Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BV9989

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
27-03-2012
Zaaknummer
200.093.007-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag van instantie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.093.007/01

Zaak/rolnummer rechtbank : 1043334/11-6434

arrest d.d. 1 november 2011

inzake

[Naam],

wonende te [Woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. M.W. Eshuis te 's-Gravenhage,

tegen

Ziggo B.V.,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. H.E. ter Horst te Zwolle.

Het geding

Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het tussen partijen gewezen vonnis van de Rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie 's-Gravenhage van 9 mei 2011.

Appellante heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis en heeft geïntimeerde gedagvaard om op de rol voor dit hof te verschijnen.

Appellante heeft de zaak aangebracht. Voor appellante heeft zich een advocaat gesteld. Ook geïntimeerde is op die rol bij advocaat verschenen.

De zaak is op 30 augustus 2011 aangehouden tot de rol van 27 september 2011 voor: Afwachten griffierecht partijen.

Appellante heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.

In verband met het achterwege blijven van betaling van het griffierecht heeft het hof op 4 oktober 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.

De motivering van de beslissing

De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 30 augustus 2011. Volgens art. 3 lid 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellante ervoor zorgen dat binnen vier weken na 30 augustus 2011, dus uiterlijk 27 september 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Het verschuldigde griffierecht is op 20 oktober 2011 bijgeschreven op de rekening van het hof. Dit is dus 23 dagen te laat.

Er is niet gebleken van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127a lid 2 Rv., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Nu appellante niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zal geïntimeerde

overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellante worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

De beslissing

Het hof:

- ontslaat geïntimeerde van deze instantie,

- veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op € 649,-- voor verschotten en op € 447,-- voor salaris van de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. Schuering, E.J. van Sandick en A.G.M. Zander en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 november 2011.