Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2012:BV5750

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-02-2012
Datum publicatie
16-02-2012
Zaaknummer
22-004017-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft in de periode van november 2008 tot en met februari 2010, samen met een of meer mededaders in winkelbedrijven op geraffineerde wijze een zeer groot aantal met name oudere personen bestolen van hun portemonnee. In enkele gevallen werd korte tijd later met de gestolen pinpas geld opgenomen van de rekening van het slachtoffer.

Het Hof heeft de schadevorderingen van de benadeelde partijen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004017-10

Parketnummer: 11-860108-10

Datum uitspraak: 2 februari 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 15 juli 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortejaar] 1973,

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-Oost, Evertsoord Ter Peel, te Evertsoord.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 29 september 2011 en 19 januari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 4 primair en subsidiair, 8, 18, 22, 24 en 29 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3, 5, 6, 7 primair, 9 primair, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 17 primair, 19, 20, 21 primair, 23 primair, 25, 26, 27, 28 primair, 30, 31, 32, 33 en 34 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en

6 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts zijn beslissingen gegeven omtrent de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, een en ander als nader omschreven in het vonnis.Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van het onder 4 primair en subsidiair, 8, 18, 22, 24 en 29 ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep thans nog aan de orde - ten laste gelegd dat:

1.

Zaak 3.

zij op of omstreeks 13 november 2008 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 235 euro) en/of een rijbewijs en/of één of meerdere creditcard(s) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 1] (geboren in het jaar 1944), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

2.

Zaak 12.

zij op of omstreeks 03 februari 2009 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 50 euro) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)),in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 2] (geboren in het jaar 1950), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

3.

Zaak 13.

zij op of omstreeks 03 februari 2009 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin een rijbewijs en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 3] (geboren in het jaar 1925), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

5.

Zaak 16.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) of omstreeks 02 februari 2009 te Schijndel en/of te Sint-Oedenrode, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautoma(a)ten en/of (een) betaalautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag van 950 euro in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 4] (geboren in het jaar 1920), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door gebruik te maken van een valse sleutel, te weten door één of meerdere gestolen (pin)pas(sen) (op naam van [benadeelde partij 4]) in bovengenoemde automa(a)t(en) in te voeren en/of (vervolgens) een aan de rechtmatige houder van die (pin)pas(sen) opgegeven (geheime) pincode in te voeren;

6.

Zaak 17.

zij op of omstreeks 20 februari 2009 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 65 euro) en/of een rijbewijs en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 5] (geboren in het jaar 1941), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

7. primair

Zaak 18.

zij op of omstreeks 28 november 2008 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 150 euro, althans 30 euro) en/of een parkeervergunning en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 6] (geboren in het jaar 1939), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

subsidiair

zij op of omstreeks 28 november 2008 te Zwolle, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere (pin)pas(sen) (op naam van [benadeelde partij 6]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde pas(sen) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

9. primair

Zaak 19.

zij op of omstreeks 09 februari 2009 te Bergen, gemeente Bergen (L) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 40 euro) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 7] (geboren in het jaar 1939), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

subsidiair

zij op of omstreeks 09 februari 2009 te Bergen, gemeente Bergen (L), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere (pin)pas(sen) (op naam van [benadeelde partij 7]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde pas(sen) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

10.

Zaak 19.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 09 februari 2009 te Bergen, gemeente Bergen (L), en/of Cuijk en/of Venray, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautoma(a)ten en/of (een) betaalautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag van 1.250 euro, en/of een bedrag van 250 euro en/of een bedrag van 1.000 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 7] (geboren in het jaar 1939) en/of de heer [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door gebruik te maken van een valse sleutel, te weten door één of meerdere gestolen (pin)pas(sen) (op naam van [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8]) in bovengenoemde automa(a)t(en) in te voeren en/of (vervolgens) een aan de rechtmatige houder van die (pin)pas(sen) opgegeven (geheime) pincode in te voeren;

11.

Zaak 20.

zij op of omstreeks 13 februari 2009 te Sevenum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 145 euro) en/of een rijbewijs en/of één of meerdere creditcard(s) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 9](geboren in het jaar 1967) en/of mevrouw [benadeelde partij 10](geboren in het jaar 1995), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

12.

Zaak 22.

zij op of omstreeks 14 februari 2009 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 30 euro) en/of een ID-kaart en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 11] (geboren in het jaar 1932), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

14.

Zaak 23.

zij op of omstreeks 03 februari 2009 te Appingedam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 190 euro) en/of een ID-kaart en/of een rijbewijs en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 12](geboren in het jaar 1917), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

15.

Zaak 24.

zij op of omstreeks 24 november 2008 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 80 euro) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 13](geboren in het jaar 1922), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

16.

Zaak 25.

zij op of omstreeks 03 november 2008 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag (groot 34 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 14] (geboren in het jaar 1944), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

17. primair

Zaak 29.

zij op of omstreeks 30 januari 2009 te Kampen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 85 euro) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw

[benadeelde partij 15](geboren in het jaar 1925), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

subsidiair

zij op of omstreeks 30 januari 2009 te Kampen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere (pin)pas(sen) (op naam van [benadeelde partij 15]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde pas(sen) wist(ten), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

19.

Zaak 32.

zij op of omstreeks 25 maart 2009 te Burgum, gemeente Tytsjerksteradiel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 35 euro) en/of een ID-kaart en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 16](geboren in het jaar 1968), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

20.

Zaak 35.

zij op of omstreeks 02 december 2008 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 40 euro) en/of een ID-kaart en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 17](geboren in het jaar 1932), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

21. primair

Zaak 36.

zij op of omstreeks 13 februari 2009 te Weert tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 250 euro) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw

[benadeelde partij 18](geboren in het jaar 1949), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

subsidiair

zij op of omstreeks 13 februari 2009 te Weert, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere (pin)pas(sen) (op naam van [benadeelde partij 18]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde pas(sen) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

23. primair

Zaak 37.

zij op of omstreeks 20 november 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 19](geboren in het jaar 1930), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

subsidiair

zij op of omstreeks 20 november 2008 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere (pin)pas(sen) (op naam van [benadeelde partij 19]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde pas(sen) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

25.

Zaak 38.

zij op of omstreeks 07 november 2008 te Leiden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 85 euro) en/of een ID-kaart en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 20] (geboren in het jaar 1927), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

26.

Zaak 39.

zij op of omstreeks 07 februari 2009 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 40 euro) en/of één of meerdere creditcard(s) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de partner van de heer [benadeelde partij 21] en/of de heer [benadeelde partij 21] (geboren in het jaar 1944), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

27.

Zaak 40.

zij op of omstreeks 07 februari 2009 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 22] (geboren in het jaar 1946), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

28. primair

Zaak 42.

zij op of omstreeks 2 juli 2009 te Papendrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 150 euro) en/of een rijbewijs en/of autopapieren en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 23] (geboren in het jaar 1936), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

subsidiair

zij op of omstreeks 2 juli 2009 te Papendrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere (pin)pas(sen) (op naam van [benadeelde partij 23]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde pas(sen) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

30.

Zaak 43.

zij op of omstreeks 16 februari 2010 te Uithuizermeeden, gemeente Eemsmond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 20 euro) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 24](geboren in het jaar 1954), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

31.

Zaak 44.

zij op of omstreeks 16 februari 2010 te Uithuizen, gemeente Eemsmond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en/of een ID-kaart en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 25](geboren in het jaar 1952) en/of de heer [benadeelde partij 26] (geboren in het jaar 1947), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

32.

Zaak 45.

zij op of omstreeks 18 februari 2010 te Assen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 265 euro) en/of één of meerdere (pin)pas(sen)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw

[benadeelde partij 27] (geboren in het jaar 1928), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

33.

Zaak 46.

zij op of omstreeks 20 februari 2009 te Lemmer, gemeente Lemsterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 600 euro, althans 150 euro) en/of één of meerdere foto's met emotionele waarde), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 28] (geboren in het jaar 1926), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

34.

Zaak 47.

zij op of omstreeks 20 februari 2010 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 140 euro) en/of een ID-kaart en/of een rijbewijs), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 29] (geboren in het jaar 1928), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 28 primair ten laste is gelegd, nu het bewijs ontbreekt dat de verdachte betrokken is geweest bij deze diefstal. Voorts is het hof van oordeel dat het bewijs ontbreekt dat de verdachte betrokken is geweest bij de onder 28 subsidiair ten laste gelegde heling. De verdachte zal daarom van deze feiten worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de feiten 5, 10, 21 primair

Het hof leidt uit de zich in het dossier bevindende verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte 1] (zie de verklaringen van [medeverdachte 1] d.d. 11 januari 2010 nr. 2009029799-2, bijlage 16/VH1/01, respectievelijk nr. 2010000939-2, bijlage 19/VH1/01) af dat als werkwijze bij het pinnen met een gestolen pinpas onder meer werd ingezet dat de verdachte tevoren de portemonnee met de pinpas stal en die pinpas met een zich in die portemonnee bevindend briefje met daarop de pincode aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] overhandigde om te kunnen pinnen. Voor deze door [medeverdachte 1] beschreven modus operandi vindt het hof bevestiging in de verklaring van de verdachte dat zij analfabeet is en zonder hulp van anderen niet in staat is geld te pinnen (zie de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep). Deze modus operandi legt het hof mede ten grondslag aan zijn oordeel dat de verdachte de feiten 5 en 10 heeft medegepleegd.

Ten aanzien van feit 21 primair voorts

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij, als zij op de camerabeelden bij de betaalautomaat geld staat te pinnen met [medeverdachte 2], de man van de verdachte, de verdachte dan daarvoor de portemonnee heeft gestolen (zie de verklaring van [medeverdachte 1] d.d. 12 februari 2010, nr. 2010013740-2, bijlage 36/VH1/01).

Ten aanzien van de feiten 11 en 17 primair

Het hof leidt uit de zich in het dossier bevindende verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte 1] (zie de verklaringen van [medeverdachte 1] d.d. 11 januari 2010, nr. 2010000961-2, bijlage 20/VH1/01, d.d. 1 februari 2010, nr. 2010003336-2, bijlage 23/VH1/01 en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 januari 2009 nr. PL04NO/09-011138, bijlage 29/AH/01) af dat als werkwijze bij het stelen van een portemonnee in een winkel onder meer werd ingezet dat door [medeverdachte 1] en de verdachte boodschappenmandjes werden gevuld, die in de betreffende winkel werden achtergelaten wanneer de diefstal was voltooid. Deze modus operandi legt het hof mede ten grondslag aan zijn oordeel dat de verdachte de feiten 11 en 17 primair heeft medegepleegd.

Ten aanzien van de feiten 30 en 31

Op 16 februari 2010 tussen 13.55 en 14.20 uur werd in de Albert Heijn aan de Hoofdstraat-Oost 9 te Uithuizen een diefstal gepleegd (zie de aangifte van [benadeelde partij 26]). Dezelfde dag tussen 14.30 en 15.00 uur werd in de Super de Boer aan het Johan van Veenplein 6 te Uithuizermeeden een diefstal gepleegd (zie de aangifte van [benadeelde partij 24]). Uit onderzoek van de camerabeelden van de betreffende winkelbedrijven blijkt dat deze diefstallen door dezelfde twee daders zijn gepleegd en dat vergelijking van de verdachte met deze beelden een 100% match opleverde (zie het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2010, nr. 2010014879-2, bijlage 43/AH/01). Het hof overweegt daarbij dat de afstand tussen de twee winkelbedrijven - volgens een uitdraai van Viamichelin.com - slechts 4,5 kilometer bedraagt. Het vorenstaande legt het hof mede ten grondslag aan zijn oordeel dat de verdachte de feiten 30 en 31 heeft medegepleegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 5, 6, 7 primair, 9 primair, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 17 primair, 19, 20, 21 primair, 23 primair, 25, 26, 27, 30, 31, 32, 33 en 34 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

Zaak 3.

zij op 13 november 2008 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en een rijbewijs en één creditcard en meerdere passen), toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 1] (geboren in het jaar 1944;

2.

Zaak 12.

zij op 03 februari 2009 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 50 euro) en meerdere passen,toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 2] (geboren in het jaar 1950);

3.

Zaak 13.

zij op 03 februari 2009 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin een rijbewijs en één pas,toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 3] (geboren in het jaar 1925);

5.

Zaak 16.

zij op 02 februari 2009 te Schijndel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft weggenomen een geldbedrag van 950 euro toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 4] (geboren in het jaar 1920), waarbij haar mededaders het weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een valse sleutel, te weten door één gestolen (pin)pas (op naam van [benadeelde partij 4]) in bovengenoemde automaat in te voeren en vervolgens een aan de rechtmatige houder van die (pin)pas opgegeven (geheime) pincode in te voeren;

6.

Zaak 17.

zij op 20 februari 2009 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag een rijbewijs en meerdere passen, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 5] (geboren in het jaar 1941);

7. primair

Zaak 18.

zij op 28 november 2008 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en een parkeervergunning en één (pin)pas, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 6] (geboren in het jaar 1939);

9. primair

Zaak 19.

zij op 09 februari 2009 te Bergen, gemeente Bergen (L) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 40 euro) en meerdere passen, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 7] (geboren in het jaar 1939);

10.

Zaak 19.

zij op meerdere tijdstippen op 09 februari 2009 te Bergen, gemeente Bergen (L), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit geldautomaten heeft weggenomen een geldbedrag van 250 euro en een bedrag van 1.000 euro, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 7] (geboren in het jaar 1939) en/of de heer [benadeelde partij 8], waarbij haar mededader de weg te nemen goederen onder haar bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een valse sleutel, te weten door meerdere gestolen (pin)passen (op naam van [benadeelde partij 7] in bovengenoemde automaten in te voeren en vervolgens een aan de rechtmatige houder van die (pin)passen opgegeven (geheime) pincode in te voeren;

11.

Zaak 20.

zij op 13 februari 2009 te Sevenum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 145 euro) en een rijbewijs en één creditcard en meerdere pas(sen, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 9] (geboren in het jaar 1967) of mevrouw [benadeelde partij 10] (geboren in het jaar 1995);

12.

Zaak 22.

zij op 14 februari 2009 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag een ID-kaart en meerdere passen, toebehorende aan [benadeelde partij 11] (geboren in het jaar 1932);

14.

Zaak 23.

zij op 03 februari 2009 te Appingedam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en een ID-kaart en een rijbewijs en één pas, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 12] (geboren in het jaar 1917);

15.

Zaak 24.

zij op 24 november 2008 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 80 euro) en één (pin)pas, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 13] (geboren in het jaar 1922);

16.

Zaak 25.

zij op 03 november 2008 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag (groot 34 euro), toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 14] (geboren in het jaar 1944);

17. primair

Zaak 29.

zij op 30 januari 2009 te Kampen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en één (pin)pas, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 15] (geboren in het jaar 1925);

19.

Zaak 32.

zij op 25 maart 2009 te Burgum, gemeente Tytsjerksteradiel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 35 euro) en/of een ID-kaart en meerdere passen, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 16] (geboren in het jaar 1968);

20.

Zaak 35.

zij op 02 december 2008 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 40 euro) en een ID-kaart en meerdere passen, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 17] (geboren in het jaar 1932);

21. primair

Zaak 36.

zij op 13 februari 2009 te Weert tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en één pin)pas, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 18] (geboren in het jaar 1949);

23. primair

Zaak 37.

zij op 20 november 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en meerdere (pin)passen, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 19] (geboren in het jaar 1930);

25.

Zaak 38.

zij op 07 november 2008 te Leiden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 85 euro) en een ID-kaart en één pas, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 20] (geboren in het jaar 1927);

26.

Zaak 39.

zij op 07 februari 2009 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 40 euro) en één creditcard en één (pin)pas, toebehorende aan de partner van de heer [benadeelde partij 21]en/of de heer [benadeelde partij 21](geboren in het jaar 1944);

27.

Zaak 40.

zij op 07 februari 2009 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 22] (geboren in het jaar 1946);

30.

Zaak 43.

zij op 16 februari 2010 te Uithuizermeeden, gemeente Eemsmond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en één (pin)pas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 24] (geboren in het jaar 1954);

31.

Zaak 44.

zij op 16 februari 2010 te Uithuizen, gemeente Eemsmond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en een ID-kaart en meerdere passen, toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 25] (geboren in het jaar 1952);

32.

Zaak 45.

zij op 18 februari 2010 te Assen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 265 euro) en één (pin)pas, toebehorende aan mevrouw

[benadeelde partij 27] (geboren in het jaar 1928);

33.

Zaak 46.

zij op 20 februari 2009 te Lemmer, gemeente Lemsterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag en meerdere foto's met emotionele waarde), toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 28] (geboren in het jaar 1926);

34.

Zaak 47.

zij op 20 februari 2010 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin enig geldbedrag (groot 140 euro) en een ID-kaart en een rijbewijs), toebehorende aan mevrouw [benadeelde partij 29] (geboren in het jaar 1928).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1, 2, 3, 6, 7 primair, 9 primair, 11, 12,

14, 15, 16, 17 primair, 19, 20, 21 primair, 23 primair, 25, 26, 27, 30, 31, 32, 33 en 34 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Het onder 5 en 10 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de opgelegde straf en dat - gelet op de overschrijding van de inzendingstermijn van 6 maanden - aan de verdachte zal worden opgelegd, een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 3 maanden.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft in de periode van november 2008 tot en met februari 2010, samen met een of meer mededaders in winkelbedrijven op geraffineerde wijze een zeer groot aantal met name oudere personen bestolen van hun portemonnee. In enkele gevallen werd korte tijd later met de gestolen pinpas geld opgenomen van de rekening van het slachtoffer.

Met deze handelwijze heeft de verdachte er blijk van gegeven ieder respect voor andermans eigendommen te missen zodra dat een belemmering vormt voor haar eigen financieel gewin. Zakkenrollerij is een ergerlijke vorm van criminaliteit. Het hof weegt daarbij zwaar dat bij deze feiten kennelijk doelbewust ouderen, zijnde een bijzonder kwetsbare groep, als slachtoffer werden uitgekozen.

Het hof heeft in zijn oordeel betrokken de omstandigheid dat de verdachte, blijkens een haar betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 januari 2012, niet eerder is veroordeeld.

Het hof constateert voorts dat sprake is van een schending van de redelijke termijn, nu de inzendtermijn van 6 maanden in hoger beroep is overschreden met ruim

5 maanden. Gelet op de omstandigheid dat de zaak in hoger beroep - mede gelet op de tijd die op verzoek van de verdediging is besteed aan het horen van getuigen bij de rechter-commissaris - voortvarend is behandeld nu het eindarrest wordt uitgesproken binnen twee jaar nadat hoger beroep is ingesteld, ziet het hof echter geen aanleiding tot verdiscontering van deze schending in de op te leggen straf.

Het verzoek van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep tot opheffing van de voorlopige hechtenis behoeft, gelet op de te geven beslissing, geen bespreking meer.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, een passende en geboden reactie vormt.

Vorderingen tot schadevergoeding

Feit 1

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 365,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 365,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 1], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 2

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 57,50, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 57,50 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 2], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 5

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 4]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 4] zich als benadeelde partij gevoegd. Als gemachtigde van de benadeelde heeft [benadeelde partij 4] een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 primair en subsidiair en 5 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 1.385,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In eerste aanleg is de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van EUR 950,- materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Nu de verdachte in eerste aanleg van het onder 4 primair en subsidiair ten laste gelegde is vrijgesproken en dat feit in hoger beroep niet meer aan de orde is, zal het hof - voor zover de vordering ziet op dat feit - de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Deze vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 4]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 950,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 4], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 6

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 5]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 5] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 6 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 115,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 6 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 5]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 115,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van T. van Dueren den Hollander-Bos, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feiten 9 en 10

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 7]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 7] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 9 primair en subsidiair en 10 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 190,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 9 primair en 10 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 7]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 190,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 7], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 11

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 9]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 9] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 11 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 403,70, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 11 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 9]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 403,70 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 9], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 12

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 11]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 11] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 12 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 120,10, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 12 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 11]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 120,10 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 11], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 14

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 12]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 12] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 14 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 331,73, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 14 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 12]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 331,73 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 12], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 19

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 16]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 16] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 19 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 42,50, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 19 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 16]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 42,50 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 16], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 20

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 17]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 17] zich als benadeelde partij gevoegd. Als gemachtigde van de benadeelde partij heeft [gemachtigde] een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 20 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 257,05, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 20 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 17]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 257,05 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 17], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 21

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 18]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 18] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 21 primair en subsidiair en 22 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 1.825,63, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In eerste aanleg is de vordering toegewezen tot een bedrag van EUR 575,63 en voor het overige

niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van EUR 575,63 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 21 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente

Nu de verdachte in eerste aanleg van het onder 22 ten laste gelegde is vrijgesproken en dat feit in hoger beroep niet meer aan de orde is, zal het hof - voor zover de vordering ziet op dat feit - de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Deze vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 18]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 575,63 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 18], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 23

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 19]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 19] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 23 primair en subsidiair en 24 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 2.560,45, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 60,50, ter zake van het onder 23 bewezen verklaarde.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 23 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 19]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 60,50 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 19], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 26

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 21]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 21] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 26 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 50,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 26 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 21]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 50,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 21], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 33

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 28]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 28] zich als benadeelde partij gevoegd. Als gemachtigde van de benadeelde heeft [gemachtigde] een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 33 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 839,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 33 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 28]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 839,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 28], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Feit 34

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 29]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 29] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 34 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 287,20.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 34 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 29]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 287,20 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 29], te vermeerderen met de wettelijke rente.

Alle veroordelingen van de verdachte tot vergoeding van schade als gevolg van de feiten die zij blijkens de bewezenverklaring samen met een of meer anderen heeft gepleegd zijn hoofdelijk. De schadevergoedingsmaatregel zal met inachtneming van dit hoofdelijk karakter worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 28 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 5, 6, 7 primair, 9 primair, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 17 primair, 19, 20, 21 primair, 23 primair, 25, 26, 27, 30, 31, 32, 33 en 34 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 5, 6, 7 primair, 9 primair, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 17 primair, 19, 20, 21 primair, 23 primair, 25, 26, 27, 30, 31, 32, 33 en 34 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 23 (drieëntwintig) maanden en 19 (negentien) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang.

Vorderingen tot schadevergoeding

Feit 1

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 1], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 365,- (driehonderdvijfenzestig euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 november 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van EUR 365,- (driehonderdvijfenzestig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 november 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 2

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 2], ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 57,50 (zevenenvijftig euro en vijftig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde partij 2], een bedrag te betalen van EUR 57,50 (zevenenvijftig euro en vijftig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 5

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 4] terzake van het onder 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 950,- (negenhonderdvijftig euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde partij 4], een bedrag te betalen van EUR 950,- (negenhonderdvijftig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 (negentien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 6

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 5], ter zake van het onder 6 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 115,- (honderdvijftien euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 5], een bedrag te betalen van EUR 115,- (honderdvijftien euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feiten 9 en 10

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 7], ter zake van het onder 9 primair en 10 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 190,- (honderdnegentig euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 7], een bedrag te betalen van EUR 190,- (honderdnegentig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 11

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 9], ter zake van het onder 11 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 403,70 (vierhonderddrie euro en zeventig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 9], een bedrag te betalen van EUR 403,70 (vierhonderddrie euro en zeventig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 12

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 11]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 11], terzake van het onder 12 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 120,10 (honderdtwintig euro en tien cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 11], een bedrag te betalen van EUR 120,10 (honderdtwintig euro en tien cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 14

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 12]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 12], ter zake van het onder 14 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 331,73 (driehonderd eenendertig euro en drieënzeventig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde partij 12], een bedrag te betalen van EUR 331,73 (driehonderd eenendertig euro en drieënzeventig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 19

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 16], ter zake van het onder 19 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 42,50 (tweeënveertig euro en vijftig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 16], een bedrag te betalen van EUR 42,50 (tweeënveertig euro en vijftig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 20

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 17]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 17], ter zake van het onder 20 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 257,05 (tweehonderd zevenenvijftig euro en vijf cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 december 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde partij 17], een bedrag te betalen van EUR 257,05 (tweehonderd zevenenvijftig euro en vijf cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 december 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 21

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 18]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 18] ter zake van het onder 21 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 950,- (negenhonderdvijftig euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 18], een bedrag te betalen van EUR 950,- (negenhonderdvijftig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 (negentien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 23

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 19]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 19], ter zake van het onder 23 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 60,50 (zestig euro en vijftig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 november 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 19], een bedrag te betalen van EUR 60,50 (zestig euro en vijftig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 november 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 26

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 21]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 21], ter zake van het onder 26 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 50,- (vijftig euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 21], een bedrag te betalen van EUR 50,- (vijftig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 33

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 28]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 28], ter zake van het onder 33 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 839,- (achthonderd negenendertig euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde partij 28], een bedrag te betalen van EUR 839,- (achthonderd negenendertig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Feit 34

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 29]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 29], ter zake van het onder 34 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 287,20 (tweehonderdzevenentachtig euro en twintig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander(en) daarvan in zoverre zal/zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd

[benadeelde partij 29], een bedrag te betalen van EUR 287,20 (tweehonderdzevenentachtig euro en twintig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J.G. Göbbels,

mr. R.M. Bouritius en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 februari 2012.