingen

Voorts acht het hof evenals de rechtbank op grond van voormelde verklaringen en bevindingen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte kinderpornografische afbeeldingen van aangever heeft vervaardigd en aldus het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan. De verdachte heeft bekend dat hij erotische foto's van de aangever heeft gemaakt en 17 van die afbeeldingen zijn door een daartoe opgeleide verbalisant aangemerkt als kinderpornografisch.

Er is in casu sprake is van een onnatuurlijke pose waarbij de geslachtsdelen van aangever op meerdere afbeeldingen nadrukkelijk in beeld zijn gebracht. Het op deze wijze afbeeldingen maken van minderjarigen is strafbaar. Uit de beschrijving van de op de ten laste gelegde afbeelding [bestandsnaam] blijkt naar het oordeel van het hof evenwel niet van een seksuele gedraging, nu aangever op die afbeelding met zijn onderlichaam onder een dekbed ligt. Nu deze afbeelding niet als kinderpor-nografisch kan worden aangemerkt, zal het hof de verdachte van dit onderdeel vrijspreken.

Feit 5, tweede alternatief/cumulatief; ontucht met minderjarige na het 16e, maar voor het 18e jaar

Het hof acht evenals de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met de aangever ontucht heeft gepleegd.

De verdachte ontkent weliswaar dat hij de ontuchtige handelingen zoals ten laste gelegd bij de aangever heeft gepleegd en bagatelliseert zijn handelen voor het overige, maar het hof ziet geen aanleiding om aan de (consistente) verklaringen van de aangever hierover te twijfelen en acht die verklaring derhalve betrouwbaar. Bovendien wordt de aangifte ondersteund door de verklaringen van de verdachte dat hij aangever zoentjes heeft gegeven op zijn mond en overal op zijn gezicht, dat hij misschien een beetje gek op aangever is geweest en dat hij zich iets te veel aan aangever heeft opgedrongen, en voorts ook door het feit dat de aangever e-mails over het handelen van de verdachte aan de verdachte heeft verzonden in juni en oktober 2010, waaruit duidelijk blijkt dat de aangever prijs stelt op het contact met de verdachte, maar dat hij afwijzend is ten opzichte van diens seksueel geladen handelen.

Ook dit minderjarig slachtoffer was aan de zorg van de verdachte toevertrouwd. De veel oudere verdachte fungeerde als een soort sportief begeleider en als een soort vaderfiguur voor de aangever, en zijn moeder vertrouwde haar zoon aan hem toe in die hoedanigheid.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5, tweede alternatief/cumulatief ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 6, bezit kinderporno

Bij de verdachte op kantoor zijn in een afgesloten kast - waarvan alleen hij de sleutel had - de in de ten lastelegging genoemde kinderpornografische afbeeldingen gevonden. Verdachte wist dat hij het al lange tijd in zijn bezit had, en heeft naar eigen zeggen zelfs een video en een briefje van een toenmalig slachtoffer 'als waarschuwing' bewaard. Gelet op de aantallen en hetgeen de verdachte erover heeft verklaard, heeft de verdachte er een gewoonte van gemaakt kinderpornografisch materiaal te bezitten.

Het feit is bewezen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2, 3, tweede alternatief/cumulatief, 4,

5, tweede alternatief/cumulatief, en 6 bewezen verklaarde levert op:

2: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

3, tweede alternatief/cumulatief: ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

4: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

5, tweede alternatief/cumulatief: ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

6: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 2, 3 tweede alternatief/cumu-latief, 4, 5 tweede alternatief/cumulatief, 6 en 7 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden met aftrek van voorarrest waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen zullen worden toegewezen overeen-komstig het vonnis van de rechtbank. Tenslotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen dient te worden beslist overeenkomstig het vonnis van de rechtbank.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met twee minderjarige jongens. Eén van de slachtoffers logeerde bij de verdachte, die fungeerde als gastouder tijdens voor de aangever belangrijke tenniswedstrijden. Naast het plegen van deze ontucht heeft de verdachte ook kinderpornografische foto's van dit slachtoffer gemaakt en bewaard, waarbij de verdachte aangaf welke poses door het slachtoffer moesten worden aangenomen. Het andere slachtoffer heeft de verdachte eveneens via de tennissport leren kennen. Beide jongens verkeerden in een kwetsbare positie omdat zij jong waren en zij beiden enigszins kwetsbaar waren door omstandigheden in het eigen gezin. De verdachte wist dat heel goed en heeft desalniettemin het vertrouwen van deze jongens gewonnen, daarbij zijn positie in de tenniswereld en zijn status meer in het algemeen misbruikend om overwicht op de jongens te doen gelden. Hij heeft zich daarbij voorgedaan als een juist bij uitstek betrouwbare 'rots in de branding', een vaderfiguur die hulp en steun kon bieden bij moeilijkheden. Juist het gegeven dat hij de jongens ook hielp en bijstond heeft voor hen bijgedragen aan hun verwarring en verdriet over de bewezen verklaarde feiten.

Door aldus te handelen is de verdachte uitsluitend gericht geweest op bevrediging van zijn eigen lusten en heeft hij geen enkel respect gehad voor de lichamelijke en geestelijke integriteit van deze twee jonge jongens.

Dit geldt te meer nu hij in het verleden van meer kanten een duidelijke waarschuwing heeft gehad en deze in de wind heeft geslagen.

Evenmin heeft de verdachte oog gehad voor de schadelijke gevolgen van zijn handelingen voor de slachtoffers, daar het een feit van algemene bekendheid is dat slachtoffers van dit soort zedendelicten vaak nog lang ernstige psychische gevolgen ondervinden van hetgeen hen is overkomen.

De verdachte heeft aldus op een grove en berekende manier misbruik gemaakt van het vertrouwen, dat niet alleen door de slachtoffers, maar ook door hun families, in hem werd gesteld.

Daarnaast heeft de verdachte een groot aantal kinder-pornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad.

Omdat kinderpornografie veelal een achtergrond kent van uitbuiting en misbruik van kinderen moet niet alleen de productie en de handel ervan, maar ook het bezit met kracht worden bestreden. De vraag naar en het bezit van kinderpornografie draagt immers bij aan de productie ervan en daarmee aan het misbruik van kinderen. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die slachtoffer zijn van kinderporno daarvan nog (heel) lang schade kunnen ondervinden

Het hof heeft acht geslagen op het onderzoek naar de persoonlijkheid van de verdachte, verricht door de vast gerechtelijke deskundige prof.dr. R. Bullens, d.d. 30 december 2009, waarin deze concludeert dat de verdachte voor zover hij de ten laste gelegde feiten erkent vanuit gedragswetenschappelijke optiek als volledig toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd.

De deskundige verklaart dat uit het onderzoek naar voren komt dat de verdachte duidelijk een interesse heeft in jongens in de leeftijd 14/15 tot en met 17 jaar.

De verdachte heeft weloverwogen voor een 'dubbelleven' gekozen. De deskundige adviseert de rechter aan de verdachte, indien hij schuldig wordt bevonden, een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij verplicht reclasseringstoezicht en het volgen van een behandeling in een ambulant kader.

Dit laatste om de verdachte meer inzicht te laten verwerven in zijn seksuele oriëntatie en de wijze waarin hij grenzen aan zijn gedrag kan stellen.

Het hof acht deze conclusies van de deskundige inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd.

Tevens heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsadvies, d.d. 9 december 2009, opgemaakt door reclasseringswerker L. Verhoeff. Ook de reclassering adviseert om de verdachte, indien hij schuldig wordt bevonden, een (gedeeltelijke) voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij reclasseringstoezicht en een behandelverplichting.

Het hof houdt er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat de verdachte blijkens een uittreksel justitiële documentatie d.d. 24 februari 2012 niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Uit de verklaring van de deskundige Mengelberg ter zitting is gebleken dat de verdachte al enige tijd vrijwillig in behandeling is en daar baat bij vindt.

Ook daar houdt het hof bij het bepalen van de strafmaat rekening mee.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet terug-gegeven voorwerpen, zoals deze op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 5, 10, 11, 15, 25, 27, 30 en 31 vermeld zijn, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu dit voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder 4 en 6 bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Het hof zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermeld zijn onder de nummers 1, 4, 6, 12, 13, 19, 24 en 35.

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 8, 9, 14, 17, 22, 26, 28, 29, 32, 34, 36, 37, 38, 39 en 40 vermeld zijn, met betrekking tot welke het onder 4 en 6 bewezen verklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Het hof zal bepalen dat de in beslag genomen gegevens-dragers niet mogen worden onttrokken aan het verkeer, dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld aan de hand van een bestandsoverzicht aan te geven welke bestanden van belang zijn voor zijn bedrijf. Het openbaar ministerie dient deze bestanden, nadat is zeker gesteld dat deze geen strafbare afbeeldingen of afbeeldingen van de slachtoffers bevatten, op kosten van de verdachte uit te laten printen en aan de verdachte ter hand te stellen, voordat wordt overgegaan tot onttrekking aan het verkeer van de overige in beslag genomen afbeeldingen.

Vorderingen tot schadevergoeding

1. In het onderhavige strafproces heeft mr. J. Biemond namens [slachtoffer 2] (voorheen [slachtoffer 2]) zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 5 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 1.215,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 1.215,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 5, tweede alternatief/cumulatief, bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van EUR 1.215,-.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 1.215,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

2. In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 en 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 2.150,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 2.150,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 2 en 3, tweede alternatief/cumulatief, bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van EUR 2.150,-.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 2.150,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 247 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de inleidende dagvaarding partieel nietig ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, tweede alternatief/cumulatief, 4, 5, tweede alternatief/cumulatief, en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot

6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de op de kopie aan dit arrest gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 5, 10, 11, 15, 25, 27, 30 en 31 genummerde voorwerpen.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de op de kopie aan dit arrest gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 8, 9, 14, 17, 22, 26, 28, 29, 32, 34, 36, 37, 38, 39 en 40 genummerde voorwerpen, met inachtneming van hetgeen het hof hierover heeft overwogen.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de op de kopie aan dit arrest gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 1, 4, 6, 12, 13, 19, 24 en 35 genummerde voorwerpen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (voorheen [slachtoffer 2])

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (voorheen van [slachtoffer 2]) terzake van het onder 5, tweede alternatief/cumulatief, bewezen verklaarde, tot het bedrag van EUR 1.215,00 (duizend tweehonderdvijftien euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] (voorheen [slachtoffer 2]), een bedrag te betalen van EUR 1.215,00 (duizend tweehonderdvijftien euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] terzake van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 2.150,00 (tweeduizend honderdvijftig euro) aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], een bedrag te betalen van EUR 2.150,00 (tweeduizend honderdvijftig euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 (eenendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door

mr. S.K. Welbedacht, mr. H.C. Wiersinga en

mr. M.I. Veldt-Foglia,

in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 maart 2012.

Mr. S.K. Welbedacht is buiten staat dit arrest te ondertekenen.