Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BV6332

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-11-2011
Datum publicatie
21-02-2012
Zaaknummer
22-0062320-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een boot.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.500,- (duizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-onvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-006230-10

Parketnummer: 09-192918-10

Datum uitspraak: 24 november 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van

23 november 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats]

op [geboortejaar] 1967,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 november 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 juni 2010 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een boot (speed/race), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 juni 2010 te Katwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een boot (race), toebehorende aan [benadeelde partij].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en dat de verdachte hiervan derhalve dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte nooit het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft gehad, doch de raceboot uit hoofde van retentierecht onder zich heeft genomen en gehouden als onderpand voor een door hem verstrekte geldlening.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep kan worden vastgesteld dat de verdachte op 11 juni 2010 een raceboot van het terrein van het voormalig vliegkamp Valkenburg heeft weggehaald, terwijl deze raceboot niet in eigendom aan de verdachte toebehoorde. Door de raceboot - zonder toestemming van de rechtmatige eigenaar - van het voormalig vliegkamp Valkenburg weg te halen, heeft de verdachte als heer en meester over die raceboot beschikt en zich naar het oordeel van hof aldus schuldig gemaakt aan de hem ten laste gelegde diefstal. Dat de verdachte een beweerdelijke vordering had op degene, die naar hij meende de eigenaar van de boot was, doet daaraan niet af, nu de verdachte zich als "heer en meester" is blijven gedragen nadat hem was gebleken dat de eigenaar van de boot kennelijk een ander was.

Het hof verwerpt het bewijsverweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 september 2011, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte een passende en geboden reactie vormt.

Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Vordering van de benadeelde partij

In het onderhavige strafproces heeft mr. L. Daum zich namens [benadeelde partij] gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 44.800,-.

In eerste aanleg is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich, nadat de in eerste aanleg opgevoerde schadeposten met betrekking tot de raceboot ten gevolge van de beslissing van de voorzieningenrechter d.d. 28 januari 2011 waren komen te vervallen, in hoger beroep opnieuw gevoegd en een bedrag gevorderd ad € 5.211,95.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van het bewezen verklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Voor zover kosten zijn gemaakt voor de indiening en -in deze strafprocedure- behandeling van de vordering van de benadeelde partij acht het hof termen aanwezig om te bepalen dat beide partijen in zoverre hun eigen kosten dragen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.500,- (duizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart de benadeelde partij, Mr. L. Daum, gemachtigde van [benadeelde partij], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door mr. S. van Dissel,

mr. C.M. le Clercq-Meijer en

mr. M.F.L.M. van der Grinten, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 november 2011.

Mr. M.F.L.M. van der Grinten is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.