Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW3416

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-04-2012
Datum publicatie
20-04-2012
Zaaknummer
22-005599-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft een hennepkwekerij in een pand geëxploiteerd en zich daarbij tevens schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-005599-10

Parketnummers: 10-692953-10 en 11-711476-08 (TUL)

Datum uitspraak: 16 april 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 5 november 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sovjetunie) op [geboortejaar] 1959,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 april 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering na voorwaardelijke veroordeling, als nader in het vonnis waarvan beroep is omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 april 2010 te Ridderkerk in één of meer ruimte(s)/kamer(s) van een (bedrijfs)pand, gelegen op of aan de [adres] opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 488 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 16 april 2010 te Ridderkerk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een (hoofd)aansluitkast van het electriciteitsnet van Stedin (Netbeheer) B.V.. bevestigd en/of geplaatst in een (bedrijfs)pand gelegen op of aan de [adres] heeft weggenomen elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin (Netbeheer) B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te weten door

- de/een zegel(s) van die (hoofd)aansluitkast te verbreken, althans te forceren en/of

- (vervolgens) (illegaal) één of meer verbinding(en) aan te sluiten, althans te bevestigen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Rechtmatigheid van het verkregen bewijs

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd - verkort en zakelijk weergegeven - dat het bewijs onrechtmatig is verkregen. De raadsvrouw baseert dit standpunt op de stelling dat de politie op 16 april 2010 onrechtmatig zou zijn binnengetreden in het pand aan [adres] te Ridderkerk, nu het procesdossier geen nader stuk bevat waaruit de toestemming van de hulpofficier van justitie tot het verrichten van een onderzoek in het pand blijkt. Het bewijsmateriaal dat als gevolg van het onrechtmatige binnentreden is vergaard, dient volgens de raadsvrouw dan ook te worden uitgesloten van het bewijs.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het zich in het procesdossier bevindende proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2010 blijkt dat de opsporingsambtenaren in het pand zijn binnengetreden naar aanleiding van een concrete verklaring van een persoon dat er vermoedelijk een hennepkwekerij in het pand aanwezig was, alsmede naar aanleiding van hun bevindingen omtrent de stekbakjes, resten potgrond, luchtafvoerpijpen en ventilatoren.

Naar het oordeel van het hof vormden deze omstandigheden, in onderling verband en in samenhang bezien, voldoende grond om een redelijk vermoeden op te leveren dat in het pand een overtreding van de Opiumwet werd gepleegd, op basis waarvan de opsporingsambtenaren ingevolge artikel 9 van de Opiumwet vervolgens bevoegd waren tot het door hen verrichte onderzoek in het pand.

De betrokken opsporingsambtenaren hebben naar 's hofs oordeel op rechtmatige wijze gebruik gemaakt van hun bevoegdheid tot binnentreden. Het bewijsmateriaal dat als gevolg van het binnentreden is vergaard, kan derhalve voor het bewijs worden gebezigd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 16 april 2010 te Ridderkerk in een pand, gelegen aan de [adres] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van in totaal ongeveer 488 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij omstreeks 16 april 2010 te Ridderkerk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (hoofd)aansluitkast van het elektriciteitsnet van Stedin (Netbeheer) B.V. bevestigd in een pand gelegen op of aan de [adres] heeft weggenomen elektriciteit, toebehorende aan Stedin (Netbeheer) B.V.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een hennepkwekerij in een pand geëxploiteerd en zich daarbij tevens schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit. Door aldus te handelen heeft de verdachte doelbewust op wederrechtelijke wijze financieel voordeel nagestreefd en daarmee inbreuk op de rechtsorde gemaakt, met veronachtzaming van de ernstige risico's die dergelijke delicten voor de volksgezondheid opleveren. Voorts brengt diefstal naast overlast, doorgaans ergernis en financiële schade voor de benadeelde met zich mee.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 maart 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof constateert dat de termijn van inzending van de stukken van het geding na het instellen van het hoger beroep met bijna vijf maanden is overschreden. Nu het hof de zaak binnen zeventien maanden na het instellen van het hoger beroep afdoet, waardoor de overschrijding in voldoende mate wordt gecompenseerd, kan - wat betreft de totale duur van de behandeling in hoger beroep - niet worden gesproken van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf de positieve ontwikkeling in het leven van de verdachte zou doorkruisen en is alles overwegende van oordeel dat geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Dordrecht van 17 oktober 2008 onder parketnummer

11-711476-08 is de verdachte, voor zover hier van belang, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd en mitsdien gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

Naar het oordeel van het hof zijn er, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, evenwel geen termen aanwezig voor een last tot tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Rotterdam van 29 september 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Dordrecht van 17 oktober 2008, onder parketnummer 11-711476-08, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar,

mr. A.S.M. Horstink en dr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier mr. N.R. Achterberg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 april 2012.

Dr. G.J. Fleers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.