Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BV6093

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-02-2012
Datum publicatie
16-02-2012
Zaaknummer
22-004275-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft in de periode van begin november 2010 tot begin mei 2011 - een periode van zes maanden - een achttal misdrijven gepleegd waarvoor ingevolge het bepaalde in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voorlopige hechtenis is toegelaten.

Het Hof legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004275-11

Parketnummer: 10-661137-11

Datum uitspraak: 13 februari 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 31 augustus 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1978,

thans gedetineerd in P.I. Noordsingel te Rotterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 30 januari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde veroordeeld en is de maatregel opgelegd tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 09 mei 2011 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een (vrijstaande) woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen divers keukengerei (bestek, pannen) en/of een motorblok en/of koperen onderdelen van de trapleuning en/of een boodschappentas en/of een blikje bier, elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te weten door een raam/ruit op de eertse etage te vebreken en/of te forceren en/of (vervolgens) (door de aldus ontstane opening) de woning binnen te gaan;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 09 mei 2011 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (vrijstaande) woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen divers keukengerei (bestek, pannen) en/of een motorblok en/of koperen onderdelen van de trapleuning en/of een boodschappentas en/of een blikje bier, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, op de eerste verdieping van die woning is geklommen en/of (vervolgens) een ruit heeft verbroken, althans geforceerd en/of (vervolgens) (door de aldus ontstane opening) de woning binnen te gaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 05 april 2011 tot en met 06 april 2011 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand gelegen op of aan de [adres] heeft weggenomen een ijzeren blikje en/of twee theelepels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en / of verbreking, te weten door een slot van een deur van dat pand te verbreken, althans te forceren;

3.

hij op of omstreeks 26 maart 2011 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk drie, althans één of meer parasolstandaard(s) en/of een ruit van een toegangsdeur van een schuur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Laurens Nijeveld Woonzorgcentrum, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en / of onbruikbaar gemaakt door op/tegen die die parasolhouder(s) te schoppen en/of trappen en/of op/tegen die ruit van een toegangsdeur van een schuur te slaan/stompen en/of slaan/schoppen;

4.

hij op of omstreeks 10 februari 2011 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mengpaneel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Feedback B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 februari 2011 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een mengpaneel (merk Soundkraft), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Feedback B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zijn jas om het mengpaneel heeft gewikkeld en richting uitgang is gelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 04 februari 2011 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (lip)verzorgingsproduct (merk Labello), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn (gevestigd aan het Bentinckplein), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6.

hij op of omstreeks 12 december 2010 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (zilverkleurige) kraan (van een wasbak) en/of een (plastic) spuitmondstuk (merk Gardena), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

7.

hij op of omstreeks 24 november 2010 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkel)pand (gelegen op/aan de Argonautenweg) heeft weggenomen vijf, althans één of meer pot(ten)/flacon(s) creme, althans (een) cosmetica-artikel(en) en/of één flesje bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

8.

hij op of omstreeks 03 november 2010 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een tankstation, (gelegen op/aan de Molenlaan), heeft weggenomen een snoepreep (merk Mars), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Esso, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 09 mei 2011 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een (vrijstaande) woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen divers keukengerei (bestek, pannen) en een motorblok en koperen onderdelen van de trapleuning en een boodschappentas en een blikje bier, toebehorende aan [benadeelde partij 1];

2.

hij in de periode van 05 april 2011 tot en met 06 april 2011 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand gelegen aan de Strekkade heeft weggenomen een ijzeren blikje en twee theelepels, toebehorende aan [benadeelde partij 2];

3.

hij op 26 maart 2011 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk drie parasolstandaards, toebehorende aan Laurens Nijeveld Woonzorgcentrum, heeft vernield door tegen die parasolstandaards te trappen;

4. primair

hij op 10 februari 2011 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mengpaneel, toebehorende aan Feedback;

5.

hij op 04 februari 2011 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een lipverzorgingsproduct (merk Labello), toebehorende aan Albert Heijn (gevestigd aan het Bentinckplein);

6.

hij op 12 december 2010 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (zilverkleurige) kraan (van een wasbak) en een (plastic) spuitmondstuk (merk Gardena), toebehorende aan

[benadeelde partij 3];

7.

hij op 24 november 2010 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkelpand (gelegen aan de Argonautenweg) heeft weggenomen vijf potten/flacons crème, en één flesje bier, toebehorende aan Albert Heijn BV;

8.

hij op 03 november 2010 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een tankstation, (gelegen aan de Molenlaan), heeft weggenomen een snoepreep (merk Mars),toebehorende aan Esso.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair, 2, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren.

Motivering van de op te leggen maatregel

Het hof zal aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren opleggen, nu aan de door de wet gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht is voldaan en het hof oplegging van die maatregel aangewezen acht. Het hof heeft daarbij het volgende overwogen.

De verdachte heeft in de periode van begin november 2010 tot begin mei 2011 - een periode van zes maanden - een achttal misdrijven gepleegd waarvoor ingevolge het bepaalde in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier winkeldiefstallen, drie diefstallen ten nadele van particulieren, en de vernieling van goederen toebehorende aan een woonzorgcentrum. Door aldus te handelen heeft de verdachte de benadeelden overlast en financiële schade bezorgd en de veiligheid van goederen in gevaar gebracht.

Uit een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 januari 2012 blijkt dat de verdachte sinds 2003 stelselmatig met politie en justitie in aanraking is gekomen vanwege het plegen van met name vermogensdelicten. In de vijf jaren voorafgaand aan de thans bewezen verklaarde feiten is de verdachte vijfmaal wegens misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld (waarvan twee maal voorwaardelijk tot de ISD-maatregel) en eenmaal tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hiervoor en hierna: ISD-maatregel). Die maatregel is ten uitvoer gelegd van 21 mei 2008 tot 21 mei 2010. De gevangenisstraffen en de ISD-maatregel waren ten uitvoer gelegd vóórdat de onderhavige feiten werden begaan.

De gevangenisstraffen waren, uitgezonderd de bij vonnis van 25 augustus 2006 opgelegde gevangenisstraf, die ten uitvoer is gelegd van 21 mei tot 4 juni 2010, reeds ten uitvoer gelegd vóórdat voornoemde onvoorwaardelijke ISD-maatregel aan de verdachte werd opgelegd. Derhalve doet zich thans de situatie voor waarin veroordelingen die in aanmerking zijn genomen bij het ten eerste male opleggen van de ISD-maatregel, alsook de onherroepelijke veroordeling tot die maatregel zelf, in aanmerking worden genomen bij het opleggen van een (tweede) ISD-maatregel. Het hof stelt vast dat uit de wetsgeschiedenis (met name Kamerstukken I 2003/04, 28980, D, p. 2 en Kamerstukken I 2003/04, 28980, F, p. 4) blijkt dat dit niet in strijd is met de bedoeling van de wetgever.

De verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de eerder opgelegde ISD-maatregel een zogenoemde 'kale' ISD-maatregel betrof en zich onder meer om die reden verzet tegen de in het bestreden vonnis opgelegde ISD-maatregel, nu deze zijns inziens wederom zal leiden tot 'kale' detentie. Uit het na te noemen Reclasseringsadvies blijkt evenwel dat van een 'kale' tenuitvoerlegging van de eerder onvoorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel geen sprake is geweest. Uit het Reclasseringsadvies blijkt immers dat de verdachte in het kader van de in 2008 opgelegde ISD-maatregel in 2009 extramuraal is geplaatst bij Palier en dat daar tijdens de behandeling geen vooruitgang werd geboekt. Uiteindelijk onttrok de verdachte zich aan de behandeling en is hij betrapt op middelengebruik. Na opgespoord te zijn heeft de verdachte tot juni 2010 in detentie doorgebracht.

Het hof houdt het er derhalve voor dat de verdachte het door medewerking te verlenen in eigen hand heeft of aan de ISD-maatregel inhoud zal (kunnen) worden gegeven.

Uit een de verdachte betreffende rapportage van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie d.d. 23 juni 2011, opgesteld en ondertekend door F. Verstraeten, forensisch psychiater, blijkt dat er bij de verdachte sprake lijkt te zijn van middelenproblematiek en dat er duidelijke aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis uit het cluster B, met met name antisociale en narcistische kenmerken. Mogelijk zijn er ook enkele schizotypische kenmerken aanwezig. De psychiater stelt dat er geen medisch-inhoudelijke contra-indicaties voor het opleggen van een ISD-maatregel zijn. De psychiater wijst er op dat het belangrijk is dat er tijdens een eventuele ISD-maatregel geschikte nazorg dan wel maatschappelijke ondersteuning wordt geregeld.

Blijkens het Reclasseringsadvies van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering d.d. 8 augustus 2011, opgesteld en ondertekend door K. Knuisting Neven, reclasseringswerker, lijkt de persoonlijkheidsstoornis te leiden tot een onrealistisch zelfbeeld, geen probleembesef en geen veranderingsgezindheid, hetgeen de kans op recidive verhoogt. Ook het feit dat de verdachte geen stabiele factoren, zoals huisvesting, inkomen en een dagbesteding, heeft en de oorzaak daarvan buiten zichzelf legt, is recidiveverhogend. De reclasseringswerker schat de kans op recidive in als hoog. De verdachte wist dat hij door het plegen van het aan het advies ten grondslag liggende delict wederom een ISD-maatregel opgelegd zou kunnen krijgen, maar dit heeft hem er niet van weerhouden het delict te plegen. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt eveneens ingeschat als hoog. De reclasseringswerker acht een verplicht ambulant kader niet voldoende om de kans op recidive te verlagen. De reclasseringswerker stelt dat de ISD-maatregel het mogelijk maakt om de verdachte wederom te motiveren, stabiliseren en de juiste behandeling te bieden. De reclasseringswerker wijst er op dat naast eventuele behandeling het ook van belang is dat er aandacht is voor het drugsgebruik van de verdachte, wat het delictgedrag in stand lijkt te houden.

Uit het hiervoor overwogene blijkt dat de eerder aan de verdachte opgelegde straffen en de eerder opgelegde ISD-maatregel er niet toe hebben geleid dat de verdachte zijn gedrag in positieve zin heeft veranderd. Er moet naar het oordeel van het hof dan ook ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de veiligheid van personen en goederen mitsdien het opleggen van de ISD-maatregel eist.

Het hof zal de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de ten uitvoer te leggen maatregel nu een dergelijke aftrek zich naar het oordeel van het hof niet verdraagt met het karakter van de in het geval van deze verdachte aan de maatregel te geven invulling.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 38m, 57, 63, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit arrest is gewezen door mr. G.P.A. Aler,

mr. T.W.H.E. Schmitz en mr. R.M. Bouritius, in bijzijn van de griffier mr. H. Biemond.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 februari 2012.