Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0675

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-04-2012
Datum publicatie
03-04-2012
Zaaknummer
22-006694-09
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2009:BI7331, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2009:BK6022, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het een gewoonte maken van het bezitten van enorme aantallen kinderpornografische afbeeldingen.

Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen door fotosessies te organiseren waarbij hij pornografische foto's van minderjarige meisjes maakte. Ten slotte heeft de verdachte een verboden wapen in zijn bezit gehad.

Het hof

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest;

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-006694-09

Parketnummer: 10-765143-07

Datum uitspraak: 2 april 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 december 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 16 september 2011, 28 november 2011, 9 februari 2012, 23 februari 2012 en 19 maart 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van voorarrest, en is hem de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de in beslag genomen voorwerpen, als nader in het vonnis waarvan beroep is omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans aan het oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 september 2008 te [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, één of meermalen een (groot) aantal (5.000.000 of daaromtrent, althans meerdere miljoenen) afbeelding(en) en/of filmfragment(en) en/of (een) gegevensdrager(s), te weten één of meer computer(s) en/of (een) diskette(s) en/of (een) harddisk(s) en/of (een) cd-rom(s) en/of (een) DVD('s) (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, terwijl die afbeeldinge(n) en/of filmfragmenten en/of gegevensdrager(s) één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatte(n), waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het met een dildo en/of vinger anaal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (geschatte leeftijd 2 en 14 jaar) (onder meer [bestandsnamen]) en/of

- het met de penis van een hond vaginaal (laten) penetreren van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (geschatte leeftijd tussen 10 en 14 jaar) (onder meer [bestandsnaam]) en/of

- het met een penis penetreren van de vagina van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (geschatte leeftijd jonger dan 4 jaar) (onder meer [bestandsnamen]) en/of

- het betasten en/of likken van de vagina en/of het houden van een vinger tussen de schaamlippen en/of het drukken van een stijve penis in/tegen de vagina en/of de billen van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt (geschatte leeftijd 0 tot 16 jaar oud (onder meer [bestandsnamen]) en/of

- het vasthouden van de penis en/of balzak van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (geschatte leeftijden jonger dan 6 jaar en/of 6 tot 14 jaar oud) (onder meer [bestandsnamen]) en/of

- het laten vasthouden van een (stijve) penis en/of balzak door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (geschatte leeftijden jonger dan 6, resp. 10 jaar) (onder meer [bestandsnamen]) en/of

- het in de mond (laten) nemen en/of tegen de mond drukken van een stijve penis door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (geschatte leeftijd jonger dan 6 jaar en/of 6 tot 12 jaar oud) (onder meer [bestandsnamen]) en/of

- het in de mond (laten) nemen van de penis van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (geschatte leeftijd jonger dan 6 jaar resp., 6 tot 10 jaar) door een (vermoedelijk) volwassen man (onder meer [bestandsnamen]) en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt en/of vastgebonden met riemen/touwen (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt (geschatte leeftijden 2 tot 16 jaar) waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van

die/de perso(o)n(en) en/of de (onnatuurlijke) (sadomasochistische) kleding nadrukkelijk de (al

dan niet ontblote) geslachtsdelen en/of billen en/of borsten in beeld gebracht worden (onder meer

[bestandsnamen]) en/of

- het geheel of gedeeltelijk (in string(s) en/of hotpants en/of soortgelijke kleding) (on)gekleed (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij in de loop van de in (grote) serie's genomen foto's door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose van die/de perso(o)n(en) en/of de kleding nadrukkelijk de (al dan niet ontblote) geslachtsdelen en/of billen en/of borsten in beeld gebracht worden en/of waarbij de (serie) foto's kennelijk is/zijn bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken (onder meer de foto's opgenomen in het proces-verbaal met documentcode 0809031300.AMB d.d. 6 oktober 2008, set 1 (fotos blad 2, nrs 8 en 9; blad 3 foto's 1, 8 en 9) en set 3 (foto's blad 12 nrs 2, 4 t/m 7; blad 13 nrs 2 t/m 5; blad 16 nrs 4 t/m 6)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij in of omstreeks de periode van 28 april 2005 tot en met 5 juli 2008 te [plaatsnaam] en/of [plaatsnaam] en/of [plaatsnaam] en/of [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, één of meermalen een (groot aantal) (in ieder geval 1145 of daaromtrent) afbeeldingen en/of (een) gegevensdrager(s), te weten één of meer DVD('s) (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, terwijl die afbeeldinge(n) en/of gegevensdrager(s) één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatte(n), waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken (te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1991 en/of [slachtoffer 2], geboren op [geboortedag slachtoffer 2] 1991 en/of [slachtoffer 3], geboren op [geboortedag slachtoffer 3] 1989 en/of [slachtoffer 4], geboren op [geboortedag slachtoffer 4] 1996) en/of [slachtoffer 5], geboren op [geboortedag slachtoffer 5] 1991, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

(ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], foto's [bestandsnamen]:)

- (datum maken fotoopnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar leeftijd past, te weten slechts in een bh en/of een rokje en/of een bikini, waarbij zij de bikinibandjes over haar schouders heeft geschoven, waardoor haar borsten beter zichtbaar zijn (foto's op "Disk 1") en/of

- (datum maken fotoopnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar leeftijd past, te weten

liggend op haar rug met haar linkerbeen iets opgetrokken en/of slechts gekleed in een kanten beha en/of een string en/of terwijl [slachtoffer 1] op seksueel getinte wijze haar wijsvinger bij haar half geopende mond houdt (foto's op "Disk 1") en/of

- (datum maken fotoopnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of

in kleding die niet bij haar leeftijd past, te weten slechts in een witte en doorzichtige panty en/of (over die/een panty) een roze kanten onderbroekje en/of (over die/een panty) een rokje en/of een onder haar borsten geknoopt vest, terwijl zij (tevens) dit rokje los in haar hand houdt (foto's op "Disk 1") en/of

- (datum maken fotoopnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) en [slachtoffer 1] (ten

tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar/hun leeftijd past, te weten door [slachtoffer 1] op haar rug op de grond te laten liggen en/of [slachtoffer 2] bovenop [slachtoffer 1] te laten liggen met haar benen over het linkerbeen van [slachtoffer 1], terwijl [slachtoffer 1] op seksueel getinte wijze haar wijsvinger bij haar half geopende mond houdt (foto's op "Disk 1") en/of

- (datum maken fotoopnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) en [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar/hun leeftijd past, te weten door [slachtoffer 1] op haar rug op de grond te laten liggen en/of [slachtoffer 2] bovenop [slachtoffer 1] te laten liggen met haar heupen op het onderlichaam van [slachtoffer 1], terwijl [slachtoffer 1] op seksueel getinte wijze haar wijsvinger bij haar half geopende mond houdt en/of terwijl [slachtoffer 2] slechts gekleed is in een (doorzichtige) panty en een beha (foto's op "Disk 1") en/of

- (datum maken fotoopnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's l6 jaar oud) en [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar/hun leeftijd past, te weten door [slachtoffer 1] zittend op de grond en/of slechts gekleed in een beha en een string en/of met haar rechterbeen opgetrokken te laten poseren en/of (vervolgens) (in elkaar opvolgende foto's) [slachtoffer 2] op handen en voeten naar [slachtoffer 1] toe te laten bewegen en/of (terwijl) [slachtoffer 2] (daarbij) met haar met een beha bedekte borsten over/naar de benen van [slachtoffer 1] beweegt/glijdt en/of (terwijl) [slachtoffer 2] (daarbij) aan/langs (de binnenkant van) het been en/of de teen van [slachtoffer 1] likt (foto's op "Disk 1 ") en/of

- (datum maken fotoopnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's l6 jaar oud) en [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar/hun leeflijd past, te weten door [slachtoffer 1] en [slachtoffer A] staand (met de buiken tegen elkaar en/of achter elkaar staand) te laten poseren, terwijl [slachtoffer 2] slechts gekleed is in rokje en/of panty en/of beha en/of (terwijl) [slachtoffer 2] (daarbij) de billen van [slachtoffer 1] vastpakt/ vasthoudt en/of aan de blote schouder van [slachtoffer 1] likt en/of (schijnbaar) in de borst(en) van [slachtoffer 1] bijt en/of (terwijl) [slachtoffer 2] (daarbij) de (blote) borsten van [slachtoffer 1] vasthoudt/vastpakt (foto's op "Disk 1" en/of

(ten aanzien van [slachtoffer 3], foto's [bestandsnamen]:)

- (datum maken fotoopnames 7 mei 2006) het (laten) poseren van [slachtoffer 3] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij

door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld

gebracht worden, te weten doordat [slachtoffer 3] geheel naakt en/of slechts gekleed in een rode string en/of zwarte hoge laarzen en/of zwarte jarretelkousen en/of een roze veren boa en/of terwijl zij de/een string tot halverwege haar billen naar beneden trekt poseert (foto's op "Disk 2") en/of

(ten aanzien van [slachtoffer 4], foto's [bestandsnamen]:)

- (datum maken fotoopnames 28 april 2005) het (laten) poseren van [slachtoffer 4] (ten tijde van het maken van de foto's 8 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de slechts met een turnpakje bedekte geslachtsdelen en/of billen in beeld gebracht worden, te weten doordat [slachtoffer 4] ligt met haar benen wijd en/of met een been in de lucht gestoken en/of (terwijl) de stof van het turnpakje waarin [slachtoffer 4] gekleed is door de schaamlippen zijn

getrokken (foto's op "Disk 3"),

(ten aanzien van [slachtoffer 5], foto's [bestandsnamen]:)

- (datum maken fotoopnames 24 februari 2007 en/of 4 maart 2007 en/of 3 april 2007) het (laten) poseren van [slachtoffer 5] (ten tijde van het maken van de foto's 15 en 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke) pose van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de al dan niet bedekte geslachtsdelen en/of borsten en/of billen en/of (een) tepel(s) in beeld gebracht worden, te weten doordat [slachtoffer 5] poseert gekleed in een stringbadpak en/of beha en/of (kanten) string en/of schoenen met naaldhakken en/of een bustier en/of een korset en/of een body en/of een mini-jurkje en/of onder de douche en/of in een schuimbad en/of terwijl zij haar openstaande broek verder open en/of naar beneden duwt en/of haar borsten tegen elkaar en naar voren drukt en/of haar benen wijd spreidt (foto's op DVD's [bestandsnamen]);

3.

hij, in of omstreeks de periode 01 januari 1990 tot en met 05 juli 2008, in elk geval op of omstreeks 05 juli 2008, te [plaatsnaam], althans in Nederland, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool (omgebouwd alarmpistool), van het merk BBM/BRUNI, model automatic, kaliber 8 mm (knal), zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die Wet, voorhanden heeft gehad en/of heeft doen binnenkomen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Partiële nietigheid van de inleidende dagvaarding

Gelet op artikel 261 Wetboek van Strafvordering (verder: WvSv) en het arrest van de Hoge Raad d.d. 20 december 2011 (LJN: BS1739) is het hof van oordeel dat de inleidende dagvaarding partieel nietig dient te worden verklaard.

Vooropgesteld dient te worden dat aan de term 'afbeelding van een seksuele gedraging' in de zin van artikel 240b, eerste lid, Wetboek van Strafrecht (verder: WvSr) op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toekomt. Zonder feitelijke omschrijving van die afbeelding in de tenlastelegging, voldoet de dagvaarding niet aan de in artikel 261, eerste lid, van het WvSv gestelde eis van opgave van het feit.

Aan de verdachte is onder 1 onder meer het bezit, de verspreiding en vervaardiging van respectievelijk vijf miljoen althans meerdere miljoenen afbeeldingen, filmfragmenten en/of gegevensdragers ten laste gelegd, en onder 2 onder meer het bezit, de verspreiding en vervaardiging van 1145 afbeeldingen en/of gegevensdragers ten laste gelegd, - alles, kort gezegd, van kinderpornografische aard - terwijl van die afbeeldingen, filmfragmenten en/of gegevensdragers in de tenlastelegging slechts een beperkt aantal is beschreven. Het hof is van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van het aantal afbeeldingen, filmfragmenten en/of gegevensdragers dat niet is gespecificeerd, niet voldoet aan de eisen gesteld door artikel 261 van het WvSv, nu daaraan onvoldoende feitelijke betekenis toekomt.

De dagvaarding zal dan ook in zoverre nietig worden verklaard.

De nietig verklaarde onderdelen van de tenlastelegging zijn hieronder weergegeven met dubbele doorhaling en onderstreept teneinde die onderdelen te onderscheiden van de niet bewezen verklaarde bestanddelen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 september 2008 te [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, meermalen een groot aantal afbeeldingen en/of filmfragmenten en/of gegevensdragers, te weten computers en diskettes en harddisks en cd-roms en DVD's telkens in bezit heeft gehad, terwijl die afbeeldingen en filmfragmenten en gegevensdragers één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatten, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- het met een dildo en/of vinger anaal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt (geschatte leeftijd tussen 2 en 14 jaar) ([bestandsnamen]) en

- het met de penis van een hond vaginaal (laten) penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (geschatte leeftijd tussen 10 en 14 jaar) ([bestandsnaam]) en

- het met een penis penetreren van de vagina van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt ([bestandsnamen]) en

- het betasten en/of likken van de vagina en/of het houden van een vinger tussen de schaamlippen en/of het drukken van een stijve penis tegen de vagina en/of de billen van personen die de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt (geschatte leeftijd 0 tot 16 jaar oud ([bestandsnamen]) en

- het vasthouden van de penis en/of balzak van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (geschatte leeftijden 6 tot 14 jaar oud) ([bestandsnamen]) en

- het laten vasthouden van een stijve penis en/of balzak door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt ([bestandsnamen]) en

- het in de mond (laten) nemen en/of tegen de mond drukken van een stijve penis door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (geschatte leeftijd jonger dan 6 jaar en/of 6 tot 12 jaar oud) ([bestandsnamen]) en

- het in de mond (laten) nemen van de penis van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (geschatte leeftijd 6 tot 10 jaar) door een (vermoedelijk) volwassen man ([bestandsnamen]) en

- het geheel of gedeeltelijk naakt en/of vastgebonden met riemen/touwen (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt (geschatte leeftijden 2 tot 16 jaar), waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose van die personen en/of de (onnatuurlijke) (sadomasochistische) kleding nadrukkelijk de (al dan niet ontblote) geslachtsdelen en/of billen en/of borsten in beeld gebracht worden ([bestandsnamen]) en

- het gedeeltelijk (in string en/of hotpants en/of soortgelijke kleding) (on)gekleed (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij in de loop van de in (grote) serie's genomen foto's door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose van die personen en/of de kleding nadrukkelijk de (al dan niet ontblote) geslachtsdelen en/of billen in beeld gebracht worden en waarbij de (serie) foto's kennelijk is/zijn bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken (de foto's opgenomen in het proces-verbaal met documentcode 0809031300.OIG d.d. 6 oktober 2008, set 1 (foto's blad 2, nrs 8 en 9; blad 3 foto's 1, 8 en 9) en set 3 (foto's blad 12 nrs 2, 4 t/m 7; blad 13 nrs 2 t/m 5; blad 16 nrs 4 t/m 6))

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt

en

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 september 2008 te [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, een gegevensdrager, te weten een cd-rom heeft verspreid, terwijl die gegevensdrager afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatte, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt (geschatte leeftijden 2 tot 16 jaar), waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose van die personen en/of de (onnatuurlijke) kleding nadrukkelijk de (al dan niet ontblote) geslachtsdelen en/of billen en/of borsten in beeld gebracht worden ([bestandsnamen]);

2.

hij in de periode van 28 april 2005 tot en met 5 juli 2008 te [plaatsnaam] en/of [plaatsnaam] en/of [plaatsnaam] en/of [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, meermalen een groot aantal afbeeldingen en gegevensdragers, te weten DVD's (telkens) heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, terwijl die afbeeldingen en gegevensdragers afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatten, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken (te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1991 en [slachtoffer 2], geboren op [geboortedag slachtoffer 2] 1991 en [slachtoffer 3], geboren op [geboortedag slachtoffer 3] 1989 en [slachtoffer 4], geboren op [geboortedag slachtoffer 4] 1996) en [slachtoffer 5], geboren op [geboortedag slachtoffer 5] 1991, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], foto's [bestandsnamen]:

- (datum maken foto-opnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en in kleding die niet bij haar leeftijd past, te weten slechts in een bh en een rokje en/of een bikini, waarbij zij de bikinibandjes over haar schouders heeft geschoven, waardoor haar borsten beter zichtbaar zijn (foto's op "Disk 1") en

- (datum maken foto-opnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en in kleding die niet bij haar leeftijd past, te weten liggend op haar rug met haar linkerbeen iets opgetrokken en slechts gekleed in een kanten beha en een string en terwijl [slachtoffer 1] op seksueel getinte wijze haar wijsvinger bij haar half geopende mond houdt (foto's op "Disk 1") en

- (datum maken foto-opnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en in kleding die niet bij haar leeftijd past, te weten slechts in een witte en doorzichtige panty en over die panty een roze kanten onderbroekje en over die panty een rokje en een onder haar borsten geknoopt vest, terwijl zij tevens dit rokje los in haar hand houdt (foto's op "Disk 1") en

- (datum maken foto-opnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) en [slachtoffer 1] (ten

tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en in kleding die niet bij hun leeftijd past, te weten door [slachtoffer 1] op haar rug op de grond te laten liggen en [slachtoffer 2] bovenop [slachtoffer 1] te laten liggen met haar benen over het linkerbeen van [slachtoffer 1], terwijl [slachtoffer 1] op seksueel getinte wijze haar wijsvinger bij haar half geopende mond houdt (foto's op "Disk 1") en

- (datum maken foto-opnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) en [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en in kleding die niet bij hun leeftijd past, te weten door [slachtoffer 1] op haar rug op de grond te laten liggen en [slachtoffer 2] bovenop [slachtoffer 1] te laten liggen met haar heupen op het onderlichaam van [slachtoffer 1], terwijl [slachtoffer 1] op seksueel getinte wijze haar wijsvinger bij haar half geopende mond houdt en terwijl [slachtoffer 2] slechts gekleed is in een (doorzichtige) panty en een beha (foto's op "Disk 1") en

- (datum maken foto-opnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's l6 jaar oud) en [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en in kleding die niet bij hun leeftijd past, te weten door [slachtoffer 1] zittend op de grond en slechts gekleed in een beha en een string en met haar rechterbeen opgetrokken te laten poseren en (vervolgens) in elkaar opvolgende foto's [slachtoffer 2] op handen en voeten naar [slachtoffer 1] toe te laten bewegen en (terwijl) [slachtoffer 2] (daarbij) met haar met een beha bedekte borsten over/naar de benen van [slachtoffer 1] beweegt/glijdt en (terwijl) [slachtoffer 2] (daarbij) aan/langs (de binnenkant van) het been en de teen van [slachtoffer 1] likt (foto's op "Disk 1") en

- (datum maken foto-opnames 28 mei 2008) het (laten) poseren van [slachtoffer 2] (ten tijde van het maken van de foto's l6 jaar oud) en [slachtoffer 1] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en in kleding die niet bij hun leeftijd past, te weten door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] staand met de buiken tegen elkaar en achter elkaar staand te laten poseren, terwijl [slachtoffer 2] slechts gekleed is in rokje en panty en beha en (terwijl) [slachtoffer 2] (daarbij) de billen van [slachtoffer 1] vastpakt/ vasthoudt en aan de blote schouder van [slachtoffer 1] likt en (schijnbaar) in de borst van [slachtoffer 1] bijt en/of (terwijl) [slachtoffer 2] (daarbij) de blote borsten van [slachtoffer 1] vasthoudt/vastpakt (foto's op "Disk 1" en

ten aanzien van [slachtoffer 3], foto's [bestandsnamen]:

- (datum maken foto-opnames 7 mei 2006) het (laten) poseren van [slachtoffer 3] (ten tijde van het maken van de foto's 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij

door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, te weten doordat [slachtoffer 3] geheel naakt en/of slechts gekleed in een rode string en zwarte hoge laarzen en zwarte jarretelkousen en een roze veren boa en terwijl zij de string tot halverwege haar billen naar beneden trekt poseert (foto's op "Disk 2") en

ten aanzien van [slachtoffer 4], foto's [bestandsnamen]:

- (datum maken foto-opnames 28 april 2005) het (laten) poseren van [slachtoffer 4] (ten tijde van het maken van de foto's 8 jaar oud) in een houding/pose die niet bij haar leeftijd past en waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die persoon nadrukkelijk de slechts met een turnpakje bedekte geslachtsdelen en/of billen in beeld gebracht worden, te weten doordat [slachtoffer 4] ligt met haar benen wijd en/of met een been in de lucht gestoken en (terwijl) de stof van het turnpakje waarin [slachtoffer 4] gekleed is door de schaamlippen zijn getrokken (foto's op "Disk 3"),

ten aanzien van [slachtoffer 5], foto's [bestandsnamen]:

- (datum maken foto-opnames 24 februari 2007 en 4 maart 2007 en 3 april 2007) het (laten) poseren van [slachtoffer 5] (ten tijde van het maken van de foto's 15 en 16 jaar oud) in een houding/pose en/of in kleding die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke) pose van die persoon nadrukkelijk de al dan niet bedekte geslachtsdelen en/of borsten en/of billen en/of (een) tepel(s) in beeld gebracht worden, te weten doordat [slachtoffer 5] poseert gekleed in een stringbadpak en/of beha en/of (kanten) string en/of schoenen met naaldhakken en/of een bustier en/of een korset en/of een body en/of een mini-jurkje en/of onder de douche en/of in een schuimbad en/of terwijl zij haar openstaande broek verder open en/of naar beneden duwt en/of haar borsten tegen elkaar en naar voren drukt en/of haar benen wijd spreidt (foto's op DVD's [bestandsnamen]);

3.

hij in de periode 01 januari 1990 tot en met 05 juli 2008, te [plaatsnaam], althans in Nederland, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool (omgebouwd alarmpistool), van het merk BBM/BRUNI, model automatic, kaliber 8 mm (knal), zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die Wet, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverwegingen

Kinderpornografisch karakter van de afbeeldingen

Door de verdediging is erkend dat de afbeeldingen onder feit 1 liggend streepje 1 tot en met liggend streepje 9 kinderpornografisch van aard zijn. Het gaat in het navolgende om de daaropvolgende ten laste gelegde afbeeldingen onder het liggende streepje 10 en onder feit 2 waarvan het kinderpornografisch karakter wel bestreden is.

Het hof heeft geconstateerd dat de beschrijvingen in de processen-verbaal waarin is weergegeven wat op de litigieuze afbeeldingen feitelijk is te zien, corresponderen met hetgeen ter terechtzitting door het hof daaromtrent is waargenomen. Dat is ook onbetwist.

Wél zijn kwalificatieve bestanddelen betwist. Met name is voor wat betreft een groot aantal in de pleitaantekeningen nader aangeduide afbeeldingen ontkend dat het zou gaan om kleding dan wel poses die niet bij een kind zouden passen en/of dat het zou gaan om 'onnatuurlijke', op aanwijzing van de fotograaf ingenomen houdingen. Volgens de raadsman gaat het in deze gevallen niet om afbeeldingen van seksuele gedragingen zoals bedoeld in artikel 240b van het WvSr.

Naar de mening van de raadsman is het, anders dan de Hoge Raad stelt (HR 7 december 2010, LJN BO6446), overigens niet voldoende dat afbeeldingen beogen seksueel te prikkelen: dat criterium is in zijn visie te ruim en te subjectief. Pas als een afbeelding onmiskenbaar, naar objectieve maatstaven bezien, bedoeld is om een seksuele prikkeling op te wekken en de nadruk legt op het opwekken van een seksuele prikkeling, zou volgens de raadsman sprake zijn van een seksuele gedraging in de zin van voornoemd wetsartikel, waarbij dan overigens ook nog zou moeten worden vastgesteld dat het kind op de afbeelding seksueel wordt geëxploiteerd, of dat er op zijn minst aanwijzingen zouden moeten zijn van concrete schade. Dát is naar het oordeel van de raadsman nergens het geval, ook niet bij die in de tenlastelegging genoemde foto's die wel beogen seksueel te prikkelen.

Het hof oordeelt hieromtrent als volgt.

Het hof constateert op basis van de eigen waarneming ter terechtzitting dat op die afbeeldingen waarbij dit is bewezen verklaard, kinderen te zien zijn die zijn gekleed op een wijze die niet bij hun leeftijd past en die op onnatuurlijke wijze poseren. Of dat poseren direct en slechts op aanwijzingen van de fotograaf (in casu de verdachte) volgt, of dat ouders of anderen daar nog een rol in hebben gespeeld, doet niet ter zake: het gaat duidelijk niet om spontaan spelende kinderen, of om een enkele kinderlijke pose, en ook niet om een enkele foto waarbij min of meer toevallig iets van de schaamstreek of borsten is te zien. Integendeel, de nadruk ligt bij alle litigieuze afbeeldingen op borsten, schaamstreek (soms specifiek geslachtsdelen) of billen van de zich in allerlei poses opstellende jeugdige. Op die onderdelen van het lichaam van de jeugdige heeft de fotograaf zich gericht. De foto's zijn onmiskenbaar gemaakt met het doel een seksuele prikkeling teweeg te brengen. Dat is naar het oordeel van het hof geen bijzaak, maar hoofdzaak: gesproken kan worden van het afbeelden van seksuele gedragingen in de zin van voornoemd wetsartikel en dus - nu het jeugdigen betreft - van kinderpornografie.

Het hof volgt hiermee de jurisprudentie van de Hoge Raad (meer in het bijzonder het arrest van de Hoge Raad d.d. 7 december 2010, NJ 2011, 11, r.o. 3.3., waaruit volgt dat onder een afbeelding van een seksuele gedraging onder meer dient te worden verstaan een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is tot stand gekomen, eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling; hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden 'onschuldig' zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft).

Voor wat betreft het gestelde omtrent kinderexploitatie merkt het hof het volgende op.

Uit de wetsgeschiedenis van artikel 240b van het WvSr volgt dat het artikel is geschreven met het oog op het belang van bescherming van jeugdigen (Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II, 1994-1995, 23 682, nr. 5, pag. 7-11). De aanname is dat het maken van dergelijke afbeeldingen van seksuele gedragingen op zichzelf reeds schadelijk is voor de jeugdige, en dat het daarnaast ook schadelijk is voor de jeugdige in het geval dat dergelijke afbeeldingen worden gepubliceerd en bijvoorbeeld op het internet rondzwerven. Het is irrelevant of de jeugdige in concreto instemde met, dan wel (in meerdere of mindere mate) meewerkte aan het maken van de opnamen, nu jeugdigen in voorkomende gevallen ook tegen zichzelf in bescherming genomen moeten kunnen worden. Dat het niet om kinderpornografie zou gaan indien niet blijkt van concrete schade aan het afgebeelde kind, is een standpunt dat het hof in navolging van de Hoge Raad (HR 20 november 2011, LJN: BS1739) niet deelt.

Het verweer wordt ook op dat punt verworpen.

Verklaringen van [getuige 1]

De raadsman heeft zich voorts overeenkomstig zijn pleitaantekeningen op het standpunt gesteld dat - kort

gezegd - de door [getuige 1] bij de (Belgische) politie en bij de rechter-commissaris afgelegde verklaringen zodanige tegenstrijdigheden bevatten, dat zijn verklaringen onvoldoende betrouwbaar zijn om tot bewijs van het tenlastegelegde te kunnen worden gebezigd. Daartoe heeft de raadsman tevens aangevoerd dat [getuige 1] de verdachte vermoedelijk zwart wilde maken, nu hij de verdachte verantwoordelijk hield voor het tegen hem gestarte politieonderzoek.

Naar het oordeel van het hof zijn de verklaringen van [getuige 1] voor wat betreft het door de verdachte versturen van een CD-rom met kinderpornografische bestanden aan hem betrouwbaar. Het hof overweegt hiertoe dat de door hem afgelegde verklaringen in essentie overeenstemmen en dat noch in de verklaringen die bij de politie zijn afgelegd noch in de verklaringen die bij de rechter-commissaris zijn afgelegd, op zodanig wezenlijke punten verschillen vallen te constateren dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan de betrouwbaarheid daarvan. Ook overigens zijn naar 's hofs oordeel geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die nopen tot de conclusie dat [getuige 1] niet naar waarheid heeft verklaard over de verzending door de verdachte aan hem van een CD-rom met kinderpornografisch materiaal. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking dat zijn verklaringen gedetailleerd zijn en hij tevens belastend voor zichzelf heeft verklaard. Evenmin is op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk geworden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat [getuige 1] onjuiste verklaringen zou hebben afgelegd om de verdachte zwart te maken.

Het hof acht de verklaringen van [getuige 1] dan ook voldoende betrouwbaar om voor het bewijs te bezigen.

Het verweer dat het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het WvSv in de weg staat aan een bewezenverklaring, wordt door het hof verworpen. Als steunbewijs dient de verklaring van de verdachte zelf. Naar eigen zeggen kent hij [getuige 1], heeft hij in België in een fotosessie foto's van diens dochter gemaakt en heeft hij [getuige 1] beeldmateriaal toegezonden.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

en

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest, en dat hem daarnaast ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zal worden opgelegd.

Motivering van de op te leggen straf en maatregel

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan het een gewoonte maken van het bezitten van enorme aantallen kinderpornografische afbeeldingen. Hij heeft in eerste aanleg verklaard dat hij bijna alles wat er was op dit gebied op internet had gedownload, en dat dat was om zijn seksuele behoefte te bevredigen. Hij heeft ook erkend heel harde kinderporno - onder meer van seksuele gedragingen met baby's - te hebben bezeten. Voorts heeft hij toegegeven een deel van de bestanden te hebben versleuteld, omdat hij wist dat het niet legaal was.

Het bezitten van kinderporno is een ernstig feit, omdat kinderpornografie veelal een achtergrond kent van uitbuiting en misbruik van kinderen. Het hof houdt de verdachte medeverantwoordelijk voor de instandhouding van de industrie van de kinderpornografie, nu de vraag naar kinderpornografie bijdraagt aan de productie ervan en daarmee aan het daadwerkelijke misbruik van kinderen. Het behoeft geen betoog dat de psychische en/of de fysieke schade voor kinderen die op dergelijke wijze zijn geëxploiteerd onherstelbaar kan zijn.

Tevens heeft de verdachte zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen door fotosessies te organiseren waarbij hij pornografische foto's van minderjarige meisjes maakte. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke en meer in het bijzonder de seksuele integriteit en persoonlijke levenssfeer van de betrokken kinderen. Tevens heeft hij aldus handelend misbruik gemaakt van het in hem als fotograaf - en in sommige gevallen ook als 'huisvriend' - gestelde vertrouwen.

Ten slotte heeft de verdachte een verboden wapen in zijn bezit gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de samenleving en gelet op het gevaarzettende karakter van onbevoegd wapenbezit dient dit dan ook te worden bestraft.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 maart 2012, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof overweegt dat op zulke ernstige feiten in principe niet anders kan worden gereageerd dan door het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Met betrekking tot het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de navolgende de verdachte betreffende rapporten. De overwegingen en conclusies van de gedragsdeskundigen zijn zakelijk en samengevat weergegeven.

1. een Pro Justitia Rapportage, d.d. 6 juli 2011, opgemaakt en ondertekend door J.M. Oudejans, psycholoog, en C.J.M. Vredeveld, psychiater, beiden gelieerd aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum:

Zowel de psycholoog als de psychiater concluderen dat de verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, in de vorm van pedofilie. Ook ten tijde van de ten laste gelegde feiten was de verdachte lijdende aan deze ziekelijke stoornis. De deskundigen zijn van mening dat de verdachte ten tijde van het onder 1 en 2 tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar was.

Met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde zien de deskundigen geen doorwerking van de pathologie van de verdachte, zodat hij ten aanzien van dat feit volledig toerekeningsvatbaar kan worden geacht.

De psychiater en psycholoog hebben aangegeven dat zij het recidiverisico hoog inschatten, gegeven de aard en ernst van de seksuele pathologie en het gebrekkige vermogen om de pedoseksuele belevingen, fantasieën en impulsen te reguleren.

De deskundigen concluderen dat geen sprake is van een significant verhoogd escalatierisico in de zin van zogenoemde 'hands on'-delicten.

De deskundigen schatten voorts de kans op herhaling groot in, indien de verdachte onbehandeld zou terugkeren in de maatschappij, in die zin dat hij opnieuw zal overgaan tot het downloaden van kinderpornografisch materiaal.

Ter verlaging van het recidiverisico komen de deskundigen tot de aanbeveling van een in eerste instantie korte klinische behandeling, waarin onder meer de mogelijkheden van een medicamenteuze behandeling kunnen worden onderzocht. Op grond van hun bevindingen adviseren zowel de psycholoog als de psychiater de behandeling te laten plaatsvinden in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Zij zijn van mening dat die vorm van terbeschikkingstelling voldoende waarborgen geeft met betrekking tot een effectieve behandeling en maatschappelijke veiligheid en zien geen gronden om tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging te adviseren, nu geen sprake is van een significant verhoogd escalatierisico.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2012 zijn de hiervoor genoemde deskundigen opnieuw gehoord. Zij blijven bij de door hun ingenomen standpunten in hun rapport van 6 juli 2011, ook na de opmerking van de raadsman dat de verdachte tijdens zijn schorsing uit de preventieve hechtenis door het hof, weer is gaan downloaden van het internet.

2. reclasseringsadviezen ten behoeve van tbs met voorwaarden van Reclassering Nederland, Toezichtunit Eindhoven, d.d. 14 oktober 2011 en 18 november 2011, opgemaakt en ondertekend door N.A.C.M. van de Kerkhof:

Mede gelet op het recidiverisico, de criminogene factoren en de interventies in het verleden, adviseert de rapporteur de verdachte in aanmerking te laten komen voor terbeschikkingstelling met voorwaarden, met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod, een opname in een door IFZ aangewezen intramurale zorginstelling en andere met name genoemde voorwaarden betreffende zijn gedrag. Aangegeven wordt dat IFZ op 16 november 2011 een indicatieadvies heeft afgegeven waarbij de verdachte geïndiceerd wordt geacht voor een behandeling bij een gespecialiseerde FPK, zijnde de FPK Assen.

3. een aanvullend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, Toezichtunit Eindhoven, d.d. 22 november 2011, opgemaakt en ondertekend door N.A.C.M. van de Kerkhof:

Uit navraag door de reclassering op 17 november 2011 werd bekend dat de verdachte niet op het adres van zijn broer verbleef en zich zodoende niet had gehouden aan de bij schorsing van zijn voorlopige hechtenis d.d. 30 september 2011 gestelde bijzondere voorwaarde. Vervolgens heeft de verdachte zich op 18 november 2011 bij de reclassering gemeld en heeft daarbij kenbaar gemaakt dat hij op een niet nader te noemen adres van een vriend verbleef en de bespreking van het reclasseringsadvies liever met zijn advocaat zou willen doornemen dan daarvoor af te moeten reizen naar de unit te Eindhoven. Op mededeling van de rapporteur dat de belangrijkste voorwaarde inhoudt dat hij zal meewerken aan een behandeling bij de FPK Assen, reageerde de verdachte teleurgesteld vanwege de lange duur van de klinische opname. Hij gaf de rapporteur aan een voorkeur te hebben voor een behandeling in de FPA Heiloo.

4. een brief van de Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA) Heiloo, Kliniek Hooge Venne, d.d. 10 januari 2012, opgemaakt en ondertekend door B.F.M. Lijten, verpleegkundig specialist GGZ:

Besloten is de verdachte niet in behandeling te nemen in de kliniek in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Deze beslissing houdt enerzijds verband met het feit dat de verdachte tijdens een eerdere behandeling is

gerecidiveerd en anderzijds met het feit dat hij tijdens het intakegesprek geen intrinsieke behandelingsmotivatie heeft getoond. De rapporterende GGZ-specialist overweegt dat de behandelingsmotivatie van de verdachte vooral

lijkt te zijn gelegen in zijn wens het maatschappelijke conflict te vermijden, waarbij de behandeling op zijn voorwaarden vorm moet worden gegeven. Het gevaar van recidive wordt als hoog ingeschat.

5. een brief van de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) Assen, d.d. 12 januari 2012, opgemaakt en ondertekend door R. Koopman, plaatsingscoördinator FPK, met als bijlage het intakeverslag van de FPK d.d. 9 januari 2012, opgemaakt door J.A.M. Bakker:

Volgens de intakers is de verdachte niet intern gemotiveerd zich te laten behandelen voor zijn pedofilie en vormt zijn enige doelstelling het voorkomen van justitieel contact. Overwogen wordt dat de verdachte zich tijdens een eerdere ambulante behandeling duidelijk vermijdend heeft opgesteld en heeft verzwegen dat hij in werkelijkheid geen vooruitgang boekte in de behandeling.

Omdat de verdachte openlijk spreekt over zijn pedofiele voorkeur en zijn mening hierin niet te willen veranderen, schatten zij in dat in een delictpreventieve behandeling een groot risico bestaat op verstoring en een ongewenste invloed van het behandelklimaat.

De conclusie is dat er geen mogelijkheden zijn om een behandelaanbod vanuit de FPK te doen.

6. een aanvullend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, Toezichtunit Eindhoven, d.d. 27 januari 2012, opgemaakt en ondertekend door N.A.C.M. van de Kerkhof:

Geadviseerd wordt om de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden gezien de afwijzingen van de FPA Heiloo en de FPK Assen niet op te leggen.

Het hof heeft voorts de volgende schriftelijke bescheiden in aanmerking genomen die in eerste aanleg omtrent van de persoon van de verdachte zijn opgesteld, te weten:

7. een psychologisch onderzoek Pro Justitia, d.d. 4 december 2008, opgemaakt en ondertekend door drs. A.H. Eenhoorn, GZ-psycholoog;

8. een Pro Justitia Rapport, d.d. 8 december 2008, opgemaakt en ondertekend door drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater;

9. een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, d.d. 16 december 2008, opgemaakt en ondertekend door J. Ivasko;

10. een psychologisch onderzoek Pro Justitia, d.d. 16 november 2009, opgemaakt en ondertekend door drs. A.H. Eenhoorn, GZ-psycholoog;

11. een aanvullende Pro Justitia Rapport, d.d. 18 november 2009, opgemaakt en ondertekend door drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte zich - kort en zakelijk weergegeven -

op het standpunt gesteld dat op de negatieve adviezen van de FPK Assen, de FPA Heiloo en het aanvullende

reclasseringsadvies d.d. 27 januari 2012 geen acht behoort te worden geslagen. Daartoe heeft de raadsman

aangevoerd dat de intakerapporten onbegrijpelijk en tendentieus zijn, nu de personen die de intakegesprekken hebben gevoerd zich van onwaarheden zouden bedienen en deze rapporten slechts naar aanleiding van korte gesprekken zijn opgesteld, terwijl het aanvullende reclasseringsadvies enkel verwijst naar de inhoud van voormelde negatieve adviezen, een en ander overeenkomstig zijn pleitnotities.

Het hof deelt dit standpunt van de raadsman niet. Het standpunt van de verdediging is niet nader onderbouwd en het hof is ook overigens niet van enige tendentie of onwaarheden gebleken. Het hof acht de intakerapporten en het daarop gebaseerde reclasseringsadvies in voldoende mate gemotiveerd en neemt de bevindingen en adviezen mee in aanmerking bij de afweging ten aanzien van de maatregel.

Het hof neemt de conclusies in de onder 1 vermelde rapportage ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte over.

Het hof overweegt dat geen van de deskundigen in het verleden, noch in de recentste rapporten, heeft getwijfeld over de noodzaak van het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstellling. Verschil van mening is er wel over de toepassing van artikel 37b van het WvSr.

Het hof zal, overeenkomstig het advies van de deskundigen Vredeveld en Oudejans, en overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal de maatregel van terbeschikkingstelling opleggen.

Voor wat betreft de toepassing van artikel 37b van het WvSr overweegt het hof naast hetgeen hierboven al aan de orde is geweest nog het volgende.

Het hof neemt in aanmerking hetgeen de verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven, namelijk dat hij

binnen de wet wil blijven, dat hij soms wel te ver is gegaan maar dat hij nimmer is overgegaan of zou overgaan tot 'hands-on' handelen. Het hof overweegt dan het volgende.

1. De verdachte heeft zich, anders dan hij het presenteert, in het verleden wel degelijk schuldig gemaakt aan een zogenoemd 'hands-on'-delict. Hij is immers veroordeeld voor het medeplegen van ontuchtige handelingen. Het veroordelend vonnis van de rechtbank Dordrecht d.d. 21 mei 2002, met parketnummer

11-006032-02, spreekt voor zich.

2. De verdachte heeft zich daarna weliswaar onderworpen aan een opgelegde behandelverplichting van lange duur (namelijk bij Het Dok) in het kader van een bijzondere voorwaarde, opgelegd bij de hiervoor onder 1 genoemde veroordeling, maar hij heeft niet aangegeven dat hij ontevreden was over de behandeling en dat het hem niet baatte en heeft zelf ook geen stappen ondernomen om een wél effectieve behandeling te ondergaan.

3. De verdachte heeft zich nadien weer op een wijze gedragen, die sterk lijkt op hetgeen heeft geleid tot voornoemde veroordeling in 2002. Zijn chatsessies met [persoon 1] duiden daarop. Overigens heeft de verdachte geen openheid van zaken willen geven over hetgeen er tijdens chatsessies allemaal is uitgewisseld; de politie heeft geen toegang gekregen tot de vele geëncrypteerde bestanden. Dat weegt zwaar bij de overwegingen ten aanzien van het gevaar dat de verdachte zou kunnen vormen, indien hij op vrije voeten blijft dan wel na een kortdurende gesloten behandeling weer op vrije voeten komt.

4. Verdachtes stelling dat hij zich zou kunnen beheersen voor wat betreft het plegen van wat hij noemt 'hands-on'-delicten komt ook gelet op wat er na de schorsing door het hof is geschied, zo bezien in een ander licht te staan.

Ook na die schorsing zijn immers weer door hem geëncrypteerde bestanden aangetroffen, en de verdachte heeft zich voor wat betreft de inhoud van die bestanden niet willen verantwoorden en heeft nagelaten volkomen open te zijn. Hij heeft derhalve nagelaten bovengenoemde stelling te onderbouwen; hij heeft bovendien tenminste één bijzondere schorsingsvoorwaarde overtreden. Ook dat weegt - in zijn nadeel - mee in de afweging van het hof.

Het hierboven weergegevene, in onderlinge samenhang bezien, brengt het hof ertoe om met de advocaat-generaal, in afwijking van het advies van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum onder 1 vermeld en hetgeen door de verdediging is bepleit, artikel 37b van het WvSr toe te passen en de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen met een bevel tot verpleging van overheidswege, gelet op het recidiverisico en het gevaar dat de verdachte thans vormt voor de samenleving.

De door de verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. De verdachte was tijdens het begaan van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten lijdende aan een zodanig ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens dat deze feiten hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Aan de wettelijke voorwaarden voor de oplegging van terbeschikkingstelling met dwangverpleging is derhalve voldaan.

De terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wordt bovendien - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof is van oordeel dat, naast de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is. In het belang van een spoedige aanvang van de behandeling in het kader van deze maatregel zal het hof een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd.

In beslag genomen voorwerpen

De advocaat-generaal heeft ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen gevorderd dat het hof zal beslissen conform de door de rechtbank genomen beslissingen.

Het hof volgt de advocaat-generaal grotendeels in zijn vordering behalve ten aanzien van het volgende.

Verbeurdverklaring

Het hof zal de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze vermeld zijn in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'verbeurdverklaring' opgenomen voorwerpen, die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen behoren volgens opgave van de verdachte aan hem toe en zijn voorwerpen met behulp waarvan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde is begaan. Het hof zal deze voorwerpen dan ook verbeurdverklaren. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Een uitzondering wordt gemaakt voor de volgende in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'verbeurdverklaring' opgenomen voorwerpen: CC 07.16, CC 07.17, CC 08.5.54, CC 08.5.56 en CC 09.01.

Onttrekking aan het verkeer

Het hof zal de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze vermeld zijn in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'onttrekking aan het verkeer' opgenomen voorwerpen, onttrekken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang. Tevens is een aantal voorwerpen (grotendeels) door middel van de bewezen feiten verkregen.

De voorwerpen vermeld in CC 01.8.32 tot en met CC 01.8.34, de boeken van David Hamilton, Sally Mann en eventueel van Jock Sturges die volgens opgave van de verdediging zich bevinden in de verzameling voorwerpen genummerd CC 01.10.01 tot en met CC 01.10.47, het boek van Jock Sturges zoals vermeld onder CC 01.10.48, CC 07.10.01 tot en met CC 07.10.48 en CC 07.20.22.22/CC 07.20.22.23 zijn uitgezonderd van de onttrekking aan het verkeer.

De voorwerpen vermeld in CC 08.10.1 tot en met CC 08.10.7, toebehorend aan de verdachte, ten aanzien waarvan de verdediging de teruggave aan de verdachte heeft verzocht, zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten aangetroffen en kunnen dienen tot de voorbereiding van soortgelijke feiten. Het hof overweegt hiertoe dat deze voorwerpen een inspiratiebron voor de verdachte kunnen vormen voor het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen.

De voorwerpen CC 08.6.1 tot en met CC 08.6.99, ten aanzien waarvan de verdediging de teruggave aan de verdachte heeft verzocht, behoren toe aan de verdachte, zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten aangetroffen en kunnen dienen tot de voorbereiding van soortgelijke feiten. Het hof overweegt hiertoe dat deze voorwerpen, gelet op de modus operandi van de verdachte, kunnen dienen tot het werven van minderjarige modellen of hun ouders om deel te nemen aan kinderpornografische fotosessies.

Daarnaast beveelt het hof de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de volgende in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'verbeurdverklaring' opgenomen voorwerpen: CC 07.16, CC 07.17, CC 08.5.54, CC 08.5.56 en CC 09.01. Deze voorwerpen, toebehorend aan de verdachte, zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten aangetroffen en kunnen dienen tot de voorbereiding van soortgelijke feiten.

Teruggave aan de verdachte

Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze vermeld zijn in de 'Bijlage bij vordering beslag', verder: de beslaglijst, onder de rubriek 'retour verdachte' opgenomen voorwerpen, zal een last tot teruggave aan de verdachte worden gegeven.

Daarnaast beveelt het hof de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de volgende in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'onttrekking aan het verkeer' opgenomen voorwerpen: CC 01.8.32 tot en met CC 01.8.34, de boeken van David Hamilton, Sally Mann en eventueel Jock Sturges die volgens opgave van de verdediging zich bevinden in de verzameling voorwerpen genummerd CC 01.10.01 tot en met CC 01.10.47, het boek van Jock Sturges opgenomen onder CC 01.10.48, CC 07.10.01 tot en met CC 07.10.48 en CC 07.20.22.22/CC 07.20.22.23 (hetzelfde voorwerp).

Ten slotte heeft de verdediging verzocht de voorwerpen CC 07.3.38 tot en met CC 07.3.42 en de Colt uit 1862 terug te geven aan de verdachte.

Het hof overweegt hiertoe dat deze voorwerpen niet op de beslaglijst staan.

Voor zover deze voorwerpen in beslag zijn genomen en nog niet zijn teruggegeven aan de verdachte, gelast het hof de teruggave aan de verdachte van deze voorwerpen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 37a, 37b, 38e, 57, 62 en 240b van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'verbeurdverklaring' opgenomen voorwerpen, met uitzondering van de volgende voorwerpen waarvan het hof de onttrekking aan het verkeer gelast: CC 07.16, CC 07.17, CC 08.5.54, CC 08.5.56 en

CC 09.01.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten

de in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'onttrekking aan het verkeer' opgenomen voorwerpen, met uitzondering van de volgende voorwerpen waarvan het hof de teruggave aan de verdachte gelast: CC 01.8.32 tot en met CC 01.8.34, de boeken van David Hamilton, Sally Mann en eventueel Jock Sturges die zich volgens opgave van de verdediging bevinden in de verzameling voorwerpen genummerd CC 01.10.01 tot en met CC 01.10.47, het boek van Jock Sturges zoals vermeld onder CC.01.10.48, CC 07.10.01 tot en met CC 07.10.48 en

CC 07.20.22.22/CC 07.20.22.23 (hetzelfde voorwerp).

Daarnaast beveelt het hof de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de volgende in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'verbeurdverklaring' opgenomen voorwerpen:

- CC 07.16;

- CC 07.17;

- CC 08.5.54;

- CC 08.5.56;

- CC 09.01.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'retour verdachte' opgenomen voorwerpen.

Daarnaast beveelt het hof de teruggave aan verdachte van

de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de volgende in de 'Bijlage bij vordering beslag' onder de rubriek 'onttrekking aan het verkeer' opgenomen voorwerpen:

- CC 01.8.32 tot en met CC 01.8.34;

- de boeken van David Hamilton, Sally Mann en eventueel Jock Sturges die zich volgens opgave van de verdediging bevinden in de verzameling voorwerpen genummerd CC 01.10.01 tot en met CC 01.10.47;

- het boek van Jock Sturges onder CC 01.10.48;

- CC 07.10.01 tot en met CC 07.10.48;

- CC 07.20.22.22/CC 07.20.22.23 (hetzelfde voorwerp).

Gelast voorts de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen, voor zover deze voorwerpen in beslag zijn genomen en nog niet zijn teruggegeven aan de verdachte:

- CC 07.3.38 tot en met CC 07.3.42;

- de Colt uit 1862.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht, mr. H.C. Wiersinga en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier mr. N.R. Achterberg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 april 2012.

Mr. S.K. Welbedacht is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.