Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BV9736

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-03-2012
Datum publicatie
23-03-2012
Zaaknummer
22-006645-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gevaarzettend gedrag in het verkeer door niet zijn aandacht op de weg en het verkeer voor hem te houden.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 900,00 (negenhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 18 (achttien) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006645-10

Parketnummer: 10-820007-10

Datum uitspraak: 5 maart 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 december 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1975,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 13 oktober 2011 en 20 februari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van EUR 900,- subsidiair 18 dagen hechtenis alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds ingevorderd is geweest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair,

hij op of omstreeks 10 oktober 2009 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Bosdreef, welk onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, niet (voortdurend) zijn aandacht op de weg en/of het verkeer vóór hem heeft gehad en/of niet heeft opgemerkt dat meerdere voertuigen vóór een rood licht uitstralend verkeerslicht stilstonden en/of (zonder te remmen) tegen de achterzijde van het (direct) vóór hem stilstaande voertuig is aangebotst, als gevolg waarvan (al) die genoemde stilstaande voertuigen tegen of in elkaar werden gedrukt, waardoor de inzittende van één van die stilstaande voertuigen, genaamd [benadeelde partij], zwaar lichamelijk letsel (te weten breuk van een borstkaswervel) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair,

hij op of omstreeks 10 oktober 2009 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Bosdreef, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, niet (voortdurend) zijn aandacht op de weg en/of het verkeer vóór hem heeft gehad en/of niet heeft opgemerkt dat meerdere voertuigen vóór een rood licht uitstralend verkeerslicht stilstonden en/of (zonder te remmen) tegen de achterzijde van het (direct) vóór hem stilstaande voertuig is aangebotst, als gevolg waarvan (al) die genoemde stilstaande voertuigen tegen of in elkaar werden gedrukt.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 10 oktober 2009 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Bosdreef, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt;

welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, niet zijn aandacht op de weg en het verkeer vóór hem heeft gehad en niet heeft opgemerkt dat meerdere voertuigen vóór een rood licht uitstralend verkeerslicht stilstonden en zonder te remmen tegen de achterzijde van het direct vóór hem stilstaande voertuig is aangebotst, als gevolg waarvan (al) die genoemde stilstaande voertuigen tegen of in elkaar werden gedrukt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en dat de verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van EUR 900,- subsidiair 18 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan gevaarzettend gedrag in het verkeer door niet zijn aandacht op de weg en het verkeer voor hem te houden. Verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat het verkeerslicht op groen stond, dat op zoek was naar zijn sigaretten en dat hij even niet goed oplette. De verdachte heeft in het geheel niet geremd bij het naderen van een stoplicht dat op rood stond en is met zijn auto tegen het voor hem stilstaande voertuig aangebotst. Hierdoor ontstond een kettingreactie en werden alle daar stilstaande auto's tegen dan wel in elkaar gedrukt. Door aldus te handelen heeft de verdachte blijk gegeven van een gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef ten opzichte van zijn medeweggebruikers.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel -dat overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal een geheel onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte een passende en geboden reactie vormt.

Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 900,00 (negenhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 18 (achttien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Wiersinga,

mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. P.J. Wurzer, in bijzijn van de griffier mr. R.T. Poort.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 maart 2012.

Mr. P.J. Wurzer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.