Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BV9046

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-03-2012
Datum publicatie
15-03-2012
Zaaknummer
22-000725-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden van [slachtoffer] en een poging tot afpersing van die [slachtoffer].

Het Hof bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000725-11

Parketnummer(s): 10-721006-08

Datum uitspraak: 12 maart 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 januari 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1978,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 27 februari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2, onder A en B en 3 primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 3 subsidiair ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts is de benadeelde partij K. [slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken van het onder 2, onder A en B ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 juli 2008 te Rotterdam en/of te Spijkenisse, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) met dat opzet

- die [slachtoffer] vast- en/of beetgepakt en/of

- die [slachtoffer] naar een (personen)auto geleid en/of

- die [slachtoffer] gedwongen in genoemde (personen)auto plaats te nemen en/of

- aan weerszijden van die [slachtoffer] in genoemde (personen)auto plaatsgenomen, (zodat die [slachtoffer] genoemde (personen)auto niet kon verlaten) en/of

- die [slachtoffer] in genoemde personenauto vervoerd naar een bankgebouw en/of

- die [slachtoffer] naar een pinautomaat bij dat bankgebouw geleid en/of (vervolgens) die [slachtoffer] omsingeld en/of

- (nadat die [slachtoffer] genoemd bankgebouw was binnengelopen), die [slachtoffer] vast- en/of beetgepakt en genoemd bankgebouw uitgetrokken.

3.

hij op of omstreeks 15 juli 2008 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal

- vast- en/of beetpakken van die [slachtoffer] en/of

- leiden van die [slachtoffer] naar een (personen)auto en/of

- die [slachtoffer] dwingen in genoemde (personen)auto plaats te nemen en/of

- plaatsnemen aan weerszijden van die [slachtoffer] in genoemde (personen)auto (zodat die [slachtoffer] genoemde (personen)auto niet kon verlaten) en/of

- aan die [slachtoffer] zeggen dat hij geld moest pinnen en/of dat ze hem (anders) in elkaar zouden trappen en dood zouden maken en/of

- vervoeren van die [slachtoffer] in genoemde personenauto naar een bankgebouw en/of

- leiden van die [slachtoffer] naar een pinautomaat bij dat bankgebouw en/of (vervolgens) die [slachtoffer] bij die pinautomaat omsingelen en/of

- (nadat die [slachtoffer] genoemd bankgebouw was binnengelopen), die [slachtoffer] vast- en/of beetpakken en genoemd bankgebouw uittrekken;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 15 juli 2008 te Rotterdam en/of Spijkenisse, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan deze [slachtoffer], althans een derde toebehoort, en/of tot het teniet doen van een inschuld,

welk geweld en/of bedreiging van geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal

- vast- en/of beetpakken van die [slachtoffer] en/of

- leiden van die [slachtoffer] naar een (personen)auto en/of

- die [slachtoffer] dwingen in genoemde (personen)auto plaats te nemen en/of

- plaatsnemen aan weerszijden van die [slachtoffer] in genoemde (personen)auto (zodat die [slachtoffer] genoemde (personen)auto niet kon verlaten) en/of

- aan die [slachtoffer] zeggen dat hij geld moest pinnen en/of dat ze hem (anders) in elkaar zouden trappen en dood zouden maken en/of

- vervoeren van die [slachtoffer] in genoemde personenauto naar een bankgebouw en/of

- (nadat die [slachtoffer] genoemd bankgebouw was binnengelopen), die [slachtoffer] vast- en/of beetpakken en genoemd bankgebouw uittrekken en/of

- leiden van die [slachtoffer] naar een pinautomaat bij dat bankgebouw en/of (vervolgens) die [slachtoffer] bij die pinautomaat omsingelen en/of zich (daarbij) ophouden in de buurt van die [slachtoffer],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan

- overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal -behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 15 juli 2008 te Rotterdam en te Spijkenisse, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte en zijn medeverdachte(n) met dat opzet

- die [slachtoffer] vast- en/of beetgepakt en

- die [slachtoffer] gedwongen in een (personen)auto plaats te nemen en

- aan weerszijden van die [slachtoffer] in genoemde (personen)auto plaatsgenomen, zodat die [slachtoffer] genoemde (personen)auto niet kon verlaten en

- die [slachtoffer] in genoemde personenauto vervoerd naar een bankgebouw en

- [slachtoffer] genoemd bankgebouw was binnengelopen), die [slachtoffer] vast- en/of beetgepakt en genoemd bankgebouw uitgetrokken.

3.

hij op 15 juli 2008 te Rotterdam en Spijkenisse, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachten voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag, dat aan deze [slachtoffer] toebehoort, welk geweld en bedreiging van geweld bestonden uit het

- vast- en/of beetpakken van die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] dwingen in een (personen)auto plaats te nemen en

- plaatsnemen aan weerszijden van die [slachtoffer] in genoemde (personen)auto zodat die [slachtoffer] genoemde (personen)auto niet kon verlaten en

- aan die [slachtoffer] zeggen dat hij geld moest pinnen en

- vervoeren van die [slachtoffer] in genoemde personenauto naar een bankgebouw en

- nadat die [slachtoffer] genoemd bankgebouw was binnengelopen, die [slachtoffer] vast- en/of beetpakken en genoemd bankgebouw uittrekken en

- zich ophouden in de buurt van die [slachtoffer],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting - een en ander zoals verwoord in zijn pleitnota - vrijspraak van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten bepleit. In de kern weergegeven heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte zich op geen enkele wijze bemoeid heeft met het feitelijke gebeuren en er dus geen sprake is geweest van plegen of medeplegen.

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen is naar het oordeel van het hof het volgende gebleken.

Op 15 juli 2008 bevond de verdachte zich samen met mededader [medeverdachte 1] in de Botlek Stores in Rotterdam. [medeverdachte 1] vertelde de verdachte dat hij iemand gezien had waar mededader [medeverdachte 2] nog geld van zou krijgen. Dit betrof aangever [slachtoffer]. De verdachte is toen met de auto [medeverdachte 2] op gaan halen. Samen met [medeverdachte 2] en mededader [medeverdachte 3] is de verdachte teruggekeerd naar de Botlek Stores waar zij uit de auto zijn gestapt. Daarna is [slachtoffer] beetgepakt, geslagen en geschopt door de medeverdachten van de verdachte.

De verdachte heeft gezien dat er in ieder geval door zijn medeverdachten aan [slachtoffer] werd getrokken en dat er werd geduwd. [slachtoffer] is ook ten val gekomen.

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij, doordat hij zo hard werd getrapt, zijn urine heeft laten lopen.

De verdachte heeft gehoord dat [medeverdachte 2] tegen [slachtoffer] zei dat hij zijn geld terug wilde hebben. Hij heeft voorts gehoord dat zij naar een bank zouden gaan zodat [slachtoffer] kon pinnen.

De verdachte en zijn mededaders zijn met [slachtoffer] in de auto gestapt. [medeverdachte 2], als bestuurder van de auto, en de verdachte zaten voorin. [slachtoffer], [medeverdachte] en [medeverdachte 3] zaten achterin. [slachtoffer] moest in het midden zitten tussen [medeverdachte] en [medeverdachte 3], zodat hij niet de gelegenheid had om weg te komen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij in de auto heeft gezien dat [slachtoffer] in zijn broek had geplast.

Zij zijn vervolgens naar de Rabobank in Spijkenisse gereden. Daar zijn ze allemaal uitgestapt. [slachtoffer] is vervolgens de bank ingevlucht en heeft daar om hulp verzocht. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn hierop ook de bank binnengegaan en hebben daar [slachtoffer] richting de uitgang van de bank getrokken. De verdacht heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij dit heeft gezien en dat hij en [medeverdachte] toen ook de bank zijn binnengegaan. [medeverdachte 2] heeft vervolgens [slachtoffer] mee naar buiten genomen. De verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn achter hen aangelopen. Buiten werd er weer over en weer geduwd.

[slachtoffer] is hierna naar de pinautomaat gelopen. [medeverdachte] is naast hem gaan staan. De verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] stonden op een afstand te kijken.

Zij stonden zodanig opgesteld dat [slachtoffer] niet zo maar weg kon lopen van de pinautomaat.

Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden en in het bijzonder gelet op het feit dat de verdachte wist dat [medeverdachte 2] geld van [slachtoffer] wilde hebben, hij vanaf het begin tot het eind bij voornoemde feitelijke gang van zaken aanwezig is geweest, en meer in het bijzonder dus ook vanuit Rotterdam mee in de auto naar Spijkenisse is gegaan en ook zelf het bankgebouw is ingegaan, en aldus door zijn aanwezigheid de groep getalsmatig heeft versterkt, is het hof van oordeel dat de verdachte een zodanig significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de vrijheidsberoving van [slachtoffer], het van de vrijheid beroofd houden van die [slachtoffer] en aan de poging tot afpersing van die [slachtoffer], dat sprake is van medeplegen van die feiten.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Motivering van de op te leggen straf en maatregel

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden van [slachtoffer] en een poging tot afpersing van die [slachtoffer]. De verdachte en zijn mededaders hebben het slachtoffer, van wie de medeverdachte [medeverdachte 2], naar zijn zeggen nog geld tegoed had, in een auto plaats laten nemen op een dusdanige manier dat hij de auto niet kon verlaten. Vervolgens zijn zij naar een bank gereden, alwaar [slachtoffer] werd gedwongen om geld te pinnen. Slechts vanwege het feit dat [slachtoffer] te weinig geld op zijn rekening had staan, hebben de verdachte en zijn mededaders heb geen geld afhandig kunnen maken.

Het hof houdt - evenals de rechtbank - rekening met de omstandigheid dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 februari 2012 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Voorts is rekening gehouden met het feit dat het relatief oude feiten betreft en niet is gebleken dat de verdachte zich nadien opnieuw schuldig heeft gemaakt aan het plegen van soortgelijke feiten.

Bovendien is ter terechtzitting in hoger beroep voldoende aannemelijk geworden dat de mededaders [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] - om voor het hof overigens niet duidelijke redenen - door de rechtbank in een andere samenstelling zijn vrijgesproken van de onderhavige bewezenverklaarde feiten.

Hoewel deze vrijspraken de bewezenverklaring in de onderhavige zaak niet uitsluiten, acht het hof alles overwegende, gelet op deze vrijspraken van de andere betrokkenen en de geringere rol die de verdachte in vergelijking met deze mededaders heeft gehad, het billijk te bepalen dat aan de verdachte thans op de voet van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder

3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 3 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma,

mr. I.P.A. van Engelen en mr. S.J.A.M. van Gend,

in bijzijn van de griffier mr. C.B. Jans.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 maart 2012.

Mr. S.J.A.M. van Gend is buiten staat dit arrest te ondertekenen.