Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BV3545

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-10-2011
Datum publicatie
09-02-2012
Zaaknummer
22-00569-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich wederrechtelijk goederen/middelen toegeigend.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot het betalen een bedrag van € 200,-- (tweehonderd euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005619-10

Parketnummers: 09-757793-10 en 09-920363-10

Datum uitspraak: 7 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 25 oktober 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] 1992 te [geboorteplaats] (Suriname),

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rijnmond

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 23 september 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens GGZ Reclassering Palier te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dit inhoudt een behandeling in de Forensische Polikliniek voor JongVolwassenen en deelname aan een Cognitieve Vaardigheidstraining+.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarde als nader in het vonnis omschreven. Voorts is in eerste aanleg beslist dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Tot slot is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van de schadevergoedings-maatregel, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is bij een tweetal inleidende dagvaardingen - waarvan de feiten, nu de zaken in eerste aanleg zijn gevoegd, door het hof zijn doorgenummerd - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 april 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 200 euro) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een handtas met inhoud (te weten een sleutelbos en/of een rijbewijs en/of een hoeveelheid geld en/of een make-up tas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd, althans het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het lichaam van die [benadeelde partij 2] en/of

- dreigend aan die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] toevoegen van de woorden: "Alles geven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 13 april 2010 te 's-Gravenhage tezamen en invereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 200 euro) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een handtas met inhoud (te weten een sleutelbos en/of een rijbewijs en/of een hoeveelheid geld en/of een make-up tas), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd, althans het lichaam van die [benadeelde partij 2] en/of

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het lichaam van die [benadeelde partij 2] en/of

- dreigend aan die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] toevoegen van de woorden: "Alles geven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een handtas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- onverhoeds en met kracht rukken/trekken aan die handtas en/of

- slaan in het gezicht van die [benadeelde partij 3].

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet tot andere beschouwingen en beslissingen gebracht dan die van de eerste rechter, behoudens de overwegingen en beslissingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] en de schadevergoedings-maatregel, nu [benadeelde partij 1] geen wettelijke rente heeft gevorderd.

Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis en neemt het hof die over, met dien verstande dat het hof daarin de hierna te melden aanvullingen aanbrengt.

Strafmotivering

Gelet op de bevindingen in het Pro Justitia Rapport betreffende de verdachte d.d. 15 augustus 2011, opgemaakt en ondertekend door drs. A. Banaei Kashani, psychiater, het Pro Justitia Rapport betreffende de verdachte d.d. 23 augustus 2011, opgemaakt en ondertekend door drs. M.H. Keppel, GZ-psycholoog en de eigen bevindingen ter terechtzitting in hoger beroep acht het hof de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar ten tijde van de bewezen verklaarde feiten.

Het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is maatschappelijk gezien onaanvaardbaar en rechtvaardigt in beginsel het opleggen van een gevangenisstraf zoals door de advocaat-generaal in hoger beroep is gevorderd. Anderzijds houdt het hof bij het bepalen van de duur van de straf rekening met hetgeen gedurende het verhandelde ter terechtzitting naar voren is gebracht en is gebleken omtrent de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde, het daarmee gepaard gaande onbezonnen gedrag en zijn kwetsbare achtergrond. Voorts weegt het hof mee dat de verdachte ten tijde van de behandeling in hoger beroep reeds 499 dagen in voorarrest heeft doorgebracht en dat hij gelet op zijn relatief jonge leeftijd thans een kans moet krijgen om buiten de penitentiaire inrichting zijn weg te vinden teneinde een zo gunstig mogelijk verloop van de verdere ontwikkeling - in de zin van opleiding en werk - te realiseren.

Alles overwegende is het hof van oordeel dat nu geen strafrechtelijk doel meer gediend is bij oplegging van een langere vrijheidsbenemende straf dan reeds door de eerste rechter was opgelegd.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve - behoudens voor zover het wordt vernietigd - onder aanvulling van bovengenoemde gronden te worden bevestigd.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde, tot een bedrag van € 200,00. De wettelijke rente over dit bedrag is door [benadeelde partij 1] niet gevorderd.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 200,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 200,00 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Erratum

Het hof is van oordeel dat het vonnis waarvan beroep onder voetnoot 1 kennelijk abusievelijk het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer] vermeldt, hetgeen dient te worden beschouwd als een kennelijke verschrijving en verbeterd moet worden gelezen als [proces-verbaalnummer]. Voorts wordt onder voetnoot 1 procesverbaal-nummer [proces-verbaalnummer] genoemd, hetgeen naar 's hofs oordeel dient te worden verwijderd, nu dat proces-verbaal betrekking heeft op medeverdachte [medeverdachte] en ook overigens niet voor het bewijs is gebezigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met aanvulling van gronden en voorts met uitzondering van de beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] en de schadevergoedingsmaatregel.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet in zoverre opnieuw recht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 1], terzake van het onder 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,-- (tweehonderd euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 200,-- (tweehonderd euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mr. R.C.A. Duindam,

mr. C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen en mr. T.L Tan,

in bijzijn van de griffier mr. S.S. Mangal.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 oktober 2011.