Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BV9808

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
23-03-2012
Zaaknummer
22-005950-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meer dan eens valselijk opmaken van recepten en het aanbieden van deze recepten aan diverse apotheken ten einde het medicijn Temazepam te verkrijgen.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 96 (zesennegentig) dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-005950-10

Parketnummer: 09-758947-09

Datum uitspraak: 20 maart 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 9 november 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1942,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 6 maart 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg van 26 oktober 2010 - ten laste gelegd dat:

1.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 13 december 2009 te

's-Gravenhage en/of elders in Nederland (meermalen) opzettelijk - ter verkrijging van enig middel in lijst II bedoeld, te weten Temazepam - een vals of vervalst recept heeft aangeboden bij een of meer apotheken en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat de verdachte (telkens):

- op een blanco medicijnreceptblad van een medicus of een kopie daarvan een recept voor Temazepam heeft geschreven bestemd voor haarzelf of een al dan niet bestaand persoon met een nadere naam en/of

- (vervolgens) op dat recept een handtekening heeft geplaatst al ware die van de medicus die het recept zou hebben uitgeschreven.

2.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 13 december 2009 te

's-Gravenhage en/of elders in Nederland (telkens) een recept voor Temazepam, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte toen en daar (telkens) valselijk:

- een blanco medicijnreceptblad van een medicus gebruikt en/of gekopieerd en/of

- op dat medicijnblad of een kopie daarvan een recept voor Temazepam geschreven en/of

- op dat medicijnblad of een kopie daarvan als begunstigde patiënt haar eigen naam of de naam van een andere (al dan niet bestaande) persoon geschreven en/of

- op dat medicijnblad of een kopie daarvan een handtekening geplaatst als ware die van de medicus die het recept zou hebben uitgeschreven,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij op tijdstippen in de periode van 27 februari 2009 tot en met 13 december 2009 te 's-Gravenhage en elders in Nederland (meermalen) opzettelijk - ter verkrijging van enig middel in lijst II bedoeld, te weten Temazepam - een vals recept heeft aangeboden bij apotheken en bestaande die valsheid hierin dat de verdachte telkens:

- op een blanco medicijnreceptblad van een medicus of een kopie daarvan een recept voor Temazepam heeft geschreven bestemd voor haarzelf of een al dan niet bestaand persoon met een andere naam en

- vervolgens op dat recept een handtekening heeft geplaatst als ware die van de medicus die het recept zou hebben uitgeschreven.

2.

zij op tijdstippen in de periode van 27 februari 2009 tot en met 13 december 2009 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland telkens een recept voor Temazepam, - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte toen en daar telkens valselijk:

- een blanco medicijnreceptblad van een medicus gebruikt en/of gekopieerd en

- op dat medicijnblad of een kopie daarvan een recept voor Temazepam geschreven en

- op dat medicijnblad of een kopie daarvan als begunstigde patiënt haar eigen naam of de naam van een andere (al dan niet bestaande) persoon geschreven en

- op dat medicijnblad of een kopie daarvan een handtekening geplaatst als ware die van de medicus die het recept zou hebben uitgeschreven,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de opsporingsambtenaren niet gerechtigd waren om op grond van de Algemene Wet op Binnentreden de woning van de verdachte binnen te treden, nu uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2009 met nummer PL1511/2009/59261-2 geenszins volgt dat sprake was van nood. Dit zou moeten leiden tot de uitsluiting van het toen verkregen bewijs en de vruchten daarvan en daarmee tot vrijspraak van de ten laste gelegde feiten.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat, voor zover het hof van oordeel is dat de opsporingsambtenaren de woning wel rechtmatig zijn binnengetreden, het waarschijnlijk is dat de opsporingsambtenaren meer hebben gedaan dan zoekend rondkijken. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat uit de zich in het dossier bevindende foto's van de woning van de verdachte blijkt dat het in de woning zeer rommelig was. Het is daarom onwaarschijnlijk dat de opsporingsambtenaren de recepten en de tenaamstelling daarvan van de papieren hebben kunnen aflezen zonder door die papieren te bladeren. Dit zou eveneens moeten leiden tot bewijsuitsluiting en tot vrijspraak van het ten laste gelegde.

Meer subsidiair heeft de raadsman bepleit dat is verzuimd om de aangevers te confronteren met de verdachte. Hierdoor is niet met zekerheid te stellen dat het de verdachte is geweest die de valse recepten bij de apotheken heeft aangeboden. Dit zou tot gevolg moeten hebben dat slechts de vervalsing die de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 26 oktober 2010 heeft bekend bewezen kan worden verklaard.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2009, nr. PL1511/2009/59261-2, volgt dat twee verbalisanten zich naar apotheek Hofstad hebben begeven naar aanleiding van een melding dat iemand daar valse recepten heeft proberen aan te bieden. Aldaar heeft een apotheekmedewerkster tegenover de verbalisanten verklaard dat een vrouw zojuist een doktersrecept voor 30 stuks Temazepam heeft proberen in te leveren, dat deze vrouw die week daarvoor ook al in de apotheek was geweest met een doktersrecept voor 30 stuks Temazepam en dat de vrouw met het recept de apotheek heeft verlaten toen de apotheekmedewerkster ter controle de dokter wilde bellen. Voorts heeft de apotheekmedewerkster verklaard dat de vrouw een beetje traag sprak. Hierop zijn de verbalisanten gegaan naar het adres dat stond vermeld op één van deze recepten, te weten het adres van [medeverdachte] aan de [adres]. Daar aangekomen zagen zij de toegangsdeur van de woning op een kier staan. De verbalisanten zijn vervolgens de woning binnengetreden om te kijken of alles in orde was met [medeverdachte]. Het hof is van oordeel dat de verbalisanten onder deze omstandigheden redelijkerwijs mochten aannemen dat er mogelijk sprake was voor een ernstig en onmiddellijk gevaar voor [medeverdachte], althans de bewoonster van de betreffende woning. Er was immers kennelijk sprake van het - buiten voorschrift van de arts om - verzamelen van grote hoeveelheden kalmeringsmiddelen, die, naar algemeen bekend is, indien tegelijkertijd ingenomen tot gezondheidsschade kunnen leiden. Met het oog hierop konden de verbalisanten in alle redelijkheid beslissen dat de situatie onmiddellijk binnentreden rechtvaardigde, teneinde - indien nodig - op tijd medische hulp mogelijk te maken. De verbalisanten waren derhalve op grond van artikel 2, derde lid, van de Algemene Wet op Binnentreden gerechtigd om de woning binnen te treden. Het verweer van de raadsman wordt mitsdien verworpen.

Ten aanzien van het stelling van de raadsman dat het waarschijnlijk is dat de verbalisanten in de woning meer hebben gedaan dan zoekend rondkijken, overweegt het hof als volgt. Uit voornoemd proces-verbaal van bevindingen volgt dat de verbalisanten in de woning brieven van de Inspectie van Volksgezondheid en de gemeente, alsmede stapels met papieren in de woning hebben zien liggen. Verder hebben zij meerdere facturen voor Temazepam van diverse apotheken op de grond en tafels zien liggen. De apotheek en tenaamstelling vermeld op deze facturen hebben de verbalisanten genoteerd. Het hof ziet in de door de raadsman aangevoerde omstandigheid, namelijk dat het erg rommelig was in de woning, geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen staat gerelateerd in het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal. Nu ook overigens geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat het anders is gegaan dan door de verbalisanten is gerelateerd, wordt ook dit verweer van de raadsman verworpen.

Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat niet met zekerheid is vast te stellen dat in de aangiftes van de apotheken op de verdachte wordt gedoeld nu de aangevers nooit zijn geconfronteerd met de verdachte, overweegt het hof als volgt. De verdachte heeft op 15 december 2009 tegenover de politie verklaard dat achter de recepten die zij heeft gekregen van de medisch specialisten Smeets, Walburg-Schmidt en Westedt een blanco recept zat en dat zij deze blanco recepten heeft gekopieerd teneinde Temazepam te verkrijgen. Ook heeft zij verklaard dat zij de naam [medeverdachte] als pseudoniem gebruikt. Bij de rechter-commissaris heeft zij opnieuw verklaard recepten te hebben vervalst. De politieverklaring van de verdachte wordt ondersteund door de facturen en de blanco recepten die zijn aangetroffen in de woning van de verdachte, alsmede door de tenaamstelling daarvan en de namen van de "voorschrijvende" artsen die worden genoemd in de aangiftes van de apotheken. Naar het oordeel van het hof volgt uit het voorgaande dat het de verdachte is die in de aangiftes wordt bedoeld. Dat de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 26 oktober 2010 gedeeltelijk is teruggekomen van haar tegenover de politie en rechter-commissaris afgelegde verklaring, doet daar niets aan af. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 4, derde lid, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de straf en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 96 dagen met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meer dan eens valselijk opmaken van recepten en het aanbieden van deze recepten aan diverse apotheken ten einde het medicijn Temazepam te verkrijgen. Door aldus te handelen heeft de verdachte de regelgeving omtrent receptgeneesmiddelen omzeild en het vertrouwen ondergraven dat in de maatschappij in schriftelijke bewijsstukken gesteld moet kunnen worden.

De verdachte was ten tijde van deze handelingen al op leeftijd, te weten 67 jaar.

Voorts heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

20 februari 2012, waaruit blijkt dat de verdachte verder nimmer is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Het hof stelt vast dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu de inzendtermijn voor de stukken in hoger beroep met bijna vijf maanden is overschreden.

Gelet echter op het feit dat de zaak op 21 oktober 2011 is binnengekomen bij het gerechtshof en op 6 maart 2011 is afgedaan, is het hof van oordeel dat sprake is van een zodanige voortvarende behandeling in hoger beroep dat de overschrijding van de inzendtermijn hierdoor is gecompenseerd en aan de voornoemde schending geen rechtsgevolgen hoeven te worden verbonden.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 4 van de Opiumwet en de artikelen 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

96 (zesennegentig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein, mr. M.C.R. Derkx en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier mr. N.N.D. Bos.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 maart 2012.

mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.