Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BV9042

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-03-2012
Datum publicatie
15-03-2012
Zaaknummer
22-006670-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met zijn mededaders door middel van braak goederen uit een winkel gestolen.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) weken waarvan 6 (zes) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-006670-10

Parketnummer(s): 09-607950-10

Datum uitspraak: 12 maart 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 21 december 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortejaar] 1989,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 27 februari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 weken, met aftrek van voorarrest, waarvan zes weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 07 september 2010 te Sassenheim, gemeente Teylingen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkelpand, gelegen aan de Oude Haven (nr. 13 B), heeft weggenomen een grote hoeveelheid parfum en/of aftershave, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan drogisterij Dirck III, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door (de houten plaat welke voor) een toegangsdeur tot dat pand (was bevestigd) in te trappen, althans te verbreken.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 07 september 2010 te Sassenheim, gemeente Teylingen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand, gelegen aan de Oude Haven (nr. 13 B), heeft weggenomen een grote hoeveelheid parfum en aftershave, toebehorende aan drogisterij Dirx III, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door de houten plaat welke voor een toegangsdeur tot dat pand was bevestigd in te trappen, althans te verbreken;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman namens de verdachte - evenals in eerste aanleg - het verweer gevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig bewijs. De verdachte kan niet aan de auto worden gekoppeld en uit het dossier blijkt niet van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen is naar het oordeel van het hof het volgende gebleken.

Op dinsdag 7 september 2010, omstreeks 03.14 uur werd bij de meldkamer van de regiopolitie Hollands Midden gemeld dat er op dat moment werd ingebroken in de Dirx drogisterij, gevestigd aan de Oude Haven 13 in Sassenheim. Door een getuige ([getuige]) werd waargenomen dat er meerdere personen bij de inbraak betrokken waren. Hij verklaart dat hij in de nacht van maandag 6 op dinsdag 7 september omstreeks 03.00 uur - 03.15 uur wakker werd. Hij zag vanuit het slaapkamerraam voor de drogisterij een auto staan. Hij zag een man bij de auto staan die naar de kruising Hoofdstraat-Teylingerlaan liep. Kort daarop zag hij de man naar de auto teruglopen. Hij hoorde dat hij iets in de richting van de winkel riep. Vrijwel gelijktijdig zag hij vanaf de Teylingerlaan een opvallende politieauto aan komen rijden. Hij zag mannen uit de drogisterij komen. Ze hadden goederen bij zich. Hij zag dat de goederen in de achterbak van de auto werden gegooid en dat alle personen instapten. De auto reed hierna met hoge snelheid weg. De personen die uit de drogisterij kwamen waren donker gekleed met capuchons over hun hoofd.

Brigadier van politie B. Dekker reed tijdens de melding met een opvallende surveillanceauto nabij de drogisterij en zag dat een zilverkleurige Seat Leon voor de winkelingang geparkeerd stond met alle portieren en de achterklep geopend. Hij zag een in het zwart geklede persoon uit de winkel komen rennen die een zogenaamde "bigshopper" achterin de Seat Leon gooide. Deze persoon droeg een bivakmuts. Hij zag voorts dat een tweede man uit de winkel kwam rennen die ook in het zwart gekleed was. Hij zag dat de mannen in de auto stappen en dat de Seat Leon met nog geopende deuren hard wegreed de Teylingerlaan op. Hij is achter de Seat Leon aangereden. Doordat de Seat Leon met onverantwoord hoge snelheid reed is hij deze ter hoogte van het Gildehof kwijtgeraakt. Hij is doorgereden naar de Hoofdstraat. Op de Zandslootkade, nabij de Tijlloosstraat werd de achtervolging gestaakt. Door diverse eenheden, waaronder bikers en een hondengeleider werd een zoekactie gestart.

Omstreeks 03.30 uur reden verbalisanten D. Bos en J.F. Stoop in uniform op hun bike over de Hein Baderstraat te Sassenheim. Zij waren op dat moment in de wijk op zoek naar de verdachten. Verbalisant D. Bos zag in de brandgang twee personen lopen. De verbalisanten zijn gekeerd en zijn achter deze personen aangereden. Zij zagen dat de twee personen hen zagen en dat zij wegrenden. Zij zagen de mannen over een schutting van een tuin klimmen en proberen weg te komen. Verbalisant J.F. Stoop is heeft zijn bike achtergelaten is achter één van de personen aangegaan. Hij zag dat de persoon via diverse achtertuinen richting de Tijloosstraat ging. Op de Tijloosstraat is de persoon om 03.35 uur aangehouden. De persoon was genaamd: [medeverdachte], [adres]. Op het moment van zijn aanhouding had [medeverdachte] ondermeer een zwarte joggingbroek, een zwart nylon jack en een wit/zwart gestreept vest aan.

Op de ter beschikking gestelde videobeelden van de inbraak zijn een drietal personen waarneembaar. Eén van deze personen droeg een donker jack, donkere broek en onder zijn jack een wit met donker gestreept kledingstuk.

Omstreeks 03.43 uur heeft verbalisant H.J. Meeuwenoord, werkzaam als surveillance-hondengeleider, het verzoek gekregen om te gaan naar de Zandslootkade te Sassenheim alwaar verdachten van een inbraak voor het laatst waren gezien in een steeg. De verbalisant is met zijn diensthond naar de steeg gelopen. Aldaar heeft hij tweemaal duidelijk hoorbaar geroepen: "Hier spreekt de politie, kom tevoorschijn of de hond wordt ingezet!".

Vanuit het gebied kwam geen reactie en hij heeft toen zijn hond het commando gegeven ter opsporing en aanhouding. Samen met zijn hond is de verbalisant gaan zoeken in een steeg. De hond sloeg aan bij een tuin van de Tijloosstraat. Deze tuin was leeg. De verbalisant is verder gaan zoeken en zijn hond sloeg aan bij een tuin aan de andere zijde van de steeg bij tuinen behorende aan de H. Baderstraat. Uit één van deze tuinen hoorde hij een man roepen: "Ik geef mij over, ik geef mij over". De man werd daar om 04.17 uur aangehouden. Het betrof de verdachte [verdachte], [adres].

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij [medeverdachte] kent.

Eerder dat jaar, op 15 maart 2010 omstreeks 01.45, is de verdachte samen met [medeverdachte] in Harinxveld-Giessendam aangehouden. Zij bevonden zich toen samen met een ander in een auto waarin handschoenen en bivakmutsen zijn aangetroffen.

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden en gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte één van de daders van de inbraak is geweest.

Het hof heeft daartoe met name acht geslagen op het feit dat:

- de verdachte, woonachtig in Den Haag, in het holst van een doordeweekse nacht is aangetroffen in een tuin in Sassenheim, waarvoor hij geen aannemelijke verklaring heeft gegeven;

- de verbalisanten D. Bos en J.F. Stoop de twee door hen waargenomen personen zagen wegvluchten via een schutting een tuin in;

- de verdachte is aangetroffen in de directe omgeving van de plaats waar medeverdachte [medeverdachte] is aangehouden;

- de verdachte [medeverdachte] kende en zij eerder samen zijn aangehouden;

- [medeverdachte] binnen 20 minuten na de melding is aangehouden onder de hierboven ten aanzien van [medeverdachte] genoemde en voor [medeverdachte] belastende omstandigheden en [medeverdachte], aldus het hof, als mededader moet worden aangemerkt;

- de verdachte bij zijn aanhouding een zwart vest met capuchon droeg.

Het hof is derhalve van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen aan de diefstal uit de drogisterij.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met zijn mededaders door middel van braak goederen uit een winkel gestolen. Diefstal met braak is een ernstig feit, dat financiële schade bij de benadeelde en overlast in het algemeen veroorzaakt. Bovendien brengen dergelijke feiten ook bij anderen in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid met zich mee.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 februari 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering van de benadeelde partij Dirx Drogisterij

In het onderhavige strafproces heeft Dirx Drogisterij zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 11.597,63.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 1.323,07.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve -hoofdelijk- worden toegewezen.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Dirx Drogisterij

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

EUR 1.323,07 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer Dirx Drogisterij.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, Dirx Drogisterij, terzake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1.323,07 (duizend driehonderddrieëntwintig euro en zeven cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Dirx Drogisterij, een bedrag te betalen van EUR 1.323,07 (duizend driehonderddrieëntwintig euro en zeven cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma,

mr. I.P.A. van Engelen en mr. S.J.A.M. van Gend,

in bijzijn van de griffier mr. C.B. Jans.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 maart 2012.

Mr. S.J.A.M. van Gend is buiten staat dit arrest te ondertekenen.