Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BV8428

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-02-2012
Datum publicatie
09-03-2012
Zaaknummer
22-001814-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van verkoop door een misdrijf verkregen goed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001814-11

Parketnummer: 09-655082-10

Datum uitspraak: 21 februari 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van

1 april 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1963,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 7 februari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van EUR 1.000,--, subsidiair twintig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 6 juli 2007 tot en met 11 september 2007 te Vinkeveen en/of Schipluiden, gemeente Midden-Delfland en/of Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een sloep (merk Antaris, type 630, CIN-nummer [nr]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die sloep wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

De verdachte heeft van een een hem bekende persoon genaamd [medeverdachte], die bij hem al vaste klant was, een sloep aangekocht en die sloep vervolgens aan een derde doorverkocht. De aankoopprijs voor deze sloep was een alleszins redelijke prijs. Door de verkoper is voor deze overeenkomst bovendien een factuur gestuurd aan de verdachte. Gelet op deze omstandigheden kan de verdachte naar het oordeel van het hof niet worden verweten dat hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de sloep een door misdrijf verkregen goed betrof. Daar komt nog bij dat gelet op de destijds bestaande mogelijkheden voor de verdachte om de herkomst van een dergelijke sloep na te gaan, de verdachte naar het oordeel van het hof in voldoende mate heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,

mr. A.M.P. Gaakeer en mr. G. Knobbout, in bijzijn van de griffier M. van der Mark.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 februari 2012.